Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het kruis van Bram Tankink blijkt niet van piepschuim

Home

Marijn de Vries

© Maartje Geels
Column

Hij lost op de Eyserbosweg. De man die dit jaar afscheid neemt van het koersen, ziet de billen voor zich langzaam weg waggelen. De hele dag reed hij in die groep, de kopgroep van de Amstel Gold Race. Nu fietst Bram Tankink alleen.

Naar de top van de heuvelkam, met op de kruising links het bosje, het bankje en het kruis.

Lees verder na de advertentie

Aan kruizen denk ik al sinds ik zaterdag het prachtige interview met Bram Tankink in de Volkskrant las. Om preciezer te zijn: aan de kruizen in het lied van Daniel Lohues, Elk mens die hef zich 'n kruus te dragen. Misschien komt het door het gelijkende accent van Bram, misschien door het interview, misschien door een combinatie van beide.

Elk huisje heeft zijn kruisje, daar komt het lied op neer. 't Verschil is:
De iene hef der iene van piepschoem, en de ander die hef 'm van lood, zingt Lohues. Het ene weegt zwaarder dan het ander. De ene mens krijgt nu eenmaal meer voor de kiezen dan de ander.

De vrolijke Frans

Bram Tankink, dacht ik altijd, heeft een kruis van piepschuim. Lachend gooit hij het ding weg, om hem af en toe eens tegen te komen, en dan geeft hij het kruis een nieuwe lel. Bram is de vrolijke Frans van het wielrennen. De paljas op de fiets. Altijd grapjes, altijd grollen. En zo is het ook - alleen achter die lach blijkt een indrukwekkend verhaal schuil te gaan.

Ik weet niet of Bram ernaar kijkt, naar alle kruizen die hij vandaag passeert

Een levensgeschiedenis die ik niet kende. Van opgroeien met een spastische zus die gevangen zit in haar eigen lichaam. Van het schuldgevoel dat hij alles kon, en zijn zus niks. Van een plotseling overleden vader. Van het altijd wegcijferen, vroeger thuis, later als knecht op de fiets. Waar was hij zelf? Lang wist hij dat niet.

Ik weet niet of Bram ernaar kijkt, naar alle kruizen die hij vandaag passeert. In de kopgroep heb je soms best tijd om wat om je heen te turen. Er staan er veel in het Limburgse land. Soms is er een kapelletje omheen gebouwd. Soms liggen er bloemen. Of brandt er een kaars.

Om in te lijsten

Het kruis bovenaan de Eyserbosweg is vrij kaal. Gemaakt van smeedijzer, op een sokkel van keien. Ik ben het levend brood, staat er onder de afbeelding van de gekruisigde Jezus. Je staat er meestal uit de wind, bij dit kruis, want het bosje blokkeert de zuidwester.

Bram is al niet meer in beeld als de kopgroep het kruis passeert. Of hij er een blik opzij werpt: ik weet het niet. Wat ik wel weet: zijn kruis blijkt helemaal niet van piepschuim. Lachen kan ook weglachen zijn. 

A'j almaol joen krus op 'n bulte zal gooien
en as dan daorna deur 'n engel zegd weud:
Pak mar weer iene, 't maakt niet uut welken,
dan zuuk ie uuteindelijk, as 't der op ankomp,
joen eigen der weer tussenuut 

En dat deed Bram. Na twee jaar praten, piekeren en prakkiseren pakte hij zijn kruis op en dacht: ja. Dit ben ik. En dat is goed zo. Ik mag er zijn.

Het peloton heeft hem nog niet gegrepen. Bram fietst alleen, de Keutenberg op. Hij komt nog één keer vol in beeld. Glorieus, een plaat om in te lijsten. Kijk die man nou. En óf hij er mag zijn.

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier haar eerder columns.

Lees ook: De renner die te normaal is voor een etappezege
De column waarin Marijn de Vries uitlegt waarom ze valt voor de charme van Bram Tankink. '
Waar andere renners de Tour omschreven als hectisch, is Brams taalgebruik veel kleurrijker. Die vergelijkt het peloton met een kudde koeien. Eén wordt gestoken door een wesp. Die rent weg - en dan gaan alle andere koeien ook rennen. Zie daar: hectiek. Vanwege één wespje. Nergens voor nodig.'

Deel dit artikel

Ik weet niet of Bram ernaar kijkt, naar alle kruizen die hij vandaag passeert