Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het mysterie van de onderzeeboot die in de oorlog met man en muis verging

Home

CHRISTOPHER CREIGHTON

Volgens Christopher Creighton, auteur van 'Operatie JB', werd in december 1941 de Nederlandse onderzeeboot K-XVII met man en muis opgeblazen. Dat zou gebeurd zijn in opdracht van Roosevelt en Churchill: de bemanning had op 28 november 1941 de Japanse vloot op weg naar de Amerikaanse basis Pearl Harbor gezien en dat kwam slecht uit. Creighton reageert op het kritische artikel van Trouwredacteur Huib Goudriaan (14 september) hierover.

De positie van de onderzeeër van de K-klasse die op een zeemijn is gelopen - de onderzeeër die ogenschijnlijk de K-XVII was - wordt geenszins door mij bestreden. Deze scheepsramp vond plaats in het mijnenveld voor Tiaman en er zat inderdaad een gat in de voorsteven van het wrak.

De retorische vraag van Huib Goudriaan of het wrak van de K-XVII niet kan zijn verward met dat van een ander schip, beantwoordt hijzelf met 'nee', omdat een Australisch bergingsbedrijf in 1982 een stuurrad met het nummer 707 naar boven haalde. Op basis daarvan kon de Koninklijke Marine vaststellen dat er geen misverstand mogelijk was; het betrof de K-XVII.

Wat een baarlijke onzin! Denkt u werkelijk dat de roemrijke Nederlandse marine zich zo snel laat misleiden? Ik heb nog nooit in mijn leven meegemaakt dat een boot wordt geïdentificeerd aan de hand van het stuurwiel. Dat is zo'n beetje het eenvoudigst na te maken scheepsonderdeel. Het was een aanwijzing dat de boot de K-XVII was, maar het kon nooit het bewijs zijn. De identiteit van de onderzeeër bleek slechts uit het nummer K-XVII op de boeg en het opschrift '17' op de bovenbouw; zo gemakkelijk was het om de boot een andere identiteit te geven.

Maar er is nog een manier om de identiteit van de K-XVII vast te stellen. Toen de Nederlandse onderzeeërs van de O-klasse en de K-klasse werden gebouwd, had men veel haast, in verband met de oorlogsdreiging. Als gevolg daarvan hadden sommige boten bepaalde gebreken, die soms met het blote oog waarneembaar waren. Zolang deze gebreken geen nadelige invloed op de veiligheid en de operationele efficiëntie hadden, mochten de boten blijven varen. Wanneer men de gegevens van de werf bestudeert, zal duidelijk blijken dat het voorste luik niet exact haaks op de lengteas van de boot stond, maar vijftien tot twintig graden naar stuurboord. Kapitein Besançon heeft mij dit zelf laten zien en elk ervaren bemanningslid van een onderzeeboot kan op de videobeelden van het wrak zien of het voorste luik een graad of twintig naar stuurboord wijst. Is dit niet het geval, dan kan het wrak niet dat van de K-XVII zijn.

Vervalsing

Ik heb nooit beweerd dat 'alle' gegevens van het marine-opperbevel in het Verre Oosten in Engeland zijn vervalst. Het ging slechts om de gegevens die betrekking hadden op de K-XVII. Deze werden in Singapore en Soerabaja vervalst, en omdat wij toen niet wisten welke gegevens er zouden zoekraken of worden vernietigd, werden alle gegevens met betrekking tot de K-XVII vervalst, met inbegrip van de loonadministratie in Soerabaja. De Britse en Nederlandse marine-inlichtingendiensten werkten daarbij samen en iedereen die zich ermee bezighield respecteerde het geheime verzoek van de Britse Admiraliteit en het opperbevel van de Koninklijke Marine. Als gevolg van hun onervarenheid zijn de schrijver van het artikel en Paul van Royen tot de conclusie gekomen dat er sprake was van iets ongebruikelijks, terwijl dergelijke operaties destijds voortdurend plaatsvonden.

