Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het staat op Twitter, stuur snel een cameraploeg!

Home

JORIS BELGERS

Alles met sociale media is sexy. Hip. Trending. Zo kon een uit de hand gelopen Facebook-event uitgroeien tot een waar media-evenement. Nieuws werd in Haren amusement, met de relschopper als performer.

Na de veldslag van Haren barstte de discussie los. Over het geweld. Over het optreden van de gemeente Haren. Over wat jongeren dreef om op zoiets af te komen. Maar ook over de rol van de media. Zo schreef de aan de UvA verbonden mediasocioloog Peter Vasterman gisteren in deze krant dat in het aangekondigde onderzoek naar Haren ook de rol van de media moet worden betrokken. Want die media bevinden zich wel degelijk op het speelveld, waarbij ze het spelverloop beïnvloeden, schreef hij.

Maar al direct nadat de rook boven Haren optrok hadden journalisten hun verdediging klaar. NOS-hoofdredacteur Marcel Gelauff zei dat zijn journalisten gewoon hun werk deden: het signaleren van nieuwswaardigheden. Verslaggever ter plaatse Jeroen Wollaars verdedigde zich op opiniesite DeJaap.nl: "Nieuwe hooligans of gelegenheidshooligans (...) zijn niet de gasten die met hun ouders op de bank naar het achtuurjournaal kijken om op hun blocnootje op te schrijven waar ze loos kunnen gaan."

Maar tegelijkertijd moest Wollaars ook toegeven dat niet alle media zo met het nieuws omgingen. Radio 3FM en ook 'De Wereld Draait Door' riepen vooraf - al dan niet op satirische wijze - onomwonden op om vooral naar Haren te komen. Slam FM gebruikte jolige jingles en kondigde aan dat verscheidene artiesten zouden komen, wat helemaal niet het geval was. Rector Henk Tameling van het Zernike College in Haren zag die vrijdagmiddag 'Man Bijt Hond'-redacteuren op zijn school ongevraagd confetti en feesthoedjes uitdelen.

En zo werd 'Project X Haren' een waar media-evenement. Het kwam vanuit de nieuwssfeer op het snijvlak tussen nieuws en amusement terecht, zegt Alexander Pleijter, docent journalistiek & nieuwe media aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Op dit snijvlak opereren veel radioprogramma's, of bijvoorbeeld 'De Wereld Draait Door'. Het nieuws krijgt een amusementsfunctie." De feestelijke en uitdagende toon die er in gespannen afwachting door verschillende media werd aangeslagen, haalde volgens hem zeker nog meer mensen over om naar Groningse dorp af te reizen.

Maar hoe kon een Facebookfeestje überhaupt een nieuwsitem worden? Het antwoord hierop is simpel, volgens Irene Costera Meijer, hoogleraar journalistiek aan de Vrije Universiteit. Redacties vinden sociale media hip. Sexy. Trending. "Het Facebookfeestje voldeed aan alle populaire nieuwsselectiecriteria: het was sensationeel en onverwacht; dramatisch en opwindend; een exclusief verhaal; georganiseerd rondom een bekende organisatie - in dit geval Facebook." En vooral: het ging jongeren aan, onder traditionele media een geliefde doelgroep.

Tegelijkertijd voldeed de berichtgeving naar aanloop van het evenement nauwelijks aan de onder journalisten geaccepteerde criteria over wat nieuws zou moeten zijn. "Die vergrootte niet het besef van maatschappelijke problemen; belichtte weinig de consequenties voor het dagelijks leven; en de relevantie en betekenis van het gebeuren kwam zelden aan bod."

En hoe meer media melding maakten van Merthe's verjaardag, hoe meer feestgangers op 'aanwezig' klikten. Maar klikken is nog geen komen. Hadden de massamedia het niet opgepikt, dan waren er nooit zo veel mensen daadwerkelijk komen opdagen, denkt Costera Meijer. Alleen zo kon een virtueel evenement een 'echt' evenement worden. "Als het door grote praatprogramma's wordt aangekondigd, werkt dat - net als bij de aankondiging van nieuwe boeken of festivals - als promotie." Hoe hard de Harense burgemeester Rob Bats ook riep dat er helemaal geen feestje zou zijn.

Mediawetenschapper Linda Duits, verbonden aan de Universiteit Utrecht, is het hier mee eens, waarbij ze wel wil benadrukken dat het uiteindelijk gewoon de relschoppers waren die met de stoeptegels in hun handen stonden. Ze pleit de media hiermee echter niet vrij. En dat kranten of televisie evenals Facebook en Twitter louter als platform zouden fungeren, gaat volgens Duits ook niet helemaal op.

"Als je als journalist ergens over schrijft, ben je een duidelijk aanwijsbare actor. Jij hebt een hoofdredacteur die achter je staat, jij als journalist bént nu Trouw. Bij sociale media kun je niet zeggen dat Mark Zuckerberg (oprichter Facebook, red.) verantwoordelijk is voor de inhoud van Facebook. Sommige populaire Twitteraars hebben al verantwoordelijkheid genomen, en excuses getwitterd, maar dat medium zelf kun je niet verantwoordelijk houden."

