Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het leven toch maar omarmd

Home

Janneke Juffermans

Sebastiaan Beens (30) © Mona van den Berg
Interview

Verder leven terwijl je dat eigenlijk niet meer wilde, hoe is dat? Janneke Juffermans sprak met drie mensen die mislukte zelfmoordpogingen hebben gedaan. Minister Schippers opent morgen in Amsterdam een expositie gewijd aan het thema.

Contact zoeken, dat was cruciaal
Sebastiaan Beens (30) deed drie pogingen. Inmiddels gaat het beter, maar hij is nog steeds bang voor een depressie.

"De vraag of ik blij ben dat ik leef, is een gewetensvraag. Soms wel en soms niet. Maar sinds ik vader ben geworden, zijn er zaken veranderd. Voor mijn tweejarige zoontje wil ik hier zijn. Ik heb het zelf moeilijk gehad als kind, mijn ouders sloegen soms en waren erg streng. Ik wil mijn zoon absoluut geen pijn doen en zeker niet in de steek laten.

Ik kan intens gelukkig zijn als ik met hem ben of als ik in de zon op een terras zit. Toch flitst de gedachte aan zelfmoord nog wel eens door mijn hoofd. Laatst nog. Mijn beste vriend was hier, hij ging op vakantie. Mijn contact met een leuke vrouw was net gestopt, omdat haar omgeving niet met mijn verleden kon omgaan, dus ik was diep down. Bovendien had ik longontsteking en kon niet mee. Hij kent mij en vroeg: 'Je bent er wel hè, als ik terugkom?'

Pilletje
De ellende begon op mijn twintigste. Ik had meerdere aangiftes van oplichting aan mijn broek. Met mijn ICT-bedrijf was ik verplichtingen aangegaan zonder financiële middelen. Op internet was de kritiek overweldigend. Zogenaamde vrienden lieten me barsten. Met mijn ouders had ik geen contact meer.

Bij de huisarts zat ik te janken. 'Neem een oxazepammetje', zei hij en hij meldde me aan voor de ggz. Daar was een wachtlijst.

Die oxazepam verslapte en versufte me. Vervolgens werd Efexor voorgeschreven, een antidepressivum met een gereguleerde afgifte. Ik voelde me nog steeds rot. Door die pillen kwamen mijn emoties niet los, ze stompten af. Dus reisde ik door heel Nederland. Als ik in de trein zat en onderweg was, dan ging het wel.

Tot een donderdagmiddag. Ik piekerde over die rechtszaak, was bang dat mijn nieuwe vriendin erachter zou komen. Wat als ze me liet zitten? Ik werd gek van mijn gedachten en nam een heleboel pillen in. Tien Efexor en een aantal oxazepam. Dat was natuurlijk by far niet genoeg, maar hielp me wel van de wereld.

Ik werd wakker in een ziekenhuis. Doodmoe was ik, en heel verdrietig. De psychiater zei: 'Misschien moet je even blijven om tot rust te komen.' Maar ik overtuigde haar ervan dat dat niet nodig was. Twee dagen later deed ik weer een poging.

Paniek
Veel gesprekken met een psycholoog volgden, zonder noemenswaardig effect. Ik stopte. Om stabiel te blijven, slikte ik pillen. Maar ik werd pas beter toen ik weer contact zocht met mensen en dacht: ik laat dat muurtje vallen en ben open over mezelf. Langzaam knapte ik op.

Toen ik 26 was probeerde ik het toch weer. Ik moest 20.000 euro betalen aan de staat vanwege die strafzaak. Dat had ik niet, dus werd ik gegijzeld. In paniek slikte ik in detentie veel opgespaarde pillen. Daarna was ik oprecht laaiend, omdat het weer niet gelukt was. Maar toen ik na zes maanden gevangenis eruit mocht, was ik uitgelaten! Zelfmoord was het laatste waar ik aan dacht.

Toch is die gedachte later weer teruggekomen. Liefdesverdriet, mensen kwijtraken, dat nekt mij. Ik ga dan echt kapot. Daarbij ben ik erg gevoelig voor stemmingswisselingen. Dat weet ik en dat maakt me soms bang. Toch weet ik nu beter waarom ik leef en waar ik mijn geluk kan vinden. Contact met anderen is bijvoorbeeld heel belangrijk voor me."

