Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Heimwee naar de donderpreek

Home

Gerrit-Jan Kleinjan

Begrippen als strafpredicatie, sermoen en kanselrede mogen dan in onbruik zijn geraakt, toch staat in de protestantse kerk nog steeds 'het woord' centraal. Voor protestantse christenen is de zondagse preek het kroonjuweel van de Reformatie. Met een toespraak op de preekstoel leggen dominees de inhoud van de Bijbel uit aan de kerkgangers. Hoe is het na al die eeuwen eigenlijk met de preek gesteld? Het antwoord: matig. Dominees worstelen met de vraag hoe ze in tijden van ontkerkelijking een preek maken die er voor de luisteraars nog toe doet.

Dat constateren de theologen Ciska Stark en Bert de Leede in een onderzoek naar de manier waarop er gepreekt wordt in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Een paar jaar geleden had een visitatiecommissie van de PKN twijfels over het niveau van de preken in de kerk. Stark en De Leede kregen van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) de taak om onderzoek te doen. De PThU is de academie die PKN-dominees opleidt, met vestigingen in Amsterdam en Groningen. Stark en De Leede zijn beiden onderzoeker en docent homiletiek (preekkunde).

De Protestantse Kerk in Nederland krimpt. Oude zekerheden en leerstellingen zijn vervaagd. Voor zover hij nog neerstrijkt in de kerkbank, is de kerkganger op drift geraakt met allerlei individuele geloofsopvattingen. Ciska Stark: "De een komt in de kerk voor een meditatief moment, een ander voor een apologetische preek zodat-ie weer weet wat te geloven, een derde voor ethische richtlijnen voor op het werk."

Zestig voorgangers gaven gehoor aan de oproep van de preekdeskundigen om hun beste preek op te sturen. Stark en De Leede kozen er twintig uit om inhoudelijk te analyseren. De werkstukken weerspiegelen volgens de onderzoekers de breedte van de PKN, met een vrijzinnige en een orthodoxe flank en een groot gematigd midden. Het is de eerste keer dat de inhoud van de preken in de PKN onder het vergrootglas wordt gelegd. Over ongeveer een jaar moet het onderzoek uitmonden in een handboek voor predikanten. Ook gebruiken Stark en De Leede hun bevindingen in nascholingsprogramma's voor PKN-dominees. Het uiteindelijke doel is om het preekniveau in de kerk te verbeteren. Volgens Stark en De Leede is er toekomst voor de preek: "Ondanks de opkomst van andere media doet het gesproken woord er nog zeker toe, mits goed gepresenteerd. Denk bijvoorbeeld aan de redes van Barack Obama."

Krimp, teloorgang van geloofsdogma's en sterk uiteenlopende opvattingen bij de kerkganger - dit alles heeft zijn weerslag op het werk van de dominee. "Je leest het aan de preken af", zegt De Leede. "Er is verlegenheid ontstaan bij predikanten door het wegvallen van de oude kaders." Predikanten wekken aan het begin van de kerkdienst wel hoge verwachtingen. " 'God spreekt tot ons door het Woord', hoor je dan, maar die hoge inzet wordt vaak niet waargemaakt", zegt De Leede. "Je denkt als luisteraar na afloop wel eens: ben ik hiervoor nu gekomen? Is dit nu relevant? Wat staat er op het spel?"

De twee onderzoekers zien over de hele breedte van de PKN vaak hetzelfde patroon. Stark, vooral doelend op preken uit gematigde PKN-gemeenten: "Er is zelfrelativering: 'wat je hier kunt vinden is ook elders te halen'." De Leede, doelend op de orthodoxe preek: "Dan wordt er bijvoorbeeld wel gezegd dat God werkte in de Bijbel, maar niet hoe hij dat nu doet." Hij vervolgt: "Veel van de teleurstelling van kerkgangers zou wel eens te maken kunnen hebben met gebrek aan urgentie. Dat gevoel: hoe ervaar ik God nú."

De wereld buiten de kerk wordt vanaf de kansel dikwijls met argusogen bekeken. "Bewust of onbewust werken dominees met een binnenperspectief en een buitenperspectief", zegt Stark. " 'Het wordt er niet beter op', 'er moet nog veel veranderen in onze wereld', 'Het is niet zo eenvoudig' ", citeert ze frases uit preken. De Leede: " 'Het wordt er niet beter op', ja, die uitspraak staat wel ergens voor." Volgens De Leede en Stark is zulk kerkelijk cultuurpessimisme een slechte zaak. "Dat er kwaad is in de wereld waarover we met zorg zijn vervuld, is iets anders dan een bezorgde toon", meent De Leede. "Dat is zó defensief. Het is niet uitdagend." Volgens hem doet cultuurpessimisme geen recht aan 'de echte spanningsvelden' van kerkgangers. "Mensen die vitaal in de kerk zitten, met beide benen in de wereld, die zijn niet geholpen met een preek die bezorgd is, die willen desnoods een heel confronterende preek die tegelijkertijd hoop geeft." Stark: "Een pessimistische preek is weinig royaal, weinig vertrouwend."

