Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het Nederlands reist de hele wereld rond

Home

Sander Becker

Het Nederlands heeft een imposante collectie leenwoorden overgenomen uit vreemde talen, van garage tot algebra. Maar hoeveel Hollands vocabulaire is andersom eigenlijk doorgedrongen tot een buitenlandse taal?

In haar pionierswerk ’Nederlandse woorden wereldwijd’, dat 19 november verschijnt, beantwoordt etymoloog Nicoline van der Sijs die vraag voor het eerst. Acht jaar lang speurde ze met vijftig medewerkers naar Hollandse restanten in vreemde talen over de hele wereld. Ze stuitte op 46.310 woorden in 138 talen. Na aftrek van talloze dubbelingen –elk woord bleek gemiddeld in tweeënhalve taal beland– kon ze de vangst terugbrengen tot 17.560 unieke ’uitleenwoorden’, zoals Van der Sijs ze noemt.

De onderzoekster maakt korte metten met het cliché dat het Nederlands vooral termen uit de scheepvaart heeft verbreid. Dat gebeurde zeker, getuige het Russische ánker (anker) en het Franse bouée (boei). Maar de top-10 van populairste uitleenwoorden bevat er maar één van maritieme herkomst: sloep, op een schamele zevende plaats.

Bovenaan de ranglijst, met stip, prijkt de term baas. Het woord is maar liefst 57 keer overgenomen: bijvoorbeeld door het Engels (boss), het Javaans (bas) en zelfs door een Chinees dialect (bosi), al kan die laatste variant ook via het Engels zijn ontstaan.

„Nederlanders hebben op andere continenten veel plantages aangelegd. Daar hoorden bazen bij”, verklaart Van der Sijs het succes van de term. „Het is bovendien een aanspreekvorm, wat maakt dat hij vaak zal zijn gebruikt. De klank is ook lekker eenvoudig.”

Op een gedeelde tweede plaats staan gas en kraan, elk 49 keer geadopteerd. De Vlaming Jan Baptist van Helmont noemde ’een stof in luchtvormige toestand’ rond 1600 voor het eerst gas. Aan zo’n benaming hadden ook andere talen kennelijk grote behoefte. Met kraan ging het anders: zowel de ’waterkraan’ als de ’hijskraan’ was een Nederlandse ontdekking uit de Hanze-tijd. Beide handige vondsten verspreidden zich snel, en automatisch ook hun benamingen.

Verder wordt de top-10 voornamelijk bezet door huis-, tuin- en keukenwoorden als pen, bak(je), pot(je), pak, boek, blok en glas. Deze voorwerpen zaten in de bagage van handelaren en kolonisten die zich in afgelegen gebieden vestigden. Inboorlingen maakten er voor het eerst kennis mee en namen de zelfstandige naamwoorden over.

Om die reden zijn het vooral talen uit voormalige Nederlandse koloniën die veel van ons vocabulaire hebben ingelijfd. Het Indonesisch blijkt met 5568 woorden de gretigste spons. Het kent niet alleen gitar (gitaar), granat (granaat) en griesmél (griesmeel), maar ook gotperdom (godverdomme), kiekeboe en hip-hip hura! (hiep, hiep hoera). Na het Indonesisch volgt het Sranantongo, een Surinaamse mengtaal; dan het Papiaments, en daarna pas de Europese buurtalen.

De Duitse buren keken al in de Middeleeuwen bij ons af. Omdat het Zuid-Nederlandse ridderwezen destijds in hoog aanzien stond, namen zij vooral edele woorden als hoofs en ridder over, naast benamingen van luxeproducten (gordijn, juweel). In de 21ste eeuw verloopt de Nederlandse invloed vooral via voetbal. Trainer Louis van Gaal verrijkte het Duits onlangs nog met Feierbiest (zijn vertaling van ’feestbeest’). Ook die Elftal is van recente datum.

De inventarisatie van uitleenwoorden is nog verre van compleet, benadrukt Van der Sijs. Ze verwacht de verzameling de komende jaren sterk uit te breiden, al zullen sommige woorden juist sneuvelen. Hoe dan ook geldt het overzicht nu al als uniek; nog geen enkele andere taal beschikt over zo’n uitleenwoordenboek.

Lees verder na de advertentie


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel