Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het veen moet armer

Home

TEKST MONICA WESSELING

In Nederlands hoogveen leven meer soorten dan elders. Dat lijkt gunstig, maar is het niet. Want veen hoort voedelarm te zijn.

De Mariapeel oogt op deze late lentedag uiterst natuurlijk. Noordse witsnuitlibellen jagen boven het water, de zaadpluimen van veenpluis wuiven in de wind en een dodaars duikt naar voedsel. Her en der kleine watertjes, dicht bedekt met een 'blubber' van veenmossen, heldergroen en heel divers. Zittend op een dikke, zachte pol pijpestrootje lijkt het dik in orde en relaxed.

Zeker als onderzoeker Gert-Jan van Duinen uit een van de veenplasjes een bak water omhoog haalt en in rap tempo begint op te noemen wat er zoal krioelt en zwemt. Een minuscuul rood wormpje blijkt de larve van een dansmug, bolletjes van nog een halve millimeter groot krijgen het predicaat eenoogkreeftje en een amorf ogend vlekje moet ooit een heuse waterkever worden. Leven genoeg. "Inderdaad. Zo'n plasje herbergt heel wat soorten watermacrofauna, waterbeestjes. Maar er zitten veel soorten tussen die in een hoogveen eigenlijk niet thuishoren."

Diep wegzakkend in de zachte bodem zompt hij met grote passen door het veen. Alleen dikke pollen pijpestrootje bieden stevigheid. "En wat voor de waterfauna geldt, geldt ook voor de vegetatie, wijst Van Duinen. "Die knalgroene veenmossen horen van nature niet in een hoogveen. Ze blokkeren de groei van echt bijzondere hoogveenmossen."

Hij heeft er verstand van, deze Van Duinen. Werkzaam bij het onderzoeksinstituut Stichting Bargerveen promoveerde hij onlangs aan de Universiteit van Nijmegen op het effect van hoogveenherstelmaatregelen op de watermacrofauna. En dat effect is voor de fauna teleurstellend; veel van de bijzondere hoogveensoorten profiteren niet.

Hoogveen ontstaat in laagten en bestaat voor een groot deel uit veenmossen. Het kan alleen overleven in een kleddernatte omgeving. De lucht moet schoon zijn. Hoogveenmossen groeien boven het grondwater uit en voeden zich uitsluitend met regenwater. Hoogveen is dus van nature zeer voedselarm.

Van het Nederlandse hoogveen is bedroevend weinig over. Het meeste veen is verdwenen door turfwinning. En het veen dat nog over is, is niet alleen gedeeltelijk afgegraven, maar bovendien verdroogd door de ontwatering van de omringende landbouwgronden en verrijkt door stikstofdepositie, via de lucht vooral afkomstig uit mest.

Om het tij te keren is er de afgelopen jaren veel geld gespendeerd aan herstelmaatregelen. De belangrijkste maatregel was de aanleg van dammen rondom de nog bestaande hoogveenkernen om zo de verdroging tegen te gaan. Daarnaast is er onder meer rondom het Fochteloërveen een grote bufferzone ingericht om een stabiel waterpeil in de hoogveenkern te krijgen.

Om het effect van de maatregelen op de waterinsecten te kunnen beoordelen, toog Van Duinen eerst naar Estland. De hoogvenen daar zijn nog gezond en geven dus een mooi referentiekader. Hij telde het aantal soorten en hun dichtheid daar en in een aantal Nederlandse gebieden waar vernattingsmaatregelen zijn uitgevoerd, zoals het Bargerveen.

Domper
De uitkomst van dat getel lijkt reden voor optimisme: in Nederland komen meer soorten voor dan in Estland. Maar Van Duinen plaatst de domper. "Dit geeft juist aan dat het goed mis is. Zowel bij de waterfauna als bij de vegetatie krioelen vooral de soorten die van voedselrijkdom houden. Het zijn de kraaien onder de vogels. Ze vreten alles en drukken de echte specialisten, de bijzondere soorten, weg. De dichtheden en het aantal soorten zeggen op zichzelf dus niets over de kwaliteit van dit hoogveen."

Echte hoogveensoorten zoals de hoogveenglanslibel en, op het land, de veenmier komen nauwelijks voor. De onderzoeker: "Veel bijzondere soorten leven in ons land maar op een enkele plek. Dankzij uitzonderlijke omstandigheden wist de soort daar stand te houden ondanks de aftakeling van het hoogveen."

Hoewel er volgens Van Duinen het nodige is bereikt, laat ook de vegetatie te wensen over. Pijpestrootje en berk floreren nog. Beide profiteren van wisselende waterstanden en voedselrijkdom. "En zie je die enorme plek wit verkleurde mossen daar? Ze zijn aangetast door een schimmel die veel stikstof nodig heeft. In Estland komt die schimmel ook voor, maar slechts heel lokaal. Eigenlijk alleen daar waar een eland heeft gepist."

De boodschap is duidelijk; het Nederlandse hoogveen is nog steeds veel te voedselrijk. Afhankelijk van de locatie is de hoeveelheid stikstof die neerslaat uit de lucht drie tot vier keer zo groot als de kritische waarde voor hoogveen. "Echt hoogveenherstel is onmogelijk zolang die neerslag zo hoog blijft."

Zijn al die miljoenen euro's voor herstel dan weggegooid geld? "Zonder ingrijpen was het nog veel erger geweest. Maar zonder extra maatregelen is echt herstel van de planten- en diersoorten die in hoogvenen thuishoren een utopie", constateert de hoogveenspecialist.

Het probleem is niet alleen de stikstofdepositie, vertelt Van Duinen terwijl hij naar drogere grond loopt. De aandacht is te veel gericht geweest op de hoogveenkern, de wateren met veenmossen.

Uitbundig
"Een echt hoogveenlandschap zoals je dat in Estland ziet, bestaat niet alleen uit de hoogveenkern, maar ook uit een overgangszone naar het omliggende landschap. Juist die overgangen van het hoogveengebied zijn heel rijk aan soorten. Daar neemt immers langzaam de invloed van grondwater toe en krijg je dus allerlei verschillende groeiomstandigheden. En dat geeft een enorme rijkdom aan bijzondere, zeldzame planten en beesten. Lavendelhei en veenbes kunnen juist daar uitbundig groeien. Daar profiteren bijvoorbeeld de in Nederland bijna uitgestorven veenbesparelmoervlinder en het veenbesblauwtje van."

Alle hoogveengebieden in ons land zijn omsloten door landbouwgebieden. Bij onder meer het Fochteloërveen en het Bargerveen is omringende landbouwgrond opgekocht om als bufferzone te worden ingericht. "Maar die zones zijn nu weinig meer dan ruige graslanden met een hoge waterstand om de verdroging van het hoogveen tegen te gaan. Hoge natuurwaarden hebben die nog niet, al zijn ze natuurlijk wel een grote verbetering in vergelijking met gedraineerde en bemeste landbouwgrond."

Wat er exact moet worden gedaan om van een simpele bufferzone een waardevolle overgangszone vol bijzondere flora en fauna te maken, kan Van Duinen zo niet aangeven. Dat hangt af van de plaatselijke situatie. In elk geval moet er - bijvoorbeeld door het dempen of verleggen van sloten - een geleidelijke overgang van een door regenwater naar door grondwater gevoed systeem worden gemaakt. En daarmee van zuur (regenwater) en voedsel-arm naar minder zuur en rijker.

Herstel betekent dus opkopen van nog meer grond? Nogal onrealistisch, in tijden van crisis. 'Niet als je overstapt op paludicultuur, natte landbouw. Je kunt er riet, wilgen, elzen of veenmossen telen en dat kan juist geld opleveren. Veenmoscultuur geeft ook ruimte aan bijzondere organismen. Na een aantal jaren komen er al typische hoogveensoorten. Door het veenmos gefaseerd te oogsten, krijgt zowel de economie als de natuur een kans.'

Veenmosteelt
De paludicultuur - palus betekent dras land - verkeert nog in een experimenteel stadium. De Nederlandse bioloog Hans Joosten doet aan de universiteit van Greifswald onderzoek. Met name de veenmoscultuur zou wellicht kansen kunnen bieden voor economisch rendabel natuurherstel. Veenmos wordt op grote schaal gebruikt in de tuinbouw. Op dit moment worden daarvoor nog steeds waardevolle venen in onder meer Estland afgegraven.

Joosten 'plantte' tien jaar geleden met veenmos uit De Wieden een aantal proefvelden in. Het veenmos groeit razendsnel: met 4000 kilo/hectare/jaar net zo hard als gras. En dat niet alleen, ook typische hoogveenflora en fauna groeien en floreren. Zo trof de onderzoeker lavendelhei, veenbes, zonnedauw en snavelbiezen aan, net als een uiterst zeldzame slijmzwam en hoogveenspinnen. 'Het proefveld is zó mooi dat de overheid het hier al tot beschermd natuurgebied wil laten verklaren.'

De paludicultuur staat in de kinderschoenen, maar Joosten heeft hoge verwachtingen. En niet alleen voor hoogveenherstel. 'Door in veenweidegebieden veenmos te gaan kweken, kun je de afbraak van veen door ontwatering stoppen. En dat helpt het klimaat. Bij de veenafbraak komt immers veel CO2 vrij.'

Deel dit artikel