Het onbehagen over de cultuur mag door dominees breed worden neergezet, wat ze er vervolgens tegenover zetten, steekt daar bleekjes bij af. Er gaapt een kloof. Kerkgangers krijgen vaak kleine, huiselijke deugden ingeprent. Stark: "Dan gaat het om trouw, om oprechtheid, om familiewaarden, dat je niet jaloers mag zijn." Zeker, geen verkeerde waarden, haast Stark zich erbij te zeggen, maar het staat in geen verhouding tot wat er volgens haar werkelijk gaande is in de wereld. "Het is óf het gezin óf het zijn grote rampen - wat daartussen zit kom je in preken eigenlijk niet tegen." Een gemiste kans, vinden De Leede en Stark. "Dan gaat het niet meer over de maatschappij waar je midden in staat", zegt Stark. De Leede: "We horen ook wel van dominees zelf dat sommige cabaretiers de spanning die mensen ervaren tussen de wereld en henzelf, scherper neerzetten dan zijzelf in menige preek."

De twee onderzoekers vermoeden dat dominees vrezen dat een stevige toon overkomt als een moralistische zedenpreek. Onbedoeld heeft die vrees tot gevolg dat verschillende thema's onbenoemd bleven in de preken die ze bekeken. Stark: "In het maatschappelijk debat gaat het permanent over de kosten van de gezondheidszorg, over wat een leven waard is en hoe je omgaat met mensen die verlangen naar de dood terwijl ze fysiek nog doorkunnen. De fundamentele dilemma's die daaruit voortvloeien, horen wij in de preken niet terug, terwijl er wel mensen in de kerk zitten voor wie dat een realiteit is. Deze mensen krijgen te horen dat het goed en fijn is dat we voor elkaar kunnen zorgen."

De Leede: "Kerkgangers zoeken hoe zij gelovig kunnen omgaan met morele en existentiële vragen."

Stark: "Dit soort vragen behandelen, betekent echt niet dat je meteen stelling neemt in een discussie over bijvoorbeeld pro life."

Komen levensvragen wel aan de orde, dan zien De Leede en Stark dikwijls een versimpeling als het gaat om keuzes en voorbeelden. Stark: "Dan wordt een thema als vergeving bijvoorbeeld geconcretiseerd met het voorbeeld van het kwijtschelden van een verkeersboete." De Leede: "Het wordt huiselijk gemaakt. Als je de grote spanningsvelden van zonde en vergeving terugbrengt tot het kwijtschelden van een verkeersboete dan domesticeer je het, dan verhuiselijk je het." Stark: "Maar ja, wat is dan de relevantie nog?"

Lees verder na de advertentie

Ideale preek
Moet het uit het hoofd? Moet het van papier? Hoe spreek je de luisteraar aan? Een geslaagde preek is hard werken. "Er is een ideaal van uit het hoofd preken. Dat hoeft helemaal niet", zegt Bert de Leede. Maar, zo voegt hij toe, je moet je wel echt richten tot de luisteraar. "De tijd is voorbij dat een preek een bombardement met woorden is." Volgens hem toont de ideale preek 'het leven in een wijder perspectief'. De Leede: "Thuis kan ik wel een boek en een krant lezen. In een preek gaat het om de echte vragen. Wat betekent het om God te kennen en om het leven met God gestalte te geven? Het is de kunst een preek zo te houden dat de luisteraar het gevoel heeft over een grens te worden geholpen van een geheim." Ciska Stark: "Preken die volstrekt rationeel zijn, zoals we die kennen van ouderwetse leerredes, daar kunnen mensen niets meer mee. Hetzelfde geldt voor louter pastorale bemoediging of meditaties over geloofsgeheimen. De preek moet wel iets blijven betekenen, anders kun je die net zo goed weglaten in de dienst." Volgens Stark bestaat de ideale preek uit twee hoofdingrediënten: een appél aan het gevoel én een appél aan de ratio. "Je kunt het natuurlijk niet allemaal gelijk recht doen. Maar je kunt als voorganger de verschillende categorieën integreren en doseren: soms wat meer getuigend, soms meer meditatief, afhankelijk van bijbeltekst en situatie."

Deel dit artikel