Heksencafé / Wicca moet maar lekker klein blijven

home

Edo Sturm

Stadsheksen Rinia, Mercedes en Sim zijn tevreden over hun maandelijkse caféavond voor paganisten. „Maar je kunt nog altijd beter zeggen dat je op yogales zit."

Het zou elke bruine kroeg in Amsterdam kunnen zijn: een lange bar, een paar tafeltjes met kaarsen, te harde muziek. Maar in deze schemerige ruimte huist een heksencafé. De enige tekenen: boven de bar hangt een klein pentagram en op een tafeltje naast de wc’s ligt het Book of Shadows, het door de betrokken heksen zelf samengestelde ’heilige boek’. Daarin enthousiaste briefjes van gasten, een handleiding voor het maken van ’maanlinten’ (voor elke stand van de maan een andere kleur) en de huisregels (er mag in het heksencafé niet gerekruteerd worden).

Drie vrouwen, Rinia, Mercedes en Sim – ze willen niet met hun achternaam in de krant – zijn de initiatiefnemers.

Rinia (40) omschrijft een heks als „iemand die zich met wicca bezighoudt, een natuurreligie gebaseerd op oude Keltische gebruiken”. Zelf kwam ze met wicca in aanraking nadat ze ’ergens in het leven een plank had misgeslagen’ en op zoek was naar zingeving.

Haar zusje Mercedes (33) raakte ook geïnteresseerd, en samen verdiepten ze zich in de rituelen. Toen ze op een heksenforum Sim (25) tegenkwamen, was de kring compleet. De drie vrouwen organiseerden een avond om met gelijkgestemden in contact te komen, en zo ontstond twee jaar geleden het heksencafé in Amsterdam.

Elke eerste zondag van de maand komen aanhangers van uiteenlopende natuurreligies er samen om ervaringen uit te wisselen en een netwerk op te bouwen. Alle paganistische (heidense) stromingen zijn welkom.

„Die openheid kunnen we ons permitteren omdat we stadsheksen zijn”, zegt Rinia, „Op het platteland ligt dat moeilijker. Door de strengere sociale controle en de invloed van de kerk kunnen heksengemeenschappen in een dorp zich niet makkelijk profileren. Dat zijn gesloten groepen.”

Maar ook in Amsterdam heersen volgens haar nog rare ideeën over natuurreligies. „Wij hebben veel raakvlakken met new age, maar je kunt beter zeggen dat je aan yoga of reiki doet dan dat je heks bent.”

Behalve tussen stads- en dorpsheksen is er ook verschil tussen heksen die zelfstandig opereren en die bij covens (heksenkringen) zijn aangesloten.

Sommige covens, zegt Sim, hebben ’zware inwijdingsrituelen’, vieren álle acht jaarfeesten (feesten die overgangen in de natuur symboliseren) en elk maanfeest. „Je moet niet denken dat je daar een beetje de Harry Potter kunt uithangen; het is heel intensief.”

Rinia: „Vergeleken met hen zijn wij fröbelheksen. We pikken eruit waar we voor ons gevoel iets mee kunnen: genezen met kruiden, een paar jaarfeesten, wat rituelen. De strenge wicca’s bewandelen een vastgelegd pad met strenge regels. Zij griebelen van wat wij doen.”

Wanneer iemand een echte wicca is, vinden ze moeilijk vast te stellen, maar een aantal basisprincipes is volgens de drie van groot belang. Het erkennen van de god en de godin, het erkennen van zowel het goede als het kwade in je leven en de aandacht voor je omgeving.

En natuurlijk de Wet van Drie, zegt Mercedes. „Alles wat je een ander aandoet, of het nou goed is of kwaad, komt drie keer terug.”

De god en de godin staan symbool voor de mannelijke en de vrouwelijke kracht op aarde. „Anders dan in het christendom”, zegt Rinia. „Daar is al het vrouwelijke onder tafel geveegd. De kerk heeft sowieso geen fraaie geschiedenis: kruistochten, brandstapels – daar wil ik niet bij horen.”

De andere twee knikken instemmend. Sim: „Het christendom zoekt God buiten de mensen. Onzin. En dat idee van Jezus als verlosser; ik verlos mezelf wel.”

„De kerk heeft veel van de oude rituelen gewoon overgenomen”, zegt Mercedes, „Pasen komt van het vruchtbaarheidsfeest Ostara, kerst van midwinter, Allerheiligen van Samhain, het moment waarop het nieuwe heksenjaar begint.”

De meeste wiccarituelen beginnen met het trekken van een cirkel om de deelnemers. Mercedes: „Je creëert een tussenwereld. Binnenin die cirkel laat je alleen toe wat je voor het ritueel nodig hebt – zowel fysiek als mentaal. Dus ook bepaalde gedachten moeten erbuiten blijven.”

De vier windstreken worden aangeroepen als wachters. Wat er verder in de cirkel gebeurt, hangt van het ritueel af. „Met Ostara verwelkomen we de zomer en brengen we eieren in de cirkel als symbool van nieuw leven”, zegt Mercedes. „Halloween gaat over afscheid nemen – dan gedenken we de doden, en dat maakt vaak heftige emoties los.”

Sim: „De thema’s van de jaarfeesten betrek je op je eigen leven. Met het oogstfeest formuleer je bijvoorbeeld wat je het afgelopen seizoen zelf geoogst hebt. Zo dwingen processen in de natuur je naar jezelf te kijken. Het is soms een enorme confrontatie met jezelf.”

Om die confrontatie gaat het uiteindelijk, vinden de drie.

Rinia: „Daarin verschillen new age en wicca van elkaar. New-agemensen denken: ik koop een leuke steen en die lost mijn problemen op. Voor ons is het: ik loop hier tegenaan, dus ik moet dit zelf oplossen.”

Het heksencafé heeft moeilijke perioden gekend. Rinia: „Er kwamen bezoekers die vonden dat alles anders moest. Er was veel roddel en achterklap. Dan denk je: waar doe ik dit voor?”

Sim: „Het café trekt soms vreemde mensen aan. Laatst nog hadden we een man die beweerde dat hij God was. En door Harry Potter waren we bang dat naïeve lezers naar ons café zouden komen. Dat is gelukkig niet gebeurd. Als je op zoek bent naar een toverschool, kom je bij ons bedrogen uit.”

Mercedes: „We hebben nu elke maand een redelijk vaste groep bezoekers. De meesten zijn rond de dertig, veertig jaar en serieus met paganisme bezig. Zo willen we het houden.”

„Het gaat goed nu”, zegt Rinia. „Mensen moeten ons zelf vinden. Overtuigen en binnenhalen doen we niet. Als religie te veel invloed krijgt, wordt het een bron van ellende. Laat wicca maar lekker klein blijven.”

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie