Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

HENK VREDELING - 'Democratie moet op het volk bevochten worden'

Home

WILLEM BREEDVELD

Natuurlijk, de waarheid en niets dan de waarheid, ook over die vermaledijde politici. Maar klopt het beeld wel dat de media van hen oproepen? Wat vindt het 'slachtoffer' er zelf van? Waar ergens loopt de grens tussen mythe en werkelijkheid? Vandaag Henk Vredeling (71), die met zijn bravoure en schelmenstreken telkens weer de publieke opinie tartte. Of zo iemand met goed fatsoen wel te handhaven was? Nou, Vredeling mocht blijven en, naar de werkelijkheid leerde, niet ten onrechte. Als minister van defensie en als Eurocommissaris stond hij voor zijn zaak. Bij Defensie lopen ze nog steeds met hem weg. Israël beschouwt hem als een held en over zijn Europese gezindheid hoeft ook al niemand zich te beklagen.

Het heeft iets te maken met zijn neiging om 'lol te willen trappen' en 'geintjes te willen maken'. Hij wist precies waar hij aan begon. Het zou een ongebruikelijk interview worden met Bibeb van Vrij Nederland. Hij had er ook 'donders' veel plezier in. Alleen had hij, zoals hem wel vaker overkomt, in zijn zucht tot 'jennen' de gevolgen onderschat. Pas later drong het goed tot hem door wat het betekende voor zijn, ook door hem 'gerespecteerde' collega Max van der Stoel, voor de collegiale verhoudingen binnen het kabinet-Den Uyl en in mindere mate voor de Navo-chef Luns, over wie de Tweede Kamer (die hem prompt interpelleerde) zich volgens Vredeling evenmin bekreunde.

En voor het overige amuseert de affaire-Vredeling tot op de huidige dag. Met zichtbaar plezier herinnert hij zich de reactie van Joop den Uyl, die hem de psalmregel voorhield: 'Zet Heer een wachter voor mijne lippen'. Waarop Vredeling, die de tale Kanaüns evenzeer beheerst, psalm 141:3 prompt vervolgde met de woorden: 'Behoed de deuren voor mijn mond / Opdat er mij tot genen stond / Iets onbedachtzaams laat ontglippen'. “Je begrijpt dat het minste wat mij te doen stond was excuses aanbieden voor mijn gedrag. Dat heb ik ook gedaan”, aldus Vredeling.

Het zou tamelijk onbevredigend zijn wanneer dit de enige verklaring zou zijn voor het incident, te meer waar het allerminst op zichzelf blijkt te staan. Het zijn er vele en wel van een zodanig kaliber dat zijn reputatie er tot op de huidige dag aan wordt afgemeten. Zelfs op het clubje landbouwkundige ingenieurs te Utrecht, waar Vredeling (hij heeft in Wageningen gestudeerd) tegenwoordig weer af en toe buurt, wist men zich als eerste te herinneren hoe hij als Eurocommissaris een asbak door een spiegelruit had gesmeten. Niet dat hij onder zo'n kleinigheid gebukt gaat (hij wil wel de correctie aangebracht zien dat het incident te Straatsburg geen asbak, maar een flesje soda-water betrof), hooguit neemt hij het zichzelf kwalijk dat hij toen zijn zelfbeheersing had verloren. Dat was echt de enige en de laatste keer, verzekert hij. En voor het overige? “Ach, die rechtse bal van een Jim Jansen van Raay, Europarlementariër voor het CDA, verdiende een afstraffing, maar niet zo.”

Het ligt niet in de aard van Vredeling om over die incidenten al te wijsgerig te doen. Maar na ruim drie uur praten blijken ze wel onderdeel uit te maken van een herkenbaar patroon. Neem bijvoorbeeld het beruchte incident waarbij Vredeling spoorloos verdwenen bleek, toen het erop aankwam 'het contract van de eeuw' te ondertekenen, dat van de levering van F 16's voor de luchtmacht. De minister van defensie was met enkele journalisten en de voorlichter van D'66 tot vroeg in de morgen aan de boemel geweest. Op het tijdstip van de ondertekening was hij zich nog aan het opfrissen, half vermoedend dat zijn defensietop in alle staten zou zijn. Wat juist bleek: secretaris-generaal Peijnenburg was al uren wanhopig naar de minister op zoek en ook het kabinet was in rep en roer. Toen Den Uyl al had besloten Van der Stoel het contract maar te laten tekenen, verscheen Vredeling op de valreep ten tonele.

