Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het grote zwijgen

Home

Jolande Withuis

Toen Jolande Withuis, zelf opgevoed in het geloof der kameraden, voor het eerst hoorde van de massaverkrachtingen in Duitsland door het Rode bevrijdingsleger, kon ze het niet geloven. „Maar het was wél waar en ik had het kunnen weten.” Ze heeft goede hoop dat de film ’Anonyma’, zojuist in Nederlandse première gegaan, helpt te voorkomen dat deze schanddaden ’voor de zoveelste keer’ uit ons collectieve geheugen verdwijnen.

Jarenlang werd het verzwegen: het massale seksueel geweld in het voorjaar van 1945 van het Rode Leger tegen vrouwen in Duitsland. Ik schrijf met opzet niet: ’tegen Duitse vrouwen’, want zo was het niet. De optrekkende horden verkrachtten, volstrekt willekeurig, alle soorten en maten vrouwen die ze tegenkwamen. Op hun duizenden kilometers lange tocht van oost naar west passeerden ze ook vernietigings- en concentratiekampen, zoals Auschwitz en Ravensbrück. Dát beeld treft het voorstellingsvermogen misschien nog wel het allerhardst: het beeld dat vrouwen die jarenlang op hun bevrijders hadden gewacht en hen, voor zover ze nog konden staan en lopen, om de hals vielen – het beeld dat zúlke overlevenden, eindelijk vrij, door hun redders werden misbruikt.

Mij kwam dat feit – toen nog als gerucht – voor het eerst ter ore toen ik midden jaren tachtig werkte aan mijn proefschrift over communistische vrouwen, onder wie ex-Ravensbrückers. Hoewel ik mij toen al ruimschoots had bevrijd van mijn communistische opvoeding sloeg de verbijstering me om het hart. Ook letterlijk. Dit kon niet waar zijn. Wat je ook van ze kon zeggen, in de oorlog waren de Russen goed geweest en had de Sovjet-Unie meer offers gebracht dan welk land ook.

Het was wél waar en ik had het kunnen weten. Karel van het Reve had al eens in een melancholiek stukje uitgelegd dat het communisme zijn aanhang tot liegen dwingt. Hij illustreerde dat met de herinnering aan hoe hij als jonge communist hoorde over een Nederlandse die in Duitsland door Russische soldaten was verkracht. Aangezien dat volgens zijn levensovertuiging niet kon, bracht het relaas hem ’in een soort gewetensnood’.

Voor zover ik weet zijn er geen Nederlandse Ravensbrückers door het Rode Leger verkracht. Zij waren bijna allemaal al in Zweden toen het Rode Leger arriveerde. Wel waren enkele vrouwen die in buitenkampen hadden verbleven, getuige van de verkrachting van medegevangenen.

Als ik, als naoorlogs kind, van dit gerucht al hartkloppingen kreeg, hoe moet de echte ervaring dan voor de echte betrokkenen zijn geweest?

De ex-Ravensbrückers namen na hun terugkeer verschillende houdingen in, al deed haast iedereen er het zwijgen toe. Voor de communistes wankelden de fundamenten van hun bestaan. Zij werden geconfronteerd met de ontgoochelende waarheid dat het leger van de staat die sedert 1917 de gelijkheid der seksen in het vaandel voerde, niet bestond uit geëmancipeerde mannen. Sommigen vielen hierdoor vroeger of later van hun geloof; anderen ontkenden wat er was gebeurd. De geloofwaardigheid van kampgenotes die er wel over praatten, werd ondermijnd door hen weg te zetten als ’anticommunist’ of ’Oranjekapitalist’. Nog in de jaren tachtig kregen CPN-leden die in het vuur van de partijvernieuwing en het feminisme dachten er eindelijk over te kunnen praten, als vanouds de wind van voren: de spreeksters „besmeurden de antifascistische verzetstradities van hun partij”. Case closed. Waarheid weer weggeïntimideerd. Uit vrees voor hun communistische kampgenotes durfden Ravensbrückers die ik hierover had geïnterviewd, niet meer naar de herdenking van de bevrijding van hun eigen kamp. Zelf stuitte ik met mijn voorzichtige onthullingen op een muur van ongeloof en ontkenning.

Het onderwerp heeft mij niet meer losgelaten. Steeds weer kwamen me nieuwe feiten ter ore. Het was ook vrouwen overkomen die waren bevrijd uit Auschwitz of Bergen-Belsen. En ook groepjes uit verafgelegen gevangenissen, die trachtten op eigen houtje naar Nederland terug te komen. En ook de vooraanstaande communiste Hilde Radusch, die haar leven had gewijd aan de verbreiding van het marxisme en de hele oorlog lang had uitgezien naar het Rode bevrijdingsleger. Zelfs een Joodse moeder en dochter, die als onderduikster hadden overleefd in Berlijn en hun bevrijders enthousiast verwelkomden, ontkwamen niet.

Laat ik geen misverstand wekken. De Russische verkrachtingsgolf was niet minder misdadig geweest als ze inderdaad alleen Duitse vrouwen tot slachtoffer had gemaakt. Wat ik wil laten zien, is dat de verkrachtingen niet antinazistisch gemotiveerd waren. Het geweld was gericht tegen vrouwen, of die nu hoogbejaard waren of piepjong, mooi of lelijk, nazi of niet-nazi.

Dat is een van de redenen waarom ik het verhullend vind om de verkrachtingen op één lijn te stellen met de Engelse bombardementen op Duitse steden, zoals Geert Mak onlangs deed in een aflevering van ’In Europa’. Bovendien dienden die bombardementen, hoe discutabel ook als oorlogswapen, in de ogen van degenen die ze uitvoerden het doel Hitler te verslaan. De verkrachtingen waren puur overwinnaarsgeweld, zonder enig oorlogsdoel, en gingen maandenlang door.

Net als met het seksueel geweld tegen ex-gevangenen is er met de herinnering aan het massageweld tegen de Duitse vrouwen iets merkwaardigs aan de hand. De verkrachtingen zijn niemand ontgaan. De lijken lagen langs de straten. Iedereen was, of kende wel een slachtoffer. Vrouwen vluchtten en masse westwaarts en verstopten zich in schuilkelders, op zolders en in kasten. Toch stolde deze collectieve ervaring niet tot een historisch feit. Zes decennia lang gingen in de privésfeer weten en niet-weten samen, en kende de openbaarheid een weerkerende cyclus van ’ontdekking’, sensatie, schok, vergeten en dan weer ’ontdekking’. Zo presenteerden media en vakbladen in respectievelijk 2002 en 2006 de historici Antony Beevor en Norman M. Naimark volslagen misplaatst als pioniers inzake dit onderwerp.

Elke keer als de realiteit weer eens werd ’ontdekt’, lag ook de ontkenning op de loer. Zelfs nog in 2003, toen eindelijk een Duitse uitgever het dagboek durfde te herdrukken waarop de film ’Anonyma’ is gebaseerd, bleven verdachtmakingen niet uit. Een linkse Duitse journalist openbaarde de identiteit van de auteur en trachtte twijfel te zaaien aan de betrouwbaarheid van de tekst door te suggereren dat zij fout was geweest. Die insinuatie werd gretig overgenomen door het Historisch Nieuwsblad.

Ik heb goede hoop dat de film ’Anonyma’ helpt te voorkomen dat de gebeurtenissen van voorjaar 1945 voor de zoveelste maal uit ons collectief geheugen worden gebannen. Hoewel ik aarzelingen heb bij de vrijheid die de regisseur zich heeft veroorloofd ten aanzien van zijn historische bron, is dit de eerste Duitse speelfilm waarin dit onderwerp openlijk aan de orde komt. Ook daarin verschilt het seksueel oorlogsgeweld van ander geweld dat de Duitse bevolking trof, zoals de bombardementen. Die zijn sedert het einde van de oorlog veelvuldig besproken.

