Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hayek, de vrijemarktfundamentalist

Home

Hans Achterhuis

Friedrich Hayek is de intellectuele leidsman van de Nederlandse liberalen. Maar zijn lofzang op de vrije markt is volgens filosoof Hans Achterhuis gevaarlijk. Want waarom zweeg Hayek bij marteling en duizenden moorden?

De Oostenrijkse econoom Friedrich Hayek (1899-1992) is de invloedrijkste geestelijk vader van het neoliberalisme. Hij gaf met indrukwekkende politiek-filosofische teksten als ’The Constitution of Liberty’ richting aan deze nieuwe liberale stroming.

Toen ik Hayeks werk begon te bestuderen, kreeg ik er niet goed greep op. Ik ben als filosoof gewend aan consistentie en argumentatie maar trof lacunes aan, slordigheden en tegenspraken. Het portret dat ik daarna van Hayek schetste riep dan ook weerstand op bij sommige Nederlandse liberalen voor wie Hayek een intellectuele held en leider is. Ze gaven me voor een beter begrip literatuursuggesties.

In die publicaties staan de nodige superlatieven: ’grootste politieke filosoof van de vorige torici, economen en politieke wetenschappers. Daar wil ik niets kwaads over zeggen, maar gezien Hayeks pretentie om het liberalisme wijsgerig te doordenken, moeten ook filosofen zijn werk bestuderen.

Dat werk wordt vaak in verband gebracht met het denken van Karl Popper. Niet verwonderlijk: Hayek en Popper waren persoonlijke en intellectuele vrienden. Popper was intensief betrokken bij een door Hayek bedachte internationale liberale studiegroep, Hayek stimuleerde Popper bij het publiceren van diens belangrijkste politiek-filosofische werken. Ze leken een onverbrekelijk liberaal duo. De Britse premier Margaret Thatcher noemde hen in één adem als haar wetenschappelijke leidslieden.

Ik betwijfel of de samenvoeging van beide denkers klopt. Want Hayek negeert het centrale idee van zijn vriend, het falsificatiecriterium, grotendeels.

Falsifieerbaarheid is hét kenmerk van Poppers wetenschapsfilosofie. Een goede wetenschapper streeft er volgens hem niet naar om zijn theorie met zoveel mogelijk voorbeelden te bevestigen, te verifiëren. Hij zal eerder proberen zijn theorie sterker te maken doordat hij tegenvoorbeelden zoekt en zijn theorie aan scherpe controle onderwerpt om haar eventueel te falsifiëren. Een theorie wint aan empirisch gehalte en verklaringskracht, naarmate ze meer uitsluit, ’meer potentiële falsificatoren heeft’.

Een theorie die alle, zelfs tegenstrijdige feiten toelaat, en beweert deze te kunnen verklaren, mag van Popper niet wetenschappelijk heten. Hij vertelt hoe in het Wenen van de jaren twintig van de vorige eeuw elke morgen twee groepen mensen hun krant openvouwden en constateerden dat ze al het nieuws begrepen en konden verklaren. Elk nieuwsfeit bevestigde hun gelijk. Het betrof hier de volgelingen van Marx en van Freud. Alles paste in hun systeem, voor elke gebeurtenis hadden zij een verklaring. En wanneer enige tijd later de kranten precies het tegenovergestelde berichtten, leverde dat geen enkel probleem op. Zo zagen de marxisten in stakende arbeiders het actieve klassenbewustzijn van het proletariaat, staakten ze niet dan was dat het bewijs van verburgerlijking en vals bewustzijn. De dogma’s, begrippen en hulpconstructies uit de theorie konden werkelijk alles verklaren.

Met wetenschap heeft dit volgens Popper niets te maken. Een goede wetenschapper zou er juist naar moeten streven het marxisme sterker te maken door te formuleren hoe het gefalsifieerd kan worden in plaats van het als een vaststaande waarheid te presenteren die alleen maar voortdurend bevestigd kan worden. De waarheid bereiken we volgens Popper nooit, we kunnen er alleen maar steeds verder naar op weg gaan door onze theorieën via falsifieerbaarheid te versterken.

