Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het product Bol moet goed in de markt worden gelegd

Home

MONIQUE DE HEER

Nee, bij de NCRV hebben ze het telefoonnummer van Willem Bol niet meer. Jaren geleden werd de samenwerking beëindigd, meldt de telefoniste. Bol zelf zit er niet zo mee. Hij maakte alleen zijn start bij de NCRV. Ze zijn in goed overleg uit elkaar gegaan. Willem Bol heeft niet stilgestaan. Hij is ook terug op de televisie. Voorlopig op bescheiden schaal, namelijk in een reclamespot van een winkel in huishoudelijke apparatuur, maar in een bekende Hilversumse uitspanning heeft Bol zojuist een bespreking achter de rug met een producent over een nieuw programmavoorstel. Bij verschillende producenten liggen op dit moment formats voor programma's. Zal Willem Bol in '97 echt terugkeren op de buis? “Wellicht”, is het voorzichtige antwoord.

De Willem Bol die de kijker dan te zien krijgt zal wel een iets andere Willem Bol zijn dan de man die in '89 het door Sandra Reemer gepresenteerde programma 'Showmasters' won. Hij is het imago van de bankier die leuk doet voorbij. “De nieuwe Willem Bol is iemand bij wie de lach en de humor niet zullen ontbreken, maar die op een flexibele manier serieus zal zijn. Ik heb me indertijd te snel een etiket opgeplakt of laten opplakken. Een beleggingsadviseur met humor was vreemd. Ik zou nu graag naar een situatie toe willen waarin de benadering meer open ligt zodat er, zo er al talent is, ook iets mee kan gebeuren.”

Toen, in '89, dacht hij dat hij een cd-speler of een tv-toestel zou winnen met 'Showmasters'. “Ik had me niet gerealiseerd dat er een televisiecarrière aan vast zou zitten.” De jongensdroom was arts worden. Het werd de bank, omdat zijn vader daar ook werkte. Maar 'tussendoor was iets anders gekomen': redenaarswedstrijden, en een radioprogramma op de lokale radio in Goirle: 'Zuurkool met worst'. De oproep voor het programma van Sandra Reemer kwam als geroepen. In de finale werd hij tweede. “Laatst zag ik dat de winnaar van toen een programma in een theaterrestaurant deed, samen met iemand anders.”

Bol kreeg een contract aangeboden van de NCRV voor een aantal televisieprogramma's. Het werd een praatshow onder de titel 'Bol is de naam'. Zeven jaar later zegt hij: “Het was te vroeg gekomen. Ik heb natuurlijk een paar merkwaardige elementen in me. Ik ben redelijk alert, redelijk scherp. Ik kan goed improviseren. De talkshow was gebaseerd op een tegenstelling op het eerste gezicht en ik moest wat de gasten bindt over het voetlicht krijgen. Achteraf was dat a hell of a job”. Aan de tafel in de studio schoven mensen als Luns, Korthals Altes en Maarten Biesheuvel bij Bol aan. “Ik had misschien moeten beginnen met een wat kleinere rol, een spelprogramma misschien. Dan had ik langzaam kunnen toegroeien naar een wat sterkere uitdrukking van alle elementen die ik in me heb. Ook de naam, het product van een dag brainstormen, was wel wat pedant gekozen”.

De NCRV bleef haar best doen. Bol kreeg een paar seizoenen een plaats in het populaire 'Zo vader, zo zoon' en nog een eigen spelprogramma: 'Maak dat de kat wijs'.

Toen hield het televisiewerk op. Bol heeft dat allemaal niet zo helder meer voor ogen. Het gebeurde in goed overleg, dat wel. Ook een politieke carrière bij de VVD liep op niets uit. Hij werd niet op de kandidatenijst geplaatst.

Maar 'het product Bol' is er nog. Naast het werk als beleggingadviseur bij de bank begon Willem Bol een paar jaar geleden met het geven van trainingen en cursussen voor bedrijven. En samen met zijn manager probeert hij dat 'product' zo goed mogelijk in de markt te zetten. En dat lukt goed. “Dat product is een man die in staat is om op en strategische manier tailor made voor het bedrijfsleven een programma te ontwikkelen, of dat nu een training is of een peptalk, en daarmee een output te genereren, samen met een bedrijf. Er is bijvoorbeeld een congres en ik vat dat dan op een plezierige manier samen. Of een bedrijf heeft een productpresentatie of een managersdag en dan geef ik mijn inhoudelijke visie op management. Daar wordt veel in gelachen, maar er wordt ook een boodschap in gelegd. Ik heb een aantal trainingsconcepten ontwikkeld en die zijn gebaseerd op het op zoek gaan naar de innerlijke hindernissen in jezelf. Want als je die kent kun je ze oplossen.”

Hoe brengt dat je terug op de televisie? Bol: “Omdat je daarmee contact houdt met wat er in de maatschappij gebeurt. Je zit niet in het venster van de maatschappij, maar je zit er tussenin. En daarnaast heb ik voor mezelf een aantal formats bedacht. Die liggen nu bij een aantal producenten en daarmee ben ik nu in gesprek. In een aantal daarvan zal ik zelf een rol spelen, maar ik heb er ook een voor anderen geschreven”.

