Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het blijft gissen naar de hongerdoden in Noord-Korea

Home

ERIC BRASSEM

AMSTERDAM - Al drie jaar kampt Noord-Korea met steeds ernstigere voedseltekorten. De VN-voedselorganisatie WFP heeft vorige maand de donorlanden opgeroepen bij te dragen aan de grootste hulpinspanning uit haar geschiedenis: het land heeft 740 miljoen gulden aan voedselhulp nodig. Maar het door natuurrampen en communisme geteisterde land is zo gesloten, dat het gissen blijft naar exacte oorzaken en aantallen slachtoffers.

Schokkende verhalen doen de ronde: twee miljoen, drie miljoen doden zouden er zijn - op 23 miljoen inwoners. Daarmee zou de nood hard op weg zijn om uit te groeien tot de historische proporties van de honger in de Oekraïne in de jaren '30 (twintig miljoen doden), in China tijdens de Grote Sprong Voorwaarts (1958-62: dertig miljoen doden) en Ethiopië midden jaren '80 (meer dan een half miljoen doden).

De Noord-Koreaanse hongersnood heeft in ieder geval gemeen met die onder Stalin, Mao en Mengistu, dat ze zeker deels te maken heeft met ideologisch geïnspireerd wanbeleid. De eerste berichten over een catastrofe in Noord-Korea kwamen naar buiten na de immense overstromingen van 1995. Die watersnood werd verergerd door erosie: met onverantwoorde houtkap wilden de Noord-Koreanen landbouwgrond winnen voor de staatsboerderijen, en ook brandstof, waaraan gebrek heerst sinds het wegvallen van de voornaamste handelspartner, de Sovjet-Unie.

In de spraakmakende, vorig jaar verschenen studie 'Hungry Ghosts, China's secret famine' beschrijft de auteur Jasper Becker hoe Mao er grotendeels in slaagde de wereld onkundig te houden van de rampzalige reikwijdte van zijn experimenten. De wereld wilde de tekenen niet geloven. Sommigen, waaronder de hulporganisatie World Vision, stellen dat de wereld blind is voor aanwijzingen dat nu in Noord-Korea een vergelijkbare ramp plaats heeft.

De organisatie, die ook hulpprojecten heeft opgezet in Noord-Korea, concludeerde vorig jaar dat er twee miljoen doden zouden zijn gevallen. Ze baseerde zich op interviews onder vierhonderd Noord-Koreaanse vluchtelingen in China. “De regering van de VS en de landen overal ter wereld moeten ophouden net te doen alsof het zogenaamde 'voedseltekort' iets anders is dan een alomvattende hongersnood”, betoogde onder-directeur Andrew Natsios op een persconferentie.

Deze maand waagde ook de in Hongkong verschijnende krant South China Morning Post zich aan het noemen van een dodental. De correspondent in Peking - niemand minder dan Jasper Becker, de auteur van 'Hungry Ghosts' - schreef ook dat een dodental van twee à drie miljoen reëel is.

Ook hij baseert zich op eigen gesprekken met vluchtelingen, en op een onderzoek van een Zuid-Koreaanse boeddhistische organisatie, die de afgelopen paar maanden meer dan 460 Noord-Koreaanse vluchtelingen in de grensstreek met China ondervroeg over verhongerde familieleden. Vooral vluchtelingen uit plattelandsgebieden meldden een hoog aantal sterftegevallen, tegen de 25 procent.

Becker beschrijft het geval van een 27-jarige vluchteling, die na de dood van enkele familieleden de industriestad Hamhung ontvluchtte. Geen bedrijf in de stad werkte meer, en hij had, zo beweert hij, als werkloze geen recht op de voedselhulp. Alle voedselhulp wordt door een Noord-Koreaanse organisatie verdeeld.

Niet iedereen is ervan overtuigd dat dergelijke verhalen kloppen. Becker zelf voert een functionaris aan van de WFP in de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang, die stelt dat vluchtelingen overdrijven, in de hoop op hulp. Wat hulp kunnen de vluchtelingen overigens wel gebruiken. China herbergt vermoedelijk enige duizenden illegale vluchtelingen, die erin geslaagd zijn om de zwaarbewaakte, 1600 kilometer lange grens tussen de beide landen over te steken. Chinezen die vluchtelingen helpen, staan zware geldstraffen te wachten. De Chinese autoriteiten sturen illegale Noord-Koreanen terug over de grens. De vluchtelingen beweren dat de Noord-Koreaanse autoriteiten deze 'verraders' executeren.

