Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het beloofde land van Shri Rama

Home

Perdiep Ramesar

Na de afschaffing van de slavernij zochten de plantagehouders in Suriname arbeiders. Het werden Hindostanen uit Brits-India. Hun geschiedenis wordt nu onderzocht.

Een groot en dominant heerschap was de in 1893 geboren Mahasé Soekhdew. Niet iemand waar andere Hindostaanse immigranten op de Surinaamse plantage Laarwijk zomaar tegen in zouden durven gaan. Misschien was dat wel de reden dat zijn vader hem niet kon tegenhouden toen hij van zijn orthodoxe hindoegeloof Sanatan Dharma afstapte en zich bij de hervormde hindoes van de Arya Samaj aansloot.

„Dat is een grote stap binnen de geloofsgemeenschap. Als mijn grootvader iets in zijn hoofd had, kon niemand hem ervan af brengen. Ook zijn eigen strenge vader niet”, zegt kleinzoon Chan Choenni (58) enigszins trots.

De goedlachse Haarlemmer is sinds deze maand de nieuwe bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie op de letterenfaculteit van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Het levensverhaal van zijn familie is één van de duizenden verhalen die kunnen worden opgetekend uit een relatief onbekend deel van de vaderlandse geschiedenis.

„Het is een grote eer om die geschiedenis te mogen bestuderen. Op die manier lever ik een serieuze bijdrage aan de Hindostaanse gemeenschap en haar geschiedenis. Met deze leerstoel hoop ik de Hindostaanse immigratiegeschiedenis bekend te maken in de Nederlandse samenleving”, zegt Choenni.

„Iedereen heeft gehoord van de slavernij, maar van de periode daarna is nog niet zoveel bekend bij het brede publiek. Zelfs sommige Hindostanen kennen hun eigen voorgeschiedenis niet.”

De politicoloog en wetenschapsfilosoof Choenni is van Surinaams-Hindostaanse afkomst. Voor zijn hoogleraarschap was hij onderzoeker bij verschillende ministeries op het gebied van integratie. Zijn laatste werkgever was het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer. Hij deed onderzoek voor ’wonen, wijken en integratie’. Choenni kwam zelf in 1972 naar Nederland om te studeren en bleef er.

Zijn grootouders, ouders en hij zijn in de vroegere Nederlandse kolonie Suriname geboren. Zijn overgrootouders waren contractarbeiders uit Hindustan. Hindustan is het deel van India waaronder de armere deelstaten Bihar en Uttar Pradesh vallen.

Daar kwamen de meeste kantraki’s (contractarbeiders) uit het toenmalige Brits-Indië vandaan. Nadat de slavernij in 1863 werd afgeschaft, hadden de Nederlanders arbeiders nodig voor de lege plantages. Van de Britten kreeg Nederland toestemming om die uit Brits-India te rekruteren. De Indiërs werden door hun eigen landgenoten, arkatiya’s (ronselaars) genaamd, overgehaald om naar het beloofde land Suriname te varen. Ze verbasterden de naam tot Shri Rama, ’het land van de hindoegodheid Rama’. Naar het land van Rama wilden de hindoes wel, waarop ze sneller op de boot stapten. Het eerste schip ’Lalla Rookh’ vertrok in 1872 vanuit Calcutta, ’vol mensen op zoek naar geluk en voorspoed’.

De stichting die de bijzondere leerstoel aan de VU beheert en bekostigt is vernoemd naar dat schip, de stichting Diaspora Leerstoel Lalla Rookh. Het is de bedoeling dat de nieuwe hoogleraar de geschiedenis van de Hindostaanse migratie, maar ook de sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen van en door die immigratie onderzoekt.

„Naast het onderwijzen en het begeleiden van promovendi, is onderzoek een belangrijke pijler. Zo is de immigratiedriehoek interessant: van India, naar Suriname naar Nederland. Ik ben benieuwd naar de invloed die migratie heeft gehad op de mensen en wat ervan over is gebleven in de hoofden en harten van de jongere generaties.”