“Achteraf gesproken denk ik dat het verstandiger was geweest als ik indertijd full-time het vak in was gedoken, maar de omstandigheden waren er toen niet naar om dat te doen. Ik had bij het televisiewerk vaak het gevoel dat het beter zou kunnen, maar ik dacht dat al die mensen die het werk al jaren deden het wel beter zouden weten. Ik had een goeie job en dacht toen: ik blijf maar even zitten. Ik was nog bezig met een stukje zekerheid. Die fase ben ik nu door. Want het gaat allemaal om de uitdaging. Als iets ophoudt, kun je teneergeslagen in een hoekje gaan zitten en denken: dit was het dus. Maar je kunt ook kijken wat er veranderd moet worden en dat proces ben ik met volle kracht ingegaan. ”

“Toen het voorbij was op de televisie heb ik mee eerst geconcentreerd op de vraag: wil ik terug in het televisielandschap? Ja, dat wil ik dus heel graag. En welke dingen moet je dan aanscherpen en veranderen om zover te komen? Een van de dingen die ik heb geleerd van al die lezingen en optredens die ik in het land doe, is dat ik specifieke dingen van mezelf, zoals improviseren en beschaafd dollen met mensen, beter uit moet buiten. En dat heeft uiteindelijk geresulteerd in definitief bij de bank weggaan en te kiezen voor het vak: het vak van entertainer in de meest brede zin van het woord en televisie is daar een onderdeel van.”

“Ik ben precies de dag na Pinksteren vorig jaar weggegaan. Ik dacht: als ik het nu niet doe, doe ik het nooit meer. Ik was 39 en het moest. We leven in de eeuw van de trapleuning. Zodra iets ons bedreigt gaan we op zoek naar een zekerheid. Toen ik de zekerheid van een baan bij de bank had ingeruild voor de onzekerheid van dit bestaan is er een enorme energie en ruimte en dynamiek gekomen om op een andere manier om te gaan met je kansen en mogelijkheden.”

“De kunst van het leven is volgens mij dat je moet loslaten en dan ontstaat er ruimte. Over het algemeen zijn we geneigd in één richting te denken en dat is consumptief gedrag, steeds meer willen hebben en dat zorgt voor een verarming van waar het werkelijk om gaat. Het is niet gezegd dat ik tot het einde der dagen in dit huis kan blijven wonen. Voor hetzelfde geld wordt het een huurflat. Nou ja, daar zit het geluk niet in.”

“In mijn perceptie zit het geluk in het niets, de stilte. Daar zit veel meer in dan mensen denken. Er zit een veel grotere kracht in onszelf dan we op het eerste gezicht vermoeden. Of je die kracht goddelijk moet noemen, daar ben ik nog niet helemaal uit, maar dat zit hem voor een deel in de stilte. Op het moment dat je je afsluit voor alle storende dingen om je heen kom je vanzelf in een rustige stabiele rustige omgeving. Ik ben religieus, ja, gereformeerd opgevoed. Ik geloof in eigen verantwoordelijkheid, gekoppeld aan het besef dat er iets groters is om ons heen dan waar wij inzicht in hebben.”

“In mijn trainingen probeer ik dat over te brengen. Ik vraag mensen vaak: bent u in uzelf geneigd tot harmonie? Iedereen antwoordt dan bevestigend, maar als je ze als groep bij elkaar zet gaan opeens allerlei andere belangen meespelen. De een wil chef worden en de ander vindt dat hij ondersneeuwt en dan is het opeens afgelopen met de harmonie. Het enige dat werkt is dat je zelf bij voortduring je ijkpunt moet vaststellen en je moet afvragen: wil ik dit of wil ik dit niet?”

En als het niet lukt om terug te komen op de televisie?

“Dan lukt het niet. Het geven van trainingen vind ik ook leuk. Maar ik zou het er heel graag weer bij willen doen, ja. Het 'Hilversumse wereldje' vond ik fantastisch, en nog steeds. Natuurlijk zijn daar ook spanningen, maar alles is daar in principe gericht op het afleveren van een zo goed mogelijk product, daardoor heb je met elkaar een soort diepe creatieve verbondenheid en dat werkt stimulerend. Ik vond de mensen ook aardig. Ik pas er geloof ik ook wel tussen.”

“Wat ik wel heb onderschat is de impact van het medium. Ergens in het buitenland staan en opeens een stem achter je horen: 'Hé Willem, alles goed?'. Nee, ik heb daar geen hinder van gehad. Het is een consequentie van het vak, maar geen vervelende. De roddelbladen schreven over het algemeen heel plezierige artikelen over me. Ik kan me die belangstelling wel voorstellen. Als je bij iedereen in de huiskamer komt ben je publiek bezit. Toen ik zelf een keer Felix Meurders in Roden op de paardenmarkt zijn programma zag opnemen, dacht ik ook: oh, zo ziet hij er nou echt uit.”

Deel dit artikel