Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het toppunt van gezellige hypocrisie

Home

JOHAN WOLDENDORP

PARIJS - Al die oud-renners die elk denkbaar (honden)baantje accepteren om er ieder jaar maar bij te kunnen zijn in de Tour de France, hadden het deze keer heel moeilijk. Het was hun Tour niet. Die van niemand trouwens. Maar voor de categorie die zijn status aan de voorheen zo heroïsche wielerronde ontleende, stortte de wereld met donderend geraas in.

De oude glorie zoekt elkaar regelmatig op. De Tour de France is hun grootste en verreweg gezelligste reünie. Daar praten ze over vroeger, drie weken lang. Hoe ze iedereen geflikt hebben. Dopingcontroles misleid, tegenstanders op het verkeerde been gezet, links en rechts kwakjes uitgedeeld in de sprint. Maar in één opzicht ben je integer: je schendt nimmer de code van zwijgzaamheid. Doe je dat, dan lig je er uit. Dan blijven alle deuren van de vrijmetselarij van het cyclisme voor je gesloten.

Soms word je als betrekkelijke buitenstaander deelgenoot van die gesprekken. Dan hoor je prachtige verhalen. Je mag er ook iets van gebruiken, als je je bronnen maar niet openlijk noemt. De Belgische oud-renner, die de Tour (van 1965) reed die door de Italiaan Felice Gimondi werd gewonnen, vertelt met glimmende oogjes dat hij voor de laatste tijdrit een middeltje had genomen, omdat hij per se Parijs wilde halen. Als er in die tijd al dopingcontroles waren, kon je de commissarissen gemakkelijk misleiden. “Als ik niet pakte, zou ik buiten de tijd binnenkomen. Dat wil je een dag voor Parijs natuurlijk niet.” Hij vertelt ook op welke fantastische wijze hij 'schoon' bleef in de Ronde van Vlaanderen. Voor acht man van de ploeg deed de dokter het plasje bij de controle. “De negende, de sukkel, wilde het zelf doen. Hij werd gepakt.” De oud-renner schatert van plezier.

Een andere gewezen coureur is wat zwaarmoediger. Hij begrijpt het allemaal niet. We prikken een vorkje op het buffet dat Le Creusot, midden in de streek van het Charolais-rund, voor journalisten en andere volgers heeft georganiseerd. Naast ons zit oud-wereldkampioen Jean Stablinski. “Kijk hem eens aan. Hij heeft één ding verkeerd gedaan, hij heeft zijn haren geverfd. Maar hij ziet er toch gezond uit?” Onze gesprekspartner bedoelt: van doping ga je niet dood.

Hij begrijpt de journalisten wel. “Maar jullie hebben het toch ook allemaal geweten? Dit is voor jullie toch ook niet nieuw? En waarom moeten ze nou net de Tour de France treffen?” De oud-renner houdt een heel referaat over onrecht. Wielrennen is de sport van de gewone man, die moet dus worden aangepakt. Maar die formule 1-coureurs, die houden het toch ook niet vol op een glaasje mineraalwater? En de voetballers dan? Worden die niet even goed geprepareerd als wielrenners? Tuurlijk, hij heeft zelf altijd gepakt. Hij glimt van trots. Als de wielersport honderd jaar oud is, dan hebben zijn edele dienaren ook honderd jaar gedrogeerd rondgereden. De laatste jaren is vrijwel niemand betrapt in de Tour. Ja, een sukkel als Abdoesjaparov vorig jaar. Maar je gelooft toch niet dat ze allemaal clean rondrijden? En drugskoeriers, zoals Willy Voet, en apothekers, Rodolfo Massi, ook zij zijn van alle tijden. We kunnen alleen de reikwijdte vaak niet overzien. Het Festina-netwerk, hoe omvangrijk dat straks zal blijken te zijn, zal onze stoutste dromen niet snel overtreffen. De wedloop tegen de dood - en die Magere Hein op afzienbare tijd in de gele trui zal helpen - verontrust ons des te meer. Een enkel eigen ervaringsfeitje is al genoeg om de alarmklok te luiden. Vorig jaar was een goede collega te ziek om Parijs te halen. Het eergevoel hield hem lange tijd in koers, het lichaam was daartoe allang niet meer in staat. Omdat we op zekere avond in het hotel logeerden waar ook Once was ondergebracht en dokter Terrados bij een eerdere gelegenheid al min of meer zijn huisarts was geworden, vroeg de collega hem om een antibioticakuur. Die sloeg niet aan. Enkele dagen later bedelde hij bij een andere arts om een kuurtje. De medicus moest weten welke hij in eerste instantie had genomen. Bij het lezen van de naam mompelde hij op een toon, alsof er een compleet nieuwe wereld voor hem openging: “Dat is het strafste spul dat er bestaat. Ik kan je wel iets geven, maar niet helpen.”

Avondwandeling

Nog zoiets: enkele jaren geleden maakten we een avondwandeling met een bevriende soigneur. De man zit al jaren in het vak, hij heeft de oude en nieuwe generatie doktoren meegemaakt. Vroeger was de verzorger de heelmeester, tegenwoordig is hij een ordinaire loopjongen, een koerier. Dat weten Jean-Marie Leblanc en Jean-Claude Killy toch ook? Al was het alleen maar omdat de één coureur (en wielerjournalist) en de ander drievoudig olympisch skikampioen is geweest. Leblanc vertelde vorige week voor de microfoon van een Frans radiostation diep geschokt te zijn na de gruwelijke ontdekking, dat renners maskeringsmiddelen slikken om het gebruik van doping te verdoezelen. De Tourdirecteur kan zichzelf niet hebben geloofd. In 1988 mocht de gedrogeerde rondewinnaar Pedro Delgado niet bestraft worden, omdat hij een 'vlekje' (nandrolon) kon wegwerken met een product dat toen nog niet op de dopinglijst van de UCI stond. Leblanc was dat jaar geen koersdirecteur, maar wel chef van de wielerrubriek van L'Equipe.

De gespeelde verontwaardiging van Leblanc past in de policy dat de Tour de France verschoond moet blijven van ieder schandaal. Op papier is het monument in de wielersport sterk genoeg om elke orkaan te overleven. Het claimt echter in alle gevallen een koninkrijk in een republiek te zijn. Er is binnen die filosofie nooit een reden te bedenken om het rijdende circus een halt toe te roepen. Er mogen renners op de flanken van een Pyreneeën-col sterven (Casartelli), er mogen complete dopingnetwerken worden blootgelegd, de heilige sponsorbelangen staan het nu eenmaal niet toe het evenement te stoppen. Zelfs als verdergaan volstrekt ongeloofwaardig is geworden. Leblanc heeft op de valreep weliswaar wat voorstellen tot verandering gedaan, maar niet één keer in de dagen ervoor nam hij openlijk stelling. Alleen, dat de Tour hoe dan ook doorgaat. Het is het toppunt van hypocrisie. Iedereen weet dat de wielerwereld door en door verrot is. We houden het alleen gezellig onder elkaar. En we schuifelen nog een keer langs het buffet.

Deel dit artikel