Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het is voorbij met die trouwe, saaie dikkerd

Home

Joost van Velzen

‘Op zoek naar gekke namen, rare beroepen, mensen die je kende of je keek of je er zelf in stond.’ © ANP

Het opheffen van het papieren telefoonboek staat symbool voor een geglobaliseerde samenleving. ‘Met dat boek had je de gemeenschap waartoe je behoorde in je hand.’

Aan alles mag dan een einde komen, het papieren telefoonboek hield het nog opvallend lang uit. Toch sneuvelt nu de trouwe dikke diender, na 137 jaar. Uitgever DTG geeft de fysieke telefoongids vanaf volgend jaar niet meer uit. Internet heeft de functie van het boek overgenomen. Bovendien werd de papieren ‘stoeptegel’ meer en meer gezien als milieubelastend.

Lees verder na de advertentie

Sinds de wettelijke verplichting is vervallen om alle beschikbare telefoonnummers openbaar te maken, was de noodzaak van een papieren gids al afgenomen. De huidige oplage is ruim 3 miljoen stuks, waar het ooit 7 miljoen was. Toch is het gebrek aan de behoefte aan een ouderwets telefoonboek de hoofdoorzaak van de toch historische aankondiging van DTG.

Toch was die gids altijd ontzettend leuk om in te bladeren

Uit recent onderzoek blijkt dat slechts 2 procent van de Nederlanders, vooral ouderen, de gids nog onmisbaar vindt. DTG, dat zich nu specialiseert als een uitgebreide online telefoon- en adressenzoekgids,  wil hen via een speciale cursus helpen om de overstap naar www.telefoongids.nl te maken.

Het eerste Nederlandse telefoonboek stamt uit 1881, vijf jaar nadat Alexander Graham Bell patent aanvroeg op de eerste werkende telefoon. “In die eerste gids stonden maar 49 namen”, vertelt Anne de Graaf van het Museum voor Communicatie in DenHaag. “Wij hebben bijna alle telefoongidsen die vanaf die tijd zijn verschenen in huis. Een deel is opgeslagen in ons depot, de meest historische exemplaren staan geëxposeerd. De gids verscheen ook wel eens niet, in de oorlog bijvoorbeeld.”

Beter leesbaar

De Graaf ziet vooral in de vormgeving van de boeken een duidelijke ontwikkeling. “Grafisch ontwerper Wim Crouwel heeft zich eind jaren zeventig, begin jaren tachtig beziggehouden met het ontwerp van de telefoongidsen, die daardoor beter leesbaar zijn geworden, onder meer door alleen nog onderkast, dus geen hoofdletters, te gebruiken.”

Een bijzondere rol in de collectieve beleving van veel Nederlanders speelde die dikke pil vol namen, adressen en nummers zeker. Behalve thuis, dook het boekwerk ook op in de publieke ruimte, in verschillende gedaanten. Uiteraard in de telefooncel – al dan niet door vandalen onklaar gemaakt – maar ook als meetinstrument van menselijke kracht. Wie eind jaren zeventig in Avro’s ‘Sportpanorama’ uitgeroepen wilde worden tot Sterkste Man van Nederland, diende ook het onderdeel ‘telefoonboeken scheuren’ te beheersen.

Hoewel uitpuilend van de informatie, heeft het telefoonboek altijd een zweem van saaiheid en inhoudsloosheid om zich heen hangen. Als de zanger uit het telefoonboek had voorgedragen, zo klonk het dikwijls in besprekingen in kranten, dan had niemand daar erg in gehad. Ook kon het telefoonboek voor een recensent ‘interessanter zijn dan de besproken roman’.

Lekker bladeren

“Toch was die gids altijd ontzettend leuk om in te bladeren”, zegt Peter Jan Margry, onderzoeker etnologie bij het Meertens Instituut. “Op zoek naar gekke namen, rare beroepen, mensen die je kende of je keek of je er zelf in stond. Het klassieke telefoonboek was niet alleen een reflectie van het fenomeen telefoon, het was ook een soort expressie van een stad of dorp die in dat boek is samengebald. Met dat boek had je de gemeenschap waar je toe behoorde in je hand.”

Volgens Margry vinden in de moderne, mobiele maatschappij vaker en sneller verhuizingen plaats, die door zo’n ‘dode bomenboek’ niet meer zijn bij te houden. “Het verdwijnen van het telefoonboek staat daarom ook symbool voor het tegenovergestelde van die gemeenschapszin, en symboliseert de eindeloze mogelijkheden van de globalisering en de digitalisering.”

Tegelijkertijd gaat er volgens de onderzoeker met het ter ziele gaan van het dikke boek met de flinterdunne pagina’s ook veel informatie verloren. Het Museum voor Communicatie merkt dat archief-element van het telefoonboek al.

Anne de Graaf: “Wij krijgen heel veel vragen over die oude telefoonboeken omdat ze een rol spelen bij voorouderonderzoek. En laatst zat hier een man die een reünie wilde organiseren. Die heeft de hele middag gidsen zitten doorspitten. Ze vervullen dus nog steeds een functie.”

Deel dit artikel

Toch was die gids altijd ontzettend leuk om in te bladeren