Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het leven in kaart

Home

BEA MOL

'Ik heb zoveel meegemaakt, ik zou er wel een boek over kunnen schrijven.' Hoe vaak hoor je ouderen dat niet verzuchten. Geestelijk verzorgers tekenen deze levensverhalen op.

Rond de tafel in de bibliotheek van een Zwols verzorgingshuis zitten veertien vrouwen en twee mannen, de meesten zijn de vijftig reeds gepasseerd. Ze hebben zich opgegeven voor een training over het maken van levensboeken met ouderen. Aandachtig luisteren ze naar trainer Wout Huizing, ondertussen aantekeningen makend in hun notitieblok. Huizing citeert de Hongaarse schrijver György Konrád: 'Op de vraag naar de zin van het leven, antwoordt de mens met zijn levensloop.'

Huizing vertelt hoe belangrijk het reflecteren op het eigen leven is voor senioren. Als geestelijk verzorger hoorde hij vaak: 'Ik heb zoveel meegemaakt, ik zou er wel een boek over kunnen schrijven.' Voor de christelijke vereniging voor zorgaanbieders Reliëf ontwikkelde Huizing in 2004 samen met Thijs Tromp de methodiek Mijn leven in kaart. De werkwijze wordt gebruikt door zowel kerkelijke als seculiere instanties.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat ouderen met verzorgenden een levensboek zouden maken, maar door tijdgebrek lukte dat vaak niet. Ondersteuning door vrijwilligers bij het schrijven bleek nodig. Tijdens een training leren deze begeleiders omgaan met de methodiek en ervaren ze hoe het is om 'bevraagd' te worden. Hoe voelt het als iemand anders jouw verhaal in het openbaar verwoordt? "Het gaat om meer dan alleen de levensloop", zegt Huizing. "Levensverhalen zijn onlosmakelijk verbonden met zingeving. Een belangrijke vraag voor ouderen is of ze het leven kunnen beamen."

Ayse Türk is het daar mee eens. Ze is geestelijk verzorger in het Medisch Centrum Haaglanden en het Onze Lieve Vrouwe gasthuis in Amsterdam. Bij haar cliënten is de behoefte om te vertellen over het eigen leven groot, zegt Türk. "Neem de gastarbeiders. Die hebben geestelijk en lichamelijk veel meegemaakt: het leven tussen twee culturen, hard werken. Ruimte om te reflecteren was er vaak niet, alles werd opgekropt. Ze hebben heimwee naar hun geboorteland, lopen tegen een taalbarrière aan en er is soms sprake van een sociaal isolement. Met hun kinderen praten ze meestal niet over hun negatieve gevoelens en levenservaringen uit vrees hen daarmee te belasten."

Veel van haar cliënten putten troost uit de religie. Ook al is niet alles in het leven gegaan als gewenst, ze hebben het gevoel dat Allah bij hen is.

Volgens Ayse Türk is het levensverhaal van de profeet Mohammed een grote steun. "Mensen vragen zich vaak af wat de betekenis is van hun lijden en hun pijn", zegt Türk. "Is het een straf of een beproeving? Ze bedenken dan dat de profeet ook moeilijkheden kende, hij moest bijvoorbeeld zijn vader en moeder al op jonge leeftijd missen. 'Dat zal God niet als straf hebben bedoeld maar als een beproeving', is de redenering. 'Dan zullen mijn problemen misschien ook geen straf zijn, misschien geeft God mij deze moeilijkheden om me net als de profeet dichter bij Hem te brengen'."

Ayse Türk stimuleert het vertellen van verhalen van haar patiënten als ze denkt dat die er baat bij hebben. Vaak merkt ze dat het oplucht om tegen een vreemde die men vertrouwt over de eigen ervaringen te spreken.

Theoloog Thijs Tromp deed onderzoek naar de effecten van de methode Mijn leven in kaart. "We zouden deze methodiek ook graag voor migranten inzetten, maar bij hen is het complexer vanwege de taal- en cultuurverschillen. Als je een ver haal vertelt en je merkt dat het niet wordt begrepen, geeft dat een eenzaam gevoel. Als kinderen zich bijvoorbeeld niets voor kunnen stellen bij de jeugdherinneringen van hun ouders uit het land van herkomst maakt dat de kloof tussen hen alleen maar groter."

Opvallend was dat de Nederlandse ouderen uit Tromps onderzoek maar zelden spraken over de rol die religie speelt bij het betekenis geven aan het leven. Dat hoeft niet te betekenen dat godsdienst niet belangrijk voor hen is. Volgens Tromp kan dat ook te maken hebben met de toehoorder. "Vrijwilligers en verzorgenden kunnen vaak prima omgaan met zingevingsvragen. Maar religieus getinte bewoordingen brengen hen nogal eens in verwarring. De ouderen merken dat en beginnen daarom niet over hun religieuze gevoelens."

Tromp onderzocht ook of het ophalen van herinneringen van invloed is op de wijze waarop mensen op hun leven terugkijken. Dat bleek zo te zijn, met name als zij geconfronteerd worden met verlies. Een recent verlies roept dikwijls herinneringen op aan een eerder verlies, waardoor het thema in veel levensverhalen een prominente rol speelt.

Maar na een maand of zeven, ontdekte Tromp, verandert dat. De verhalen worden hoopvoller, het verlies komt niet meer zo vaak en zo heftig naar voren.

"Je ervaring vertellen aan een aandachtige luisteraar helpt waarschijnlijk bij het verwerken van verdriet', zegt Tromp. Daarnaast, zegt Tromp, hebben mensen de neiging om hun verhaal aan hun publiek aan te passen. "Over het algemeen houdt dat publiek van een goede afloop, dus daar speel je als verteller op in. Uiteindelijk ga je daardoor ook zelf de dingen positiever zien."

'Islamitische geestelijke verzorging bezig met inhaalslag'
Stond voorheen de verkondiging centraal in het christelijke pastoraal werk, sinds het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw is de verhalende benadering toonaangevend. De pastor komt niet meer alleen maar de boodschap van God brengen, hij luistert nu vooral naar het verhaal van de mens. De pastor staat niet langer boven zijn gesprekspartner, maar naast hem.

De islamitische geestelijke verzorging daarentegen is volgens hoogleraar praktische theologie Ruard Ganzevoort van de Vrije Universiteit in Amsterdam vaak nog traditioneel verkondigend. "Ik zie dat de moslimstudenten hier vaak de neiging hebben om vragen te beantwoorden vanuit de Koran. In het christelijke pastoraat gaat het meer om wat iemand er zelf van vindt. Maar de islamitische geestelijke verzorging is bezig een inhaalslag te maken."

Ganzevoort vindt het intrigerend om te zien hoe mensen bij het verwerken van traumatische ervaringen creatief omgaan met verhalen uit de traditie. Hij vertelt over een katholieke man die als kind seksueel werd misbruikt door zijn vader. 's Zondags tijdens de mis zag hij in de kerk Jezus aan het kruis en Abraham die zijn zoon moest offeren. "Hij vergeleek zichzelf met Jezus en Isaak, die allebei ook moesten lijden voor hun vader. De misbruikte jongen bedacht dat het met hen uiteindelijk goed afliep, dus dat het met hemzelf misschien ook wel zou loslopen. Die passieve levenshouding werkte niet meer toen hij volwassen werd. De man ging schilderen. Op een van zijn doeken beeldde hij het verhaal uit van Isaak met Abraham en de engel. Maar anders dan in het bijbelverhaal keek de engel op het schilderij de andere kant op. De man drukte daarmee uit dat God niet altijd kan ingrijpen, dat hij als mens dus zelf de verantwoordelijkheid moest nemen om dingen te veranderen."

Volgens Ruard Ganzevoort vinden veel moslims het ingewikkeld om zo vrij om te gaan met religieuze verhalen. En zij zijn niet de enigen. "Ook bij orthodox-christelijke jongeren is de vrijmoedigheid om de tekst van de Bijbel naar hun hand te zetten klein."


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel