Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Herdenking op 4 mei wordt steeds meer herdenking van alle oorlogen

Home

George Marlet

Amsterdam, 8 mei 1945. Na alle verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog viert de stad de intocht van haar bevrijders.

De herdenking op 4 mei gaat steeds minder over de Tweede Wereldoorlog alleen. Dat maakt de dag echter niet minder betekenisvol.

Op het eerste gezicht lijkt het onderzoeksresultaat tegenstrijdig en zou het voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei zelfs verontrustend kunnen zijn. Steeds minder Nederlanders denken op 4 mei uitsluitend aan de Tweede Wereldoorlog. Was dat drie jaar geleden nog 42 procent, nu nog maar 17 procent. Cynisch gesteld: als deze daling in het zelfde tempo doorzet, zijn we over een paar jaar de oorspronkelijke aanleiding van de herdenking vergeten.

Niet minder betekenisvol
Maar het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2012 laat een veel gemengder beeld zien. De herdenking wordt meer en meer de herdenking van alle oorlogsslachtoffers van alle oorlogen. Die associatie heeft bijna 60 procent van de ondervraagden, een derde meer dan drie jaar geleden.

Bovendien vindt een ruime meerderheid (70 procent) dat de jaarlijkse Dodenherdenking op 4 mei zeker niet minder betekenis heeft nu de Tweede Wereldoorlog al meer dan twee generaties geleden is.

En met het draagvlak voor de herdenking zit het ook wel goed, blijkt uit het onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Opnieuw blijkt 85 procent van de bevolking de herdenking belangrijk te vinden en heeft 87 procent vorig jaar op de een of andere manier stilgestaan bij 4 mei. De viering van de bevrijding op 5 mei scoort met 76 procent iets lager, maar ook bepaald nog geen reden om de stormbal te hijsen.

Ander beleid
Het Nationaal Comité 4 en 5 mei (opgericht in 1987) heeft alle reden om tevreden te zijn met de onderzoeksresultaten. Het beleid om ook aandacht te besteden aan andere oorlogen, werpt duidelijk vruchten af. Aanvankelijk ging de herdenking uitsluitend om de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Al in de jaren zestig kwamen daar de doden van de dekolonisatieoorlog en de VN-missie in Korea bij. Inmiddels is de herdenking uitgegroeid tot een paraplu waaronder alle Nederlandse oorlogsslachtoffers beschutting vinden.

'Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we allen - burgers en militairen - die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties', luidt het zogenaamde memorandum van 4 mei. Protesten uit kringen van verzetsstrijders over het verwateren van de oorspronkelijke doelstelling zijn verstomd.

Actueler geïnterpreteerd
Zo kan het gebeuren dat de Tweede Wereldoorlog nog wel 'dominant' is (47 procent noemt deze oorlog als eerste), maar allang niet meer de enige waarbij mensen op 4 mei stilstaan. Het Nationaal Vrijheidsonderzoek laat zich op dat punt lezen als een bonte staalkaart van oorlogen en conflicten waarmee Nederland niet of nauwelijks bemoeienis heeft of heeft gehad.

Oorlogen in Afrika (Somalië, Soedan) roepen bij 3 procent van de ondervraagden associaties op, het Midden-Oosten bij 7 procent, de Arabische Lente bij 6 procent en de Golfoorlog bij 4 procent.

"Deze trend heeft zich al eerder ingezet", verklaart Niels Weitkamp, medewerker advies en onderzoek van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. "De oorlog is niet meer uitsluitend de Tweede Wereldoorlog. Het begrip oorlog wordt actueler geïnterpreteerd."

Jongere mensen kennen de oorlog alleen nog uit de overlevering. Voor hen zijn de oorlogen in voormalig Joegoslavië, Irak en Afghanistan minstens zo dichtbij, mede door verhalen van vrienden, kennissen en collega's uit deze landen. Maar een ruime meerderheid van de ondervraagden heeft nog altijd familie en kennissen die de Tweede Wereldoorlog zelf hebben meegemaakt.

Toekomstbestendig
Het Nationaal Vrijheidsonderzoek laat zien dat herdenken en vieren behoorlijk toekomstbestendig is. Er is een duidelijk verband tussen de leeftijd van de ondervraagden en het belang dat zij aan de herdenking hechten, met een piek bij de 65-plussers. Van hen vindt 92 procent het belangrijk tot heel belangrijk dat op 4 mei de doden worden herdacht. Maar dat hoge percentage is al tien jaar een gegeven, dus niet aan een generatie gebonden.

Niels Weitkamp: "Wij beschouwen de uitkomsten van het onderzoek dan ook als bemoedigend. Het bevestigt dat heel veel mensen waarde hechten aan 4 en 5 mei en zich daarmee verbonden voelen."

Meer informatie over het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2012 is te vinden op de website van het Nationaal Comité 4 en 5 mei: www.4en5mei.nl


Bijna helft bevolking weet weinig over Tweede Wereldoorlog

Nederlanders weten minder over de Tweede Wereldoorlog dan voorgaande jaren. Drie jaar geleden gaf nog 37 procent van de ondervraagden in het Nationaal Vrijheidsonderzoek aan weinig tot heel weinig over de oorlog te weten. Dit jaar is dat percentage gestegen naar 48. Zeventig procent noemt ten onrechte de Jodenvervolging als oorzaak van de oorlog, terwijl slechts 2 procent weet dat vrijwel alle landen bij de oorlog betrokken waren.

Volgens het Vrijheidsonderzoek 2012 schatten vooral mensen tussen de 25 en 50 jaar hun kennis over de oorlog lager in dan in 2009, toen het vorige onderzoek is gehouden. Niet meer dan 20 procent van deze groep zegt (heel) veel over de oorlog te weten. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei ziet in de uitkomsten aanleiding om meer energie te gaan steken in educatieve projecten.

Deel dit artikel