Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het grootste probleem was de olie

Home

JOEP ENGELS

Voor België was het een unicum: de automatiekhal aan de Steenstraat in Brugge. “Alles werkt doodeenvoudig”, schreef het Brugsch Handelsblad bij de opening op 19 oktober 1963. “Men schuift enkele muntstukken in de schuif, men duwt op de knop en het gewenste wordt dadelijk netjes afgeleverd. Er is een keus tussen verschillende soorten kroketten, vleesballen en gekookte eieren. Het is thans uitgesloten dat Bruggelingen in het Stadscentrum nog van de honger kunnen omkomen.”

Ook voor een drankje en een sigaretje stond er in de hal van J. Hoeberigs een automaat. Alleen voor de patates frites zelf moest men nog de uitbater aanspreken. En dat was deze Bruggeling een doorn in het oog: twee jaar later stond hij op de uitvindersbeurs van Brussel met een fritesautomaat.

Een wonder van technisch vernuft, deze Frit-o-matic - Hoeberigs kreeg er een uitvinders-Oscar voor. Het apparaat bevatte een honderdtal bakjes voorgebakken friet, die met een ketting waren verbonden. Na inworp van een munt kwam de ketting in beweging, keerde het apparaat één bakje om en viel de friet in olie die continu op 180 graden werd gehouden. Dertig seconden later haalde de fritomatic de versgebakken patat uit het vet en kieperde hem in een nieuw bakje. De hongerige klant kon vervolgens via een luikje bij zijn portie. Zout en mayonaise werden in een apart sachet bijgeleverd.

Het zag er mooi uit, maar in de praktijk werd het een fiasco. Het begon al met 'de man van de knakworst', de snackfabrikant die de fritomatic in licentie nam. Deze verzuimde om de ketting die de bakjes voortbewoog, van een geleiding te voorzien. Daardoor gingen de bakjes slingeren, verloren ze hun frieten en kregen de klanten kleine porties. Bovendien werd het apparaat door de overboord gevallen frieten en het spattende vet snel smerig en vroeg het daardoor veel onderhoud.

Intussen begon Jan en alleman aan de frietautomaat te sleutelen. De een stopte er diepvriesfriet in, maar die ging klonteren en viel niet in gelijke porties in de bakjes. Een ander probeerde een trechtersysteem om de frietjes te geleiden: die braken echter in onsmakelijke stukjes. Overal ging het mis: de automaten stonken, vlogen in brand, waren niet 'hufterbestendig' en - niet het onbelangrijkste - de friet was nooit zo lekker als de gewone.

Het grootste probleem was de olie. Die moest eigenlijk elke dag worden ververst, maar daar kwamen veel exploitanten niet aan toe. Bovenal was de voortdurend hete olie funest voor de friet. Als die een hele nacht boven de hete dampen had gehangen, kwam ze er 's ochtends groen uitgeslagen uit.

Het visioen van Hoeberigs, een 'friteskottenvrij' België, werd daardoor nooit werkelijkheid. De fritesautomaten hebben het wel al die jaren volgehouden. Ze zijn nog steeds te koop, ze staan bijvoorbeeld in Disneyland en onlangs was er nog een op het Utrechtse station te bewonderen.

De uitvinder zelf heeft zich inmiddels op een nieuwe variant gestort: de fritesautomaat met een hete-luchtoven. Hij heeft een bedrijf gevonden dat het in licentie gaat produceren.

Deel dit artikel