Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe bouw je in rap verstedelijkend Afrika?

Home

Seada Nourhussen

In Afrika gaat de urbanisatie sneller dan waar ook ter wereld. In 2050 zal het aantal inwoners in de steden verdrievoudigd zijn. Hoe bouw je daar tegenop? Een Nederlandse en een Nigeriaanse architect zeggen: stenen stapelen alleen is niet de oplossing.

’Ik zat ook in die bussen.” Architect Kunlé Adeyemi (34) wijst in zijn Amsterdamse woning op zijn Macbook naar een luchtfoto van een deel van Lagos, Nigeria’s commerciële centrum. Een onwaarschijnlijke chaos aan mensen, auto’s, gele bussen, marktkraampjes en straatvuil.

Adeyemi, geboren in Kaduna, noord-Nigeria, werkte jaren in Lagos. Daarna werkte hij bijna negen jaar bij het Office for Metropolitan Architecture (OMA) van de befaamde Nederlandse architect Rem Koolhaas.

Na prestigieuze projecten met grote budgetten te hebben geleid in China, Zuid-Korea, Londen en Katar, is hij nu bezig zijn eigen internationale praktijk op te zetten die zich zal concentreren op de vele aspecten van de architectuur in zich ontwikkelende steden. Beginnend in zijn thuisbasis Afrika.

Daar is werk aan de winkel. De komende veertig jaar verdrievoudigt de bevolking van Afrikaanse steden. Die verwachting staat in een rapport van UN-Habitat, de huisvestingspoot van de Verenigde Naties.

In 2050 woont 60 procent van de Afrikanen in steden. Het continent is nu nog overwegend agrarisch, „maar rond 2030 zullen de steden het platteland hebben ingehaald als het gaat om inwoneraantallen”, aldus VN-woordvoerder Joan Clos.

Volgens het VN-rapport treedt urbanisatie in Afrika sneller op dan waar ook ter wereld. In de Congolese hoofdstad Kinshasa neemt de bevolking de komende tien jaar naar verwachting met bijna de helft toe. Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, zal tegen 2020 met 81 procent zijn gegroeid – van 1,9 miljoen naar 3,4 miljoen.

Lagos is het ultieme voorbeeld. Binnen vijf jaar zal de Nigeriaanse stad de Egyptische hoofdstad Caïro inhalen als grootste stad van het continent. Er wonen dan naar schatting 12,4 miljoen mensen. Andere instanties zeggen dat Lagos nu al 15 miljoen inwoners heeft en schatten dat het in 2025 de op twee na grootste stad van de wereld zal zijn.

Het wordt en is al druk in Lagos, zoals ook uit Adeyemi’s foto blijkt. Dwars over de krioelende massa op zijn laptop loopt een viaduct. Daaronder is een gigantische markt ontstaan. „Dit lijkt waanzin”, zegt Adeyemi. „Toch is dit geen willekeurige verzameling van mensen en voertuigen. Er zit een systeem in.”

Met één druk op de knop verandert de foto in een abstract kleurenschema. Rood voor de stalletjes met tomaten. Geel voor de bushaltes. Groen markeert de hopen vuilnis.

Alle kleuren blijken inderdaad keurig op een rechte lijn te staan. De constante files hebben volgens Adeyemi een informele economie doen ontstaan –benzine wordt bijvoorbeeld per jerrycan aan de auto verkocht. „De mensen zijn hier de infrastructuur”, zegt Adeyemi met een grijns. Wat voor westerlingen wanorde lijkt, is voor Nigerianen heel logisch, wil de architect maar zeggen.

„Wie ben ik om de inwoners van één van de grootste steden van Afrika te vertellen hoe ze moeten leven? Ik observeer, bevraag en creëer dan nieuwe oplossingen geïnspireerd door mijn eigen lezing van de bestaande systemen.”

Die opvatting resulteerde in Adeyemi’s spectaculaire ontwerp bij OMA van de zogeheten vierde brug voor het vasteland (4th mainland bridge) in opdracht van het Nigeriaanse bedrijf Missing Link Development. Volgens hem een cruciaal stuk infrastructuur van 3 kilometer dat als een bypassoperatie moet dienen voor het verstopte hart van de stad.

Deze brug met twee verdiepingen moet de plaatsen Ikorudu op het vasteland en Lekki-Epe op het schiereiland, gescheiden door het Lagos Lagoon, met elkaar verbinden en de oostkant van Lagos uitbreiden.

Gemotoriseerd vervoer moet zich over de bovenste ring van de brug verplaatsen, terwijl voetgangers ongehinderd kunnen flaneren langs de markten, kiosken, winkels , bars en restaurants een verdieping lager. Het ontwerp is goedgekeurd door Missing Link en door de gouverneur van Lagos State (zie de reportage op de rechterpagina).

Maar hebben de duizenden Nigerianen die vanuit het platteland op Lagos afstevenen, hopend op een betere toekomst, niet vooral onderdak nodig?

Het VN-rapport hamert op huisvesting. „In Europa vinden we dat iedereen recht heeft op zijn 50 vierkante meter. Tienduizend units van fantasieloze flatgebouwen vol schoenendozen verschijnen overal in Afrika. Zonder rekening te houden met het landschap, de behoefte van mensen om buiten te vertoeven en de gebruiken.”

Afrikajournalist Rik Delhaas schrijft in ‘Pechvogels en gelukszoekers’, een boek over de razendsnelle verstedelijking in Afrika, hoe in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba het stucwerk van de plafonds komt in de door de regering gebouwde appartementen doordat kersverse stedelingen nog altijd koffie in een vijzel fijnstampen.