Lees verder na de advertentie
Om stabiel te blijven, slikte ik pillen. Maar ik werd pas beter toen ik weer contact zocht met mensen en dacht: ik laat dat muurtje vallen en ben open over mezelf

Martha Visser © Mona van den Berg

Soms moet je radicaal kiezen
Martha Visser (32) is gelukkig sinds ze enkele onconventionele keuzes maakte. Toch pleegde ze bijna zelfmoord toen ze elf was. Later kwam die neiging terug.

"Sinds ruim een jaar gaat het echt goed met me. Ik ben opener geworden en durf mezelf kwetsbaarder op te stellen. Ik ben zonder er iemand te kennen naar Den Haag verhuisd vanuit Harlingen en heb in korte tijd veel nieuwe vrienden gemaakt. Laatst werd ik wakker en dacht: ik wil een knuffel! Ik maakte free hugs-bordjes en ging naar het station. Het was een heerlijke dag. Anderen hebben net zoveel behoefte aan warmte als ik, weet ik nu.

Meestal voel ik me nu gelukkig. Maar hiervoor heb ik het meerdere keren niet zien zitten. De echte omslag is pas gekomen toen ik een aantal radicale keuzes maakte en écht voor mezelf koos.

Dat begon toen ik nog samenwoonde met mijn ex en onze twee kinderen en ik zwanger was van ons derde kind. Ik vermagerde heel snel en voelde me zo ziek dat ik bang was dood te gaan. Ik besloot de zwangerschap af te breken. Mijn partner steunde me. Eenmaal hersteld koos ik ervoor om veganistisch te gaan eten, en ik verdiepte me in de veganistische filosofie.

Verdriet
Heel inspirerend. Ik kreeg vleugels, maar mijn man en ik vervreemdden van elkaar en scheidden. Een bezoek aan Den Haag maakte me verliefd op de stad. Mijn kinderen bleven bij hun vader. Ik heb nog een goede band met ze en ze mogen altijd bij mij komen wonen als ze dat willen.

In Harlingen ligt zoveel verdriet van mij. Dat begon al op de lagere school. Mijn ouders hadden een café. Daar woonden we boven. Ze waren druk en ik was als nakomertje veel alleen.

Tot groep 4 ging het goed op school, daarna niet meer. Mijn haar is in brand gestoken, ik werd bewerkt met punaises, ik ben geslagen, geschopt en kreeg eens een mes op mijn keel. Ik was te lief. Maar ik ben ook eigenzinnig. Elke dag ontmoette ik een jongetje op een brug. Hij spuugde in mijn gezicht. Maar ik weigerde om voor hem om te lopen. Langzaam maar zeker werd ik steeds ongelukkiger.

In mijn slaapkamer was een haak aan het plafond. Ik pakte een stevig touw, stapte op een stoel en deed het touw om de haak. Ik was elf, doodmoe en had een sterk gevoel van heimwee. Misschien naar de baarmoeder of misschien wilde ik los en vrij zijn van mijn lichaam. Ik deed de lus om mijn nek, maar ik deed hem uiteindelijk weer af. Ineens zag ik mijn moeder voor me. Ze kan niet zonder mij, dacht ik. Ik stortte in en heb uren liggen huilen.

Herkansing
Vervolgens vertelde ik niemand wat er gebeurd was. Ik moet zelf mijn emoties oplossen, dacht ik. Ik geef mezelf een herkansing. Ik besloot de pesters anders, positiever te benaderen. Geleidelijk ging het beter. Op mijn vijftiende voelde ik me goed.

Maar jaren later kwam dat gevoel van heimwee weer terug. Ik was 22, had een gelukkige relatie en was net moeder geworden. Maar het lukte me niet om een gelukkige moeder te zijn, iets wat ik heel graag wilde. Steeds wilde ik met kinderwagen en al het water in lopen. Weer vertelde ik niemand hoe ik me voelde.

Gelukkig ligt die tijd achter me. Ik heb nooit hulp gezocht en ben er op eigen kracht uitgekomen. Mijn ervaringen hebben me wel veranderd. Depressies bij anderen herken ik snel. Iemand kan glimlachen, maar in ogen zie je leegte als iemand depressief is. Zelf ben ik er niet bang meer voor. Nare periodes komen en gaan, maar ze zijn niet meer levensbedreigend."

