Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het sanitaire evangelie van dr. Pathak

Home

Stevo Akkerman

Dr. Pathak begroet leerlingen van zijn school. Ruim de helft is Dalit, onaanraakbaar, en staat nu gewoon tussen hogere kasten.

De 1,2 miljard inwoners van India ondergaan in luttele jaren veranderingen die eeuwenlang ondenkbaar waren. Maar niet alles gaat even snel: tradities zijn taai, hindernissen soms onneembaar. Vandaag: de bevrijding van de poepruimers en de geneugten van een goed werkend openbaar toilet.


Toen bekend werd dat een jonge vrouw in de Indiase deelstaat Madhya Pradesh na haar bruiloft weigerde in te trekken bij haar man omdat diens huis niet beschikte over een toilet, sprong in New Delhi, 800 kilometer verderop, een man van vreugde uit zijn stoel. Dr. Bindeshwar Pathak wist dat hij zijn rolmodel had gevonden. Pathak is oprichter van Sulabh International, een organisatie die zich inzet voor fatsoenlijke sanitaire voorzieningen. Hij besloot de 23-jarige Anita Narre te benoemen tot ambassadeur voor al zijn programma's en haar te belonen met een prijs van zevenduizend roepies (honderd euro).

Anita Narre woont inmiddels bij haar man; hij liet achter zijn huis snel een toilet bouwen. Andere dorpelingen volgden zijn voorbeeld om te voorkomen dat meer bruiden de kont tegen de krib zouden gooien. Pathak ziet hierin het begin van een 'revolutie in de stammengebieden van India'. Het mag zo zijn dat meer Indiërs beschikken over een mobiele telefoon dan over een wc, Pathak gelooft vast dat de toiletcampagne waar hij al in 1969 mee begon, een nieuwe fase ingaat: "We gaan een inhaalslag maken, voorop gegaan door een jonge vrouw uit het dorp Jitudhana in Madhya Pradesh."

Voor de 69-jarige Pathak is sanitatie niets minder dan een religie. Dat klinkt wellicht wat overdreven, maar wie de dagopening in het Sulabh-hoofdkwartier in New Delhi bijwoont, ziet in de grote zaal die woorden letterlijk op de wand achter het podium staan: 'Sanitation is our religion.' De ceremonie is ook duidelijk een eredienst, met een eigen psalm ('Let's all come together and build a happy Sulabh world'), en een voorganger (Pathak) die preekt. De gemeente bestaat uit een groep vrouwen in blauwe sari's - voormalige poepruimers - en leerlingen van het beroepsonderwijs dat Sulabh verzorgt. Buitenlandse gasten krijgen een krans omgehangen en worden uitgenodigd geschenken te overhandigen. De verslaggever van Trouw geeft dr. Pathak een tasje met Delfts-blauwe klompjes cadeau; de Made in China-stickertjes zijn er net op tijd afgepeuterd.

Pathak is zojuist teruggekeerd van een zevendaagse tour per helikopter door Punjab, in gezelschap van de chief minister (premier) van die deelstaat. Dat was een buitenkans, zegt hij. "Niet eerder had een chief minister me voor zoiets uitgenodigd. Er waren honderd redenen om 'nee' te zeggen, maar ik heb al mijn afspraken afgezegd en gemeld: ja, ik kom. We hebben tientallen dorpen bezocht en overal het belang van hygiëne en sanitaire voorzieningen verkondigd. 15.000 Sulabh-toiletten zullen worden gebouwd - heel belangrijk."

Het klinkt, met de ontwikkelingen rond Anita Narre in Madhya Pradesh en de uitnodiging van de chief minister van Punjab, alsof Sulabh aan het begin staat van een opmars in de achtergebleven gebieden van India. Maar voor Pathak is het eerder de afronding van een lange tocht: hij heeft al de nodige mijlpalen achter de rug.

Opgegroeid in een gezin van Brahmanen, de hoogste kaste van India, raakte Pathak in 1969 na zijn studie sociologie betrokken bij de organisatie van het Gandhi Eeuwfeest in de deelstaat Bihar. In de geest van Gandhi besloot men de festiviteiten aan te grijpen om iets te doen aan de positie van de scavengers, de kasteloze Dalits, voor wie slechts het werk van poepruimers was weggelegd.

's Ochtends gingen deze onaanraakbaren in alle vroegte langs de huizen van de superieure kasten om hun uitwerpselen te verzamelen - ze droegen die in schalen op het hoofd, tot ze een plek hadden gevonden waar ze hun lading ongezien kwijt konden. Het weinige dat ze hiervoor aan het einde van de maand betaald kregen, werd hen van grote afstand toegeworpen.

Voor Pathak was duidelijk dat alleen een praktische oplossing verandering zou kunnen brengen in lang-ingesleten gewoontes; zijn tactiek was om de hogere kasten niet de les te lezen, maar hen een alternatief te bieden. Hij ontwikkelde het 'twee-gaten-toilet', nog altijd zijn meest geliefde gespreksonderwerp. Het bestaat uit een doortrekmechanisme (niet meer dan twee liter water nodig, een wc gebruikt tien liter) en twee gaten: een om de poep in op te vangen, de ander - die dan vol is - om de poep in compost te laten omzetten. Na een jaar of twee is het legen daarvan zo'n onschuldige klus, dat zelfs een Brahmaan ertoe bereid is. Geen poepruimers meer nodig.

De ervaring van Bihar zette Pathak op het spoor van een levenslange missie, die hem in de ogen van voormalige poepruimers een goddelijke status heeft gegeven. Uitgaande van de techniek van het twee-gaten-toilet, zette hij een organisatie op poten die begint met "de bevrijding van de onaanraakbaren", vervolgens de blijde boodschap verkondigt van schoon sanitair ("stopt de verspreiding van onnodige ziekten") en die kinderen en volwassenen opleidt voor banen in het nieuwe, marktgerichte India. Het Sulabh-centrum in New Delhi heeft een lagere school met bijna duizend leerlingen (zestig procent Dalits, oftewel kastelozen, veertig procent uit de rest van de samenleving) en een trainingcentrum voor onopgeleide volwassenen: elektrotechniek en administratie voor mannen, beautycare en mode-ontwerp voor vrouwen. Plus: een werkplaats waar vrouwen tampons maken, die voor vijf roepies (7,5 eurocent) worden verkocht.

"Ik ben gelukkig met onze resultaten, zelfs al blijkt uit de laatste volkstelling dat nog altijd de helft van de Indiase bevolking geen toilet heeft," zegt Pathak. "Meer dan een miljoen huishoudens zijn overgestapt op een twee-gaten-toilet en wij hebben 7500 publieke toiletgebouwen neergezet, waar dagelijks tien miljoen mensen gebruik van maken. Vergeet niet: veertig jaar geleden deden alle plattelandbewoners hun behoeftes buiten, langs de weg, in de bosjes. Als stedelingen een toilet hadden, dan ging het om een emmer die door Dalits opgeruimd moest worden. In 1962 telde India nog 2,5 miljoen poepruimers, nu zijn het er niet meer dan 50.000. De grootste droom van Gandhi was dat de onaanraakbaren op gelijke voet zouden komen te staan met de rest van de samenleving - dat is waar het ons om gaat."

In 2003 bezocht Pathak een kolonie vrouwelijke poepruimers in de plaats Alwar, 160 kilometer ten zuiden van New Delhi. Ze ontvingen hem met argwaan - wat moest die man van hen? Hoe kon hij hen vragen of ze niet liever ander werk zouden doen? Dit was hun lot, ze hadden geen keuze, dat wist iedereen.

Maar de man - duidelijk van hoge komaf, en rijk, met die witte auto van hem - drong aan: hij bood de vrouwen een baan in een trainingscentrum, daar zouden ze 1500 roepies per maand verdienen (ruim twintig euro), drie tot vier keer zoveel als ze kregen voor het poepruimen. "We geloofden hem niet," zegt Usha Chaumar, 35 jaar oud en de spontane aanvoerster van de vrouwen. Pathak nodigde de aarzelende poepruimers uit op zijn kosten naar Delhi te komen om het Sulabh-centrum te bezoeken, dan konden ze zelf beoordelen of zijn aanbod serieus was, want wat hij voorstelde was dit: een soortgelijk centrum in Alwar, Nai Disha geheten, waar de vrouwen zich konden laten omscholen, zodat ze hun brood konden gaan verdienen met ander, schoner werk.

