Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het drama van 25 jaar klimaatpolitiek

Home

INGRID WEEL

Zonder steun van premier kan milieuminister bitter weinig, concludeert Wijnand Duyvendak in zijn boek

Winsemius, Nijpels, Alders, De Boer, Pronk en Cramer; allen wilden iets doen aan de broeikasgasuitstoot, geen van deze oud-ministers van milieu is het echt gelukt. Wijnand Duyvendak, oud-Kamerlid voor GroenLinks en voormalig directeur van Milieudefensie sprak hen allemaal en komt tot de conclusie dat zonder steun van de premier milieubeleid gedoemd is te mislukken.

Duyvendak voelde twee jaar geleden - na de geflopte klimaattop in Kopenhagen - de 'intellectuele behoefte' om het klimaatbeleid van de afgelopen 25 jaar eens op een rijtje te zetten. Dat heeft geresulteerd in het boek 'Het groene optimisme', dat vandaag verschijnt. Een van de dingen die hem opvielen, was het belang van betrokkenheid van 'de hoogste baas'.

Hans Alders, minister van milieu van 1989 tot 1994, zegt in het boek dat premier Ruud Lubbers hem echt goed hielp bij het Nationaal Milieubeleidsplan, maar toen de uitvoering lastig bleek en de economie wat slechter ging, trok de premier er steeds meer zijn handen vanaf. Margreeth de Boer was minister toen het kabinetsmotto 'werk, werk, werk' was. "Ik was gewoon een Schipholminister", kijkt De Boer nu terug op haar periode van 1994-1998.

Haar opvolger, Jan Pronk: " Je kunt als minister van milieu alleen maar iets coördineren. Je hebt geen instrumenten en geen bevoegdheden. Bij de departementen van economische zaken en van verkeer zetten ze keihard de hakken in het zand. Je kunt dan heel weinig." Duyvendak: "Zonder steun van de premier is het gevecht te groot."

Alle oud-bewindspersonen gaven aan hoe moeilijk het was om het ministerie van economische zaken (EZ) mee te krijgen. In de jaren tachtig zeiden de ambtenaren bij EZ al: "We kunnen ons geen duurzaamheid veroorloven", en dat is altijd zo gebleven. De milieuambtenaren willen regels en heffingen, EZ pleit voor subsidies en convenanten, schrijft Duyvendak in zijn boek.

In de jaren vijftig kwamen woorden als 'klimaatwisseling' of 'gevaarlijke koolzuurgasdeken' voor het eerst in de wetenschap voor. Als in die periode de eerste professoren er in de media op wijzen dat steenkool en olie de veroorzakers zijn van het mogelijke broeikasgaseffect, wordt echter net de gasbel onder Slochteren ontdekt.

"De vondst van de gasbel is niet alleen maar een zegen", stelt Duyvendak. "Voor de ontwikkeling van duurzame energie is het een vloek." Waar andere landen zich bogen over nieuwe energievormen, zoals Denemarken met windenergie deed, voelt Nederland zich sterk en rijk met het aardgas. Het waren Pieter Winsemius en daarna Ed Nijpels met Lubbers die het broeikasgaseffect op de publieke en politieke agenda zetten en er een 'algemeen belang' van maakten.

Het onderwerp milieu leefde eind jaren tachtig enorm. Duyvendak: "Dat is ook een van mijn conclusies in het boek, dat het belangrijk is om het links-rechts-denken los te laten. Het klimaatprobleem moet je met zijn allen oplossen. In de landen waar het onderwerp niet is gepolariseerd is de meeste vooruitgang geboekt."

De grootste oppositiepartij de afgelopen 25 jaar in het klimaatbeleid is ondernemersorganisatie VNO-NCW geweest, stelt Duyvendak. Zij is de spreekbuis van de Nederlandse multinationals en de energie-intensieve industrie die de omslag naar een duurzame economie structureel tegenwerkt. Zo riep in 2006 voorzitter Bernard Wientjes op om wat minder krampachtig vast te houden aan de internationale klimaatafspraken.

Zonder een verandering van de energieprijzen - fossiel duurder, duurzaam goedkoper - gaat een groene toekomst niet lukken, benadrukt Duyvendak. Maar om dat te bewerkstelligen moet er wel maatschappelijke steun zijn, zegt hij. "Het is hoopgevend dat er nu veel maatschappelijke initiatieven zijn."

Duyvendak vindt het jammer dat klimaatpolitiek momenteel weer echt als 'linkse politiek' wordt gezien. Dat was ook zo in 2002. Milieu mocht toen even geen prioriteit meer krijgen, vertelt toenmalig staatssecretaris Pieter van Geel in het boek. Vier jaar later was daar opeens de tweede klimaatgolf, zoals Duyvendak het noemt, na een groot aantal wetenschappelijke publicaties over het probleem, met oud-presidentskandidaat van de VS, Al Gore als spreekbuis.

Politieke partijen buitelden tijdens de verkiezingen van 2006 over elkaar heen om te benadrukken hoe belangrijk zij klimaatverandering vinden. D66-leider Alexander Pechtold: "Wij hebben Al Gore niet nodig, wij vinden dit al twintig jaar." Mark Rutte, net gekozen tot lijsttrekker van de VVD: "Dit is zo belangrijk dat we het niet aan de linkse partijen kunnen overlaten. " De VVD gaat 'leiderschap pakken' in het klimaatdebat, beweert Rutte.

Als de financiële crisis losbarst in 2008 wordt de zorg snel minder. Van Geel zegt over de huidige situatie: "Er is de neiging ons terug te trekken achter de dijken en niet verder te kijken dan de waan van de dag." De broeikasgasuitstoot is ondertussen volgens cijfers uit 'Het groene optimisme' in 2010 met nog geen procent gedaald ten opzichte van 1990.

"Het is ook een complex probleem; niet direct zichtbaar, en er is geen eenvoudige oplossing", verzucht Duyvendak. Sommige wetenschappers die hij interviewde voor het boek denken dat er kleine rampen nodig zijn om de urgentie aan te tonen, zoals het smelten van de Noordpool. Mensen moeten het probleem ervaren.

Duyvendak benadrukt ook dat de departementen van EZ en milieu moeten fuseren. "En er is een wettelijk instrumentarium nodig. Met alleen convenanten en andere vrijblijvende afspraken gaat het niet lukken. Dat hebben we de afgelopen 25 jaar gezien: de tragiek van milieuministers is groot."

Duyvendak kritisch op eigen partij
Het oud-Kamerlid van GroenLinks Wijnand Duyvendak kijkt in zijn nieuwe boek 'Het groene optimisme' met jaloezie naar de zusterpartij in Duitsland, De Groenen, die veel en veel groter is.

"GroenLinks is in het Nederlandse politieke spectrum de enige partij die zich groen afficheert en daarom als vanzelf 'eigenaar' van het onderwerp."

"In de dagelijkse praktijk is het voeren van groene politiek echter lang niet altijd de core business van de partij. Het is tekenend dat er voor GroenLinks altijd maar één groen Kamerlid in de Tweede Kamerfractie zit, terwijl 'Groen' toch de helft van de naam is."

Deel dit artikel