Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het kerkhof van de kleine belegger

Home

RUUD VERDONCK

OFFICIEEL ORGAAN VAN HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS. OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM. VOORZITTER: JAN KUIJK, SECRETARIS/PENNINGMEESTER: RUUD VERDONCK, LID: ROB SCHOUTEN. 5e JAARGANG NUMMER 36

Hoogste tijd om dertig jaar terug te gaan, naar half zes in de ochtend van 17 augustus 1964, naar het deftige stukje van de Herengracht bij de Leidsestraat in Amsterdam, naar het kantoor van 'het meest speculatieve bankiershuis dat Nederland kent', Gebroeders Teixeira de Mattos. Daar zaten op dat vroege uur inmiddels de eerste kandidaten te wachten op de opening der loketten om een aandeel te mogen kopen in de Volks Aandelen Trust, de VAT. In de loop van de ochtend groeide de rij gestaag. Meer dan duizend zeggen sommige verslagen, in elk geval honderden mensen, stonden in een lange rij te wachten op hun buitenkansje.

Uiteindelijk werden er 350 000 aandelen van twintig gulden verkocht aan zo'n 100 000 Nederlanders. En verdraaid, het bleek werkelijk een geval van geen gezeik, allemaal rijk. Een dag later al kon je een VATaandeel voor makkelijk het dubbele van de prijs verkopen. Maar dat was niet de bedoeling van de kleine belegger. Het VAT-aandeel werd in het geldkistje en anders onder de lakens in de linnenkast gelegd, en zou er alleen uit komen om op verjaarspartijtjes te kunnen bewijzen, dat de eigenaar niet alleen een goed Nederlander was, maar ook nog gouddelver voor een nobel, nationaal doel: het REM-eiland. Verolme

Het was de legendarische scheepsbouwer Cornelis Verolme die op het idee was gekomen de VAT op te richten en aldus een enthousiaste en betrokken achterban te kweken voor het eerste commerciële piratenstation dat tv-programma's naar Nederland ging brengen. Dat enthousiasme had hij nodig, want er was lacherig gereageerd op zijn plan om vanaf een te bouwen booreiland voor de kust het omroepbestel met z'n ene tv-zender (pas op 1 oktober '64 zou Nederland 2 in de lucht komen) aan te vallen.

De eer voor het idee gaat echter naar de Haagse uitgever van huisaan-huis bladen Willem J. Hordijk. Hij schreef op 10 oktober 1963 de NV Reclame Exploitatie Maatschappij (REM) in bij de Haagse Kamer van Koophandel. Hordijk, die ook aan de wieg van Veronica stond, had het plan vanaf zee tv-uitzendingen met reclame, toen nog verboden op de Nederlandse televisie en radio, te gaan verzorgen. Hij had het juiste moment gekozen. Reclame op de televisie was een prominent onderwerp, waar de politiek het ook toen niet over eens kon worden.

Hordijk kwam op het juiste moment en verdween daardoor even vlot: er was groot geld nodig om zijn plan te financieren en Hordijk, leert ook de Veronica-historie, dacht niet echt in het groot. Maar dat was niet het einde van de REM, want ineens bleek er een illuster gezelschap met de REM vandoor. Scheepsbouwer Verolme, die zei dat hij alleen interesse had in de maritieme orders, aannemer ir. P. S. Heerema, tijdens de oorlog een zeer fout Nederlander, die rijkscommissaris Seyss-Inquart nog als eregast op zijn bruiloft nodigde - erger nog: Seyss had aan de uitnodiging gehoor gegeven - en zich nu weer reduceerde tot 'alleen maar aannemer', bankier drs. J. M. Fehmers van Teixeira de Mattos, die slechts optrad ten bate van derden die onbekend wensten te blijven, de advocaat mr. H. J. Minderop, de latere voorzitter van de TROS, die alleen maar de hoognodige juridische bijstand kwam verlenen, en D. W Dettmeyer, voormalig Haagse wethouder en secretaris van de VVD, die politieke adviezen aanreikte.

In tegenstelling tot andere plannenmakers, en dat waren er nogal wat, werkte de nieuwe REM voortvarend aan de uitvoering. Op een werf in Schotland werd het booreiland gebouwd. Voor de kust van Noordwijk, goed zichtbaar vanaf de stranden, werd de fundering gelegd. Vara-omroepster Karin Kraaykamp, die met haar voornaam verantwoordelijk is dat er op het ogenblik zo veel plus minus dertigjarige Karins in Nederland rondlopen, was gestrikt voor het belangwekkende werk van selectie van kandidaatomroepsters. Er werden programma's gekocht en er was sprake van een speciale, voor een habbekrats te bekomen tv-antenne, om de uitzendingen te kunnen ontvangen.

