Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Henk Das 1916-2008

Home

Esther Hageman

Hij deed het niet voor God, Nederland en Oranje. Hij deed het omdat die rotmoffen hier niet hoorden. Henk Das, in de oorlog ’Ruurd’, was een van de laatste nog levende verzetshelden.

Het begon klein. De bel ging en daar stond iemand die hij kende van de korfbalvereniging. Die vroeg of hij er misschien wat geld voor over had om onderduikers te helpen. Welja, dat had Henk Das wel.

Eh, kon hij misschien ook de deuren langsgaan om geld in te zamelen? En wist hij misschien nog mensen bij wie onderduikers welkom zijn?

Zo rolde Henk Das in april 1942 het verzet in. Hij was 26, woonde bij zijn ouders in het Utrechtse Tuindorp en was over de Duitse inval vooral kwaad. Het wrong met zijn rechtvaardigheidsgevoel.

Zijn schooltijd was niet al te aangenaam geweest. In die jaren voor de oorlog, op de Utrechtse Rijks-HBS met een onbuigzame directeur, had hij zijn eerste verzetsdaad gepleegd en ’Moordenaar, moordenaar!’ geroepen toen een van de tijdelijke docenten werd ontslagen en daarna zelfmoord pleegde.

Ze waren in zijn jeugd vaak verhuisd want zijn vader, artillerist, was beroepsmilitair. Maar vader was geen houwdegen. Van huis uit waren ze bij Das – zeven kinderen, van wie Henk de eerste zoon was – gereformeerd. Maar toen de dominees Geelkerken en Buskes uit de gratie raakten omdat ze niet alles uit de bijbel letterlijk namen (het conflict, in de jaren twintig, ging de geschiedenis in als de strijd over de vraag ’of de slang gesproken had’ en vormde een waterscheiding tussen behoudende en progressieve gereformeerden) gingen de Dassen met hen mee.

Later, toen de gereformeerden zelfs tijdens een oorlog tijd bleken te hebben voor een religieuze rel (het conflict-Schilder in 1944, waaruit de ’vrijgemaakten’ voortkwamen) werd Henk Das hervormd.

Van de christelijke korfbalclub DVS, ’Door Vriendschap Sterk’, kende hij Tineke Vermeulen. Hij kwam bij haar de contributie ophalen. Ze was tien jaar jonger dan hij. Tegenover zijn ouders smokkelde hij en beweerde dat ze achttien was. Ze verloofden zich in september 1942, op haar 17de verjaardag. Zij deed koerierswerk voor het verzet.

Gaandeweg de oorlog begon het verzet te veranderen. Het onbekende aantal groepen en groepjes dat allemaal op eigen houtje werkte, raakte gesmeed tot een organisatie waarin werd samengewerkt. Voorjaar 1943 ontstond een Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), waar de plaatselijke ploegen zich bij aansloten. ’Frits de Zwerver’ (dominee Slomp) en ’tante Riek’ (Helena Kuipers-Rietberg) waren ermee begonnen. Henk Das, alias ’Ruurd’, ging in oktober 1943 de provincie Utrecht leiden, toen zijn voorganger was opgepakt. Henk Das zat toen zelf al een paar maanden ondergedoken in Zeist.

Toen hij het werk voor de Centrale Inlichtingen Dienst (CID) erbij nam, die gegevens probeerde te verzamelen over Duitsers en verraders, verhuisde hij naar de Brigittenstraat in Utrecht. Daar zat een telefooncentrale. Want sinds de spoorwegen in september 1944 het werk hadden neergelegd en dus ook post niet meer werd vervoerd, had het verzet een eigen telefoonnet aangelegd met zo’n dertig centrales door het hele land. Vrouwelijke koeriers brachten boodschappen die in zo’n centrale binnenkwamen naar de plaats van bestemming. Wie een centrale leidde, mocht het pand niet verlaten. Daarom kregen centrales de bijnaam ’klooster’. Ruurd bemande ’het Brigittenklooster’ met vijf koeriersters, die verkleed gingen als verpleegster. Hij had vijf telefoons, die rechtstreeks contact hadden met het hoofdkantoor van de CID in Amsterdam, met de ’kloosters’ in Den Haag en Amersfoort, met een post in Ermelo en met een eigen dependance in Tuindorp. Daarnaast kon hij telexen met Den Haag, Amsterdam en Rotterdam.

Tegen het einde van de oorlog vielen de Duitsers het pand toch nog binnen. Das vluchtte de kelder in, verschool zich er achter een paar kisten en heeft nooit begrepen dat de Duitser die de kelder doorzocht hem niet heeft gezien. Hij heeft me niet wíllen zien, omdat de oorlog al op zijn einde liep, zou hij later zeggen.

Dat hij zelf de oorlog overleefde maar 29 van zijn vrienden niet, onder wie zijn broer, heeft hem diep geraakt. Op 4 mei en op Oudejaarsavond werd hij altijd opnieuw emotioneel. Omdat hij er nog was, en zoveel anderen niet.

Onderscheidingen deden hem niks: het feit dat hij de oorlog had overleefd vond hij al zo’n grote onderscheiding. Als hij er een kreeg hing hij die wel in zijn werkkamer op, maar op een plek waar je hem niet kon zien. Zo dachten ze er in zijn groep allemaal over: alleen wie gevallen was verdiende postuum een onderscheiding.

In 1948 trouwde hij met Tineke. Ze kregen twee zoons en twee dochters. De oorlog bleef zijn bestaan levenslang beheersen. Zijn studie economie heeft hij nooit meer opgepakt. Hij werd districtsdirecteur van de Stichting ’40-’45, ging in die functie over de pensioenen voor oorlogsweduwes en stond de vaderloze gezinnen ook praktisch bij. In zijn regio waren het er 750. „Ik ga maar een advertentie zetten voor een aardige jongeman”, zei Tineke soms, want door dat werk was hij veel weg.

Regelmatig stortte Henk Das in. Dan kon hij opeens niets meer en zat hij, zoals zijn kinderen het noemden, ’opnieuw ondergedoken’. Even dacht hij dat hij ervan zou opknappen als hij werk zou doen dat niet zo rechtstreeks met de oorlog te maken had. Hij stapte over naar het kerkelijk sociaal werk, maar had binnen een week het gevoel dat hij ’zijn mensen nu in de steek liet’ en vroeg of hij mocht terugkomen. Dat mocht. In 1969 ging hij vervroegd met pensioen.

De naoorlogse verrechtsing onder vroegere verzetsvrienden zag hij met verbazing aan. „Ruurd, jij bent róód”, zeiden ze tegen hem. Het ergerde hem dat de belangrijke rol van vrouwen en van het communistische verzet verdonkeremaand werd. Van de verontwaardiging die het opriep toen het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam in 1970 door, wat toen heette, langharige jongeren werd gebruikt om er hun slaapzakken uit te rollen (de ’Damslapers’), had hij geen last. „Dat is de vrijheid waarvoor ik gevochten heb”, vond hij.

Hij speelde lang op dinsdagavond als hoofdklasser bridge, bleef tot op zeer hoge leeftijd gezond en glashelder, begon de dag met de overlijdensadvertenties en de kruiswoordtest in Trouw en las veel. Hij telebankierde met zijn mobiele telefoon en had achteraf spijt dat hij zich niet vertrouwd had gemaakt met de computer, want hij zag wel in hoe handig die was. Zijn benen begonnen pijn te doen, waardoor hij zijn bed niet kon uitkomen. Het leek beter hem een tijdje in een verpleeghuis op te nemen. Ook daar bleef hij het nieuws volgen; hij vertelde zijn dochter opgelucht dat de film van Wilders ’gelukkig niets voorstelde’. Maar hij liep een longontsteking op en overleed eraan.

Hoe het gesteld is met de waardering voor een verzetsman werd zijn familie gewaar toen het op de zaterdag dat hij werd begraven goot en een stuk of twintig begrafenisgasten hun auto’s zo dicht mogelijk bij de kerk parkeerden – waar dat niet mocht. Een agent deelde bekeuringen uit. Dat waren de reglementen nu eenmaal, zei de politie.

Hendrik Anthoon Das werd op 18 maart 1916 in Hellevoetsluis geboren. Hij overleed op 1 april 2008 in Driebergen.

Deel dit artikel