Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het vermeende gevaar van de tweede taal Die angebliche Gefahr der zweiten Sprache

Home

SANDER BECKER

Veel ouders zijn bang om hun kinderen tweetalig op te voeden. Het leidt tot verwarring, vrezen ze, met als gevolg dat hun kinderen geen van beide talen goed leren. Maar taalkundigen bewijzen nu het tegendeel: tweetaligheid is onschadelijk. Het levert zelfs cognitieve voordelen op.

Als íemand tweetaligheid kan promoten, is het Antonella Sorace wel. De geboren Italiaanse woont al tientallen jaren in het Schotse Edinburgh. Ze werkt er als hoogleraar taalontwikkeling. Net als veel andere taalkundigen heeft ze flink op haar eigen kinderen geëxperimenteerd. Het resultaat vindt ze bijzonder geslaagd.

"Tegen mijn eerste zoon heb ik vanaf het begin zoveel mogelijk Italiaans gesproken", vertelt Sorace. "Dat vond ik best eng. Ik was bang dat hij te weinig Engels zou leren. Aanvankelijk sprak hij inderdaad wat minder vloeiend. Maar toen hij naar school ging, haalde hij de achterstand razendsnel in. Het ging zelfs zo hard dat hij bij Engels tot de besten van de klas hoorde. Bij mijn tweede zoon heb ik me totaal geen zorgen meer gemaakt."

Sorace is een van de internationale sprekers op het publiekssymposium 'Twee talen - één beTalen', vandaag aan de Leidse universiteit. Deskundigen geven er advies aan ouders die twijfelen over een tweetalige opvoeding. Hun belangrijkste tip: wees niet bang, een kind kan met gemak meerdere talen tegelijk aan. Uiteindelijk plukt het kind daar allerlei onverwachte vruchten van.

In Nederland en de rest van Europa groeien steeds meer kinderen in een potentieel tweetalige omgeving op. Dit komt niet alleen door de immigratie van niet-westerse allochtonen, maar ook doordat mensen meer internationale contacten hebben en dus eerder verliefd worden op iemand uit het buitenland.

Zodra dan het eerste kind geboren wordt, rijzen de vragen. Stel, een Française is met een Nederlandse man getrouwd. Ze wonen hier. Geven ze hun pasgeboren zoontje, naast het Nederlands, dan ook direct het Frans mee? Houden ze het Frans juist liever buiten de deur, om het kind niet in verwarring te brengen? Of kiezen ze voor een compromis, en beginnen ze pas met Frans als het kind de Nederlandse taal behoorlijk onder de knie heeft?

Zoveel ouders, zoveel strategieën. Maar wie het wetenschappelijk verantwoord wil aanpakken, luidt de boodschap, kiest de eerste optie. Dompel het kind direct vanaf de geboorte in een gul tweetalig bad, en houd dat ook vol. Het kind zuigt dan alle woorden als een spons in zich op en wordt spelenderwijs tweetalig.

Aanvankelijk lijkt het misschien alsof het kind hopeloos verward raakt. Een peuter kan de woorden 'appel' en 'orange' moeiteloos naast elkaar gebruiken, alsof ze tot het vocabulaire van één grote mengtaal behoren. Maar op den duur valt het kwartje.

"Rond de drie à vier jaar beseft het kind ineens dat het met twee verschillende talen van doen heeft", zegt de organisator van het symposium, de Leidse hoogleraar psycho- en neurolinguïstiek Niels Schiller. "En dan blijkt het kind prima in staat om die talen los van elkaar te gebruiken. Het kan even duren, maar het komt allemaal goed."

Een belangrijke voorwaarde is wel dat ouders de tweetaligheid consequent volhouden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, weet Sorace. Ze heeft veel ouders voorbij zien komen die enthousiast met twee talen begonnen, maar die door een bezorgde onderwijzer werden teruggefloten. Een kind hoeft maar even iets slechter te scoren op een leestest, en hup, de tweede taal krijgt de schuld.

