Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Help de rivier uit haar harnas

Home

Hans Marijnissen

De oevers langs de grote rivieren kunnen samen een enorm natuurgebied vormen dat de Veluwe in omvang en rijkdom overtreft. Maar dan moeten wel de stenen weg.

De IJssel tussen Zutphen en Zwolle meandert door het landschap. Een zeilbootje laveert stroomopwaarts, wandelaars op de kade. Een V van ganzen peddelt richting Zuiden.

Liefhebbers van dit sfeerbeeld zullen misschien wat teleurgesteld zijn: ecologisch stelt de IJssel maar weinig voor. Nieuwe flora en fauna langs deze rivier blijft sterk achter bij de soortenontwikkeling langs andere rivieren. En er is hier zelfs amper sprake van een rivier. De IJssel is in de jaren zestig en zeventig voorzien van oevers van breuksteen, zodat een kronkelend kanaal is ontstaan dat water uit de Rijn naar het IJsselmeer transporteert. Meer gebeurt er niet.

Het IJsseldal is één van onze mooiste rivierlandschappen, maar morfologisch zit de rivier op slot, zegt rivier-ecoloog Bart Peters. Een rivier moet leven, bewegen is misschien een beter woord. Buiten haar oevers treden, zand afzetten, rivierduinen maken, geulen uitslijten en eilanden verplaatsen. Maar dat doet de IJssel al lang niet meer. „Het beeld van de huidige rivier is een voorbeeld van een andere tijdgeest; tegenwoordig zouden we het waarschijnlijk niet meer zo doen. In Nederland hebben we altijd geprobeerd rivieren te temmen. Al ruim voor 1800 werden de eerste kribben in de IJssel aangelegd, gevolgd door de grootschalige normalisatiewerken tussen 1850 en 1900 waarbij alle grote rivieren in Nederland op een vaste breedte en diepte werden gebracht. Langzaam maar zeker zijn in heel Nederland de rivieren ’vastgelegd’. Zo ontstonden diepe, goed bevaarbare stromen die zichzelf schoonspoelden.”

In de jaren zeventig is die vastzetting van de rivieren geperfectioneerd door het aanleggen van oevers van breuksteen. „De tijdgeest was toen heel praktisch”, zegt Peters. „Stenen oevers voorkwamen erosie, die toen nog werd gezien als schade aan het weiland van de boer.”

Tegenwoordig is er minder behoefte aan landbouwgrond langs de rivieren. Er is juist vraag naar natuurontwikkeling én er moet ’ruimte’ voor de rivier ontstaan zodat bij hoog water het buitendijkse land volloopt, waardoor het gebied achter de winterdijk beter beschermd is. Daarnaast wordt op sommige locaties de winning van grind en klei gecombineerd met de aanleg van natuur.

Bart Peters, die als rivierecoloog grote partijen als Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer adviseert, heeft afgelopen tijd in kaart gebracht wat de nieuwe inrichtingsprojecten langs de rivieren in twintig jaar tijd hebben opgeleverd, om van daaruit te bepalen hoe de omvorming moet worden voortgezet. Bij rivieren als de Waal konden bijzondere planten en dieren heel makkelijk en massaal op de hoge oeverwallen terugkeren omdat deze rivier zijn zandoevers altijd heeft behouden. Maar de Maas en de IJssel moesten eerst van hun harnas worden bevrijd.

Bij de Maas is het steen al op veel plaatsen verwijderd, nu is de IJssel aan de beurt. Daarvoor zijn niet alleen redenen van ecologische aard, er is ook sprake van een economische noodzaak. De vastgelegde IJssel ’slijt in’. Omdat de stroom versmald is en altijd op dezelfde plek blijft, wordt hij te diep. Met die diepere geul bestaat het gevaar dat de rivier te veel water vanuit de Rijn gaat aantrekken. Ook kan lokaal het grondwater langs de IJssel dalen. De rivier heeft dus zand nodig.