’Anonyma’ is gebaseerd op de notities van een Berlijnse vrouw gedurende de dramatische negen weken tussen 20 april en 22 juni 1945. Een scène gedateerd 27 april: „Een van de twee sleurt me aan mijn polsen verder, de gang door. Nu trekt ook de ander aan me, waarbij hij zijn hand zo om mijn keel legt dat ik niet meer kan schreeuwen, niet meer wil schreeuwen uit angst gewurgd te worden. Ze rukken allebei aan mijn kleren, ik lig al op de grond. [...] een van de mannen [staat] op de uitkijk, terwijl de ander aan mijn ondergoed rukt, met geweld zijn weg zoekt - [...] Als ik wankelend overeind probeer te komen, werpt de tweede zich op me en dwingt me met vuisten en knieën terug op de grond.”

Het dagboek werd in 1954 onder de titel ’A Woman in Berlin’ gepubliceerd in de Verenigde Staten, en vervolgens onder meer in het Nederlands vertaald. In 1959 verscheen bij een Zwitserse uitgeverij een Duitse editie. Maar de tijd was daar nog niet rijp voor zo’n kroniek. De anonieme schrijfster werd nagenoeg beticht van pornografie. Ze zou door haar ’wellustige’ onthullingen ’de Duitse vrouw’ hebben ’bezoedeld’. Haar egodocument raakte in vergetelheid. Pas eind jaren tachtig – een feministische golf en een gevallen Muur later – circuleerden in Duitsland in kleine kring gekopieerde exemplaren. En in 2003, na de dood van de auteur en op haar voorwaarde nog steeds anoniem, werd deze wereldgeschiedenis-aan-den-lijve heruitgebracht. Ditmaal sloeg het boek in als een bom.

In Nederland werd ’Een vrouw in Berlijn’ in de jaren vijftig al herdrukt. Het paste in het toenmalige politieke klimaat, waarin bijvoorbeeld de PvdA waarschuwde dat als de communisten kwamen het „gegil in Parijs en Amsterdam even hartverscheurend” zou zijn als het was geweest in Berlijn, Boedapest en Wenen. Bij ons sloeg het grote vergeten toe toen eind jaren zestig de binnenlandse Koude Oorlog ten einde liep en het anticommunisme taboe werd. De herdenking van de oorlog raakte meer en meer links getint; de eerdere miskenning van het communistisch verzet werd goedgemaakt door pijnlijke zaken voortaan maar te verzwijgen.

Het precieze aantal verkrachtingen is logischerwijs moeilijk vast te stellen. De grondigste berekeningen zijn gemaakt door filmmaakster Helke Sander voor haar indrukwekkende tv-documentaire ’Befreier und Befreite’ (1992). Sander kwam tot een schatting van 1,9 miljoen verkrachte vrouwen gedurende de opmars en ruim honderdduizend in Berlijn. Die aantallen (waarbij ze steeds ondergrenzen hanteerde) fundeerde ze op onder meer medische dossiers van abortussen, geboorten en geslachtsziekten, die van de verkrachtingen het gevolg waren. Enkele honderden vrouwen stierven aan syfilis; er werden duizenden ongewenste kinderen geboren, die vaak in de kraamkliniek werden achtergelaten.

Overigens werd ook anno 1992 nog getracht Sander monddood te maken door haar ’revanchisme en revisionisme’ te verwijten. Net zo waren in de decennia daarvoor de verkrachtingen afgedaan als rechtse koudeoorlogspropaganda. Harde feiten over de barbaarse wijze waarop de bevrijders te werk gingen, zoals in 1966 in ’The Last Battle’ geschetst door Cornelius Ryan, de beroemde auteur van ’The Longest Day’, drongen niet door. Ryan beschreef onder meer groepsverkrachtingen, waarna de vrouwen die het hadden overleefd in het ziekenhuis moesten worden gehecht. Soldaten drongen ook kraamafdelingen binnen, waar ze zowel zwangere als net bevallen vrouwen verkrachtten.

Twee miljoen verkrachtingen. Een twee met zes nullen. „Hoe vaak?”, vroegen vrouwen elkaar in die voorjaarsweken automatisch, terwijl ze restjes vaseline uitwisselden tegen het schrijnen. Onder vrouwen ging het die maanden over niets anders, maar in het openbaar verdween dit lijden in wat we met recht een conspiracy of silence kunnen noemen. Eén oorzaak van die sociale amnesie was de complexe politieke constellatie in de beide Duitslanden. Daarnaast speelden conservatieve ideeën een rol over mannelijkheid, vrouwelijkheid, deugd, kuisheid, eer en schande.

