Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het gevaar van de elektrische auto

Home

Karel Martens en vervoersplanoloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Met de elektrische auto lijkt een duurzaam mobiliteitsysteem binnen handbereik. Maar zelfs als iedereen straks op groene stroom rijdt, zal blijken dat dit de oplossing niet was.

Nederland is hard op weg een pionier te worden op het gebied van elektrische mobiliteit. Vorige week gaf minister Eurlings zijn zegen aan de eerste volledig elektrische auto die op de Nederlandse wegen mag rijden. En deze week deed staatssecretaris De Jager van financiën er een schepje bovenop met ruimhartige belastingvoordelen voor elektrisch rijden.

De keuze voor elektrisch rijden wordt natuurlijk gedreven door de toenemende bezorgdheid over het broeikaseffect en de scherpere normering voor luchtkwaliteit. Met de elektrische auto lijkt een duurzaam mobiliteitsysteem binnen handbereik. De auto zelf stoot immers geen schadelijke stoffen uit. En als de energievoorziening op termijn wordt gebaseerd op wind- en zonne-energie, is er geen vuiltje meer aan de lucht.

Niets is echter minder waar. In de euforie over de elektrische auto wordt namelijk vergeten dat de auto een mobiliteitssysteem heeft gecreëerd dat steeds weer aan zijn eigen succes ten onder dreigt te gaan.

Het probleem is dat het autosysteem zowel leidt tot spreiding als concentratie van de ruimtelijke ontwikkeling. Bewoners verspreiden zich over een steeds groter gebied, op zoek naar ruimte en rust en lagere woonlasten. Bedrijven en voorzieningen benutten de verhoogde automobiliteit, juist om zich te concentreren en zo de voordelen van schaalgrootte en elkaars nabijheid optimaal te benutten. Dat proces is al aan de gang sinds het verdwijnen van de buurtwinkels uit de kleine dorpen, maar zet zich nog steeds in alle hevigheid voort. Kantoren clusteren zich op grootschalige locaties, verspreide meubelzaken concentreren zich op meubelboulevards, en de binnensteden van Tilburg, Breda en Den Bosch lijken te worden geofferd voor de eerste megamall van Nederland.

Waar de tegenstrijdige trends van spreiding en concentratie uiteindelijk toe leiden is nog het duidelijkst te zien in en rondom Los Angeles. Daar zijn van overheidswege weinig beperkingen opgelegd, noch aan de spreiding van woningen, noch aan de concentratie van bedrijvigheid, noch aan de uitbreiding van wegen.

Het resultaat is verbijsterend. Een zee van alleenstaande huizen op ruime kavels zorgt voor een schijnbaar optimale spreiding van de vervoerstromen. Tegelijkertijd creëert de alomtegenwoordigheid van de auto de perfecte omstandigheden voor bedrijven om zich te concentreren. Zo zijn omvangrijke centra van werkgelegenheid ontstaan met elk tienduizenden arbeidsplaatsen. Elke ochtend pakken miljoenen forensen de auto om naar deze centra te reizen, met als gevolg een bijna volledige verstopping van het wegennet. Dit leidt vervolgens tot een verschuiving van bedrijven naar gebieden met minder congestie, die op hun beurt worden geconfronteerd met een aanwassende stroom auto’s en de daarbij behorende congestie. Vervolgens herhaalt het patroon zich. De enorme investeringen in het snelwegennet blijken weinig soelaas te bieden: ondanks het enorme net van snelwegen met soms meer dan 20 rijbanen, staat Los Angelos al jaren op nummer één in de Amerikaanse file-top-tien.

Een keuze voor de elektrische auto bergt het risico in zich dat Nederland eenzelfde pad zal inslaan. Overtuigd van de duurzaamheid van elektrisch rijden zal de overheid de groei van de automobiliteit geen strobreed in de weg leggen. Fijnstofnormen zullen niet langer beperkingen opleggen aan de forse uitbreiding van het snelwegennet als oplossing voor het fileprobleem. Bedrijven zullen zich in toenemende mate concentreren op de nieuwe zichtlocaties, burgers zullen massaal in de auto stappen, en nieuwe congestie zal het gevolg zijn. En vervolgens herhaalt zich ook hier het patroon van verschuiving van bedrijvigheid en congestie.

Het mag duidelijk zijn dat zo geen duurzaam mobiliteitssysteem wordt gecreëerd. De uitbreiding van het wegennet, de spreiding van wonen en de steeds weerkerende verplaatsing van werkgelegenheid zullen leiden tot het verdwijnen van de open ruimte rondom de nu nog compacte steden. De voorstellen voor een nieuwe ringweg door Amelisweerd en Leidsche Rijn spreken in dit verband boekdelen.

Een werkelijk duurzaam mobiliteitssysteem kan niet worden gebaseerd op de elektrische auto alleen. Zo’n systeem zal, meer dan in het verleden, moeten bestaan uit een hoogwaardig stelsel van openbaar vervoer. In tegenstelling tot het autosysteem, wordt het openbaar vervoer niet geteisterd wordt door interne tegenstrijdigheid. Het genereert, net als het autosysteem, concentratie van bedrijvigheid en daarmee een hoge dichtheid van de vervoerstromen.

In tegenstelling tot het autosysteem, functioneert het openbaar vervoer juist uitstekend bij sterk geconcentreerde vervoerstromen, zoals blijkt uit de winstgevende treinverbindingen in de Randstad. Het systeem werkt zijn eigen succes in de hand: het genereert de concentratie van wonen en werken in compacte milieus, die vervolgens goed kunnen worden bediend met dat openbaar vervoer. Voeg daarbij dat het openbaar vervoer nu al voor een belangrijk deel op elektriciteit rijdt en het mag duidelijk zijn hoe het duurzame mobiliteitsysteem van de toekomst er daadwerkelijk uit zal zien.

Lees verder na de advertentie
Minister Eurlings en premier Balkenende in een elektrische auto. (ANP)

Deel dit artikel