Een marxist mag best alles verklaren als bepaald door de economische ’onderbouw’, net als een christen overal Gods hand in mag zien. Het gaat pas mis wanneer de marxist op grond van zijn theorie gaat handelen, wanneer hij beweert dat hij op grond van zijn theorie de richting van de geschiedenis kent en bereid blijkt om met geweld een extra duwtje in deze noodzakelijke en goede richting te geven. Dan ziet hij een utopie gloren die ons aan het einde van de geschiedenis wacht en die hij met zijn actie dichterbij probeert te brengen. Het lijkt tenslotte zo menslievend om zich hiervoor in te spannen, om alles op alles te zetten teneinde het toekomstig geluk van de mensheid wat sneller te realiseren. De marxistische utopist verifieert voortdurend zijn theorie; wat die theorie tegenspreekt, verklaart of moffelt hij weg, desnoods met geweld.

In een beroemde tv-discussie met de neomarxist Herbert Marcuse beschrijft Popper zijn methode als een voortdurende discussie. Daarin kunnen onze hypothesen en ideeën sneuvelen – maar niet wijzelf. Deze waarschuwing tegen mensenoffers klinkt ons, mede natuurlijk dankzij Poppers pleidooi voor de open samenleving van meer dan zestig jaar geleden, vanzelfsprekend in de oren. Maar dat is het allerminst.

Hoe moeilijk het is negatieve kritiek niet alleen toe te laten maar actief te bevorderen, zien we het duidelijkst bij Karl Popper zelf. Hij beleed het pluralisme, maar verdroeg zelf geen kritiek. Zijn gedrag, schrijft zijn leerling Bryan Magee, „was de grootste schending van de geest van het liberalisme”. Volgens zijn beste vriend rustte Popper niet voordat een gesprekspartner met wie hij van mening verschilde met het mes op de keel eindelijk toegaf ongelijk te hebben.

Wanneer Popper eenmaal een standpunt bereikt had, hield hij eraan vast. Ik ken geen voorbeeld dat laat zien hoe hij in zijn lange leven ook maar één mening herzag. Zelfs niet over de Duitse filosoof Karl Jaspers. Die had hij in ’De open samenleving en haar vijanden’ als wegbereider van het nazisme afgeschilderd, zijn filosofie was die van een gangster en een gokker. In een absoluut nihilisme zou Jaspers alle menselijkheid hebben verloren.

Poppers beschuldigingen waren lasterlijk. De moedige Jaspers had zich van meet af aan tegen Hitler verzet en overleefde met zijn Joodse vrouw de Tweede Wereldoorlog ternauwernood.

Magee verklaart de paradox van de filosoof en zijn boodschap uit Poppers persoonlijkheid. „Zijn werk is een monument voor alles wat hem zelf ontbrak.”

Magee heeft ongetwijfeld gelijk dat dit Poppers filosofische stellingname allerminst ontkracht. Toch gaat hij te snel voorbij aan de wezenlijke problemen. Niet alleen Popper, maar wij allemaal belijden de fraaie ideeën van negatieve kritiek en pluralisme vaak gemakkelijker in de theorie dan in de praktijk. Popper zelf erkent in ’De armoede van het historicisme’ (dus op papier) dat het al moeilijk is om kritisch te staan tegenover onze ’normale’ eigen fouten, terwijl het bijna onmogelijk is om in een kritische houding te volharden wanneer het om grote maatschappelijke misvattingen gaat.

Nu steek ik de hand in eigen boezem. Mijn boeken van Popper zitten vol met stencils uit de jaren zeventig: allemaal referaten van mijn studenten. Aan de Universiteit van Amsterdam bedreven wij toen de ’confrontatiestudie’ van de ’burgerlijke wetenschap’ tegen het marxisme. Popper was de burgerlijke filosoof bij uitstek. Tegenover een collega die Poppers teksten onderwees, propageerde ikzelf steeds marxistische teksten. De filosofie van Marx, zo dacht ik toen, kon goed samengaan met de open samenleving die Popper voorstond. Ik schoof diens kritiek op het marxisme als overdreven en achterhaald ter zijde. Ik koos voor de filosofie van de praxis, die toen in Joegoslavië opgeld deed en las met mijn studenten teksten van Michailo Markovic, terwijl wij ook de al genoemde tv-discussie tussen Popper en Marcuse bestudeerden.

Bij herlezing van de stencils ontdekte ik dat ik buitengewoon succesvol was geweest. Mijn studenten bleken, natuurlijk grotendeels op gezag van hun docent, blind te zijn voor Poppers kritiek. Ze betoogden dat het marxisme heel goed samen kon gaan met de belangrijkste kritische ideeën van Popper. Elk referaat bezong de wetenschappelijke waarheid van het marxisme, die op de UvA trouwens een vaststaand uitgangspunt was.