In de sovjetzone en de latere DDR werden de Russen voorgesteld als bevrijders: het Rode Leger had zich opgeofferd om de bevolking te redden van de nazi’s. En inderdaad werd in sommige arbeiderswijken in mei 1945 spontaan de rode vlag gehesen. Die idylle werd door de verkrachtingen hardhandig onderuit gehaald. „Onze bevrijders hebben onze harten gebroken”, schreef een sociaal-democratische sovjetsympathisant. De directieven uit Moskou inzake de juiste houding jegens de burgerbevolking waren ambivalent. Tijdens de opmars waren boven Berlijn pamfletten uitgegooid om de Duitse vrouwen gerust te stellen die door de jarenlange nazipropaganda de Iwans meer als beesten dan als mensen waren gaan zien.

Journaliste Ruth Andreas-Friedrich, die ook een dagboek bijhield, noemde het ’onverdraaglijk’ dat Goebbels met zijn Mongolensturm gelijk kreeg. Maar helaas: het heilsleger marcheerde horloges en vrouwen rovend binnen. Uhri, Uhri, Frau komm. Er waren sovjetofficieren die hun soldaten bevalen de bevolking fatsoenlijk te behandelen. Tegelijkertijd was de Russische soldaten jarenlang voorgehouden hoe beestachtig de Duitsers hadden huisgehouden in Leningrad, Stalingrad en waar niet al. Teleurgestelde Duitse communisten kregen van Kominform-verantwoordelijke Georgi Dimitrov, boegbeeld van het antifascisme, geen excuses maar de uitleg dat dit een begrijpelijke wraak was. Toen de Joegoslavische partijleider Djilas het wangedrag van het Rode Leger jegens Joegoslavische vrouwen bekritiseerde, werd hij door Stalin persoonlijk gekapitteld; de grote leider zag er geen kwaad in dat mannen zich na zoveel narigheid ’wat amuseerden’ met vrouwen. DDR-geheimedienstchef Markus Wolf erkende na de val van de Muur dat de verkrachtingen een officieel verboden mediaonderwerp waren geweest. En zelfs nu nog reppen Russische historici eufemistisch van „negatieve gebeurtenissen die het prestige van de sovjetstrijdkrachten schaadden”.

Impliceert dit dat West-Duitsland de verkrachtingen gretig herdacht? Nee. Het lot van de vrouwen was tijdens de Wiederaufbau niet de grootste zorg. Het was voor fatsoenlijke Duitsers bovendien precair terrein, omdat die er gewetensvol voor terugschrokken de Sovjet-Unie zwart te maken en zo wellicht de Duitse oorlogsmisdaden te relativeren. Links vreesde met het oprakelen van deze episode de dialoog en de ontspanning te remmen.

Ook zonder politiek motief was er reden tot stilte. Zo hadden mannen reden voor schaamte en geheugenverlies, omdat zij ’hun’ vrouwen niet hadden beschermd. Dat was dan ook gevaarlijk. Ryan verhaalt van een dertienjarige jongen die zich op de Rus stortte die zijn moeder beetgreep en werd doodgeschoten. Maar uit alle bronnen blijkt dat de mannen weinig deden. Een vrouw die om zichzelf en haar man te redden haar verzet opgaf, moest na afloop hém troosten. Een buurman snauwde naar een vrouw die zich tegen de soldaten verzette: „Schiet op, je brengt ons allemaal in gevaar.”

Anonyma beschrijft hoe zich ’onderhuids een collectieve ontgoocheling’ van de vrouwen meester maakte. Mannen bleken het ’zwakke geslacht’. Het waren vrouwen die met alle risico’s van dien op zoek gingen naar eten, water en brandstof en het puin ruimden. „De door mannen beheerste naziwereld, die de sterke man verheerlijkt, wankelt en daarmee ook de mythe ’man’. In eerdere oorlogen konden de mannen er prat op gaan dat het doden en gedood worden voor het vaderland hun privilege was. Tegenwoordig overkomt dat ons, vrouwen, ook. Dat verandert ons, maakt ons venijnig.”