Vredeling, met een wegwerpgebaar: “Ach, geen twijfel mogelijk dat ik dat contract zou tekenen. Noblesse oblige, nietwaar? En wat dat nachtje doorzakken betreft: dat moest toch kunnen? Dat gebeurde wel vaker. Het was altijd reuze gezellig in Nieuwspoort en omstreken. Bovendien was het niet gebruikelijk dat over dit soort zaken geschreven werd. Het was een nieuw fenomeen dat het hele verhaal een dag later toch in de Volkskrant verscheen. Maar zoals gezegd, voor mij stond de hoofdzaak vast: er zou getekend worden.”

Die hoofdzaak had Vredeling heel wat hoofdbrekens gekost. Ten eerste: hoe kun je er echt zeker van zijn dat dit wel de beste vliegtuigen zijn? Voor hetzelfde geld word je als minister door de luchtmachtmensen voor het lapje gehouden. ('Soms blijkt een toestel beter te zijn omdat er aantrekkelijke reisjes aan vast zitten, bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten, wat ook nog het prestige van een luchtmachtofficier onderstreept'). Voorts was zijn eigen partij, de PvdA, vierkant tegen. Het nieuwe toestel zou een verdere escalatie betekenen in de bewapeningswedloop. ('Mient Jan Faber was toen al actief'). En ten slotte: moest Europa niet de voorkeur krijgen boven de Verenigde Staten, met de Franse Mirage en Fokker?

Vredeling: “Op zo'n moment dringt pas goed tot je door waar je voor staat. Ik heb er dezer dagen weer vaak aan moeten denken, omdat ik destijds ook wel mogelijkheden zag voor het gevechtsvliegtuig van Dassault. Ik heb buiten Van der Stoel om zelfs besprekingen gevoerd met mijn Franse collega of Frankrijk niet als tegenprestatie voor onze aankoop méér in de Navo zou willen integreren. Vanzelfsprekend vroeg ik ook om een samenwerkingscontract met Fokker. Denk je eens in wat dat nu nog betekend zou hebben! Fokker zou zeker hebben geparticipeerd in de Airbus. Maar het feest ging niet door. Fokker was wel geïnteresseerd, maar van Frankrijk hoorde ik niets meer. Kennelijk deinsden ze terug voor een nauwere samenwerking in Navo-verband.”

“Afgezien daarvan was ik zo langzamerhand ook wel tot de conclusie gekomen dat de F 16 echt superieur was. En in ieder geval stak het toestel met kop en schouders uit boven het alternatief van de PvdA die dacht, onder druk van de 'vervangen-is-hangen'-beweging van Mient Jan Faber, met de A 10-jager te kunnen volstaan. Dat toestel was echter in een luchtgevecht kansloos en dat wilde ik onze jongens in het Uur Nul niet aandoen. Dan kun je wel zeggen dat die taak op zo'n moment door de andere Navo-partners moet worden overgenomen, maar dit afschuiven stuitte me tegen de borst.”

“Ik geef toe, deze affaire had me net zo goed de kop kunnen kosten. Ik had het partijcongres al gebruskeerd met de opmerking: 'congressen kopen geen straaljagers'. De vraag was vervolgens wat de fractie zou doen. Die zou tegenstemmen, wist ik. Maar één ding wist ik ook zeker: als fractievoorzitter Van Thijn niet tegelijkterijd zou aankondigen dat hij nog vertrouwen in mijn beleid had, dan zou ik opgestapt zijn.”

Waar haalt een PvdA-minister het lef vandaan over zo'n onderwerp de poot stijf te houden?

“Zo voor de hand lag dat ook niet. Waarom ik toch de voet dwars heb gezet ben ik pas veel later gaan inzien. Het heeft iets te maken met mijn gereformeerde afkomst, hoewel ik als jongeling al van mijn geloof was gevallen. Maar dat zegt niks. Thuis, op de zondagsschool, op de catechisatie, op de knapenvereniging in Amersfoort, bleek mijn houding reeds gevormd, al had ik dat toen niet in de gaten. Wat ondanks mijn 'ongeloof' is blijven hangen, is de muziek van Bach. Ik heb alle grammofoonplaten en cd's die van hem zijn verschenen. En wat ook is blijven hangen, is dat je ergens voor moet staan. Dat je principes moet hebben. Ik hoor mijn moeder nog over iemand zeggen: 'Die man deugt niet, want die heeft geen principes'. Je leerde ook die zaken onder woorden te brengen. Als knaap moest ik al een inleiding houden waar je vervolgens over doorgezaagd werd.”

