Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het NAP bestaat 200 jaar, dit is waarom we niet meer zonder het meetinstrument kunnen

Home

Barbara Vollebregt

Het waterpeil in de Rijn bij Lobith heeft gepiekt in januari op 14,64 meter boven NAP © EPA

Nederland leeft al honderden jaren met het water en strijdt met datzelfde water. NAP is daarbij een onmisbaar instrument.

Het Normaal Amsterdams Peil (NAP) bestaat dit weekend 200 jaar. Pieter van Waarden van NAP legt uit waarom we niet meer zonder het meetinstrument voor waterhoogte kunnen.

Lees verder na de advertentie

Hoe bijzonder is het eigenlijk?

"Nederland is noodgedwongen meester geworden in het omgaan met water. En dat moet ook wel. Als het water met één centimeter stijgt, ondervinden wij daar veel meer gevolgen van dan een Alpenland. Daardoor zijn we goed geworden in het zo precies mogelijk meten van de waterstand. Andere landen doen dat anders, maar ook Europa meet zich bij de uitwisseling van hoogten aan het NAP. Dat is handig als het gaat om het bouwen van een brug tussen twee landen. Maar het is ook eer en erkenning voor ons werk. Zo hebben de Baltische staten en Duitsland het NAP een-op-een van Nederland overgenomen.

Als het water met één centimeter stijgt, ondervinden wij daar veel meer gevolgen van dan een Alpenland

Die streepjes op de brugpilaren, waar komen die vandaan?

Ruim 330 jaar geleden, ver voor de geavanceerde Deltawerken, overstroomde het IJ en daarmee een deel van Amsterdam. Toenmalig burgemeester Johannes Hudde bedacht een manier om de stand van het water te meten, zodat hij in de toekomst op tijd de sluizen dicht kon gooien. Hij plaatste stenen bij een aantal sluizen, in iedere steen werd op dezelfde hoogte met een lijn het Amsterdams Peil (AP) aangegeven. Kwam het water daarboven, dan was het tijd voor actie. Tweehonderd jaar geleden maakte de koning het Amsterdamse Peil leidend voor watermetingen in het hele land. Daarom heet het Amsterdams Peil (AP) nu het Normaal Amsterdams Peil (NAP).

En hoe werkt het precies?

Verspreid over het land wordt op 35.000 plekken gemeten hoe hoog deze liggen ten opzichte van het NAP. Dat gebeurt door middel van zogenoemde peilmerken. Die peilmerken zijn ongeveer om de een à twee kilometer te vinden. Peilmerken zitten in viaducten, bruggen en muren van huizen en kerkgebouwen. Ze laten zien op welke hoogte die plek zich bevindt ten opzichte van het water.

Waarom is dat belangrijk?

Dat is belangrijk om ons te kunnen beschermen tegen het water. Het NAP kan je een voorspelling doen over de bodemdaling en zeespiegelstijging in de toekomst. Daardoor kan weer worden uitgerekend of en in welke mate de dijken moeten worden verhoogd.

Blijft het NAP altijd hetzelfde of zakt het mee met de grond?

Het NAP moet altijd hetzelfde blijven, ook als het land zakt. Zie het als een finishlijn, die beweegt ook niet mee met een sporter. Zou het NAP meebewegen, dan weet je niet of het land zakt of de zee stijgt. Daarvoor moeten we wel weten of de peilmerken niet verzakken. Dat doen we door ze te meten aan vierhonderd palen diep onder de grond in een zandlaag die stabieler is dan de bovenlaag. Die vierhonderd palen zijn in tweehonderd jaar amper tot niet verzakt.

Wonen op 6,78 meter onder NAP

"Een leven lang modderen", zo omschrijft Nicolaas Verbree (79) zijn tijd als veehouder. Het weiland naast zijn huis aan de A20 in Nieuwerkerk aan den IJssel ligt op het allerlaagste punt van Nederland. Maar liefst 6,78 meter onder het Normaal Amsterdams Peil. "Als de koeien over het gras renden, voelde je de golven onder je voeten", legt hij koeltjes uit.

Sinds 1963 woont hij er al. Dat het land op het allerlaagste plekje van Nederland ligt, ontdekte hij pas in 2005, via het wijkkrantje. "Ik denk: verrek dat is hier." Veel verschil maakt het voor hem niet. "Moedeloos werd ik er soms wel van, dat water. Dan slipte het wiel van mijn tractor of de koeien trapten het zompige gras kapot." Even boos zijn, soms bidden en dan zijn schouders eronder. "Wat moet je anders?"

Inmiddels heeft Verbree het weiland naast zijn huis niet meer in bezit. "Dat geeft wel rust hoor." Bang voor het water is hij zelf nooit geweest. Zijn vrouw Gerrie Verbree (79) vond het in eerste instantie maar niets om bij hem te komen wonen. "Ze komt uit Rhenen." Hij stelde haar gerust: "Ik kan goed zwemmen en als het water komt, dan pakken we de auto en dan rijden we naar Rhenen."

Deel dit artikel

Als het water met één centimeter stijgt, ondervinden wij daar veel meer gevolgen van dan een Alpenland