Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het Leidse dialect werd vaak lelijk genoemd en is nu verdwenen

Home

Haro Hielkema

Het Leids dialect bestaat niet meer. Het Sleutelstadtaaltje is nog wel te herkennen aan het zangerige toontje en de rollende 'r', maar van een stadstaal is geen sprake meer. Die is met de grootscheepse stadsuitbreiding in de vorige eeuw verdwenen.

Dat vertelde lexicograaf Dick Wortel deze week tijdens een lezing in het gemeentearchief. Aan de vooravond van het jaarlijkse 3 oktoberfeest had hij een teleurstellende mededeling voor de Leienaars die hun identiteit ontlenen aan dat feest en aan hun eigenaardige manier van praten. Met het verdwijnen van de oude volkswijken is ook de echte eigen stadstaal verloren gegaan.

Woorden die vroeger als typisch Leids golden, hoort Wortel niet meer. Hij heeft tal van uitdrukkingen, die een voorganger een eeuw geleden verzamelde uit de mond van zijn dienstmeid en in een sigarenkistje naliet aan het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, voorgelegd aan Leidse brugklassers. Termen als 'een boudig wijf' (niet kleinzerig), 'brok' (onnozel), 'hazegrauw' (schemerig) en 'brielen' (huilen) werden niet meer herkend. Zelfs zijn eigen 'zeer Leidse' huishoudelijke hulp -nog steeds een belangrijke beroepsgroep als kennisbron voor lexicografen- kon Wortel niet wijzer maken.

'Oud Leids' is niet meer te horen, stelt Wortel nu vast. Het zangerige toontje, dat taalkundigen meer dan 100 jaar geleden al als 'lijmig, lamlendig en lemerig' kwalificeerden, klinkt nog wel aan de boorden van de Oude en Nieuwe Rijn. Maar dat taaltje met z'n rare klemtonen en zinsmelodieën die aan het einde altijd omhoog gaan ('Dat ken je horen, hoor'), is volgens Wortel geen dialect. De Leidenaar heeft geen eigen woordenschat meer. Hij spreekt algemeen Nederlands, alleen een beetje (veel) plat. En grof.

Dat stelde de taalkundige Adriaan (zoon van Nicolaas) Beets al in 1921 vast. De Leidenaar, vooral in de arbeidersstand, vond hij ruw en direct in de mond. Hij noteerde 'Je kijkt met je kloten', en dat nog wel 'uit de mond van een meisje'. 'Heb je het tegen mij? Dan heb je het tegen mijn gat ook', was ook zo'n kenmerkende uitdrukking. En Johan Winkler noemde het Leids in 1874 zelfs het 'afschuwelijkste Hollands dat er bestaat'.

Volgens Wortel heeft Leiden eeuwenlang twee dialecten gekend, het Hollands-Leids en het Vlaams-Leids. Door stromen vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden kende Leiden een grote Vlaamse en ook een Franstalige bevolkingsgroep. In 1622 was twee derde van de inwoners van Vlaamse afkomst en sprak ook Vlaams. Ook Franstaligen zochten hun heil in de lakenstad: een wijk als de Marebuurt heette in de volksmond de Walenwijk. De immigranten woonden in armzalige wevershuisjes bij elkaar en mengden zich niet met de bestaande bevolking. Dat was een sterke voedingsbodem voor de ontwikkeling van een eigen taal. Met het opknappen van de stad en de vermenging van de bevolking werd het dialect afgebroken. Een deel van de woorden en uitdrukkingen, die in Leiden nu zijn verdwenen, zijn nog wel terug te vinden in Belgisch Vlaanderen.

Toch ziet Wortel de Franse en Waalse aanwezigheid als oorzaak van het zangerige taalgebruik en hebben die invloeden er waarschijnlijk voor gezorgd dat veel Leidenaars nu nog vaak het accent op de laatste lettergreep leggen -in straatnamen als Rijndíjk, Hogewóérd en Koreváárstraat, bijvoorbeeld.

Handelsmerk van 'echte' Leidenaren is hun rollende 'r'. Hoewel die letter in de randstad bijna gemeengoed is geworden (Rotterdammers kunnen er bijvoorbeeld ook wat van), is de Leidse uitspraak bijna spreekwoordelijk. Volgens plaatselijke anekdotes klinkt de 'r' zelfs door in het geluid van de telefoon (te-rrring) en zijn Leidse duiven er op de Dam aan te herkennen (koekerrroe).

Hoe die 'r' in het spraakgebruik terechtgekomen is, kan Wortel niet goed verklaren. Mogelijk is ook hier de instroom van Vlaams- en Franstaligen debet aan en hebben zij die rollende letter geïntroduceerd, omdat ze niet met de harde 'g' uit de voeten konden. De letter wordt op dit moment volgens Wortel sterk gecultiveerd: ,,Het klinkt nu erg gekunsteld. Het lijkt wel: hoe meer 'r'-en, hoe beter. Een modeverschijnsel, waar radio en tv medeschuldig aan zijn.'' Toch verwacht hij dat de 'r' binnen een jaar of twintig zal verdwijnen onder invloed van een nieuwe instroom van vreemdelingen. ,,Straks zie je Turkse of Marokkaanse invloeden in onze taal, dat kun je voorspellen.''

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie