Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Heel Delft speelde rol in geheim van 'Baby Blue'

Home

ANDREA BOSMAN

DELFT - Een warm huis vol engelen, een opgebaarde kabouter, vier zwarte rijtuigen, een carnavalsfeest. Baby Blue is weg, voorbij, 'gone forever'. Wat rest zijn flarden herinneringen aan een avondlijke reis door tijd en ruimte, geluid, beeld, licht, wind, regen, geur. Het Delftse muziektheaterproject 'Baby Blue', dat maandagavond zijn laatste voorstelling beleefde, ging over 'alles wat dierbaar is en weer voorbijgaat.'

De pers mocht pas bij de laatste voorstellingen van 'Baby Blue', dat op 15 november in première ging, aanwezig zijn. Tot dat moment hulde de organisatie zich in nevelen over de inhoud. Alleen dat de historische binnenstad van Delft het decor zou vormen voor een reis met onbekende bestemming, beginnend in een ijssalon, was bekend. Bezoekers van 'Baby Blue' en de inwoners van Delft werd dringend verzocht het geheim te bewaren. 'Baby Blue' is volgens de bedenker van het project, voormalig Mojo-directeur Berry Visser, dan ook een metafoor voor het leven. “Ook daar weet je niet waar de reis eindigt en wat er onderweg gaat gebeuren.”

Die reis, geregisseerd door Pieter van der Pas, begint pas echt na het aanschouwen van een achttiende-eeuws bal. Dames en heren met bepoederde pruiken in pompeuze jurken en pakken zwieren fijntjes door de hal van het oude Delftse stadhuis. Ze overhandigen de zestien reizigers - het maximale aantal per voorstelling - hun draadloze koptelefoons, die ze de rest van de reis op zullen houden. Buiten wachten vier gitzwarte rijtuigen, waarin het muf en vochtig ruikt. Het is aardedonker, het rijtuig wiebelt, alleen de groene lichtjes van de koptelefoons weerkaatsen in de ruiten van de koets. Muziek. Aanzwellende violen, dan weer beetje house. De murmelende stem van Berry Visser, die samen met John Tilly de muziek componeerde: “'Baby Blue' verhaalt over demonen. Ze hokken in mezelf en verschuilen zich in de ander. Soms moet ik huilen maar dan zie ik al die engelen. En dan denk ik aan mijn zus Marlies, kapotgebeukt door de kanker.”

Precies op het moment dat de deur van de koets opengaat, slaat - via de koptelefoon - de bliksem in. De reizigers worden rondgeleid op een kerkhof, waar een jongetje in matrozenpak vertelt dat zijn oudere broertje is overreden toen hij sigaretten ging halen voor zijn vader. Alleen het nietsvermoedende meisje dat op een mountainbike langskomt detoneert in dit decor, aan de overkant van het water ontwaren we een personenauto met zendmast, van waaruit de muziek geregisseerd wordt.

De werkelijkheid dringt zich op, de droomreis gaat door, via een mooi gedrapeerd waterlijk naar het warme 'engelenhuis'. Daar regent het donsveren en spelen zich tussen wel vijftig schaarsgeklede engeltjes bacchantische taferelen af. Op het dak van een groot pand met uitzicht over Delft zingt Berry Visser het liedje 'Baby Blue'. Nadat de reizigers de laatste eer hebben bewezen aan een zorgvuldig opgebaarde kabouter, eindigt 'Baby Blue' met een groot carnavalsfeest in een feestzaaltje. Een beetje beduusd staan de reizigers weer op straat.

Vijf minuten later is de confetti alweer in de stofzuiger verdwenen. Bij het engelenhuis - dat gewoon het woonhuis van Berry Visser zelf blijkt te zijn, het mooie waterlijk lag in het vijvertje van zijn achterbuurman - doet een van de engeltjes open, maar nu bungelt er nuffig een filtersigaret uit een van zijn mondhoeken. De droom is uit. Visser rommelt met moeite iets uit een keukenkastje tevoorschijn: een schrijfblok met aantekeningen en teksten, en een van de vele reacties die hij ontving van bezoekers van de wonderbaarlijke reis. Iemand die zei het gevoel te hebben gehad 'even in de hemel te zijn geweest', een ander die het heeft over 'een beetje sterven.'

'Baby Blue', waar tweehonderd acteurs en figuranten uit Delft en Rotterdam aan meewerkten, was niet alleen bedoeld als levend schilderij: het is ook een erg persoonlijk document van Visser. Marlies was echt zijn zus, het overreden jongetje zijn broertje. “Ik ben net tot de grens gegaan”, zegt hij over de manier waarop hij die elementen in de voorstelling heeft gebracht. Dat weet hij door al die reacties die zijn binnengekomen. Dat het goed is overgekomen. Dat iedereen zijn eigen reis heeft kunnen maken.

Achteraf is Visser, die het project van 150 000 gulden gedeeltijk zelf financierde, blij dat de locatie die hij eerst op het oog had - de Hoogovens bij IJmuiden - niet doorging. “Ik had die desolate omgeving van dat industrieterrein in m'n hoofd, baalde dat het niet doorging. Pas toen ik hier in Delft, waar ik geboren ben en nog steeds woon, begon met afspraken te maken met de gemeente en andere instellingen ging er een knop om in mijn hoofd. De voorstelling werkt zo goed in deze oude stad, ook dankzij alle mensen die wilden meewerken.”

Voor regisseur Pieter van der Pas - die even daarvoor nog de condoleances bij de kabouter in ontvangst nam - is 'Baby Blue' meer dan een voorstelling. “Het is een kunstwerk, het is een daad. De hele stad deed mee aan dit fluisterende geheim. Natuurlijk komt er veel techniek aan te pas, maar ik heb gewaakt over het menselijke aspect. We hebben alleen effecten gebruikt wanneer het iets toevoegde.”

Overigens is 'Baby Blue' niet helemáál voor de eeuwigheid verloren. De allerlaatste voorstelling is met de camera geregistreerd, de film zal waarschijnlijk in januari in Delft vertoond worden. Voor maximaal zestien personen per keer. Mét koptelefoon.

Deel dit artikel