Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het was donker in het paradijs

Home

JOKE DE WOLF

In 'De Schepping' vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand kwam. Vandaag: de drie schilderende broers Donker waren een fenomeen in de jaren negentig. Wim van der Aar maakte een documentaire over Aad, de jongste broer, die zelfmoord pleegde.

Wim van der Aar (1964) - warrig halflang grijzend haar, spijkerbroek - is vooral bekend vanwege de commercials die hij maakt voor grote klanten als Albert Heijn, Nike en Tempo-Team. Naast die lucratieve opdrachten - 'mijn rechtse hobby' noemt hij het - verzamelt Van der Aar ook anonieme filmbanden. Hij koopt ze op rommelmarkten of mensen vinden ze op zolder en brengen ze naar hem toe. In zijn studio in Amsterdam-Oost staan de banden opgestapeld tegen de muur, eromheen allerlei apparatuur om de verschillende formaten te kunnen bekijken. In 2012 verscheen zijn documentaire 'De Van Waveren Tapes', gebaseerd op een tas vol geluidsopnames van ene Guido van Waveren. En hoewel hij écht van plan was 'dé' fictiefilm te maken, is zijn nieuwste project, 'All you need is me', toch weer een documentaire geworden.

Hij speelde al langer met het idee: een film maken over de kunstenaarswereld in Nederland tijdens die wilde jaren negentig. Een spannende tijd, Van der Aar liep er zelf ook rond, nog onzeker over wat hij wilde met z'n leven - schilderen, beeldhouwen, of toch iets met video? De gebroeders Donker kende hij uit die tijd van naam, en hij was verbaasd geweest toen hij in HP/De Tijd een artikel las over de zelfmoord van Aad Donker, een paar jaar nadat de drie broers naar New York waren vertrokken.

En zo ging Van der Aar in 2013 langs bij Gijs Donker, de oudste van de twee achtergebleven broers. Die kwam meteen met allerlei informatie. Verhalen en herinneringen, maar ook documenten zoals het privé-archief van Aad met dagboeken en tekeningen. En daar waren toen ook meteen films. Heel veel films, opgenomen door Aad zelf, en door vrienden. Dus toen moest het toch weer een documentaire worden.

Het verhaal van Aad Donker (1967-1998) is als een treurig sprookje - en op sommige punten zo onwaarschijnlijk dat Van der Aar het niet als fictiefilm kon gebruiken, de kijker zou het niet geloven. Drie Leidse broers, Aad, Gijs en Justus, zijn onafscheidelijk. Ze boksen, halen kattekwaad uit, en eind jaren tachtig ontdekt Gijs het schilderen - de andere twee volgen. Ze lezen in een kunstblaadje over de nieuwste kunststroming van dat moment in Amsterdam, 'After nature'. Het idee: in plaats van alle theoretische, abstracte kunst van dat moment moet er 'gewoon' weer geschilderd worden naar de waarneming. Peter Klashorst was in 1987 de initiatiefnemer, met een kleine groep trekt hij eropuit om in het weiland of naar naaktmodel te schilderen.

Lees verder na de advertentie

Stroomversnelling

De Leidse broers gaan een keer kijken, nemen eigen werk mee, en worden opgenomen in de Amsterdamse kunstenaarsgroep. In 1993 lukt het Klashorst om samen met de drie broers subsidie te krijgen voor twee maanden verblijf in New York. Vanaf dat moment komt het verhaal in een stroomversnelling: de 'Donker brothers' krijgen tentoonstellingen, veel aandacht van de New Yorkse pers - ze maken indruk met hun 'live' schilderacties in de galerie - en ze worden overal uitgenodigd.

Aad leert bovendien een Amerikaanse kennen, Amy. Ze worden verliefd, en Aad besluit in New York te blijven terwijl de anderen teruggaan naar Nederland. Amy blijkt niet alleen de dochter van een kunstverzamelaar te zijn, ze is ook heel rijk. Na zo'n drie jaar van wilde feesten, drank, drugs en tentoonstellingen (waarvoor de andere twee broers regelmatig naar de VS komen) maakt Amy een eind aan de relatie. Aad is er kapot van, raakt verward en maakt, na een verblijf in Suriname, in Leiden een eind aan zijn leven.

Van der Aar had in totaal zo'n tachtig uur film van zes verschillende filmers en op verschillend formaat. Die banden liet hij digitaliseren, en verdeelde ze in verschillende tijdsblokken. En toen was het kijken, en héél veel goed materiaal weggooien. Een grove compilatie maken, die vervolgens weer sneuvelde, maar toch vaak een functie heeft gehad. De verschillende formaten zijn nog steeds terug te zien in de uiteindelijke film. Van der Aars angst dat de verspringende kaders zouden storen, bleek onterecht.

Bijzonder, vindt hij, is dat er tíjdens het schilderen veel gefilmd werd. Je ziet de broers aan het werk, vaak met z'n drieën tegelijk aan één doek. Voor de regisseur verschuift de nadruk daardoor heel natuurlijk van het eindproduct, de schilderijen, naar het schilderen zelf - precies dat wat voor de kunstenaars ook het meest telde.