Kranten signaleerden dat iets op Facebook uitgroeide tot buitengewone proporties. Journalisten zeggen nu dat zoiets nieuwswaardig was en gesignaleerd moest worden. Duits: "Maar je kunt helemaal niet zeggen dat het al uit de klauwen aan het lopen was. Als ik een feestje aankondig klikken er ook altijd twee keer zo veel mensen op 'aanwezig' als er uiteindelijk komen - en dan hebben we het nog over een besloten feestje." Het geklik alleen is volgens Duits weinig betekenisvol of nieuwswaardig.

Maar volgens Duits zijn media geobsedeerd door andere media. En met name door sociale media. Waarmee de traditionele media ook nog eens behoorlijk worstelen. "Dat zie je bij incidenten regelmatig terugkomen. Neem de 'bangalijsten', waarbij iedereen zich afvroeg of we er nu echt bang voor moesten zijn. Daar komt bij dat traditionele media zich bedreigd voelen door de sociale: wat kun je als krant nog als alles de dag ervoor wordt rondgetwitterd? Die uitdaging is heel reëel."

Ook Costera Meijer ziet hoe televisie en kranten buitengewoon geïnteresseerd zijn in wat er op de sociale media gebeurt. Alleen al omdat ze het platform als potentiële concurrent beschouwen: kranten en televisie willen niet achterlopen. Deze wisselwerking zorgde ervoor dat van de tienduizenden die op Facebook 'aanwezig' waren, er die vrijdagavond ook duizenden lijfelijk in Haren feest kwamen vieren.

Dat bepaalde gebeurtenissen door sociale media ineens nieuwswaardig worden, ziet Alexander Pleijter vaker gebeuren. "Redacties zien iets op Twitter, en denken, eropaf! Door de snelle media is de drang om ergens snel in mee te gaan groter geworden."

Pleijter: "Zo botsten op Leiden Centraal eerder dit jaar twee treinen tegen elkaar. Twitter stond er vol van, het ANP kwam meteen met een persalarm. Die haalden dat van Twitter. Even later bleek dat die treinen elkaar zachtjes hadden aangetikt en dat er niemand gewond was. ANP trok het persalarm in. En ook dat zagen ze via Twitter: van mensen die in de trein zaten die lieten weten dat het wel meeviel."

En er zijn andere voorbeelden te noemen van hoe de traditionele media er direct op duiken wanneer er iets op de nieuwe media gebeurt. Pesterijen op het schoolplein zijn nauwelijks nieuwswaardig te noemen, digitaal pesten werd dat wel. Neem de recente Facebookmoord - de rol van het sociale medium in het tienerdrama werd in de pers breed uitgemeten. Of het nieuws dat jongeren zouden lijden onder sociale mediastress, dat in mei dit jaar door verschillende media werd opgepikt. Een neponderzoek, dat alleen diende om het marketingbureau dat erachter zat onder de aandacht te brengen. Maar vanwege de connectie met sociale media gretig opgepikt door verschillende nieuwsredacties.

Terug naar Haren. Wakkerden de media het Facebookvuurtje aan? Costera Meijer: "Zolang het nog op Facebook blijft, is het een onderlinge oproep. Maar zodra klassieke media erover berichten, kan het uitgroeien tot een groot evenement, een echt evenement. Je weet dan als kijker of lezer dat die media ook in Haren aanwezig zullen zijn. En dat krijgt vervolgens zijn eigen dynamiek."

Want de klassieke media versterkten door hun aanwezigheid de kick van geweld die velen afgelopen vrijdag ervoeren. Alleen al door het in beeld te brengen.

"Doordat je als journalist op die plek aanwezig bent, onderstreep je het gevoel van mensen dat ze 'performers' zijn, wat de neiging om lekker los te gaan versterkt", zegt Costera Meijer. Blijft dat geweldsoptreden onzichtbaar, is er geen publiek en is het minder zinvol om het gevoel van 'ha, lekker, rellen' in daden om te zetten.

"Je ziet het aan de tweets, en dan vervolgens de retweets over het geweld in Haren waar die jongeren bijzonder trots op zijn", zegt mediasocioloog Duits. Niet alleen bij geweld. "Onze mediacultuur is heel erg ingesteld rondom reality-tv, waarbij gewone mensen zo op tv kunnen komen. En als er dan een cameraploeg naar Haren gaat, werkt dat als een magneet." Met name onder jongeren, zegt ook rector Tameling. Want toen zijn conciërge de journalisten van zijn schoolplein sommeerde, moest hij toezien hoe de scholieren daarbuiten samendromden rondom de geparkeerde NCRV-bus.

En ook onder de relschoppers fungeerden de aanwezige media als een magneet. Zij ervaren volgens Duits geen schaamte maar een kick, als hun gewelddadigheid op de voorpagina's belandt. Voor hen is het stoer om met stenen naar de politie te gooien. En als dat door de media in beeld wordt gebracht, fungeert dat mooi als bewijs voor de groep van het eigen optreden.

De relschoppers kwamen dus naar Haren om bewust zichtbaarheid op te zoeken, concludeert Linda Duits. "Ze willen zich laten gelden. En zoeken dus naar een vorm van erkenning. Dat zag je achteraf, in die tweets - "WOW! ik heb klappen gekregen van de ME!". Maar erkenning op Twitter is één ding. Erkenning op 'De Wereld Draait Door' is weer net een stukje groter."

Deel dit artikel