Niet bekend

Toen ik een paar jaar geleden hoorde dat de K-XVII voor de kust van het eiland Tiaman was ontdekt, stond ik versteld. Dat kon niet waar zijn. De K-XVII was op 7 december 1941 bij de noordelijke Marianen voor mijn ogen vergaan. Eind vorig jaar vroeg ik de directeur van de Sectie M of ik de rapportage van de gebeurtenissen mocht inzien. Dat mocht, maar de Sectie kon mijn verklaringen over dit onderwerp niet bekrachtigen. Uit de rapportage bleek het volgende:

Begin 1945 kwamen de Britse, Amerikaanse en Nederlandse autoriteiten op verzoek van de Nederlanders in het diepste geheim overeen dat de afschuwelijke feiten van de affaire K-XVII nooit bekend mochten worden. Deze misdaad mocht nimmer openbaar worden gemaakt en de verantwoordelijken mochten nimmer ter verantwoording kunnen worden geroepen. Een zusterschip van de K-XVII, dat op het punt stond te worden gesloopt, werd dusdanig aangepast dat het voor de K-XVII kon doorgaan. Alles klopte: de nummers aan de buitenkant van de boot, het stuurrad, alles, behalve de afwijking aan het voorste luik, want daarover had ik niets gezegd. De boot werd uiterst vakkundig naar de uitverkoren plek in het mijnenveld voor de kust van Tiaman gemanoeuvreerd, er werden mijnen ontmanteld of verplaatst om dit mogelijk te maken. Vervolgens werden er springladingen aangebracht om de indruk te wekken dat de boot op een mijn was gelopen. Men liet de springladingen exploderen en de klus was geklaard.

Naschrift Huib Goudriaan

Als Roosevelt en Churchill, met medeweten van Wilhelmina, schuldig zijn aan de door Christopher Creighton uitgevoerde en onthulde misdaad, dan heb ik een lief ding over voor het bewijsmateriaal. Maar ja, inlichtingendiensten laten nooit een rokend pistool achter.

Laat Creighton nu de betreffende rapportage van 'Sectie M', die qua almacht nauwelijks onder schijnt te doen voor die van de Voorzienigheid, vorig jaar hebben mogen inzien! En hij constateerde iets verbluffends, een volstrekt nieuw gegeven. Weliswaar komt de auteur van Operatie JB hiermee pas nu in zijn reactie voor de dag, nà het door hem gewraakte Trouw-interview met dr. Paul van Royen van Maritieme Historie. Van Royen benadrukte dat wàt er ook vervalst mag zijn om het opblazen van de K-XVII te verdonkeremanen, dat niet gebeurde met het in 1982 gevonden wrak.

Aha, denkt Creighton, ik laat 'de dienst' alsnog in 1946 een fopspeen neerleggen voor latere onderzoekers. Dus werd 'een zusterschip dusdanig aangepast dat het voor de K-XVII kon doorgaan'. En daarna laat hij deze vervalsing op de juiste plek 'in het mijnenveld' afzinken. Kennelijk wisten de Britten toen ook al van het Japanse mijnenveld, dat pas in 1992 uit Japanse bron bekend werd. Jammer voor de Koninklijke Marine die hij 'roemrijk' noemt, maar die met haar Instituut voor Maritieme Historie opnieuw in de boot wordt genomen.

Ik wil niet ingaan op alle misverstanden die Creighton in zijn schriftelijke reactie oproept, maar in mijn onervarenheid zit ik met twee vragen:

- Was het niet eenvoudiger geweest om de ontvangst te ontkennen van de radioboodschap van de Nederlandse onderzeeboot-commandant over de Pearl Harbor naderende Japanse vloot, dan de K-XVII met man en muis op te blazen?

- Wat is er gebeurd met de (blijkens deze reactie van Creighton) almaar groter wordende kring getuigen, betrokken bij het wegwerken van de 'misdaad' van Roosevelt en Churchill? Zijn ze uit de weg geruimd, met uitzondering van Creighton en de huidige 'directeur van Sectie M'? Of lopen er soms nog vergrijsde agenten met het verschrikkelijke geheim rond?

Hoe dit zij, serieuze geschiedschrijving kan niet worden gebaseerd op alleen hear say evidence, op één mondeling getuigenis. Ik wacht dus, evenals Paul van Royen van Maritieme Historie, op een uitnodiging uit Londen om kennis te komen nemen van de documenten die Creighton mocht inzien.

Deel dit artikel