Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het Chinese elftal wordt gezien als nationale schande. Dat moet anders kunnen

Home

Marjon Op de Woerd

Voetballes voor basisscholieren © Trouw

China wil een voetbalgrootmacht worden. Maar het Chinese elftal - dat gisteren verrassend een belangrijke WK-kwalificatiewedstrijd won - wordt doorgaans gezien als nationale schande. President en voetballiefhebber Xi Jinping zet alles op alles om dat te veranderen. Nederlandse voetbaltrainers trokken naar Shanghai om het voetbal nieuw leven in te blazen.

Elf kinderen bewegen zich wankelend over het voetbalveldje in de Shanghai. Hun benen raken verstrikt bij het dribbelen en de armen hangen slungelig naast hun lichaam. "Buitenkant rechtervoet", roept de Groningse voetbaltrainer Dirick Jan van Strien in het Engels over het voetbalveld. "Nu linkervoet binnen", klinkt het direct daarna. Iets harder. Een jongen - negen jaar, rood hesje van Nike en grijze joggingbroek - heeft zijn ogen strak op de bal. Het puntje van zijn tong hangt uit zijn mond, maar het helpt niet. Na twee dribbels is de bal alweer uit zicht.

Van Strien (30) roept de klas bijeen. "Jongens, waarom is coördinatie zo belangrijk?", vraagt hij. "Concentratie", zegt de een. "Lichaamsbalans", zegt de ander, languit liggend op het gras. Het is het doel van de meeste oefeningen die Van Strien met deze schoolkinderen doet: balans creëren. "Kinderen hebben hier motorische problemen. Er zijn ontelbaar veel Chinezen met O- of X-benen en de oog-voetcoördinatie is vaak moeizaam. In Nederland trappen kinderen op straat een balletje of spelen buiten, maar in een Chinese stad als Shanghai is dat onmogelijk", aldus Van Strien.

Lees verder na de advertentie
Kinderen hebben hier motorische problemen. Er zijn ontelbaar veel Chinezen met O- of X-benen en de oog-voet­coö­r­di­na­tie is vaak moeizaam.

Dirick Jan van Strien, voetbaltrainer in China

Dat moet anders. China moet een voetbalnatie worden en de nieuwe wereldmacht op de grasmat. "Alleen door voetbal te laten herleven kan China de sportmacht worden zoals dat nodig is voor de Chinese droom", zo staat in het hervormingsplan van maar liefst vijftig punten dat president en partijleider Xi Jinping in 2014 presenteerde. Volgens de Communistische Partij verbetert voetbal de fysieke conditie, verrijkt het de cultuur, ontwikkelt het de sportindustrie én bevordert het een gevoel van patriottisme en collectiviteit. "Voetbal is een baken van hoop voor de massa", aldus de speciaal opgezette commissie die verantwoordelijk is voor de hervormingen in voetballand.

Gedesillusioneerd
Die hoop is nu nog ver weg. Op de ranglijst van wereldvoetbalbond Fifa bungelt China op de zesennegentigste plek, teleurstellend ingeklemd tussen Noord-Korea en Irak enerzijds en Oman en Mozambique anderzijds. Ook een blik in de geschiedenisboeken van het WK-voetbal stemt niet erg hoopvol. 'Team China', zoals het nationale elftal wordt genoemd, heeft zich sinds 1930 slechts één keer weten te kwalificeren. In 2002 wist het elftal door te dringen tot de eerste ronde van het toernooi. Nog altijd wordt dit team gezien als de gouden generatie, maar in geen van de drie gespeelde wedstrijden wist het elftal überhaupt te scoren. Met nul punten op de scorekaart keerden de spelers gedesillusioneerd naar huis.

Derick Jan van Strien © Trouw

President Xi neemt daar geen genoegen meer mee. Zijn droom is dat China zich kwalificeert voor een WK, dat het gastland is van het toernooi én dat 'Team China' er ooit met de beker vandoor gaat.

"Proud to be a farmer"
De weg naar het kantoor van de East Asia Youth Football Club is er een van half afgebroken traptreden en bruin geworden ramen. Het kantoor zelf is net opgeknapt, zegt Van Strien vlak voor hij de deur opendoet. In de hoek staat een miniatuur voetbalveld van klittenband, met de elf spelers opgesteld in basisformatie. Aan de muur geeft een groen-witte sjaal de kamer nog wat kleur. "Proud to be a farmer", staat er onder het logo van voetbalclub FC Groningen.

Het is een kleine herinnering aan thuis, voor de vier Nederlandse jonge mannen nu bijna negenduizend kilometer verderop. Vier jaar geleden ruilde de 32-jarige Norman Lee Groningen in voor Shanghai. Niet veel later volgde jeugdvriend Dennis Erenstein, en afgelopen september sloten ook Dirick Jan van Strien en Pim Hendrix zich bij de voetbalclub aan. Met zijn laatste spaargeld maakte Lee de Chinese wereldstad zijn nieuwe thuis. En met succes. Hij heeft nu de dagelijkse leiding over een voetbalclub met ruim vijfhonderd kinderen, vier Nederlandse trainers en vier Chinese. Van voetbaltrainingen op de club tot lessen op school: China aan het voetballen krijgen, dat is het doel.

Van voet­bal­trai­nin­gen op de club tot lessen op school: China aan het voetballen krijgen, dat is het doel.

Subsidie
"De Chinese voetbalmarkt is enorm aan het groeien sinds Xi zijn vergezicht schetste en subsidies beschikbaar stelde om dat te realiseren. Overal schieten nu de voetbalscholen als paddenstoelen uit grond", zegt Lee. Dat worden er de komende jaren alleen nog maar meer. Om de top te bereiken moet voetbal niet alleen een populaire sport zijn op televisie, de massa moet het spel zelf willen en kunnen spelen. Daarom wil de president dat er in 2025 minstens 50.000 voetbalscholen zijn, is voetbal nu al onderdeel geworden van het curriculum op school en moeten de basistechnieken - zoals dribbelen, passen, aannemen en schieten - verplicht geleerd worden.

"Gelukkig waren we met het het opstarten van onze club net iets eerder dan de rest en hebben we als Nederlanders een voorsprong qua kennis en ervaring", zegt Lee. Dat het nu goed gaat, is echter geen garantie. "Onze club is in handen van East Asia, een sportmanagementbedrijf dat ook eigenaar is van het Shanghai Stadion. Maar ondertussen heeft de overheid hier zo'n grote vinger in de pap dat als zij zich bedenken of iets hen niet zint het plots afgelopen kan zijn. Dat moeten we ons continu realiseren."

Norman Lee © Trouw

Motivatie
De 32-jarige Erenstein, al van jongs af aan vrienden met Lee en ook al een paar jaar wonend en werkend in de grootste stad van China, zit achterover geleund in de bureaustoel. De motivatie bij alle trainers is de laatste maanden nogal afgenomen, vertelt hij. Lokale overheden zijn betrokken bij de sport en de ontwikkeling van de club, maar volgens Erenstein alleen om een 'wit voetje' te halen bij de president. "Toen wij hier net kwamen, werden we heel erg vrijgelaten in onze trainingen en toekomststrategie voor de club. Maar nu we gegroeid zijn en het geld sneller binnenstroomt, bemoeit plots iedereen zich met ons. Alles draait hier om geld, niet per se om liefde voor het spel."

Houdt Xi wel echt van voetbal? Mark Dreyer, sportcolumnist bij de Chinese Partijkrant Global Times en voormalig sportverslaggever bij persbureau AP en Fox Sports, neemt nog een slok van zijn koffie in een café in het financiële district van Peking. "Tja, dat zullen we nooit echt zeker weten", zegt hij. Dan lachend: "Dit plan is stiekem natuurlijk ook vrij populistisch. Als het nationale elftal ook maar een beetje beter wordt, dan is iedereen al blij."

En vergeet de economie niet, waarschuwt Dreyer. China heeft nu al de grootste sportindustrie ter wereld, maar de economische groei in het land vertraagt. "En sport is groei", zo simpel is het nu eenmaal. "Als het lukt het Chinese voetbal op wereldniveau te krijgen en voorgoed te ontdoen van de matchfixingschandalen uit het verleden, dan zou dat qua investeringen en opbrengsten een enorme bijdrage kunnen leveren aan het bruto binnenlands product. Dat maakt het een interessante markt om te ontwikkelen."

Lokale overheden zijn betrokken bij de sport en de ontwikkeling van de club, maar alleen om een 'wit voetje' te halen bij de president.

Dennis Erenstein, voetbaltrainer in China

Rugnummer 1
Op clubniveau wordt er momenteel al flink geïnvesteerd. Sinds Xi zijn plannen uit de doeken deed, voelen de grote clubs zich gesterkt internationaal talent aan te trekken. Clubs uit de Super League, de hoogste divisie in China, gaven de afgelopen transferperiode ruim driehonderd miljoen euro uit aan buitenlandse spelers. Meer dan welke Europese liga dan ook.

Maar het aantal toegestane buitenlandse spelers per team is gelimiteerd. Om de ontwikkeling van de eigen spelers niet in de weg te staan mogen er iedere wedstrijd per elftal maximaal vier buitenlandse spelers op het veld staan, van wie één afkomstig moet zijn uit een land dat aangesloten is bij de Aziatische voetbalbond. De speler met nummer 1 als rugnummer moet daarnaast altijd een Chinees paspoort hebben. Dat zijn de regels.

Zo blijkt: presidentiële dromen hebben macht. En dat het land in staat is sportdromen te laten uitkomen, bewezen de Olympische Zomerspelen van 2008 toen China voor het eerst de Verenigde Staten in het medailleklassement voorbijstreefde.