Ouders zetten die taal dan vaak verschrikt overboord, in de hoop het probleem zo te verhelpen. "Doodzonde", vindt Sorace. "Zo wordt succesvolle tweetaligheid in de knop gebroken. Een kind haalt dat nooit meer in."

Volhouden is dus belangrijk. Maar kinderen moeten ook voldoende in aanraking komen met de taal van het land waarin ze wonen. De kans dat bijvoorbeeld kinderen van Marokkaanse ouders ooit goed Nederlands leren, is aanzienlijk kleiner als ze op school alleen met Marokkaanse klasgenootjes omgaan. "Het is daarom noodzakelijk om schoolklassen gemengd te houden", zegt Schiller stellig.

Mensen worden overigens nooit perfect tweetalig; er blijft altijd één taal dominant. In veruit de meeste gevallen is dat de landstaal. Het Nederlands zal dus doorgaans de voorkeurstaal van allochtone kinderen worden, al kunnen veel mensen zich dat nauwelijks voorstellen. Als ze horen hoe een Marokkaanse moeder haar kind op straat in het Marokkaans tot de orde roept, zegt hun boerenverstand: "Doe dat toch in het Nederlands! Denk aan het belang van het kind!" Maar volgens de wetenschap is dat precies wat de moeder op dat moment doet.

"In de maatschappij bestaan veel vooroordelen over talen van immigranten", constateert Sorace met enige zorg. "Alsof het een minderwaardig soort talen betreft. Engels of Frans als tweede taal, dat geeft aanzien. Turks en Marokkaans niet. Het is heel belangrijk dat die houding verandert."

Het bezwaar van de huidige situatie is dat geïmmigreerde ouders voortdurend te horen krijgen dat hun thuistaal een succesvolle integratie van de kinderen in de weg staat. Ze gaan zich dan schuldig voelen en zetten hun thuistaal soms overboord.

"Dat is een verkeerde keuze", waarschuwt Sorace. "Zo schaad je je culturele identiteit. En je kinderen worden nooit tweetalig. Ze profiteren dus ook niet van de cognitieve winst die tweetaligheid biedt."

Cognitieve winst, wat houdt dat precies in? Ten eerste hebben tweetaligen logischerwijs een uitgebreide talenkennis die hun kansen op de arbeidsmarkt vergroot. Verder hebben ze als 'polyglot' meer taalgevoel dan eentaligen. Ze leren daardoor jonger lezen, hebben eerder een nieuwe taal onder de knie en beleven meer lol aan taalgrapjes.

Verrassend genoeg blijkt uit experimenteel onderzoek ook dat tweetaligen hun aandacht beter kunnen richten dan eentaligen. Bijzaken filteren ze makkelijker weg, zodat ze de hoofdzaak duidelijker in beeld krijgen. Bovendien kunnen ze beter schakelen tussen taken, waarschijnlijk een gevolg van het schakelen tussen de talen.

"Tweetaligheid lijkt zelfs een zekere bescherming te bieden tegen dementie", vult Sorace voorzichtig aan. "Het onderzoek hiernaar is nog pril en we begrijpen nog niet helemaal hoe het werkt. Maar actieve tweetaligheid lijkt de reservecapaciteit van het brein te vergroten, waardoor de symptomen van dementie een paar jaar later aan het licht komen. Ook bij gezonde tweetaligen lijkt het geheugen beter op peil te blijven."

Een ander onverwacht voordeel is dat tweetalige kinderen zich al een jaar eerder dan eentalige kinderen mentaal kunnen verplaatsen in een ander. Als Jan Klaassen een knikker van Katrijn uit de kast steelt en hem verstopt in de bloempot, denken eentalige kinderen tot hun vierde jaar dat Katrijn de knikker in eerste instantie in de bloempot zal zoeken. Tweetalige kinderen beseffen gemiddeld al op hun derde dat Katrijn die voorkennis mist; zij voorspellen daarom dat Katrijn eerst in de kast zal zoeken. Dit soort besef van wat een ander weet, wordt wel samengevat onder de noemer theory of mind.

