Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het schip dat nooit het water zag

Home

door Anna Luyten

In het Patronaat in Haarlem ging dinsdag een bijzondere theatervoor stelling in première: 'Het Narrenschip'. Acht acteurs, vier met een psychiatrische achtergrond en vier buurtbewoners, gingen samen in zee om de stereotiepe beeldvorming rond mensen met een handicap te bestrijden.

Harm Wijkers laatste strohalm is een geneeskrachtig rekensommetje. 10=3+3+4. Hij prevelt het als een mantra. ,,Op iedere tien mensen die je ontmoet, zijn er drie die je fantastisch vinden, drie vinden je leuk en de overige vier laten je links liggen.''

Vijf jaar geleden viel Harm in een diep gat. Harm kijkt nu in de spiegel van de kleedkamer in de Haarlemse zaal 'Het Patronaat'. In juli zal John Cale door dezelfde spiegel kijken. ,,Ik had het gevoel dat ik in een kluis leefde. Het was alsof ik naar de wereld keek door een venster. Ik wilde dolgraag bij de groep horen, maar schopte iedereen van me af. Ik raakte omhuld door een spiraal van paranoia. Ik voelde me aangevallen bij het minste woordje van kritiek. Het is heerlijk om nu kritiek te kunnen verdragen. Dankzij deze groep heb ik voor het eerst in mijn leven het gevoel dat ik ergens 'middenin' zit.''

Harm tekende op wat mensen elkaar in de tram en de trein vertelden. Van die notitieboekjes heeft de tekstschrijver van 'Het Narrenschip' gretig gebruik gemaakt. Harm: ,,Het zinnetje dat me nog altijd naar de strot grijpt is dit: 'Gek hè. Als je denkt dat je iemand hebt geholpen, moet vaak het ergste voor hem nog komen'.''

In 'Het Narrenschip' bouwen acht mensen aan een boot die nooit af zal komen. ,,Het thema van dit stuk is dat je verwachtingen moet bijstellen. Je moet kunnen loslaten'', zegt regisseur Add Spee. Dat hebben hij en de acteurs de voorbije maanden voortdurend geleerd. En wat ze ermee willen bereiken is 'dat de toeschouwers hun verwachtingen van mensen met een psychiatrische achtergrond en van hun maatschappelijke rol willen herzien'.

Het theaterstuk is een project van het Haarlemse Welzijnswerk Centrum Zuid en Rodas (Regionale organisatie dagbesteding, arbeid en scholing). Al jaren proberen deze instellingen de integratie van mensen met een psychiatrische achtergrond te verbeteren. Moniek Stricker van Welzijnswerk Centrum Zuid: ,,Het is een gevecht tegen stereotiepen. De angst voor het vreemde klinkt overal door. Mensen halen soms allerlei groepen door elkaar: ex-psychiatrische patiënten, drugs- en alcoholverslaafden, dak- en thuislozen.'' Toen Rodas zich drie jaar geleden in een Haarlems buurthuis vestigde, voelde Pierrette Thimm hoe sceptisch sommige buurtbewoners reageerden. ,,Er stonden niet zulke leuke dingen in de deur gekrast.'' Heel vroeger riepen kinderen wel eens: ,,Gek! Gek!''

,,Een dode meeuw past bij me'', zegt Roxanne Bijl enkele uren voor de voorstelling. ,,Soms is het alsof ik over een woeste zee vlieg en voel ik me breekbaar naar beneden vallen.'' Tijdens de laatste repetitie houdt ze de meeuw met een twijgje in de bek, in haar armen. ,,Ik speel de vredestichtster.'' Ze zegt dat ze zich nog altijd geen kapitein voelt van het schip dat Roxanne heet. ,,Ik blijf drijven, zo goed en zo kwaad als het gaat. Angst is er om overwonnen te worden.''

Wilona Schute speelt haar zusje. Wilona is een buurtbewoonster die in haar dagelijks leven organisatie- en advieswerker is. ,,Het heeft me de voorbije maanden diep getroffen dat je samen met anderen in deze samenleving iets kan maken dat ver voorbij een zakelijke context ligt. En nooit heb ik gedacht: 'Jeetje, wat een gek'.''

Ook Paulien de Vries is een buurtbewoonster. ,,Ik werd zenuwachtig van de plankenkoorts. Maar de anderen leerden mij door te zetten en gaven me het hemelse gevoel dat ik wél op een podium durf te staan.'' Dolf Wiersum stortte zich ook als vrijwilliger in het project. Hij werkt overdag met verstandelijk gehandicapte kinderen. ,,Het Narrenschip is een term uit het carnaval waarbij iedereen een dag lang de kans krijgt om uit zijn rol te vallen. De boot zal nooit varen. Het is een les uit het sociaal welzijnswerk: je wil vaak veel meer dan in de praktijk mogelijk is.''

De zaal loopt langzaam vol. Beneden in het publiek zit een moeder. ,,Mijn zoon was twee jaar oud, toen hij door kameraadjes werd omgeduwd. De dokter dacht dat hij een hersenschudding had. Later bleek het een hersenabces te zijn. Hij is twee keer geopereerd. Er zijn complicaties opgetreden. Nu lijdt hij aan epilepsie. Hij spreekt heel moeilijk. Ik weet niet hoe hij deze klus zal klaren. Hij heeft een echo in zijn hoofd.''

Boven in de kleedkamers, verkleedt haar zoon André zich als kreupele koning. ,,Ik heb een hekel aan de blikken die me achtervolgen. Mensen houden zich afzijdig. Ik ben zo vaak afgewezen door klasgenoten en later door werkgevers omdat ik epilepsie heb. In dit stuk wil ik laten zien dat ik net als iedereen erbij wil en kan horen.'' Een half uur later staat André in de spotlights. ,,André, kijk naar het publiek jongen'', fluistert zijn moeder in de zaal. De woorden rollen uit zijn mond: ,,Ik, koning André, loop op twee krukken. Ik wil terug naar mijn land. Een land waar eenieder gelijk wordt behandeld, Wat zou u doen als u constant werd afgewezen?''

Aan het eind volgt een staande ovatie. ,,Deze mensen verdienen meer aandacht'', zegt Pauline Rodink, een Haarlemse toeschouwster. Ze vult haar dagen met schaken en de bridgeclub. Het buurthuis heeft ze nog niet bezocht, de psychiatrie bevond zich ver buiten haar leefwereld. ,,Ik weet niet wie van de acteurs een psychiatrische achtergrond heeft en wie niet. Maar door dit stuk en de manier waarop ze hun angsten verwoorden, beschouw ik ze als mijn gelijken.''

Deel dit artikel