Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Herinneringen aan Ampie Kamperveen

Home

MATTY VERKAMMAN

UTRECHT - Juni 1982, Madrid, het twaalfde WK-voetbal is net begonnen. Een kleine, glunderende man in Fifa-kostuum voegt zich aan het tafeltje waar ik met Hans Kraay het toernooi zit door te nemen. “Hé, stopperspil. Hoe is het met je wenkbrauwen?”, grapt de donkere man. Kraay, die in zijn vele luchtgevechten met orthodoxe middenvoors nogal eens een gescheurde wenkbrauw opliep, draait zich om en antwoordt verrast: “Krijg nou wat, Ampie! Je bent inmiddels een hoge jongen bij de Fifa, heb ik begrepen.”

Ampie is André Kamperveen, ex-international voor Suriname, veelzijdig sportleider in zijn vaderland en als parel aan zijn bestuurlijke kroon ook nog even minister. Kraay en Kamperveen kennen elkaar als studenten van het Cios. Eind jaren vijftig hebben zij in Overveen dezelfde opleiding gevolgd. Hun beider veelzijdigheid strekte zich toen al uit tot andere sporten. Kamperveen hield niet alleen van voetbal - hij was contractspeler bij Haarlem - maar ook van boksen, basketbal en zelfs van het zo oer-Hollandse korfbal. En Kraay was naast speler van DOS (later Feyenoord) en het Nederlands elftal, tevens de conditietrainer van de nationale hockeyselectie. “Wat ik allemaal met Ampie heb meegemaakt - daar kan ik een boek over schrijven”, zegt Kraay in de zomer van 1982.

Dan de winter van 1982, december. Zijn politieke loopbaan en het vice-voorzitterschap van de wereldvoetbalorganisatie Fifa, kunnen Ampie Kamperveen niet redden. De dolle militairen in het voetspoor van Desi 'Bevel' Bouterse kennen ook voor hem geen genade. Ampie behoort tot de ongelukkigen die bij Fort Zeelandia 'op de vlucht' worden doodgeschoten. In de zomer van 1982 voorspelt hij in Madrid nog de intocht van een stoet topspelers met Surinaamse wortels in Nederland. Ruud Gullit en Frank Rijkaard zijn net international. Dat maakt Kamperveen nog mee. De vele andere internationals van Surinaamse afkomst die volgen, zal Ampie Kamperveen niet meer zien.

Met Stanley Menzo, Frank Rijkaard, Aron Winter, Gerald Vanenburg, Clarence Seedorf, Glenn Helder, Orlando Trustfull en Regi Blinker telde het team der Suriprofs gisteravond in Utrecht acht Oranje- en ex-Oranje-spelers in de wedstrijd tegen een Nederlands All Stars Team. De Suriprofs begonnen in 1989 na de ramp met het SLM-vliegtuig nabij Paramaribo. Acht jaar geleden traden zij in een teleurstellend lege Kuip tegen het Nederlands Elftal, gisteren speelden zij in een halfvol doch sfeervol Nieuw-Galgenwaard geld bij elkaar voor de opbouw van het danig in verval geraakte en de laatste twee jaar niet meer gebruikte André Kamperveen Stadion. Dat dit stadion nog altijd de naam draagt van één der martelaren uit 1982, moet de kliek rond Bouterse niet lekker zitten. Maar hoe verrot het land ook mag zijn, de Surinaamse Voetbal Bond overweegt geenszins een knieval in de richting van naamsverandering. De naam van dit stadion - ergens lijkt het zowaar een vorm van protest tegen de december-moorden.

In dit stadion speelde het Nederlands elftal in de zomer van 1960 de enige officiële interland tegen Suriname. Bij de ternauwernood met 4-3 verliezende Surinamers deed toen ene Wooter mee, de oom van Ajacied Nordin Wooter. De eerste Surinaamse speler van het Nederlands elftal, de in 1960 tegen Bulgarije debuterende spil Humphrey Mijnals, viel in Paramaribo voor Oranje in tegen zijn eigen landgenoten, waar hij ook Erwin Sparendam aantrof; de speler die hem in 1957 naar de Utrechtse profclub Elinkwijk volgde. Bij die eerste lichting Surinaamse profvoetballers zaten ook midvoor Michel Kruin en Herman Rijkaard, de vader van Frank, die in Amsterdam voor Blauw Wit ging spelen. Toen al, in het tweede deel van de jaren vijftig, waren de eerste Surinamers in ere- en eerste divisie speciale, technisch zeer gewaardeerde spelers. Hun succes vormde het gelijk van de Zeister dominee Graafland van de Evangelische Broedergemeente. Hij ging in 1951 naar Suriname voor de begeleiding van probleemjongeren. Op allerlei achterafveldjes raakte de voetbalminnende predikant in vervoering door het specifieke talent van veel jonge voetballers. Hij informeerde diverse clubs in Nederland, waar vooral de Utrechtse clubs Elinkwijk en DOS en Blauw Wit interesse toonden. Zij kregen nooit spijt van hun beslissing de spelers per boot (!) naar Nederland te laten komen.

Gisteren stond de door Ruud Gullit bezochte wedstrijd niet alleen in het teken van het Europese jaar tegen het racisme, maar ook om het geld bij elkaar te krijgen voor een face lift van het André Kamperveen-stadion. Voorzitter Erik Tjon Kie Sim van de Surinaamse voetbalbond vermoedt dat die doelstelling kan worden gerealiseerd. Om een begin te maken met het karwei is - in Nederlandse guldens - een ton nodig. “En om het stadion af te krijgen zes ton. In Heerenveen is voorts het oude Abe Lenstra-stadion gedemonteerd en naar Suriname gestuurd. Tribune-onderdelen van dat stadion worden voor andere accommodaties gebruikt.”

Op het veld van FC Utrecht viel vooral op dat Frank Rijkaard ondanks een periode van twee jaar sportieve inactiviteit nog een hoofdrol kon spelen. Hij strooide met passes en was ook in de tackle als vanouds. Nadat Echteld de Suriprofs al vroeg aan de leiding had gebracht, leken de door Guus Hiddink en Jan Reker gecoachte All Stars de wedstrijd na de rust snel te beslissen. Eerst was er een Roda-goal: de afgemeten voorzet van Van der Luer, gevolgd door de rake kopbal van Sibon. Van der Luer benutte even later een penalty. Van der Ende legde de bal op de stip nadat Dennis de Nooijer in het strafschopgebied was gevallen, maar tegenstander Regilio Vrede de overtreding voor de lijn had gemaakt. Tien minuten voor tijd zorgde Orlando Trustfull van dertig meter afstand met een sublieme trap voor de gelijkmaker. Meteen hierna bracht een doelpunt van Michael Mols de beslissing namens de All Stars.

In de rust van de levendige wedstrijd gaf Tjo Kie Sim onderscheidingen aan Frank Rijkaard, Stanley Menzo. Ruben Kogeldans, Humphrey Mijnals, Erwin Sparendam, Michel Kruin, Edu Nandlal en Rob Groener. Zij kregen de decoraties voor hun bijzondere verdiensten voor het voetbal in Suriname.

Deel dit artikel