Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het wonder van de eendagsvlieg

Home

door Peter Sierksma

Het is nooit goed. Jacques Anquetil won in zijn wielerloopbaan vrijwel alles wat er te winnen viel, maar was jaloers op de Nederlandse renner Jo de Roo met wie hij in een ploeg zat. De Roo won in '64 en '65 het nationaal kampioenschap, Anquetil nooit. Hij had er, bekende hij eens, graag zijn regenboogtrui voor over gehad om, al was het maar voor een dag, de Franse driekleur te dragen.

Het is niet anders. Het pad naar de roem is er een vol stenen, kuilen en afgronden. En zelfs al bereik je de top, dan nog blijft het behelpen. Neem Harm Ottenbros, de adelaar van Hoogerheide. In tegenstelling tot Anquetil werd hij wel wereldkampioen ('69) om vervolgens in het niets te verdwijnen. Omdat het peloton hem als 'patron' niet erkende, werd hem geen zege meer gegund en haakte hij in '76 gedesillusioneerd af.

In de popmuziek is het niet anders. 'Iedereen wil naar de top, droom van roem en avontuur' zongen de Tr"ckener Kecks in '85 en ze huurden daarbij de populaire voetbalpresentator Rick de Saedeleer in om hun ambities kracht bij te zetten. Het lukte niet. 'Naar de top' werd wel op de radio gedraaid, maar miste de Top 40. En ook daarna wilde het maar niet lukken. Hoe ze binnen het alternatieve Nederpopcircuit ook gewaardeerd werden, het grote succes, die ene hit waar ze op hoopten, bleef uit. Ook de bescheiden topper 'Met hart en ziel' (1990) veranderde er weinig meer aan.

In Engeland geldt hetzelfde voor de vaak met de Beatles vergeleken Boo Radley's. Tegelijk opgekomen met bands als Blur en Oasis, leek het aanvankelijk of ze een grote carriere tegemoet gingen. Wat de critici betreft lukte het ook wel, maar een ding ontbrak. Een hit. Wat ze ook deden en hoe ze ook zwoegden, dat ene bleef uit. Zelfs het relatieve succes van de single 'Wake up!' (1995) veranderde er niets aan. De aandacht van de pers en een trouw publiek - gaf gitarist Martin Carr onlangs tijdens een ontmoeting in Amsterdam toe - is prachtig, maar wat hij wilde was iets anders: de aandacht van het volk. ,,Het idee dat je over straat loopt en opeens een glazenwasser op een ladder een van jou liedjes hoort fluiten. Dat gevoel, hoe ijdel ook, daar gaat het om. Dat is de kick.''

Nogmaals. Wat is er zo geweldig aan het winnen van die ene koers, die ene hit? Zou dit het zijn? Het gevoel een held te zijn, al is het maar voor een dag om met David Bowie te spreken? We can beat them/ for ever and ever/ Oh we can be heroes/Just for one day.

Waar sommigen hun hele leven vergeefs wijden aan dat ene succes, wordt het anderen zomaar in de schoot geworpen. Het gaat dan niet om de 'grote' artiesten die regelmatig de hitlijsten aanvoerden als The Beach Boys, Beatles, Stones, Kinks, Queen, Abba, U2, Oasis, REM en figuren als Sinatra, Dylan, Bowie, Tina Turner of Total Touch en Marco Borsato, maar om die eendagsvliegen die even het beloofde land mogen zien en dan weer uit beeld verdwijnen, zonder dat iemand zich er druk om maakt. Ik bedoel de Harm Ottenbrossen van de popmuziek. Even waren ze er, maar voor je het wist, waren ze ook weer weg. Of, zoals Bernlef het in zijn eerste zin van zijn novelle 'Vallende ster' (1989) zo mooi schrijft: 'Geboorte werd hem zijn dood.'

One hit wonders. Wie kent Gudrun Jankis nog? Wie 'Let kiss'? Wie Karin Kent (Dans jij de hele nacht met mij) of, om me slechts tot de nummer 1-hits van de Veronica Top 40 van '65 tot en met '95 te beperken, wie Scott Mackenzie (San Francisco), Keith West (Excerpt from a teenage opera), Rob Out alias Egbert Douwe (Kom uit de bedstee), Blue Cheer (Summertime blues), Zager en Evans (In the year 2525), DC Lewis (Mijn gebed), Mungo Jerry (In the summertime), Dave en Ansil Collins (Double barrel), Sharif Dean (Do you love me), George McCrae (Rock your baby), Joey Dyser (100 Years), Kamahl (The elephant song), Hank Mizell (Jungle rock), Julie Covington (Don't cry for me Argentina), Lipps, Inc. (Funky town), Champaign (How about us), Nicole (Een beetje vrede), Paul Hardcastle (19), Harold Faltermeyer (Axel F.), Baltimora (Tarzan boy), MC Miker en Deejay Sven (Holiday rap), Berlin (Take my breath away), Kaoma (Lambada), 2 Live crew (Me so horny), Roots syndicate (Mockin' bird hill), 4 Non blondes (What's up), H"llenboer (Busje komt zo) en Luniz (I got 5 on it). Allemaal geboortes die vrijwel direct weer stierven. Soms kom je ze nog eens tegen in rubrieken als 'Where are they now' (Q) of op tv in 'Toppop Yeah' en ontdek je dat ze a. aan lager wal geraakt zijn, b. bij een platenmaatschappij of opnamestudio werken, c. zich aan hun gezin gewijd hebben of d. in een cafe werken of zelf een zaakje begonnen zijn.