Tot groep 4 ging het goed op school, daarna niet meer. Mijn haar is in brand gestoken, ik werd bewerkt met punaises, ik ben geslagen

Marion van der Ven (56) © Mona van den Berg

Vallen mag, zolang je weer opstaat
Marion van der Ven (56) deed meer dan tien zelfmoordpogingen. Twee jaar geleden kwam de ommekeer, nadat ze wegens een longembolie op het randje van de dood zweefde.

"Ik ben niet bang voor de dood. Het was ook goed geweest als een poging gelukt was. Maar nu ben ik blij dat ik leef. Ik weet voor het eerst sinds meer dan veertig jaar waarom ik wil leven. Ik wil anderen helpen. De huidige individualistische maatschappij maakt kwetsbare mensen eenzaam. Ik ben nu ervaringsdeskundige en ik blog en adviseer anderen over mijn eigen ervaringen om ze te helpen.

Toen ik twaalf was zei ik al tegen een vriendinnetje dat ik dood wilde. Ze antwoordde dat ze dat ook wel eens had. Gelukkig, dacht ik opgelucht. Ik ben niet de enige.

Injecties
Er gebeurden nare dingen met mij in het grote gezin waarin ik opgroeide. Ik speelde daarom vaak bij de buren. Het was er gezellig en ik voelde me welkom. Eén keer had ik nierontsteking en lag tien weken in het ziekenhuis. Elke dag kreeg ik pijnlijke injecties. Toch was het fijn, omdat ik niet thuis was.

Na een opleiding tot ziekenverzorgster werkte ik met demente bejaarden. Ik woonde samen met mijn vriendin. Een heel gelukkige tijd. Maar ze werd verliefd op een ander. Ik stortte volledig in, op mijn dertigste. Mijn nare jeugd kwam boven. Ik voelde een enorm diepe pijn en totale eenzaamheid.

Kort erna deed ik mijn eerste poging, met veel pillen. Ik denk oxazepam, ik wist van toeten nog blazen in die tijd. Een vriendin vond me en ik kwam geschrokken bij in het ziekenhuis. Omdat ik nog leefde, maar ook omdat ik het gedaan had.

Die pijn bleef ik maar voelen en in de 25 jaar daarop probeerde ik het wel tien tot vijftien keer. Twee keer zocht ik bewust pillen uit die in grote hoeveelheid dodelijk zijn. Een andere keer stond ik voor de trein. Iemand greep in en de politie voerde me af, naar een inrichting. Daar was ik vaak. Soms was ik een paar weken thuis, soms enkele maanden. Een goede vriendin was altijd bang dat ik belde. Een andere vriendin belde eens mijn zus: nu moeten jullie zorgen voor Marion! Mijn familie keek vaak niet naar me om. Heel pijnlijk.

Zweven
Twee jaar geleden kwam ik weer bij op de ic-afdeling, boos dat ik nog leefde. Weer thuis kreeg ik plotseling geen lucht. Meteen werd ik opgenomen met een dubbele longembolie. Ik zweefde tussen leven en dood. Maar nu had ik geen controle. Heel eng vond ik dat.

'Ga je het leven nog pakken?', vroeg een hulpverlener en ervaringsdeskundige aan me toen ik beter was. Ze had gelijk. Ik had therapie gehad om het verleden te verwerken. Maar ik leerde nooit hoe ik moest leven, hoe ik relaties aan moest gaan, wat mijn eigen aandeel was in mijn leven.

Dat weet ik nu veel beter. Vooral door het contact met anderen met dezelfde ervaring. Het blijft vallen en opstaan, maar ik mag vallen. Als ik maar weer opsta.

Afgelopen winter was moeilijk. Overal deed het pijn. Dat bleek neuropathie (een zenuwaandoening). Is het eindelijk goed in mijn hoofd, stopt mijn lichaam ermee, dacht ik verbolgen. Met mijn huisarts sprak ik over euthanasie. Als de pijn te erg wordt, wil ik een waardig en vredig einde."

Toen ik twaalf was zei ik al tegen een vriendinnetje dat ik dood wilde. Ze antwoordde dat ze dat ook wel eens had



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Om stabiel te blijven, slikte ik pillen. Maar ik werd pas beter toen ik weer contact zocht met mensen en dacht: ik laat dat muurtje vallen en ben open over mezelf

Tot groep 4 ging het goed op school, daarna niet meer. Mijn haar is in brand gestoken, ik werd bewerkt met punaises, ik ben geslagen

Toen ik twaalf was zei ik al tegen een vriendinnetje dat ik dood wilde. Ze antwoordde dat ze dat ook wel eens had