Wat een misvatting, denk ik achteraf, hoe kon ik mij zo afsluiten voor kritiek? Laat ik dit droevige relaas beëindigen door erop te wijzen dat ik later het in wezen totalitaire karakter van het denken van Marcuse onderkende, en dat Markovic, die ik zo bewonderd had, zich ontpopte als de felste filosofische voorvechter van het Servische nationalisme van Milosevic. Popper had ook wat mij betreft gelijk: het vasthouden van een kritische houding is uiterst moeilijk, juist als het om grote maatschappelijke vraagstukken gaat.

Wat bij Popper zelf een mentaal gebrek is en bij mijzelf het bewijs hoe de tijdgeest vat kan krijgen op een jonge docent, neemt bij Hayek veel ernstiger vormen aan.

„We moeten van het bouwen van een vrije samenleving opnieuw een intellectueel avontuur maken, een onderneming vol moed. Wat wij missen is een liberale utopie, een echt liberaal radicalisme. De belangrijkste les die de ware liberaal moet leren van het succes van de socialisten is dat zij de moed hadden om utopisch te zijn, waardoor dagelijks mogelijk wordt wat kort geleden nog een verre droom leek.”

Dit pleidooi van Hayek voor een liberale utopie staat haaks op de ideeën van Popper. Voor Popper lag de kern van het liberalisme nu juist in de afwijzing van elke utopie, niet in de vervanging van een socialistische door een liberale utopie. Hayeks blauwdruk van een maakbare, vrije samenleving botst frontaal met het recept van Popper voor de langzame en voorzichtige maatschappelijke verbeteringen, die hij als ’stapsgewijze sociale ingenieurskunst’ omschrijft. Popper bestrijdt leed en onrecht, Hayek bedenkt een ideale samenleving, en verwijdert zich zo mijlenver van Popper.

Dat werkte door in Hayeks politieke positie. Al was hij, anders dan de neoliberaal Milton Friedman, niet bij de als revolutie bedoelde staatsgreep in Chili betrokken, hij juichte haar wel toe. Hayek was ongetwijfeld de beroemdste van een grote schare neoliberale fellow travellers richting de nieuwe kapitalistische heilsstaat. Te zijner ere kreeg de nieuwe grondwet van Chili de naam van zijn belangrijkste boek: ’The Constitution of Liberty’. In 1981 organiseerde Hayek de regionale vergadering van de Mont Pélerin Society ostentatief in Vino del Mar, waar de militaire staatsgreep was voorbereid.

De Chileense revolutie van Pinochet leidde tot 3.200 vermoorde en vermiste burgers, er werden zo’n 80.000 mensen gevangengezet waarvan velen ernstig gemarteld werden, terwijl 200.000 Chilenen hun land ontvluchtten. Hayek zweeg hierover. Het hoge utopische doel van een neoliberale revolutie rechtvaardigde kennelijk al deze slachtoffers.

In zijn beroemdste boek ’De weg naar slavernij’ had Hayek het nog vol minachting over liberalen die meegingen met de uitspraak van Lenin dat we geen omelet kunnen bakken zonder de eieren ervoor te breken en die daarom de vele revolutionaire wreedheden en gewelddaden goedkeurden. De utopische neoliberale omelet smaakte hem beter dan de communistische.

Margaret Thatcher en Friedrich Hayek waren bevriend. Toen Thatcher tijdens een bijeenkomst van de Conservatieve partij te maken kreeg met verzet tegen haar al te radicaal geachte koers, pakte ze een dik boek uit haar tas, sloeg ermee op tafel en zei met een stem die geen tegenspraak duldde: „This is what we believe”. Het dikke boek was ook hier ’The Constitution of Liberty’. Maar Hayek vond Thatcher niet radicaal genoeg. Hij raadde haar aan om in Engeland het Chileense voorbeeld te volgen. Dat was zelfs de ’Iron Lady’, die de Chileense economie wel degelijk bewonderde, te gortig. Ze antwoordde haar intellectuele goeroe met een korte, bitse notitie: „Ik ben ervan overtuigd dat je het ermee eens bent dat in Groot-Brittannië, met onze democratische instituties en de noodzaak van een hoge mate van maatschappelijke consensus, een aantal van de maatregelen die men in Chili heeft genomen, totaal onaanvaardbaar zijn. Onze hervorming moet in overeenstemming met onze constitutie en onze tradities plaatsvinden. Af en toe zal de voortgang ervan dan ook pijnlijk langzaam gaan”.