Het bezoek aan Delhi nam de twijfels weg en sindsdien is het leven van deze vrouwen nooit meer hetzelfde geweest. Pathak liet een boek over hen schrijven ('De nieuwe prinsessen van Alwar') en nam hen zelfs mee naar een VN-vergadering in New York, waar ze een modeshow gaven in de blauwe sari's die hun handelsmerk zijn geworden.

"Ik haatte mijn vorige bestaan," zegt Usha. "Ik haatte het geboren te zijn als Dalit. Waarom moesten wij de uitwerpselen van alle anderen opruimen? Vooral als teenager was ik daar heel ongelukkig over. Maar er was geen uitweg. Wij moesten dit werk doen, er was geen alternatief. Toen doctor Pathak ons voorstelde er mee te stoppen, waren we bang: wat zouden de mensen zeggen? En ze waren inderdaad kwaad. Wie moest nu hun troep opruimen? Maar doctor Pathak hielp hen aan toiletten en ons aan een nieuw leven. Hij is als een God voor ons. Hij houdt meer van ons dan onze eigen vaders."

Het is een term met een onaangename klank, maar niet voor de vrouwen van Alwar: zij werden in Nai Disha in feite heropgevoed. Ze moesten de waarde van hun persoon leren kennen, inclusief de waarde van hun lichaam. Handen wassen, haren kammen, jezelf schoonhouden, elke dag. "Eerst gaven we de leraren een grote mond," zegt Usha, "maar na verloop van tijd wilden we niets anders meer. We kauwden ook tabak, deels tegen de stank van ons werk. Nu word ik al misselijk als ik er aan denk."

De vrouwen leerden de beginselen van het lezen en schrijven en werden getraind voor nieuwe beroepen, waarmee ze geld konden verdienen: ze zijn kapsters en schoonheidsspecialisten geworden, ze maken textiel en produceren snacks - voorheen een taboe voor onaanraakbaren, want niemand zou die eten. Maar de barrières van vroeger zijn doorbroken. "De mensen van wie ik tien jaar geleden de poep opruimde, nodigen me nu uit bij hen thuis en geven me water in een zelfde glas als zij," zegt Usha. "De mensen die ons discrimineerden, kopen nu onze etenswaren. De priester die mij vroeger nog niet op de trap van de tempel liet zitten, nodigt me nu niet alleen uit voor het gebed, hij vroeg me onlangs ook de bruiloft van zijn zoon bij te wonen. En wij mochten de hapjes verzorgen. Ik ben geen onaanraakbare meer, ik ben hetzelfde als mensen uit de hogere kasten."

Vijfenzeventighonderd openbare toiletten
Sulabh International is een financieel zelfstandige organisatie, die grotendeels drijft op de inkomsten uit de 7500 openbare toiletten in India: met tien miljoen gebruikers per dag is dat een lucratieve business.

Journalistiek veldwerk, mede mogelijk gemaakt door veel thee, toont aan dat de publieke toiletten in de metrostations van Delhi - allemaal verzorgd door Sulabh - voor Indiase begrippen uitzonderlijk schoon zijn.

De kosten bedragen 1 roepie (1,5 eurocent) voor gebruik van het urinoir, 2 roepies voor de wc. Tot laat in de avond worden de toiletten bemand door een Sulabh-medewerker.

Sulabh opereert ook buiten India; in 2007 werd een openbaar toilet in Afghanistan geopend. Het VN-agentschap voor ontwikkelingswerk, de UNDP, erkent de Sulabh-methode als een belangrijke bijdrage aan de strijd tegen besmettelijke ziekten. "Mondiaal moeten 2,5 miljard mensen het stellen zonder sanitaire voorzieningen," zegt Sulabh-oprichter Bindeshwar Pathak.

"Van de 1700 steden in de wereld hebben slechts 160 een goed werkend riool. Daarom moet niet langer de verwerking centraal staan, maar het gebruik: menselijke uitwerpselen kunnen dienen als compost en er kan biogas mee worden opgewekt. Als we wachten tot in heel India een riool is aangelegd, zijn we drieduizend jaar verder."

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie