Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Henk Westbroek verbouwt discotheek Cartouche tot Utrechts Rock Café

Home

LIDWIEN DOBBER

Van Led Zeppelin tot Offspring en alles daartussenin; dat zal klinken in het Utrechtse Rock Café. Rockmuziek op zeven verschillende geluidsterktes. Lekker hard op de dansvloer, in het café zó dat je er een pilsje kan bestellen zonder je stembanden te beschadigen, terwijl in het restaurant op beschaafde toon kan worden geconverseerd. Een paar keer per week speelt er een bandje en wie weet beklimt Mick Jagger ooit het podium.

Met zijn partners Julia Harris en Broos Schntz heeft Henk Westbroek de Utrechtse discotheek Cartouche overgenomen, een monument uit de jaren zeventig toen er televisieprogramma's vol rollerskatende dansers, glitters en gekleurde lampen werden opgenomen. “Ja, de T-Ford is ook een beroemde auto geweest, maar ken jij nog iemand die er een wil kopen? Wij hebben Cartouche nog een maand laten doordraaien, maar er kwam helemaal niemand meer. Op zaterdagavond had iedere bezoeker anderhalve man bediening en dan hadden we het tientje entree er al afgehaald.”

Disco's hebben afgedaan; de kids gaan liever naar house parties. Maar voor een rock café met een podium en een dansvloer is altijd plaats, meent Westbroek. Ze bestaan alleen zo weinig. En dat terwijl musiceren in het café op de hoek zo ongeveer onmogelijk is sinds gemeenten het woord 'lawaaivervuiling' hebben ontdekt, klaagt de zanger. Met zijn Rock Café hoopt Westbroek bandjes te verlossen uit hun oefenruimten, al moet ook hij eerst voldoen aan 'ridicule milieuwetten' en voor honderdduizenden guldens isoleren nu hij Cartouche verbouwt. De opening is er twee maanden door vertraagd.

KOETSHUIS Maar Westbroek is trots op zijn nieuweling. Het pand is ooit gebouwd als koetshuis, met grote boogdeuren. Tijdens zijn discojaren werd de schoonheid van het gebouw verborgen achter een grijs plakkaat dat het tot onneembare vesting maakte. Westbroek breekt het weer open: de boogdeuren worden boogramen en de ornamenten op de gevel worden in oude staat hersteld.

Het voorste gedeelte wordt café. Hij weet niet hoe hij de stijl ervan moet omschrijven, maar er komt veel hout - 'Een prachtig warm geluid' - en absoluut geen metaal - 'Resonantie! Allemaal ellende'. Aan de muur hangen de topstukken uit Westbroeks verzameling gouden en platina platen en gesigneerde gitaren. “Je hebt van die rock cafés waar twee armetierige gouden platen hangen, maar ik heb echt alles. Van Sgt. Pepper tot de laatste plaat die is uitgereikt aan Freddie Mercury. En de laatste van Kurt Cobain. Die heb ik van zijn vrouw gekocht. Een uur nadat hij dood was, bood zij alles wat die man ooit heeft bezeten te koop aan, tot zijn reservegebit aan toe.”

Achter het café wordt het gebouw een stuk hoger. Op een vide van tachtig vierkante meter kan men - uitziend over de dansvloer - eten in het Pasta Paradise. Dit restaurant wordt ingericht met het interieur van een Antwerpse art-deco-kroeg dat Westbroek een paar maanden geleden opkocht. In diezelfde stad stuitte hij op een restaurant waarnaar hij het zijne modelleert: “Je kunt daar alleen pasta eten die hooguit een kwartiertje van tevoren is gesneden. Niet met zo'n lik van die derrie eroverheen, maar met stukjes kreeft, kleine vissen of eend, de lekkerste dingen die je je kunt voorstellen. Dat restaurant heeft een ster en ik heb er de receptuur en een kok van overgekocht.”

Op het podium onder het restaurant zal een paar keer per week een bandje spelen; lokale grootheden, maar er komen ook show cases, onaangekondigde optredens voor de pers van beroemde bands, waarvan het toevallig aanwezige publiek kan meegenieten. “Was de opening niet vertraagd, had ik Foreigner kunnen hebben. Is toch leuk als je die bij je in het café hebt staan.”

GEEN ENTREE Naar Amerikaans voorbeeld willen Westbroek en partners geen entree heffen, ook niet als er wordt opgetreden. “Dat hoeft ook helemaal niet, tenzij je de Rolling Stones weet te strikken. Maar als je een klein bandje hebt dat niet veel geld kost - en Nederlandse bandjes zijn over het algemeen niet zo duur - en je hebt vijf- zeshonderd man binnen die allemaal twee pilsjes extra nemen omdat het zo leuk is, dan ben je al uit de kosten,” zegt Westbroek.

Op de vraag of zijn idee navolging gaat vinden antwoordt hij resoluut: “Als deze lukt ga ik het zelf in alle andere steden doen.” Voor de liefhebber heeft hij immers de leukste inrichting, vindt Westbroek. En met zijn huidige verzameling rock memorabilia kan hij nog minstens twee cafés vullen.

Deel dit artikel