“Vanzelfsprekend speelt ook de oorlog een rol. Ik wist wat het betekende. Geweigerd voor de arbeidsdienst, ondergedoken en meegewerkt in het verzet. Op het randje van het onverantwoordelijke. De katholieken zouden zeggen: die Vredeling heeft een beschermengel gehad. Wat je er van overhoudt is, dat we ons nooit meer onder de voet moeten laten lopen en dat betekende weer dat je voor een behoorlijke krijgsmacht hebt te zorgen. Geen benul of Joop den Uyl en Jaap Burger zich dit realiseerden toen ze me voor dit ministerschap vroegen. Het lag ook helemaal niet voor de hand, want ik had geen enkele ervaring op dit terrein. Maar toen ze het vroegen, ja me zelfs dicteerden dat ik er wel degelijk geschikt voor was en ik na lang aarzelen instemde, heb ik luid en duidelijk gezegd: dan zal ik ook een minister van defensie zijn.”

Dat nu bleef niet onopgemerkt. Zeker niet bij enkele generaals die in een hopeloos prestigeconflict verwikkeld lagen en die hun standpunt kracht bij dachten te zetten door te dreigen met aftreden. De generaalsopstand was geboren. Alleen waren ze bij Vredeling aan het verkeerde adres, want dat ontslag konden ze prompt van hem krijgen en wel volgens de gouden formule: 'Wie z'n ontslag komt aanbieden heeft het al gehad, nog voor die bij me binnenkomt'.

Vredeling: “Zo'n opmerking valt je spontaan uit de bek. Ik zat er ook niet zo mee. Wat konden mij die generaals schelen? Waarom zou je daar moeilijk over doen? Zo'n opmerking is op zo'n moment redelijk effectief. Zo effectief zelfs, dat de rechtse senator Van Riel me na enkele maanden al regelrecht het graf in prees. Hij verklaarde plechtig tegen deze minister geen enkel bezwaar te hebben. Gelukkig haalde Van Riels lofprijzing de kolommen niet. De Eerste Kamer vonden journalisten toen nog niet zo opwindend.”

Evenmin bleef het fenomeen Vredeling onopgemerkt voor de marinetop. Hij had ze overvallen met het voornemen de vervanging van het gevechtsvliegtuig de Neptune door de Orion achterwege te laten. Het was een 'truc' volgens de minister, en wel om een hoop stampij te veroorzaken over een bezuiniging waar hij zelf eigenlijk ook niet aan wilde. Dus pakte hij het paradepaardje van de marine maar aan en dat werkte, want op de dag dat de ministerraad over het voorstel vergaderde vlogen eskaders Neptunes met dreunend geweld laag over het Binnenhof. Voor Nederlandse begrippen een ongekende vertoning, die een strafoverplaatsing opleverde voor de commandant.

Onopgemerkt is Vredeling ook niet gebleven voor diens 'ondergeschikte', de inspecteur-generaal van de strijdkrachten, prins Bernhard. Hij had hem al eens getypeerd als een 'typische mof', maar dat hij 'ordinair geld in zijn zak gestoken had van de firma Lockheed' deed voor hem de deur dicht. Hij eiste en kreeg van de ministerraad toestemming de prins tenminste een 'uniformverbod' op te leggen. Vredeling: “Ik weet het, de Rijksvoorlichtingsdienst beweert bij hoog en bij laag dat er van een verbod geen sprake is geweest. Flauwekul. De gang van zaken bij Defensie is dat een minister, een burger dus, zijn mensen verzoekt. De staf zet het verzoek vervolgens om in een bevelsstructuur. Zo zijn de regels. Dat luistert nauw in zo'n hiërarchische organisatie. Formeel heeft de RVD dus gelijk. Maar daarmee verdonkeremanen ze dat de Defensie-organisatie een verzoek van een minister onmogelijk kan weigeren. Zou Bernhard mijn verzoek hebben geweigerd, dan zou ik hem op staande voet uit zijn functie hebben ontheven.”