De speler met nummer 1 als rugnummer moet daarnaast altijd een Chinees paspoort hebben. Dat zijn de regels.

Eenkindpolitiek
Toch staan er tussen droom en daad nog talloze bezwaren. Voetbal is anders, stelt Dreyer. "China is heel goed in individuele sporten als zwemmen en turnen. Sporten waarbij de training zich richt op het continu herhalen en dus verbeteren van één vaardigheid per keer. Maar bij voetbal werkt dat niet. Het is een teamsport en een spel waarbij je nooit weet wat de tegenstander precies gaat doen. Dat vergt creativiteit en daar is hier helaas weinig ruimte voor."

Ondertussen laat ook de eenkindpolitiek zijn sporen na. Volgens Dreyer leggen zowel de ouders als de zeer intensief betrokken grootouders een enorme druk op dat ene kind. Zes paar ogen zijn continu gericht op de ontwikkeling van het kind en hopen op een succesvolle academische toekomst. "Sport wordt gezien als afleiding van dat doel", zegt Dreyer.

Lee ziet dat terug bij de kinderen op de club in Shanghai. "De schooldagen in China zijn lang en de hoeveelheid huiswerk is zo groot dat twee keer per week trainen praktisch al onmogelijk is."

Of het smijten met geld de droom dichterbij brengt, valt dus nog te bezien. Op de korte termijn kan het een positieve bijdrage hebben, denkt trainer Van Strien. "Goede spelers zorgen vaak voor een beter spel en dus meer plezier. Het kan helpen de sport nog populairder te maken", zegt ook Lee. Maar op de lange termijn is er meer nodig, te beginnen bij het daadwerkelijk uitvoeren van alle plannen.

China is heel goed in individuele sporten, waarbij de training zich richt op het continu herhalen.

Mark Dreyer, sportcolumnist bij Chinese Partijkrant Global Times

Angst voor gezichtsverlies
"Er zijn ruim 1,3 miljard Chinezen. Daar moeten toch elf hele goede voetballers tussen zitten?", zegt Dreyer grappend. Maar het duurt nog wel twintig jaar voordat die elf hele goede spelers gevonden en opgeleid zijn, vreest hij. En een WK winnen? "Dat ga ik in mijn leven nooit meer meemaken", aldus de 38-jarige columnist. Dit soort ontwikkelingen heeft tijd nodig. Ten eerste moet de angst voor gezichtsverlies bij fouten verdwijnen, denkt hij. En de voetbalcultuur moet van onderop groeien en niet van bovenaf worden opgelegd. "Kinderen moeten, zoals in het Westen, voetballen omdat ze het leuk vinden en niet omdat het moet. Daarnaast heeft China meer amateurcompetities nodig en betere jeugdopleidingen om talent te ontplooien."

Een klein stapje in die richting zijn misschien wel de zogenoemde 'elitetrainingen' die de East Asia Youth Football Club afgelopen september opzette. Het verschil op het trainingsveld voor het Olympische Shanghai Stadion is duidelijk te zien. De benen van deze 9-jarige jongens bewegen een stuk soepeler over het kleine veld dan die van hun leeftijdsgenootjes tijdens de schooltraining eerder die dag. Als een van hen scoort gaan de wijsvingers hoog de lucht in. Hij gooit zijn hoofd in zijn nek en komt met een sliding op beide knieën weer tot stilstand. Zijn teamgenootjes storten zich gillend op hem, alsof de jongen net een WK-goal heeft gemaakt.

En wie weet, heel misschien, doet hij dat ooit eens. Voor 'Team China' zou het de eerste ooit zijn.

Er zijn ruim 1,3 miljard Chinezen. Daar moeten toch elf hele goede voetballers tussen zitten?

Mark Dreyer, sportcolumnist bij Chinese Partijkrant Global Times



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Kinderen hebben hier motorische problemen. Er zijn ontelbaar veel Chinezen met O- of X-benen en de oog-voet­coö­r­di­na­tie is vaak moeizaam.

Dirick Jan van Strien, voetbaltrainer in China

Van voet­bal­trai­nin­gen op de club tot lessen op school: China aan het voetballen krijgen, dat is het doel.

Lokale overheden zijn betrokken bij de sport en de ontwikkeling van de club, maar alleen om een 'wit voetje' te halen bij de president.

Dennis Erenstein, voetbaltrainer in China

De speler met nummer 1 als rugnummer moet daarnaast altijd een Chinees paspoort hebben. Dat zijn de regels.

China is heel goed in individuele sporten, waarbij de training zich richt op het continu herhalen.

Mark Dreyer, sportcolumnist bij Chinese Partijkrant Global Times

Er zijn ruim 1,3 miljard Chinezen. Daar moeten toch elf hele goede voetballers tussen zitten?

Mark Dreyer, sportcolumnist bij Chinese Partijkrant Global Times