Zo op een rijtje gezet zijn de voordelen van tweetaligheid indrukwekkend, beaamt Schiller. Toch moeten we ook weer niet overdrijven. "In absolute zin zijn de verschillen tussen een- en tweetaligen bescheiden."

Het echte voordeel zit wat de hoogleraar betreft in de beheersing van de tweede taal zelf. En hij is niet de enige die er zo over denkt.

"Als Duitser spreek ik regelmatig Duits tegen mijn dochter, al sinds haar geboorte. Nu ze bijna acht is, begint ze af en toe in het Duits terug te praten. Ze beseft ineens dat ze iets extra's heeft ten opzichte van andere kinderen. Daar is ze heel trots op."

Drie mythen over taalverwerving
Er bestaat een wijdverbreide angst om kinderen tweetalig op te voeden, stelt de Italiaanse taalkundige Antonella Sorace. Zij ziet die angst in alle lagen van de bevolking terug. "Maar misschien nog wel het sterkst bij hoogopgeleiden."

De oorzaak is gelegen in een aantal mythen. Die prikt de expert vandaag door tijdens een lezing aan de Leidse universiteit.

één eins
De eerste mythe is dat twee talen een te zware belasting vormen voor de hersenen van een jong kind. De intelligentie zou daardoor lager uitvallen. Wetenschappelijk klopt daar niets van, verzekert Sorace. "Uit allerlei onderzoek blijkt dat het menselijk brein vanaf de geboorte prima met twee of zelfs drie talen uit de voeten kan."

twee zwei
Een andere populaire mythe wil dat een tweede taal de cognitieve ontwikkeling van het kind vertraagt. Dat is ook niet waar. Op zich kan het gebeuren dat tweetalige kinderen iets later beginnen te praten dan eentalige leeftijdgenoten, maar grosso modo volgen ze vrijwel hetzelfde tijdspad met dezelfde mijlpalen. Weliswaar hebben tweetalig opgevoede kinderen per taal aanvankelijk een iets kleinere woordenschat dan eentaligen. "Maar als je beide talen bij elkaar optelt, scoren ze juist hoger", zegt Sorace. "Bovendien halen ze hun achterstand in de praktijk razendsnel in."

drie drei
Volgens een derde mythe worden tweetalige kinderen opgescheept met twee halve talen die ze geen van beide goed beheersen. "Dit is het grootste angstbeeld van ouders", weet Sorace. "Maar wetenschappelijk is er geen basis voor. Het kind leert twee volwaardige talen spreken, niet een soort mengtaaltje dat verder niemand begrijpt."

Als kinderen eenmaal hele zinnen beginnen te formuleren, vermengen ze de talen ook veel minder dan je zou verwachten, gaat de onderzoekster verder. "Er zit bovendien een systeem in. Kinderen switchen bijvoorbeeld naar de andere taal om iets te herhalen wat iemand in die taal heeft gezegd, of omdat die taal een bepaalde nuance beter kan uitdrukken. En ze switchen alleen als ze in gesprek zijn met andere tweetaligen. Ze doen het dus bewust, niet uit verwarring."

Wie leert praten, volgt een vast patroon
Tussen de zes en twaalf maanden beginnen baby's te brabbelen: ze uiten oefenklankjes zonder betekenis. Dan volgen de eerste echte woordjes. Tussen de veertiende en achttiende maand bereiken kinderen de mijlpaal van een woordenschat van vijftig woorden. Daarna is er een explosie van nieuw vocabulaire.

Tegelijkertijd gaan de kinderen experimenteren met het combineren van twee woorden. Tegen het eind van het tweede levensjaar rollen er zinnen met meerdere woorden uit hun mond.

Dit schema is zo universeel dat het zelfs opgaat voor dove kinderen die een gebarentaal leren. Ook zij beginnen na een half jaar te brabbelen, met hun handjes wel te verstaan.

Deel dit artikel