Dat impliceerde overigens geenszins zoiets als een vrouwelijke solidariteit. Om hun dochters te redden, leverden moeders soms buurmeisjes uit. Vrouwelijke sovjetsoldaten lachten Anonyma uit toen ze na een verkrachting op de grond lag.

Niet louter de verkrachtingen zelf hebben deze episode tot zo’n drama gemaakt. In het toenmalige, christelijk geïnspireerde denken was het de taak van vrouwen de mannelijke lust te bedwingen en de eigen kuisheid te bewaren. Een verkrachte vrouw was in veler ogen een overspelige vrouw, die geen troost verdiende maar straf. Blaming the victim. Slachtoffers van verkrachting plachten zich te schamen, slachtoffers van verkrachting door Slavische Untermenschen des te meer. Sander interviewde vrouwen die uit de verkrachtingen een kind hadden gekregen. Als ze dat hadden gehouden, hadden ze hun kind en hun omgeving vaak wijsgemaakt dat het van een Amerikaan was.

Door de betekenissen die de slachtoffers, hun gelieven en hun omgeving dit geweld gaven, riep het schaamte, verlating, moord en zelfmoord op, in plaats van meeleven. En de betrokkenen ontzegden zichzelf en elkaar de troost van gedeeld verdriet. Uit de literatuur komt naar voren dat de slachtoffers en hun dierbaren hun woede over alle schaamte en vernedering tegen zichzelf en elkaar richtten. Heel wat mannen beschouwden een verkrachte vrouw of dochter als ’geschonden’ bezit. Duitsland anno 1945 was behalve van massaverkrachting ook het toneel van massale eerwraak. Verkrachte vrouwen zagen vaak geen perspectief meer op een fatsoenlijk leven. Soms pleegden ze zelfmoord als ze zwanger bleken te zijn.

Journaliste Ruth Andreas observeerde op 7 mei 1945 dat er ’een sfeer van zelfmoord in de lucht’ zat. Zo had een lerares haar meisjesklas voorgehouden dat wie door de Russen was ’onteerd’, niets restte dan de dood: „Meer dan de helft van de leerlingen trekt de consequenties en verdrinkt zich.” Een vader drukte met de woorden ’Eer verloren, al verloren’ zijn meervoudig verkrachte dochter een strop in de hand: „Gehoorzaam gaat het meisje weg en hangt zich op aan het dichtstbijzijnde vensterkruis.” Anonyma meldt de dood van twee zusters die vluchtend voor de ’Iwans’ uit hun raam sprongen. Ryan beschreef een verkrachting at gunpoint voor de ogen van een machteloze man en zoon. Zodra de Russen weg waren, schoot de man zijn vrouw, kind en zichzelf dood. Elders werd een moeder van drie kinderen – haar man onder de wapenen – uit haar huis gesleept.

’s Nachts werd ze meermalen verkracht. Toen ze thuiskwam, hadden haar moeder en broer haar drie kinderen en zichzelf opgehangen. De vrouw sneed haar polsen door en stierf. Alleen al in april pleegden tussen de vijf- en zesduizend Berlijners zelfmoord.

Al die doden zouden niet nodig zijn geweest als de vrouwen hadden blootgestaan aan ’gewone’ mishandeling. Het is de seksueel-vernederende component die maakt dat verkrachting een stigma oplevert en zelfhaat genereert. Het zegt veel dat de schrijfster die beschreef wat vrouwen was aangedaan, nooit een herdruk aandurfde van haar ook in literair en psychologisch opzicht fenomenale werk.

’Een vrouw in Berlijn’ is mede zo’n uniek document féminin, omdat de hoofdpersoon ook de verkrachtingen registreerde die zijzelf onderging, inclusief de mentale processen met behulp waarvan mensen rampen doorstaan. Het afsplitsen van het zelf van de lichamelijke ervaringen bijvoorbeeld. „Ik verstijf. Geen walging, alleen gevoelloosheid. Mijn ruggegraat bevriest...” Anonyma’s terloopse psychologische waarnemingen zijn nog altijd het overdenken waard, zoals haar vermoeden dat deze oorlogsverkrachtingen, omdat zij een gedeeld lot zijn, anders worden beleefd dan een individuele verkrachting in vredestijd. Of dat inderdaad zo was weten we niet – de jarenlange miskenning heeft het opdoen van kennis verhinderd. Wel weten we dat veel oude vrouwen zich op dit moment alsnog aanmelden voor therapie.

Anonyma was een ontwikkelde vrouw; in 1945 was ze begin dertig (ze leefde van 1911 tot 2002). Levenslustig, ruimdenkend, bereisd; een apolitieke individualiste, geen nazi. Uit haar relaas valt te concluderen dat zij door haar houding mentaal weerbaarder was dan haar lotgenotes. Doordat zij zichzelf niet beoordeelde naar die benepen sekseopvattingen slaagde ze erin haar zelfrespect te bewaren. Ze bleef een denkend, waarnemend en handelend persoon en zette welbewust een overlevingsstrategie uit. Samen met haar buren trachtte ze zich tussen de bombardementen door te redden – zonder water, verwarming, gas, elektriciteit. Maar meer dan haar buren beschikte zij over het vermogen de ellende te observeren en zichzelf waar te nemen als deel van de geschiedenis. Op zelfmedelijden en een slachtofferidentiteit is de auteur van deze laconieke observaties niet te betrappen. Omdat Anonyma het Duitse slachtofferschap niet misbruikt om Duitse misdaden weg te strepen (ze ziet het als de prijs ervoor), kun je haar ironie, koelbloedigheid, intelligentie en schrijftalent bewonderen. Doordat ze voor de oorlog als journaliste een fotoreportage had gemaakt in de jonge sovjetstaat, sprak ze wat Russisch en zag ze de Russen niet louter als een horde wreedaards, maar als onderscheiden persoonlijkheden – wat allemaal in deze overlevingsstrijd goed van pas kwam. Hoewel ook zelf veelvoudig slachtoffer van Schdg. (zoals ze de Schündungen in haar drie schoolschriftjes afkort), vermeldde ze nauwgezet dat de rovers ook voedsel brachten, waterpompen installeerden en soms bij hun slachtoffers gezellig muziek kwamen maken.

Die vriendelijkheid maakt het geweld nog raadselachtiger. Wat bezielde die mannen? Op die vraag bestaan helaas nog altijd alleen speculatieve antwoorden.

Zo is wel gesteld dat alle legers altijd hebben verkracht. Dat is onwaar. Massaverkrachting doet zich niet in elke oorlog voor. Gelukkig heeft de erkenning door het Joegoslaviëtribunaal van seksueel geweld als oorlogsmisdaad, verkrachting uit de sfeer van het ’lot der vrouw’ getild.

Dan zijn er de quasibiologische logica dat mannen hun zaad ’moeten’ verspreiden, en de eros-thanatos-mythologie dat zij zich na een jarenlange confrontatie met de dood ’moeten’ voortplanten. Beide veronderstellingen staan haaks op de realiteit van de Russische verkrachtingen, die vaak eindigden met de dood van het slachtoffer en plaats hadden zonder aanzien des persoons – kinderen en bejaarden niet uitgezonderd. Ook kwam het voor dat soldaten de verkrachting niet wisten te volvoeren door hun overvloedig alcoholgebruik (dat in de algehele ontremming een enorme rol speelde) en dan maar de flessen gebruikten, wat verschrikkelijke verwondingen tot gevolg had.

De plausibelste verklaring is dat met de verkrachtingen wraak werd genomen voor de slachting onder de sovjetbevolking. De vraag blijft dan waarom de Russen geen mannen verkrachtten of groepen willekeurige burgers (m/v) terechtstelden.

Seksueel oorlogsgeweld maakt ook heden ten dage grote aantallen slachtoffers, die vervolgens vaak worden uitgestoten of vermoord. De connotaties van schuld, schaamte, zonde en besmetting tasten het zelfrespect van de slachtoffers aan en maken dat zij dikwijls weinig meeleven ondervinden, waardoor de psychische schade groot is.