Omdat de contractarbeiders niet meer als slaven konden worden gekocht, kregen ze van de Nederlanders een contract om voor vijf jaar op een plantage te werken. Dat werkverband kon daarna met nog eens vijf jaar worden verlengd. Na het dienstverband kregen de Indiase arbeiders een stukje grond om te kunnen wonen of gewassen op te verbouwen.

Choenni’s overgrootouders kwamen met twee kinderen naar Suriname in 1889 met het schip ’Elbe’. Ze kregen daarna nog twee kinderen. „Mijn overgrootvader woonde eerst met zijn gezin op de plantage Domburg in Suriname, maar werd uiteindelijk naar de plantage Laarwijk overgeplaatst, waar hij zijn contract uitdiende. Na zijn contractperiode had mijn overgrootvader het grootste perceel van Laarwijk. Hij kreeg later als één van de eersten een vergunning om alcoholhoudende drank te verkopen, waardoor hij bekendheid in de buurt verwierf.”

Zo’n plantage was een samenleving in het klein, zegt de hoogleraar. De meerderheid van Hindoes en de minderheid van moslims leefden naast elkaar. De plantagehouders lieten toe dat de immigranten hun geloof konden belijden. Ze namen zelfs hindoepriesters en imams mee uit India voor de weken durende bootreis, zodat de immigranten zich gemakkelijk thuis zouden voelen.„Dat is eigenlijk integratie met behoud van cultuur en identiteit avant la lettre”, legt de nieuwe hoogleraar uit.

Hij zit ontspannen op zijn lederen rokersstoel in zijn witte Haarlemse stadsvilla. De voorkamer staat vol met Nederlandse, Surinaamse en Indiase spullen: Indiase snaarinstrumenten, oude foto’s en boeken. De vergenoegde professor kijkt zelf vanaf een geschilderd portret – dat hij van zijn echtgenote Bina Makhan cadeau kreeg op zijn vijftigste verjaardag – toe op zijn collectie.

Maar ineens kijkt hij ernstig, ook zijn lichaamshouding verandert. Het verhaal van de Indiase immigranten is niet alleen ’pais en vree’. Er is ook een andere kant van het verhaal. Die gaat hij eveneens bestuderen.

„Dat de contractarbeiders hun geloof mochten belijden, dat ze een lapje grond kregen en dat ze meer vrijheid hadden dan de slaven, wil nog niet zeggen dat het leven onder de plantagehouders altijd goed was. Er zijn bijvoorbeeld ook verhalen bekend van mishandelingen en intimidatie”, vertelt Choenni.

„De immigranten werkten keihard, uren achtereen. Dat ze vrijheden hadden, was wettelijk bepaald na de afschaffing van de slavernij. Dat ze van de Nederlanders hun geloof konden belijden kun je zien als bescherming van het kapitaal, bescherming van de Nederlandse investering in de vervangers van de slaven. Hoe gelukkiger de arbeiders, hoe loyaler zij zijn naar de plantagehouders.”

Ondanks de ernst en gevoeligheid van dit deel van de Nederlandse historie, is Choenni niet activistisch. Dat wil hij ook niet zijn, want hij is een hoogleraar ’die alle kanten van het verhaal moet weten’.

De Afro-Surinamer Armand Zunder heeft berekend hoeveel de Nederlanders aan de afstammelingen van de slaven en de Brits-Indische contractanten zouden moeten betalen om de geleden schade te vergoeden. Choenni: „Ik zal zijn boek serieus bestuderen. Maar ik blijf een wetenschapper. Eerst de feiten, dan de analyse.”

Lees verder na de advertentie
Chan Choenni: 'De immigratie-driehoek is interessant: van India, naar Suriname naar Nederland. Ik ben benieuwd naar de invloed die migratie heeft gehad op de mensen en wat ervan over is gebleven in de hoofden en harten van de jongere generaties.' (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Deel dit artikel