Legendarisch is bijvoorbeeld het fragment waarop ze met z'n drieën (en Amy) besluiten mee te gaan doen aan een kunstbeurs in Chicago in 1994. Voorwaarde is dat de kunstenaars door een galerie worden vertegenwoordigd, dus Amy gebruikt haar netwerk (en een faxmachine) en zo mogen de broers meedoen. Het idee, in de film duidelijk verwoord door Aad: de broers verschijnen iedere dag in keurige, identieke kleding, en schilderen gezamenlijk ter plekke aan een enorm stilleven. De aandacht is overweldigend, en dolgelukkig keert het trio terug naar New York.

Uiteindelijk koos de filmmaker ervoor alleen de fragmenten te gebruiken waarop Aad zelf aan het woord is, en achteraf commentaar van de andere twee broers als enige andere bron. Geen interviews dus met andere vrienden van die tijd, en geen alwetende verteller. Natuurlijk heeft Van der Aar veel meer mensen gesproken. Toch besloot hij het verhaal van de drie broers als rode draad te gebruiken. Niet overal was geschikt materiaal bij te vinden, er moesten ook nieuwe fragmenten komen. Van New York bijvoorbeeld, en van Aads atelier in Leiden, dat nog steeds leeg is. Die filmde Van der Aar dus zelf, en versneed de beelden haast onzichtbaar met het bestaande filmmateriaal. Verder geven Amy en Klashorst commentaar op de gebeurtenissen die te zien zijn.

Aad was, volgens de mensen die de regisseur sprak, een bijzondere jongen. Gepassioneerd, een romanticus, knap om te zien. Hij was steeds op zoek naar het paradijs - in Suriname, in navolging van Paul Gauguin, heel letterlijk - maar, zo stelde Van der Aar vast, hij was zo bezig met de zoektocht dat hij niet zag dat hij het al had gevonden. Een 'sign of the times', volgens de regisseur. En zo ging de film opeens vooral over liefde. De liefde tussen de broers, de relatie met Amy, de liefde voor het schilderen - 'Ik schilder als een seriemoordenaar', schreef Aad in z'n dagboek. Van der Aar vindt het wel opvallend, dat de film zo 'zelfstandig' een bepaalde kant uitging. Dat was eerst wel even wennen, maar inmiddels ook prima.

Over de liefde tussen de broers gaat het natuurlijk, vooral impliciet. Van der Aar kent geen ander voorbeeld waarbij drie broers zo'n hecht stel vormen. Als enig kind kijkt hij daar vol verbazing en verwondering naar.

Uitputtingsslag

Amy zei meteen ja toen Van der Aar haar vroeg mee te werken. Ze spraken elkaar van 10 uur 's ochtends tot middernacht - een uitputtingsslag. In de film spreekt ze vol respect over Aad, en over de levenslessen die hij haar gaf.

Het begin van de film is confronterend: het is de wake bij de open kist van Aad - broers, vrienden en collega's staan eromheen, maken muziek en schilderen het portret van de overledene. Afgezien van de emotionele lading - 'daar wilde ik voorzichtig mee zijn' - is zo'n fragment volgens de regisseur typerend voor die tijd: ook in de jaren negentig was er al heel vaak een videocamera aanwezig. En, zoals je ziet bij bijvoorbeeld de beelden die ze maakten in New York, het mooie was dat mensen er nog veel minder krampachtig op reageerden. Daarnaast was het zo dat de filmers vaak helemaal niet wisten voor wie of wat ze filmden - makkelijke podia zoals YouTube en Facebook waren er nog niet.

'De waarheid' kan Van der Aar niet benaderen, het is uiteindelijk ook geen journalistiek project. Klashorst kwam met z'n heldere, ontnuchterende commentaar erg van pas. En Van der Aar hoopt stiekem ook dat de gebroeders Donker en de andere After Nature-kunstenaars nu eindelijk ook een beetje officiële erkenning krijgen.

Waarom dat zo lang is uitgebleven? Dat ligt natuurlijk aan de kunstenaars zelf, aldus Van der Aar. Die deden vaak zo hard hun best om juist tégen het establishment te schoppen, dan kom je niet snel in een groot en keurig museum. Maar juist nu de Spuistraat is ontruimd (waar ook Klashorsts galerie tot het einde zat) en de kraakpanden plaats moeten maken voor luxe aterlierwoningen en hotels, is wat aandacht voor die rommelige, maar ook heel creatieve periode wel op z'n plaats, vindt Van der Aar. Een standaardboek over After Nature bestaat nog niet eens. Volgens de regisseur is het de hoogste tijd voor een serieuze tentoonstelling in een van de grote Nederlandse musea. En wellicht is deze documentaire de aanzet daartoe.

All you need is me, vanaf 25 februari in de Nederlandse bioscopen.

Deel dit artikel