Hoe voelt een hit? ,,Aangenaam,'' zegt Josje van Stelten (54) en zij kan het weten. In het voorjaar van 1975 scoorde ze als Joey Dyser een grote hit met '100 Years'. Het singletje stond dertien weken in de Top 40, waarvan drie op nummer een. Het succes kwam voor Josje, die toen nog luisterde naar de naam Duister, als een complete verrassing: ,,Ik woonde in die tijd in de Johan Verhulststraat in Amsterdam. Mijn benedenbuurvrouw kreeg verkering met Duco de Rijk die ooit in Zen ('Hair') had gespeeld. Die band bestond niet meer, maar hij hield zich nog wel intensief met muziek bezig. Omdat mijn buurvrouw wist dat ik wel eens gezongen had - ik trad wel eens op met protestliedjes van zangeressen als Joan Baez en Franse chansons - vroeg ze of ik niet een liedje had dat Duco kon opnemen. Ik weet nog dat ik bij gebrek aan eigen nummers de avond voor de opnamen snel een liedje heb gemaakt. Dat was '100 Years'.''

,,Ongeveer een jaar later werd de opname bij ons thuis op een feestje gedraaid en zei iemand: Ik ken een producer, is dit niet iets voor een plaatje? Serieus nam ik het niet, totdat ene meneer Gemerts voor de deur stond en om het bandje vroeg. Ik vroeg bedenktijd, maar niet lang daarna zei Frans, mijn man, op een avond: 'O ja, er is een man aan de deur geweest die vroeg naar een bandje. Dat heb ik maar meegegeven.' Die man was Albert Gemerts van Delta. Hij zag er blijkbaar brood in, want nog geen maand later werd ik uitgenodigd om een plaatje te maken. Van de opnamen in de Dureco-studio in Weesp eind '74 heb ik erg genoten. Ik vond het leuk te horen hoe zo'n simpel nummer van bij wijze van spreken vijf noten opgebouwd wordt tot een echt muziekstuk. Eerst de stem en de gitaar, dan een blik violen erbij, dan weer een fagot... Ik weet nog dat ik me verbaasde over al die kapitalen die in dat ene plaatje gingen zitten. Al die mensen die langskwamen. Want die violen kwamen niet uit een synthesizer; Dick Bakker, de producer, liet er echt twintig violisten voor opdraven.''

,,Na de opnamen werd het stil. Ik had een standaardcontract getekend waarbij ik, ik noem maar wat, acht cent aan ieder te verkopen single zou krijgen en dat was dat. Aan een nieuwe carriere dacht ik niet. Ik had mijn gezin met twee kinderen en was veel meer bezig met de nasleep van het net opgeheven dagblad De Tijd, waar Frans werkte en waar ik na mijn tijd op het redactiesecretariaat van Trouw ook wel eens stukjes voor geschreven had over opvoeding. Met hitlijsten hield ik me dus helemaal niet bezig, tot ik opeens door de platenmaatschappij gebeld werd met het bericht dat ik op nummer 1 stond. Of ik de volgende dag maar meteen naar Avro's Toppop wilde komen. Het moest zo snel dat ik niet eens de gelegenheid kreeg te kijken wat Toppop eigenlijk was. Het eerste filmpje was erg saai. Ik stond maar wat te zingen en er gebeurde niets. Dus moest het over. Toen kwam ik met Jean-Pierre Burdorf, die later ook mijn manager werd, op het idee om een pauwentroon te gebruiken. Ik kwam aanlopen, zong m'n liedje en liep weer weg. Dat was alles.''

Wel een hit, geen carriere. Volgens het vorig jaar verschenen overzicht '500 nr. 1 Hits uit de Top 40' (Becht) zei Dyser destijds: 'Mijn gezinnetje is me veel te lief'. Van Stelten (sinds zij in 1977 scheidde van Frans Duister inmiddels al weer bijna twintig jaar getrouwd met filosoof Jaap van Heerden) moet er nu hard om lachen: ,,Het klinkt wel vreselijk zoetsappig natuurlijk, maar ik moet bekennen: er is geen speld tussen te krijgen. Mijn kinderen waren vier en acht en dus wilde ik niet maanden op reis zijn. Ik beperkte me daarom tot enkele korte toernees. Een paar dagen Duitsland, een paar dagen Belgie. Dat vond ik leuk. Vooral Oost-Berlijn was een geweldige ervaring. Maar als Burdorf vroeg: Maandje Belgie? dan zei ik nee. Voor je het weet zit je agenda vol en reis je van het casino in Knokke naar Brighton en kun je niet meer terug. Wat ik overigens wel aangenaam vond, was het comfort. Je zat in mooie hotels, alles stond voor je ter beschikking. Heerlijk! Maar soms vond ik het ook wel eens beangstigend. Dan dacht ik: kom op, het is maar een liedje hoor!''

Deel dit artikel