Diarree

Een medewerkster van de Nederlandse afdeling van Artsen zonder Grenzen in Pyongyang, Inge Verdonk, kan dergelijke gruwelverhalen niet bevestigen. In het oog springende tekenen als lijken en zwaar ondervoeden langs de weg zijn volgens haar onbekend bij de medewerkers van Artsen zonder Grenzen, die in drie provincies hulp verleent.

“Ikzelf werk in klinieken ten zuiden van Pyongyang, een gebied dat bekend staat om zijn goede landbouwgrond”, vertelt Verdonk, die voedingsdeskundige is. “De ondervoedingsproblemen zoals ik die tegenkom in de gezondheidscentra hier zijn evenzeer te wijten aan slechte hygiëne als aan voedselgebrek. Als kinderen diarree krijgen, wat gauw gebeurt als de hygiëne tekortschiet, bestaat de neiging ze even niet te voeden. Dan kan hun conditie snel achteruitgaan. Maar moeders zijn meestal niet ondervoed.”

Verdonk benadrukt dat zij, evenals alle andere buitenlandse hulpverleners, niet de vrijheid heeft om op eigen houtje de toestand te onderzoeken. “Wij hebben altijd tolken bij ons, die ook op ons moeten passen. Als wij naar een ziekenhuis gaan, moeten we dat een week van tevoren aankondigen. Maar het is ons ook wel eens gebeurd dat een ziekenhuis kennelijk geen bericht had gehad dat wij eraan zouden komen, en er was geen opmerkelijk verschil met anders. Maar naast de ziekenhuizen die wij mogen bezoeken, bestaan er ook instituten met kinderen waar wij niet mogen komen.”

Maarten Groot, die gedurende drie perioden in Noord-Korea is geweest om de mogelijkheden voor Artsen zonder Grenzen aldaar te onderzoeken, bevestigt dat “alles wat wij te zien krijgen geënsceneerd is”. Maar dat hoeft volgens hem niet noodzakelijkerwijze te betekenen dat de situatie in werkelijkheid veel ernstiger is dan uit de geënsceneerde bezoeken blijkt. “Toen ik er in 1995 voor het eerst was, hadden ze er grote moeite mee om te tonen dat Noord-Korea toch niet het paradijs was.”

Leger

Maar dat is volgens Groot inmiddels veranderd: de honger is in de optiek van de Noord-Koreanen immers te wijten aan overstromingen, zolang er maar niet aan dat beeld getornd wordt. Groot meent dan ook dat Pyongyang helemaal geen bezwaar heeft tegen opgeklopte schattingen over het aantal slachtoffers. Op basis van zijn ervaringen heeft hij geen reden om te twijfelen aan de efficiëntie waarmee de Noord-Koreanen de internationale voedselhulp verdelen. “Al is de algemene indruk dat het leger er beter vanaf is dan de ouderen.”

Het Noord-Koreaanse leger is naar verhouding een van de grootste ter wereld, en ondanks de honger nog steeds groeiende. De zorgen om dat leger - vooral in Zuid-Korea, de VS en Japan - zouden volgens sommigen de reden zijn dat de ware omvang van Noord-Korea's problemen wordt doodgezwegen. Het Westen laat het hongerwapen zijn werk doen, en wacht op de implosie.

Betrouwbaarder klinkende verhalen over massale sterfte en Westerse medeplichtigheid ontbreken. De cijfers die wel bekend zijn, klinken ernstig genoeg. Het WFP probeert komend jaar aan 7,5 miljoen inwoners, oftewel bijna eenderde van de bevolking, voedselhulp te verlenen - tegenover 4,7 miljoen vorig jaar. Zijn de WFP-gegevens betrouwbaar? Rolf Huss, Noord-Korea-deskundige bij het WFP in Rome is overtuigd van wel: “Wij combineren gegevens over oogsten, afkomstig van satellietfoto's, neerslag en waarnemingen ter plaatse.”

Deel dit artikel