Om te laten zien hoe de IJssel er over pakweg tien of twintig jaar bij moet liggen, laat Peters de oeverontwikkeling van de Waal bij Ewijk zien, pal ten oosten van de verkeersbrug van de A 50. Op dit historische zandeiland zet de Waal nog steeds veel zand af. Zoveel, dat Rijkswaterstaat tegenwoordig regelmatig moet ingrijpen. Voor het laatst 20 jaar geleden, toen de hele Ewijkse plaat werd afgegraven. Inmiddels heeft de rivier weer anderhalve meter zand afgezet, en dat heeft geleid tot een spectaculaire terugkeer van bijzondere flora en fauna. Om de nieuwe zandafzettingen te compenseren is een deel van de wilgen op de Ewijkse Plaat gekapt en zullen binnenkort wat geulen worden gegraven, zodat de rivier bij hoogwater vrij spel heeft.

„Door de aanleg van geulen hoeven we niet opnieuw de hele Plaat af te graven. Goede inrichtingsprojecten volgen bij natuurontwikkeling zoveel mogelijk de bestaande bodemstructuur en leggen bijvoorbeeld oude geulen in het zand bloot. Je creëert een uitgangssituatie die past bij wat de rivier van nature zou doen en de natuur kan het vervolgens zelf overnemen. En ik durf het bijna niet zeggen”, grinnikt Peters terwijl hij door de klaver loopt, „maar ik verlang naar hoog water.”

Het is alweer vijftien jaar geleden dat de rivier echt hoogwater heeft gekend, en ecologisch zou dit gebied een nieuwe zandafzetting goed kunnen gebruiken. „Er ontstaan dan nieuwe geulen en zandruggen, met zowel natte als droge zandgronden. Dat rivierzand blijkt vol zaden te zitten. Eerst zullen er pioniersplanten opkomen, gevolgd door de kruiden en vegetatie die zich graag op de droge zandruggen nestelen. Die trekken zeldzame libellen, dagvlinders en andere insecten aan, waaraan de vogels zich weer tegoed doen.”

Twintig jaar geleden, dus nog vóór de ingrepen, heeft Peters bij de Ewijkse Plaat een inventarisatie gedaan waaruit bleek dat er amper iets bijzonders groeide. Nu groeit er sikkelhaver, wilde marjolein, kattendoorn, brede ereprijs en bieslook. Rivieroevers zijn heel soortenrijke gebieden. Van de 1500 soorten planten die we in Nederland kennen, komen er zo’n 700 langs de rivieroevers voor. Nou, dat haalt de Veluwe niet hoor. Door de ontwikkeling van de flora wemelt het hier de laatste jaren van de bijzondere libellen, dagvlinders, en sprinkhanen. Vogels als de roodborsttapuit en de veldleeuwerik die uit het boerenland zijn verdreven, zijn hier op de oever weer helemaal terug.

„Niet alleen de natuur krijgt op deze oevers kansen”, zegt Peters. Ook de mens. „Natuuroevers zijn perfect voor recreatie. Kon er vroeger amper langs de rivier gewandeld worden doordat boeren hun land met prikkeldraad afzetten, tegenwoordig kun je vanaf Ewijk tot aan Nijmegen langs de rivier struinen. In de zomer zie je op alle strandjes weer mensen liggen. Dat fenomeen was hier helemaal verdwenen.”

Dat beeld kan ook aan de IJssel ontstaan, zegt Peters. Bij Welsum is deze zomer een oever van 1600 meter van zware stenen ontdaan en afgewerkt tot een zandige rivieroever. Bij de Duursche Waarden bij Wijhe is dit al in 2005 gebeurd en in 2011 is de Vreugderijkerwaard bij Zwolle aan de beurt. Zodra de stenen weg zijn, mag de rivier van de oever eten, totdat de steile, verticale zandwand is omgevormd tot een schuin aflopend strand. Jaar na jaar zal dit landschap door de stromingen worden bewerkt, zodat de rivier weer wat meer zélf de beheerder van het gebied kan worden.

Wie op de oever bij Ewijk zijn ogen bijna sluit, kan door de wimpers in de pijler van de brug de toren van Deventer zien. Zo zal het straks worden.

Lees verder na de advertentie
De IJssel had tot begin jaren zestig zandige oevers, waaraan de rivier naar hartelust mocht knagen. (FOTO HENK KOOLWAAIJ)
Ook de oever van de IJssel bij Rheden werd vanaf de jaren zestig voorzien van breuksteen. (FOTO KOEN VERHEIJDEN)
Op de zandoevers langs de Waal bij Ewijk is het goed toeven. (FOTO BART PETERS)

Deel dit artikel