Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het koekblik van Abel en Thea Herzberg

Home

De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen

Als Abel en Thea Herzberg na de Tweede Wereldoorlog terugkomen uit Duitsland hebben ze maar twee dingen bij zich: een koekblik waarin ze de laatste maanden schamele restjes voedsel bewaarden én het dagboek dat Abel over de periode in Bergen-Belsen heeft bijgehouden. Dat dagboek, dat hij 'Tweestromenland' heeft genoemd, is in 1950 door De Groene Amsterdammer gepubliceerd en later in boekvorm uitgekomen. Het geeft een ontluisterend beeld van de situatie in Bergen-Belsen in het laatste oorlogsjaar.

In dat kamp zijn allerlei groepen beland, Joden uit Auschwitz, dwangarbeiders, Joden die eventueel geruild zouden worden. Van enige zorg voor de gevangenen is geen sprake meer, er is bijna niets meer te eten, er heerst vlektyfus: de mensen sterven in groten getale, tussen januari en april 1945 alleen al 35.000. Abel Herzberg beschrijft nauwgezet wat hij en zijn vrouw Thea zien en horen.

Eind december 1944 noteert hij: 'De berichten blijven slecht. De stemming is ellendig. Het aantal doden neemt toe. De prikkelbaarheid stijgt. De ruzies vermeerderen. De mannen kijven met de vrouwen en de vrouwen vervelen de mannen. (...) T. heeft buikloop - opnieuw. Het gaat niet over, het herhaalt zich. Voorshands is de corruptie groot. Brood, eten, sigaretten. Onze voeten zijn bevroren, ons hart is dood.'

In april besluit de kampleiding een groot aantal Joden weg te sturen, per trein, vermoedelijk is Theresienstadt het reisdoel, maar dat blijft onduidelijk. De trein waarin Abel en Thea Herzberg terechtkomen heeft 2500 inzittenden. De Russische troepen naderen vanuit het oosten, de trein rijdt in niemandsland, staat uren, soms dagen stil, rijdt kleine stukjes, in alle richtingen. 'Het verloren transport' wordt de spookreis later wel genoemd. De inzittenden halen soms koolraap of bieten van het veld op de plek waar de trein stilstaat. Abel en Thea bewaren de restjes in het koekblik. En Abel blijft notities maken.

Op 19 april: 'Gisteren 30 doden. Gestorven is dr A. en G. Over dr A. niets dan goeds. G. zag ik vanochtend nog. Hij stierf in de wc met het hoofd en de handen in de drek. In onze wagon zijn vannacht negen zieken. Men vecht thans over de ligplaatsen. Het is alle-maal vreselijk genoeg. En God weet wat er nog komt.'

Korte tijd later, op 26 april, als de bizarre reis twee weken heeft geduurd, weten Abel en Thea het ook: de trein staat in door Russen bevrijd gebied, bij het dorpje Tröbitz. De Russen pakken het radicaal aan, de Duitsers moeten hun huizen uit, de Joden mogen erin.

Herzberg: 'We hebben niets. We zijn ziek. We zijn bij de boeren ingekwartierd. De trein is leeg. Mijn benen zijn opgezet en ontstoken. T. heeft bronchitis, buikloop en koorts. Er gebeurt niets. (...) Hoe is het in Holland? Buiten tjilpen de vogeltjes. In de nacht lig ik wakker en tel de slagen van de klok. Is dat vrijheid?'

In Tröbitz komen de overlevenden van het 'verloren transport' (ongeveer 2000 van de 2500) weer enigszins op adem. Na twee maanden begint de repatriëring. Ook Abel en Thea Herzberg kunnen terug naar huis, met dagboek en koekblik.

Deel dit artikel