Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Henk en Fenna Blonk: Een leven lang gek op gekke beesten

Home

Meindert van der Kaaij

Henk en Fenna Blonk trouwden in 1948 (links). Het stel deelde, mede door de tijd die ze in Indonesië woonden, een fascinatie voor exotische dieren. Zo hielden zij op hun terrein in Winterswijk onder meer kangaroes, nandoes en maraboes (rechtsonder). © TRBEELD

Tot op de laatste dag konden Fenna en Henk geen minuut zonder elkaar. Na het overlijden van haar Henk kon Fenna drie nachten lang de slaap niet vatten. Zij spookte rusteloos door het huis. Uiteindelijk zou zij overdag proberen toch een dutje te doen en dat lukte zowaar. Ze werd niet meer wakker.

Dit Naschrift is een dubbelportret van twee mensen wier levens al jong in hoge mate met elkaar verstrengeld raakten, terwijl hun achtergronden tot die gedenkwaardige ontmoeting op 11 december 1942 zo totaal verschillend waren geweest.

Lees verder na de advertentie
Ja, ik dacht daar redelijk veilig te zitten, maar die gorilla verlinkte eigenlijk alles

Henk Blonk

Zo kwam Henk uit een familie die was aangesloten bij de Gereformeerde Bond, een orthodoxe stroming binnen de protestantse kerk die hem bitter weinig bewegingsvrijheid gunde. Fenna kwam uit een rood nest. Haar vader was lid van de SDAP en de vakbond. Geen van die familiegeschiedenissen speelden in hun latere leven maar de geringste rol.

Henk was als jongen hevig geïnteresseerd in de natuur en zijn studiekeus lag voor de hand: biologie in Utrecht. Toen de oorlog uitbrak, sloot hij zich in een vroeg stadium aan bij het verzet. Hij was goed in scheikunde, handig met stoffen en dus produceerde hij explosieven voor verschillende verzetsgroepen. Ook repareerde en vervoerde hij geweren. Dat ging goed, totdat begin 1942 een van de studenten uit zijn groep zijn mond voorbijpraatte. De Duitsers kwamen hen op het spoor en hij moest onderduiken.

De laatste onderduiker

Tijdens zijn studie had hij bij dierentuin Artis twee zomers als vrijwilliger gewerkt en de oppasser daar, meneer Schalkwijk, had Henk goed leren kennen. Via via had hij gehoord dat in Artis Joden en verzetsmensen ondergedoken zaten en toen hij Schalkwijk daarover aansprak, mocht hij naar binnen. Henk Blonk was de laatste onderduiker van Artis die nog in leven was.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

© TRBEELD

Behalve naast apen en boven roofdieren moest hij slapen tussen ratten en kakkerlakken. "Zij liepen over mij heen en hebben zelfs een stuk van mijn wenkbrauw opgevreten", zei hij later in een interview met Het Parool. Bij de apen zat hij naast Japie de gorilla die de hele tijd door een gaatje naar hem zat te loeren. "Ja, ik dacht daar redelijk veilig te zitten, maar die gorilla verlinkte eigenlijk alles."

Overdag mengde Henk zich net als de andere onderduikers onder het publiek, waar volgens hem een vreemde sfeer hing. Hij herkende Joodse Amsterdammers die voor de oorlog naar de dieren kwamen kijken. Praten met hen wilde hij niet. "Je gaat niet zeggen: hé mevrouw, bent u hier ondergedoken?" Die vraag wilde hij ook niet krijgen. Het was voor alle partijen het beste als er werd gezwegen.

Met familie praatte Henk later niet veel over zijn tijd in Artis. Een enkele keer vertelde hij hoe hij eens via de uitgang bij het aquarium een stukje buiten de dierentuin wilde wandelen en hij ergens een aanplakbiljet zag. Daarop stond aangekondigd dat een van zijn verzetsvrienden was geëxecuteerd. Daar kon hij dan weer om huilen.

Onderduikadres

Uiteindelijk verruilde hij Artis voor een ander onderduikadres, dat van de familie Krabbendam in Zeist. Later vertelde Henk het verhaal dat toen Fenna de huiskamer betrad, Henk opstond om zich voor te stellen en haar moeder zei: "Blijf maar zitten, het is Fenna maar." Waarop Henk dacht: "Het is Fenna maar? Dit is ze!"

Als ik de poema aan de lijn had en mijn vrouw liep langs, dan trachtte ze altijd haar klauw uit te slaan. Dat kun je natuurlijk niet goed vinden

Henk Blonk

Hoewel Henk niet lang in Zeist kon blijven, onderhielden de twee nauw contact. In 1948 trouwden zij. Henk was intussen van studierichting veranderd. Hij pakte in Utrecht de medicijnenstudie op en studeerde in 1950 af. Fenna haalde na de oorlog haar diploma's op het gebied van farmacie. Vlak na zijn afstuderen solliciteerde Henk met succes naar een baan als gouvernementsarts in Indonesië, dat net onafhankelijk was geworden. Fenna ging mee en beheerde de apotheek.

Zij vestigden zich in Kendari op Sulawesi, waar zij de tijd van hun leven beleefden. De jaren in Indonesië waren opwindend. Met smaak kon Henk vertellen dat hij behalve als tropenarts vaak aan de slag moest als tandarts. Zij genoten intens van de natuur en de nabijheid van exotische dieren. Na een tijdje hielden zij bij hun huis bijvoorbeeld apen. Omdat de oorlogsdreiging op Sulawesi te heftig werd, vertrokken ze naar het eiland Roti. Na veel twijfel besloten Henk en Fenna na vier jaar hun contract niet te verlengen en terug te keren naar Nederland.

Na het vervullen van zijn militaire dienstplicht werd Henk huisarts in Geldermalsen en beheerde Fenna de apotheek. Al snel kochten zij een verwaarloosde boerderij onder de rook van Winterswijk, waar zij hun vrije dagen wilden doorbrengen. De ruimte en rust in de bosachtige omgeving beviel zo goed dat zij in 1969 daar permanent gingen wonen. Henk werd verzekeringsarts bij een ziekenfonds en Fenna zocht haar heil thuis, bij haar dieren.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

© TRBEELD

Schat van een poesje

Want zij hadden hun fascinatie voor exotische en wilde dieren uit Indonesië meegenomen naar Nederland. Op het terrein rond de boerderij was er de mogelijkheid om niet-alledaagse dieren te houden. Jarenlang fokte Henk, die een voorkeur had voor katachtigen, lynxen. Ze hadden een tijdje een leeuw, 'een schat van een poesje', zo zei Henk eens tegen een verslaggeefster van De Gelderlander.

Zij waren allemaal tam, volgens Henk en Fenna. Alleen de poema die zij ooit huisvestte, had kuren. "Als ik de poema aan de lijn had en mijn vrouw liep langs, dan trachtte ze altijd haar klauw uit te slaan. Dat kun je natuurlijk niet goed vinden." Uiteindelijk werd het onderhoud van de 'poezen' te duur, zeker toen zij geen afgekeurd vlees meer mochten voeren.

De vleeseters maakten plaats voor herkauwers als reeën en edelherten, maar die dieren gingen snel dood. Dat kwam doordat in de grond stoffen zaten waar zij niet goed tegen konden. Vervolgens kwamen daar de kangoeroes uit Tasmanië die zij fokten. Iedereen in de omgeving van Winterswijk kende de kangoeroes, die vanaf de weg in het bos te zien waren.

Daarnaast kwamen er nandoes (een soort Zuid-Amerikaanse struisvogels) op hun terrein, maraboes en kraanvogels. Met die laatste dieren had Fenna een speciale band. Voor de nacht moesten de dieren worden opgesloten vanwege het lawaai dat zij 's nachts konden maken. Dat kon je de buren niet aandoen. Maar de eigenwijze vogels gingen alleen naar hun hok als Fenna het commando 'en nu naar bed' gaf, wat Henk elke keer weer verbijsterde.

Dat de reeën en edelherten moesten wijken, verdroot Henk in hoge mate. Al op vijftienjarige leeftijd was hij begonnen met het verzamelen van geweien van deze dieren. Hij reisde Europa door op zoek naar bijzondere exemplaren, die een plek kregen in hun ruim bemeten boerderij. Pièce de résistance was een 400.000 jaar oud gewei van een reuzenhert met een spanwijdte van 4,5 meter. Na zijn pensionering schreef hij over geweien een wetenschappelijk boek.

Geen kinderen

Fenna raakte betrokken bij de lokale politiek voor haar partij D66. Zij zocht een middenpartij toen eind jaren zestig een beweging opkwam onder leiding van Hans van Mierlo. Dat was haar partij: links, maar niet rood. Zij bleef de partij 52 jaar lang trouw. Toen D66 zich hard maakte voor een ruimere wetgeving rond orgaandonatie en een zelfgekozen dood, voelde zij dat zij bij de juiste partij zat.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

© TRBEELD

Zij namen het besluit om geen kinderen te krijgen. Er waren al genoeg mensen op de wereld. Het bood hen de kans om reizen te maken naar alle uithoeken van de wereld. Op het eind van hun leven kwam het daar steeds minder van, omdat de gezondheid achteruit ging. De bijzondere dieren waren al in de jaren daarvoor weggedaan, omdat zij er niet meer voor konden zorgen. Zijzelf konden tot het laatste moment in hun boerderij blijven wonen dankzij de hulp van geweldige buren.

Hendrik Leendert Blonk geboren in Utrecht op 24 oktober 1920 en overleden op 29 maart 2018. Fenna Blonk-Krabbendam geboren in Geldrop op 3 april 1928 en overleden op 1 april 2018.

Hij ontmoette Fenna op een onderduikadres. 'Zij is het', dacht Henk. Op 6 april werden Henk en Fenna samen gecremeerd, exact op hun zeventigste huwelijksdag.

In de rubriek 'Naschrift' beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende en minder bekende mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Ja, ik dacht daar redelijk veilig te zitten, maar die gorilla verlinkte eigenlijk alles

Henk Blonk

Als ik de poema aan de lijn had en mijn vrouw liep langs, dan trachtte ze altijd haar klauw uit te slaan. Dat kun je natuurlijk niet goed vinden

Henk Blonk