Het grootste probleem was slechts, dat het volk nog warm moest lopen voor deze onderneming. Dat lag, publicitair gesproken, niet eenvoudig. De dagbladen waren bevreesd voor de komst van commerciële televisie met desastreuze gevolgen voor hun advertentie-omzet. Vandaar dat enkele bladen, maar Trouw bijvoorbeeld deed principieel niet mee - participeerden in de OTEM, de Onafhankelijke Televisie Exploitatie Maatschappij. De OTEM werd opgericht nadat in 1961 staatssecretaris Y. Scholten de nota reclametelevisie presenteerde. Daarin werd gezocht naar een mogelijkheid om de reclame een plaats te geven in de omroepstructuur. Langs die weg wilden de kranten meedoen.

De aandelen

Welaan, dat hoeft verder geen betoog, Scholtens nota bevatte niet het laatste woord. Er ontstond een stroom van plannen, maar dat van Hordijk viel precies goed. Ook al kondigde Scholten, die in '63 minister was geworden, in dat voorjaar van '64 al aan, dat hij bezig was aan een anti-REM-wet.

Die zomer ging Verolme in de aanval. Hij huurde een zaaltje in het Hilton Hotel, toen nog het meest respectabele hotel van de hoofdstad, en introduceerde op 21 augustus niet alleen zijn begintune ('Ferme jongens, stoere knapen, foei hoe suffend staat gij daar' - Zijt ge dan niet welgeschapen, zijt ge niet van zessen klaar? Schaam je jongens, en ga mee naar de zee - zo gaat het verder), voorbodes van de programma's die hij van plan was te gaan vertonen, plus - daar zijn we dan - zijn Volks Aandelen Trust.

Niet alleen werd men door een aandeel te nemen een beetje medeeigenaar van de prachtigste tv-programma's, men werd er ook een beetje piraat van: de luiken moesten open. Mocht men nog eens proberen uit te vissen wanneer de roemruchte jaren zestig zijn begonnen, dan kan de zomer van '64 in aller aandacht worden aanbevolen. In het Hilton Hotel kreeg de commerciële omroep vorm. En met de VAT werd het volk erbij gehaald, dat zich angstig afvroeg òf en wanneer de politiek iets zou ondernemen tegen Veronica. Bovendien was uit de VS het idee overgewaaid, dat commerciële televisie een goudmijn was.

Wie daar zelfs maar voor twee tientjes een aandeeltje in had, bezat drie hoog achter in Amsterdam een stukje van de goudmijn. Dat werd bevestigd door de eerste proefuitzending van 16 augustus, toen volop reclames te zien waren. De ondernemers zochten ondertussen extra respect: ze stelden minister Scholten voor om sámen een overeenkomst te maken betreffende de overdracht van eventuele echte boeven op het REM-eiland. Maar Scholten paste.

Op 1 september '64 kwam 'TV Noordzee' echt in de lucht, nadat twee maanden proeven waren genomen met een testbeeld en geluid van de op het booreiland gevestigde nieuwe radiopiraat 'Radio Noordzee'. Vijftien dagen later nam de Tweede Kamer de 'anti-REM-wet' al aan. Alleen de VVD, de Boerenpartij en de PvdA'er Goedhart waren tegen. En het NIPO had net onderzocht dat negentig procent van het volk vóór de zeezender was. Dat stond in fel contrast met de kijkcijfers voor de zender van 'Mr. Ed, het sprekende paard', daaruit bleek dat Hilversum weinig te duchten had van 'TV Noordzee'. Op 1 december ging de Eerste Kamer akkoord (VVD en PSP tegen) en op 17 december werd het eiland veroverd door marine, justitie en loodswezen onder leiding van kapitein E. E. Gerritsen van de rijkspolitie, die het 'twijfelachtige genoegen' smaakte als eerste uit de helikopter op het eiland te worden neergelaten.

De moeder

Tevergeefs pleitte Haya van Someren-Downer, Tweede-Kamerlid van de VVD, ervoor de REM-zender aan land te brengen en er een station van te maken dat 'ontspanningsprogramma's en programma's op hoog niveau' ging brengen. Zij mag de geestelijke moeder van RTL5 worden genoemd.

Op het eiland bleven drie bewakers achter. Een half jaar later werd de bewaking opgeheven en bleef het eiland eenzaam achter. De juridische eigenaar van het eiland, of die nu in Panama zat of in België, hield wel de verantwoordelijkheid voor de verlichting (door zeevaarders werd het eiland 'de kerstboom' gedoopt) van het eiland, want het vormde een lelijke sta in de weg.