“De prins heeft de eer aan zichzelf gehouden. Maar je moet niet vragen hoe. Koningin Juliana ('wat betekent omkopen eigenlijk?') vergezelde me naar de vertrekken van de prins. Bij de geopende deur bleef ze staan, maar Bernhard wimpelde haar af: 'Mevrouw, dat regelen wij heren onder elkaar wel'. Waarna hij tegen me losbarstte dat zo'n uniformverbod totaal geen indruk op hem maakte. En hij rukte de kast open en gebaarde driftig: 'Kijk maar, ik heb hier wel dertig uniformen hangen'.”

Ook Israël zal Vredeling niet gauw vergeten. Enkele jaren geleden onthulde de minister in Nova dat Nederland Israël tijdens de hachelijke Jom Kippoer-oorlog in 1973 in het diepste geheim wapens heeft geleverd. Hij, Vredeling, had daartoe het bevel gegeven, buiten het kabinet om. Ook Joop den Uyl en Max van der Stoel wisten van niets. Vredeling: “Ik heb ze enkele dagen later wel op de hoogte gebracht en het ook uitgelegd. Op het moment zelf moest er echter een knoop doorgehakt worden en wel meteen. De Israëliërs stonden op het punt letterlijk in zee te worden gedreven. Een onmiddellijke toezegging was absoluut noodzakelijk. Zoals een Israëlische generaal me later heeft uitgelegd: 'het antwoord op de vraag of je als generaal je laatste tanks wel of niet durft in te zetten, wordt mede bepaald door de reserves waarover je kunt beschikken. Op zo'n moment is het letterlijk van levensbelang te weten dat er nieuwe tanks en reserve-onderdelen onderweg zijn'. Die zekerheid heb ik Israël kunnen bieden.”

“Wat had ik anders moeten doen? Joop den Uyl bellen? Je weet hoe die man is. Dat zou minstens een dag getob hebben opgeleverd. Nee, toen de Israëlische ambassadeur zijn verzoek deed, moest ik zelf de beslissing nemen, meteen. Op dat moment kon ik alleen maar bedenken: we hebben het één keer meegemaakt dat de joden voor onze ogen zijn afgevoerd, dat wil ik niet nog eens meemaken.”

De oorlog dus als leidinggevende gedachte voor zijn handelen. Het blijkt een emotie te zijn die hem intens bezighoudt, die hem nog steeds razend kan maken. “Het is toch diep en diep treurig zo'n Bolkestein op de toer te zien gaan van de vernationalisering van de Nederlandse politiek. Wat bezielt zo'n man? Hij is toch waarachtig oud en wijs genoeg om te weten dat je zo Europa niet kunt en mag verdelen. Het zal hem toch niet ontgaan zijn dat nota bene Kohl, bepaald niet mijn meest geliefde politicus, de Europese landen bijna smeekt om Europa overeind te houden. Om Duitsland ingebed te houden in een gezamenlijke structuur.”

“Maar nee hoor. Bolkestein moet zo nodig op de nationale toer. Alsof Europa niet ook ons welbegrepen eigen belang dient. Zelfs Bolkesteins vroegere bazen, de grote concerns, weten dat hun belangen gediend zijn met Europa. Bolkestein heeft daar echter lak aan. Hij ziet electorale winst in een onderstreping van het nationale. Hij geeft uiting aan de vox populi. Het volk wil brood en spelen. En dus zal het hem een zorg zijn dat het volk maalt om Europa. Maar het volk wil ook leiding. Daar zullen politici voor moeten zorgen.”

“Democratie is niet vanzelfsprekend. Democratie moet, hoe paradoxaal dat ook klinkt, bevochten worden op het volk. En als je dat fair doet, met overtuiging, zal het volk je nog begrijpen ook. Misschien ben ik een ouwe lul om dat zo te zien. Toch zie ik helder voor me dat we de democratie alleen kunnen redden door over de grenzen van eng nationalisme heen te stappen. Wie denkt daarvoor op het kompas van het volk te kunnen varen komt bedrogen uit. Instinctief voel ik dat dit uitdraait op een: Wollt ihr den totalen Krieg? Ja, das wollen wir!”

Deel dit artikel