Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het Hogere is niet met God uit Nederland verdwenen

Home

Maaike van Houten

De Voedselbank in Amsterdam. Het Hogere wordt sterk geassocieerd met het helpen van mensen. ©ANP

Nederland ontkerkelijkt, maar dat betekent niet dat het Hogere uit het dagelijks bestaan is verdwenen. Integendeel zelfs, Nederland kent 'een geweldige hoeveelheid' idealisme, betoogt cultuursocioloog Gabriel van den Brink in zijn boek 'Eigentijds idealisme', dat tevens een aanklacht is tegen het verwoestende cynisme dat Nederland in zijn greep houdt.

Een uitkeringsgerechtige die hangjongeren opvangt in een sporthal, een consultant die in zijn vrije tijd de Alpe d'Huez beklimt tegen kanker, een plaatsvervangend politie-korpschef die in zijn werk weleens het gevoel heeft dat hij het verschil maakt. Zijn dát nou voorbeelden van het Hogere, bewijzen dat Nederland barst van het idealisme?

Ja, zegt cultuursocioloog Gabriel van den Brink in de bundel 'Eigentijds Idealisme', die vandaag wordt gepresenteerd aan oud-premier Lubbers. Ja, dat zijn tekenen van het Hogere: "Het Hogere is met de ontkerkelijking niet zozeer uit Nederland verdwenen, maar het heeft zich op wonderbaarlijke wijze in alle richtingen verspreid ... Het laat zich graag op een verrassende manier en in vreemde situaties zien. Het is vaak niet te vinden op een plaats waar je het verwacht - denk aan kerken. Terwijl het op een plaats waar je het juist niet verwacht volop aan het werk is - denk aan televisieseries en jeugdboeken."

Het boekje is gebaseerd op een onderzoek van de Universiteit van Tilburg naar de betekenis van geestelijke waarden in ons land. De wetenschappelijke editie van 600 pagina's verschijnt in januari, maar in de publieksversie van 100 pagina's staan de voornaamste uitkomsten, aangevuld met een aantal portretten van mensen, die de stelling moeten ondersteunen dat het Hogere niet met God verdwenen is uit Nederland. Maar dat moet de lezer wel wíllen zien. Van den Brinks boek belooft in de ondertitel ook een afrekening te zijn met het cynisme, het negativisme en de sfeer van onbehagen en ontgoocheling die de publieke opinie kenmerkt.

Maar eerst het Hogere - de hoofdletter is trouwens van de auteur. De onderzoekers omschrijven dat begip als volgt: "Het Hogere is de verbeelding van een geheel waarmee ik mij verbonden weet en waardoor ik mij geroepen voel tot onbaatzuchtig handelen." Het Hogere is dus niet tastbaar, het overstijgt het individuele belang, het is niet aan een ander op te leggen, het inspireert en zet tot daden aan van onbaatzuchtigheid, die trouwens niet strijdig hoeven te zijn met de persoonlijke voldoening die mensen eraan beleven.

Mensen kunnen zich inzetten voor God, vaderland, werk, naasten, samenleving, maar ook voor de liefde, voor hun lichaam en voor de natuur. In al die levenssferen zijn mensen in de waarneming van de sociologen bezig met hogere waarden. Maar ondanks de breedte van het veld, is het Hogere niet makkelijk te vinden, want: "Het Hogere maakt zich meestal niet met veel bombarie bekend. Het gaat er veeleer om dat mensen in hun hart worden geraakt en dat is iets wat ze niet graag aan de grote klok hangen."

Mensen die het christelijke vocabulaire kwijt zijn geraakt of er niet mee zijn opgegroeid, hebben bovendien moeite om 't Hogere te omschrijven. "Dit is het moeilijkste interview dat ik ooit heb gehad", zegt Joey, een professionele autocoureur van negentien na een gesprek met een onderzoeker over de tragiek in zijn leven.

Op zijn elfde is hij een vriend, zijn manager en zijn oma verloren en toen zijn carrière net een beetje in de steigers stond, knalde hij met 200 kilometer tegen een boom. Hij is gehandicapt aan zijn arm en racen gaat nu niet. Terugblikkend, zegt hij dat zijn overleden maatje zijn drive om te winnen versterkte. Dat hijzelf een botsing overleefde, is voor hem het bewijs dat hij wordt beschermd. Misschien door God, in elk geval door 'iets'. Hoe dat nou precies zit met dat geloof in daar boven - Joey zegt er zelf dit over: "Je denkt dat je het zo kan vertellen. Maar zo is het dus niet... Echt net dat laatste beetje duidelijkheid, dat kun je niet geven."