Op dat moment hadden de aandeelhouders, althans de kleine beleggers, hun hoop al laten varen. Maar de afwikkeling van hun zaak zou vele jaren duren, want voor grote beleggers waren de compensabele verliezen op pakketten aandelen VAT nog wel aantrekkelijk. De koers van het buiten de beurs gehouden aandeel was gezakt van makkelijk vier tientjes naar 16,50 gulden. Uit verslaglegging bleek, dat de zender een reclame-opbrengst had gehad van drie miljoen gulden, maar daar stonden volop kosten tegenover, waardoor 2,5 miljoen gulden verlies werd geboekt. Dat alles in weerwil van de negen miljoen die Lloyd's, waar het REM-avontuur verzekerd bleek, betaalde. (Uit de REM was toen de TROS opgericht, die in de zomer van '65 al 25 000 leden had.)

Op de aandeelhoudersvergadering van '66 was er niets meer over van het grote enthousiasme. 'Had ik maar een drijvend eiland gebouwd', zei Verolme, 'dan zonden we nu nog steeds uit.' Ondertussen was het bankiershuis Teixeira de Mattos in ernstige problemen geraakt en toe aan liquidatie. Daar lagen de VATgelden, de kleine beleggers konden fluiten naar hun rijkdom. Ze smaakten nog wel het genoegen door de deconfiture van de bank er achter te komen, dat de grootaandeelhouders Verolme en Heerema hun vijf miljoen gulden nooit hadden gestort, hoewel bij de uitgifte was gezegd, dat hun gelden al binnen waren. Maar dat werd, na jaren rechtgezet bij de afwikkeling van de zaak Teixeira de Mattos, waarbij de man die was opgekomen voor de onbekende beleggers, ineens als drs. J. M. F. werd aangeduid, alvorens hij in het gevang verdween.

De afwikkeling van de Volks Aandelen Trust kende vervolgens nog mooie momenten. Eind '66 scholden Verolme en Heerema elkaar voor rotte vis uit op de aandeelhoudersvergadering. 'Dat u wellicht uit goklust heeft meegedaan, daarvoor ben ik niet verantwoordelijk, ik blijf doorvechten voor jullie centen', riep Verolme naar Heerema en de aandeelhouders. Vanuit de vergadering werd hij 'een groot Nederlander' genoemd, maar ook 'een lafaard'. De kleine beleggers konden niet zeggen dat ze geen waar voor hun geld kregen.

Uitkeringen?

In '67 werd W. C. Posthumus Meyes, bezitter van twintig aandeeltjes en voorzitter van de Stichting tot Behartiging van de Belangen der VAT-aandeelhouders, voorzitter van de Raad van Bestuur van de VAT. Hij waarschuwde, dat het nog jaren kon duren, voor de Volks Aandelen Trust naar behoren was afgewikkeld. Een aandeel deed ondertussen nog 6,50 gulden, voor speculanten die een verliespostje zochten. 'Mogelijk in 1972 uitkering op VAT-aandelen', meldden de kranten in de zomer van '71. De afwikkeling van de zaak Teixeira de Mattos en de daarmee verbonden Forumbank, leverde de VAT een uitkering van zes ton op, waardoor tegenover 600 000 aandelen van twintig gulden bij de, inmiddels al jaren in surséance verkerende VAT, een bedrag van zeven miljoen gulden beschikbaar was. Maar de uitkering zou zo laag worden, dat de nog immer vechtende Raad van Bestuur dit voor de aandeelhouders niet interessant vond. Inmiddels, we spreken nu over 1974 en dus over tien jaar na de roemruchte REM-maanden, werd de aandeelhouders een uitweg geboden: voor vijf aandelen VAT konden ze één aandeel van de beleggingsmaatschappij Hartogenis kopen. De koers was inmiddels opgelopen tot 17,68 gulden, want de rente tikte door en de VAT-gelden werden zuinig beheerd. Maar wie had er vijf aandelen of meer? De kleine beleggers hadden anno damals met 100 000 man 350 000 aandelen gekocht.

Met koppen als 'VAT had goed jaar' en 'VAT komt uit de put', werd het leven van de Volks Aandelen Trust gerekt tot 17 oktober 1979. Toen stelde de beleggingsmaatschappij Sumabel NV voor om acht VAT-aandelen van twintig gulden nominaal om te wisselen voor drie aandelen Sumabel van vijftig gulden nominaal. Dat moest dan maar. Zo verdween het VAT-aandeel uit de lijst met incourante fondsen.

De kleine belegger had geen acht aandelen, hem restte slechts het bezit van een stukje papier, dat vanwege het kostelijke verhaal, in het geldkistje bewaard werd.

Wij wensen KPN en de kleine belegger een zonnige toekomst.

Deel dit artikel