Seksueel geweld tijdens of na (burger)oorlogen treft niet exclusief vrouwen die tot de vijand worden gerekend. Het is ongerichter. Het lijkt erop dat vrouwen steeds als vrouwen de vijand zijn op wie mannen in of na extreem bedreigende situaties zich wreken.

Zinniger dan met Beevor te concluderen dat in elke man een verkrachter schuilt, is het de historische en sociale contexten te analyseren waarin seksueel oorlogsgeweld zich voordoet. De Russische groepsverkrachtingen verliepen in een sfeer van camaraderie. Veel soldaten zagen vrouwen simpelweg als een gat om zich in uit te leven, een gat waarop zij recht hadden. Blijkens verklaringen van de zwarte verkrachters van zwarte vrouwen in het Zuid-Afrika van kort na de apartheid, verkrachtten zij primair om andere mannen te bewijzen dat zij elke vrouw konden ’krijgen’ die ze wensten. Oorlog lijkt onder mannen met primitieve ideeën over de seksen een vorm van male bonding te stimuleren, waardoor zij vrouwen niet meer zien als reële personen met wie je empathie voelt en je identificeert. Male bonding werkt dan als een mentaal uitsluitingsmechanisme zoals racisme dat kan zijn. In zulke contexten bestaat de gezamenlijke masculiniteit van de aanwezige mannen erin dat zij vrouwen beschouwen als niet-mensen.

Oorlogshandelingen veroorzaken opwinding. Een na langdurige strijd gewonnen oorlog brengt een overwinningsroes, vaak versterkt door alcohol of drugs, waarin de kostbaarheden van de verliezers worden geroofd of vernield. Naar de mate waarin vrouwenlichamen worden gezien als eigendom van vaders/broers/echtgenoten, verneder je door vrouwen te verkrachten tegelijk de mannen en daarmee de vijandige natie zelf. Zo werden de Duitse vrouwen tot krijgsbuit van Russische en voorwerp van geweld van Duitse mannen.

Te midden van alle ellende hoopt Anonyma dat haar geliefde nog in leven is. Dat is hij en hij slaagt erin haar in de chaos van de gebombardeerde stad terug te vinden. Maar het weerzien wordt een deceptie. De man walgt ervan dat sommige vrouwen hun lichaam hebben geruild voor voedsel of bescherming en hij walgt van hun grove taal en cynische toon. Zijn walging biedt ons een sleutel om te begrijpen hoe dit onderwerp de afgelopen decennia is behandeld. Daarom is het jammer dat de film Anonyma’s relatie met een Russische majoor romantischer voorstelt dan zij in werkelijkheid was. De dagboekschrijfster had er bewust voor gekozen om een opperwolf te veroveren teneinde zich de roedel wolven van het lijf te houden, en fungeerde dankzij de genereuze (en jegens haar zeer beschaafde) majoor letterlijk als kostwinster voor zichzelf en haar buren. Haar man treft dus niet, zoals het in de film enigszins lijkt, een vrouw aan die verliefd is op een ander, maar een vrouw die zich te midden van verkrachtingen heeft gered door een beschermer te zoeken.

Om de kloof te overbruggen die door hun oorlogservaringen tussen hen is gegroeid, geeft Anonyma hem haar dagboeken. Hij begrijpt niet wat de afkorting Schdg. betekent. Ze legt het uit. Hij kijkt haar aan ’of ze gek geworden is’ en geeft een voorproefje van de latere omgang met dit collectieve trauma. Hij vertrekt.

Jolande Withuis @ is als socioloog verbonden aan het Niod. Onlangs verscheen van haar bij De Bezige Bij ’Weest manlijk, zijt sterk’, biografie van de verzetsheld Pim Boellaard. Dit artikel is deels gebaseerd op een hoofdstuk uit ’De vrouw als mens’ (2007). ’Een vrouw in Berlijn’ is verschenen bij Cossee, Amsterdam. Zie voor filmrecensie: trouw.nl/cultuur/film.

Deel dit artikel