Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het ene racisme is het andere niet (opinie)

Home

Anne-Ruth Wertheim en publicist over racisme

In Nederland loert het gevaar van een nieuw soort racisme. Niet het klassieke racisme, tegen etnische groepen. Maar een nieuw, cultureel racisme, gebaseerd op wantrouwen en angst.

Programmamaker Harry de Winter vergelijkt, in een advertentie in de Volkskrant van maandag, de manier waarop in Nederland over moslims wordt gesproken met het antisemitisme tegen de joden. De afgelopen jaren werd iedereen die het waagde deze vergelijking te maken voor gek versleten. Islamofobie was terechte angst voor moslims en had niets te maken met zoiets verschrikkelijks als de Holocaust. Maar de vergelijking van De Winter gaat over de voorbereiding: hoe in de jaren dertig van de vorige eeuw de Europese bevolkingen beetje bij beetje kregen ingeprent dat er iets mis was met de joden.

Wat de moslims hier te verduren krijgen mag maar geen racisme heten. Daar is nog een andere reden voor. Racisme is systematisch neerzien op andere mensen en dat is hier niet of nauwelijks aan de hand. Racisme is wat er gebeurde in de koloniën, tegenover slaven, of tegenover zwarten onder de Apartheid. Hier heet het dat ’wij gewoon de problemen benoemen en zeggen wat we denken. Dat is vrije meningsuiting, en daar moeten ze maar tegen kunnen’.

Het klopt dat het vertrouwde koloniale racisme op z’n retour is. Maar dat is niet het enige racisme. Al eeuwenlang komt een heel ander racisme voor, een cultureel racisme. Daar gaat het niet om neerzien maar om angst en wantrouwen. Het is dit racisme dat in Nederland terrein wint, ook al heet het vergoelijkend ’islamofobie’.

De twee soorten racisme verschillen hemelsbreed, maar hebben gemeen dat ze boordevol vooroordelen zitten. Bij het koloniale racisme werd gezegd dat de mensen niet in staat waren hun eigen boontjes te doppen, ze waren dom, lui en kinderlijk. Bij het nieuwe, culturele racisme is het bijna andersom. Moslims, en eigenlijk alle niet-westerse immigranten, worden zelden dom genoemd, al moeten ze nog veel achterstanden inhalen. Ze zijn vooral onbetrouwbaar en hun culturele bagage – religie inbegrepen – is levensgevaarlijk.

Ooit hoorde ik zelf tot een minderheid. Ik was kind in Nederlands-Indië, half joods bovendien. In de kolonie moesten Indonesiërs op de plantages werken tegen karige beloning. Dat werd goedgepraat met de bekende vooroordelen. Je hoeft er de Indische literatuur maar op na te slaan: het personeel was volgens de blanke hoofdpersonen traag van begrip, goedgelovig en leefde bij de dag. Ze konden dat niet helpen, het lag biologisch vast.

In Nederland is dit uitbuitingsracisme nooit helemaal verdwenen, daarvan kan iedereen met een kleurtje meepraten. Wel werd na de verschrikkingen van de jodenvervolging ’racist’ een scheldwoord. Toen de Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten hier binnenkwamen, werd over hen meewarig en lacherig gedaan: ze konden en wilden niet anders dan zwaar lichamelijk werk doen en waren te stom om Nederlands te leren. Maar geleidelijk veranderde er iets.

Het culturele racisme keert zich al eeuwen tegen handelsminderheden: de Indiërs en Pakistanen die uit Oeganda werden verdreven, de pogroms tegen Chinezen in andere Aziatische landen, zoals Indonesië. Ook het Europese antisemitisme heeft veel gemeen met dit culturele racisme. Overal ging het om venijnige vooroordelen, maar nergens werd beweerd dat de mensen dom zouden zijn of lui. Integendeel, de herkenbare groep was sluw en belust op geld en macht.

Niet met hun biologische kenmerken was iets mis, hun cultuur was angstaanjagend, hun ’afwijkende’ manieren van doen en denken, hun religie. En daar konden ze wel degelijk iets aan doen: ophouden met hun verafschuwde gewoonten, hun gewraakte religie afzweren. Bovendien waren ze concurrenten van de gevestigde bevolking en ook dat werd hen niet in dank afgenomen.

Ook bij het nieuwe racisme in Nederland maakt het neerbuigende plaats voor angst, wantrouwen en minachting voor datgene ’waar men zelf iets aan kan doen’. Gelukkig laten verreweg de meeste mensen zich hier niet mee besmetten. Ze doorzien hoe het extremistische gevaar van toepassing wordt verklaard op alle moslims. Hoe alle niet-westerse immigranten, hoe verschillend ook, bijeen worden geharkt tot een herkenbare groep. Hoe ze zondebok worden voor alles wat mis gaat – de sfeer in de wijken, de onveiligheid, nu zelfs al de files.

De mensen die hieraan niet meedoen zijn niet blind voor de problemen, ze zien juist haarscherp waar dit soort ’oplossingen’ ons brengt. Zij sluiten niet hun ogen voor de wereldgeschiedenis.

Vorig jaar werden de immigranten ineens deloyaal genoemd, vanwege hun dubbele paspoort. Ook twijfel aan loyaliteit, de beschuldiging onderhevig te zijn aan verre machten, hoort tot het culturele racisme. Van de joden werd beweerd dat ze handlangers waren van een verzonnen gezelschap geheimzinnige heren dat streefde naar de wereldheerschappij, de ’Wijzen van Zion’. En de Chinese handelsminderheid zou worden gedirigeerd vanuit het griezelig grote moederland.

Tenslotte de risico’s van geweld. Waar uitbuitingsracisme heerste, dienden vroeger openbare lijfstraffen tegen opstandige enkelingen als afschrikwekkend voorbeeld. Alle anderen werden lijfelijk ongemoeid gelaten: zij moesten immers in staat blijven het zware werk te doen. Maar waar cultureel racisme heerste, werden zoveel mogelijk leden van de bedreigend geachte groep lijfelijk uitgeschakeld, gedood of verdreven. Dat geweld was massaal, ook al vielen er aan beide kanten doden. Daaraan vooraf ging een verhevigd rondzingen van de vooroordelen, hoe gevaarlijk de groep wel niet was en hoe terecht de angst.

Het kruitvat vulde zich, het wachten was op de lont. Wie uiteindelijk begon, bleef meestal in het duister. Zover is het hier gelukkig nog lang niet, maar er moet wel een eind komen aan het verzieken van de atmosfeer. Dat kan als meer mensen de mechanismen doorzien.



Anne-Ruth Wertheim schreef het boek ’De gans eet het brood van de eenden op’, over haar kindertijd in een Jappenkamp. ISBN 9080195413. Zojuist is ook de Indonesische vertaling verschenen.

Deel dit artikel