De voormalige plattelanders, nog niet gewend aan beperkingen van een flat, zijn nog niet klaar voor een elektrische koffiemolen. ’Er doet al een grap de ronde dat als de bovenburen koffie stampen, ze een verdieping lager koffie drinken’, schrijft Delhaas.

Maar is het voor Adeyemi vanuit zijn Amsterdamse grachtenwoning niet makkelijk praten over Afrikanen die heus geen schoenendoos van 50 vierkante meter verlangen? „Ik heb 25 van mijn 34 levensjaren in Nigeria doorgebracht en vooral in Lagos had ik weinig ruimte binnen, maar veel sociale ruimte buiten. ”

Adeyemi vindt enigszins een bondgenoot in Antoni Folkers (50), die een exact omgekeerde carrière meemaakte. Een Nederlandse architect, die begon in Afrika in de jaren tachtig en zich sinds eind jaren negentig op Nederland richt met zijn bureau FBW architecten. Dat heeft nog steeds filialen in Dar es Salaam (Tanzania) en Kampala (Oeganda).

Folkers bouwde daar en in andere Afrikaanse landen scholen, ziekenhuizen, bedrijfspanden, hotels, huizen, kerken en recreatiegebieden. Hij is medeoprichter van de stichting ArchiAfrika, die Afrikaanse architectuur op de wereldkaart wil zetten. Ook Folkers ziet met lede ogen de blinkende wolkenkrabbers van Aziatische makelij verrijzen in steeds meer Afrikaanse steden.

In zijn standaardwerk ‘Moderne architectuur in Afrika’, waarin Folkers onder meer aantoont dat Afrika al voor de komst van de Europeanen steden kende, stipt hij de veel gemaakte fouten aan bij de bouw van de moderne Afrikaanse stad. Zo ziet hij in de staatsgestuurde sociale woningbouw geen antwoord op de explosieve bevolkingsgroei.

In Folkers’ boek blijkt dat door de overheid bedachte nieuwe woonvormen vaak niet voldoen aan de behoeften van de plattelanders. Al in de jaren twintig van de vorige eeuw lieten de nieuwe inwoners van Casablanca hun moderne flats links liggen om zelf zogeheten bidonvilles te bouwen aan de rand van de stad. Zuid-Afrikanen verhuren tot op heden de hun toegewezen overheidswoningen aan derden en gaan zelf in een informele wijk wonen.

Daarin ziet Folkers de oplossing: laat de nieuwe Afrikaanse stadsmensen hun eigen woningen bouwen. Precies zoals ze dat gewend waren op het platteland. „Voor het vrije initiatief moet je de ruimte laten in Afrika. In Ouagadougou, Burkina Faso, moest ik zo’n spontaan gebouwde wijk in percelen opdelen en van nummering voorzien. Het verbaasde me dat de inwoners hun omgeving heel schoon en netjes hielden. In Lagos schijnt maar 1 procent van die miljoenenstad op het riool aangesloten te zijn. Waar blijft de rest van die poep?”

„De Afrikaanse stad blijft voor mij een mirakel. Een mirakel dat blijkbaar wel werkt. Dankzij de inwoners. Maar dat is wel de omgekeerde weg. De staat moet als dirigent eerst de infrastructuur bieden en plek voor publieke ruimte en een ringweg reserveren, maar verder het bouwen van de woningen aan de bevolking overlaten.”

Maar Folkers heeft ook zorgen. „Dat Afrikaanse steden uit hun voegen barsten is een oud verhaal. Alleen zijn de aantallen nu zorgwekkender. Het gaat om miljoenen mensen meer. Dat brengt het gevaar van sloppenwijken met zich mee. In tegenstelling tot de beeldvorming zijn er in Afrika nog geen gigantische slums zoals in India. Dat maakte Afrikaanse steden tot nu toe leefbaar.”

Het rapport van UN Habitat beweert dat zo’n 200 miljoen mensen in de Afrikaanse steden ten zuiden van de Sahara in sloppenwijken wonen. Folkers: „Wat is de definitie van een sloppenwijk? Het gebrek aan elektriciteit of water maakt een plek nog niet hopeloos. Het is gevaarlijk om zulke gebieden, die vaak op informele wijze goed werken, af te schrijven.”

Folkers vindt de opkomst van de gated communities ook een probleem. Waar villa en krot voorheen gebroederlijk naast elkaar stonden in een stad als Addis Abeba, versterkt de opkomst van deze op Amerikaanse leest geschoeide omheinde villawijken het groter wordende verschil tussen arm en rijk in Afrikaanse steden.

Anderzijds ziet Folkers een jonge stroming Afrikaanse architecten opkomen. „In Burkina Faso werkten in de jaren tachtig tien architecten. Toen ik in 1987 in Tanzania begon te werken, was ik de 228ste architect die ooit werd geregistreerd. Nu studeren er duizenden Afrikanen architectuur. Dat is toch gaaf? Er gaat meer goed dan fout.”

Lees verder na de advertentie
Ontwerp van Kunlé Adeyemi voor de 4th mainland bridge in Lagos. (Trouw)
De 4th mainland bridge moet de verkeersinfarcten van Lagos oplossen. (Trouw)
Parlementsgebouw in Dodoma, de officiële hoofdstad van Tanzania. (Trouw)
Duurzaam Eastgate-gebouw van Mick Pearce in Harare, geïnspireerd door de termietenheuvel. (FOTO DAVID BRAZIER)

Deel dit artikel