Cynici - daar zijn ze - weten wel raad met zo'n naar woorden zoekende autocoureur, schrijft Van den Brink. "Die hebben weinig respect voor mensen die een hogere macht aanroepen zonder uit te leggen wat dat is." Zij zouden over die autocoureur zeggen dat hij het ongeluk had kunnen voorkomen als hij niet zo idioot hard had gereden. Maar mensen die zo denken, vergeten volgens de cultuursocioloog dat deze Joey 'ongekend vitaal' is Het leven heeft hem niet klein gekregen.

Die vitaliteit is volgens de onderzoekers een essentieel element van het Hogere. Vitale waarden verdringen zelfs het sociale karakter, het helpen van mensen, waar het Hogere doorgaans sterk mee wordt geassocieerd. Nadruk op gezondheid en sport, op uiterlijk, op uitgaan en in extase raken, op natuur - wie niet begrijpt dat die vitale elementen steeds belangrijker worden, die begrijpt in de ogen van Van den Brink zelfs nauwelijks wat er in ons land gaande is.

Wat de onderzoekers op basis van interviews, statistieken en vergelijkend Europees onderzoek zien, is dat verreweg de meeste Nederlanders hogere waarden, geestelijke beginselen of morele idealen aanhangen. Die zien ze terug op veel meer plekken dan in het vrijwilligerswerk, waar Nederland in Europa kampioen in is. Ook op hun werk zoeken mensen naar hogere waarden, ze doen dat in hun vrije tijd, in hun gezin, familie, ze geven aan goede doelen (ook dit jaar weer meer dan vorig jaar!), ze voeren actie. En ze zoeken die waarden in zichzelf, bij voorbeeld door sport of therapie en meditatie. Het valt Van den Brink op dat zelfs televisieseries over dokters en agenten bol staan van professionele idealen en morele dilemma's. Die worden massaal bekeken. "Bezien vanuit het oude geloof mag het dan lijken alsof Nederland een geseculariseerde samenleving is geworden, maar historisch en sociologisch bezien kunnen we beter zeggen dat het engagement met hogere waarden en geestelijke beginselen juist opbloeit", concludeert Van den Brink.

Of deze gegevens de cynicus en de scepticus overtuigen? De gedachte dat Nederland afstevent op de afgrond is wijdverbreid. Nederlanders zijn al jarenlang tevreden over hun eigen leven, maar ontevreden over de samenleving. De onderzoekers wijzen een aantal ontwikkelingen aan die verklaren waarom dat negativisme hier zo diep geworteld is. De ontkerkelijking vanaf de jaren zestig heeft een levensbeschouwelijke leegte achtergelaten en in feite geldt dat voor een politieke stroming als het socialisme ook. Mensen namen afscheid van de idealen van hun ouders en instituten als de kerk verloren hun gezag. Maar daarmee verloor ook de taal waarin de idealen werden verwoord, haar geloofwaardigheid.

Cynici worden ook in de kaart gespeeld door de steeds hogere verwachtingen van mensen voor hun eigen leven en dat van anderen. Wat vroeger normaal was wordt nu niet meer geaccepteerd, en de vinger wordt gelegd op steeds nieuwe misstanden. Daardoor denken mensen dat het slechter gaat, de scepticus voorop.

En mochten ze immuun zijn voor dat mechanisme, dan zijn er altijd nog de media, die hun dagelijks op nieuw onheil wijzen. Goed nieuws is in de klassieke journalistieke theorie geen nieuws, waardoor de zwartgalligheid in de berichtgeving automatisch de boventoon voert.

Van den Brink en de zijnen stellen daar hun eigen optimistische gegevens tegenover. En ze voorzien hun bevindingen van korte levensbeschrijvingen hoe gewone mensen het Hogere in hun eigen leven ervaren. Het kan volgens hen niet anders of die verhalen zetten zelfs de scherpste cynicus aan het denken: "Juist de stille verfijning van deze portretten weerlegt op niet mis te verstane wijze het brutale geroep en geschrijf van diegenen voor wie cynisme de hoogste manier van denken is."

Gabriël van den Brink. Eigentijds idealisme. Een afrekening met het cynisme in Nederland. Amsterdam University Press, ISBN 9789089643650, 104 blz, 12,50 euro.

Wie is Gabriel van den Brink?

Cultuursocioloog G. J. M. van den Brink (1950) is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en lector aan de Politie Academie. Hij groeide op het Brabantse platteland op, in een katholiek gezin. Tijdens zijn studie in Nijmegen werd hij lid van de CPN, maar hij geldt nu als een kritisch denker, ook over linkse theorieën. Hij publiceerde in 2004 voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid een studie waarin hij betoogde dat na periodes van tolerantie, een periode volgt met de nadruk op plichtsbesef en normhandhaving.

Van den Brink maakte ook furore met zijn pleidooien voor het herstellen van de beroepseer van professionals, waarover het wetenschappelijk tijdschrift van het CDA als eerste publiceerde.

Hij is lid van de commissie van het CDA onder leiding van Jacobine Geel, die voorstellen doet voor de modernisering van het gedachtengoed van de partij.

Deel dit artikel