De woorden van Thatcher waren zorgvuldig gekozen. Want – en dat heeft dat tot veel misverstanden over Hayeks filosofie geleid – in ’The Constitution of Liberty’ houdt Hayek juist een Popperiaans getint pleidooi voor langzame maatschappelijke veranderingen met respect voor de traditie.

Hoe valt deze tegenspraak tussen een diep utopisch geloof en een conservatief pleidooi voor het respecteren van overgeleverde gewoonten, te begrijpen? Is het, zoals wel gesuggereerd, een camouflagestrategie voor intellectuelen met een conservatieve inslag?

Nee. Hayek schrijft zelf: „Ik heb een intellectueel werktuig willen construeren dat klaar ligt om ons te helpen, wanneer we geen andere keuze hebben dan de wankelende maatschappelijke structuren te vervangen door een beter bouwwerk”. Lenin had het in ’Staat en revolutie’ niet beter kunnen zeggen.

In ’The Constitution of Liberty’ zingt Hayek de lof van spontaan gegroeide, niet bewust geplande maatschappelijke tradities en instituties. Hierin is volgens hem meer wijsheid opgeslagen dan waarover enige planner, bestuurder of filosoof kan beschikken.

Het gaat hier om impliciete kennis, die niet netjes geformaliseerd en gesystematiseerd kan worden. Hayek noemt dat ’tacit knowledge’, waar we voorzichtig mee moeten omspringen. De instituties waarin deze opgeslagen ligt mogen we slechts uiterst langzaam hervormen. Want deze instituties zijn, met een centraal begrip uit Hayeks filosofie, ’spontaan gegroeid’, door niemand bedacht.

Wat bedoelt Hayek hier nu eigenlijk? Aanvankelijk vroeg ik me af: zijn alle historische tradities goed en positief? Hoe zat het met onderdrukking en uitbuiting waaraan soms juist door bewuste ideeën en handelingen van individuen een einde was gemaakt? Welke rol hadden machtsverhoudingen bij de ontwikkeling van instituties en gewoontes? Waren er geen gegroeide instituties te bedenken, die in naam van een ethisch principe als rechtvaardigheid afgeschaft dienden te worden?

Vragen te over, maar antwoorden geeft Hayek niet. Of misschien toch wel. Langzaam daagde me dat Hayek bij zijn lofzang op spontaan gegroeide instituties eigenlijk maar één institutie voor ogen had: de vrije markt. Alle andere instituties, waaronder de door Hayek als uiterst belangrijk gepresenteerde ’rule of law’, de gelijkheid voor de wet, blijken niet alleen in de praktijk (Chili en Engeland) maar ook in de theorie opgeschort of opzijgeschoven te kunnen worden als de vrijmaking van de markt dit vereist.

In zijn vroege werk ’De weg naar slavernij’ had Hayek de lof van de vrije markt al gezongen en vooral de onmogelijkheid van een socialistische planeconomie aangetoond. Planners, zo liet hij zien, zouden nooit kunnen beschikken over de impliciete kennis die verspreid was over tientallen miljoenen economische subjecten. Alleen de institutie van de vrije markt kan recht doen aan het economisch handelen van mensen. De marktprijzen geven steeds perfect weer wat het vrije subject wenst en wat hij ervoor over heeft.

Mijn vraag: klopt het spontane dat Hayek de vrije markt toeschrijft wel?

Karl Polanyi noemde zijn boek over het ontstaan van de markt ’The Great Transformation’. Polanyi gaat het debat aan met Hayek, een goede bekende van hem. Hij toont aan dat markten nergens spontaan zijn ontstaan. Heersers en politici vaak hebben haar met geweld opgelegd aan de bevolking, waarbij ze veel instituties en gebruiken vernietigden. Zelfs laissez faire – ’laat maar gaan ’ – was van bovenaf georganiseerd. „Het vereist staatsmanschap en repressie om de logica en de risico’s van de vrije markt aan gewone mensen op te leggen.” Het verzet tegen de marktlogica, zo beklemtoont Polanyi, dat was wél spontaan, als het antwoord van grote delen van de bevolking op de ondraaglijke last van een zelfregulerend marktsysteem.

Polanyi draait zo Hayeks ideeën om, aan de hand van veel en overtuigende historische gegevens. Het is onbegrijpelijk dat Hayek volledig aan de positie van Polanyi voorbijgaat.

Voor mij ligt de kwaliteit van de wetenschapper, maar ook de diepe voldoening en zelfs vreugde die hij uit zijn werk kan halen, in de open discussie met tegengestelde standpunten. Wanneer je die kunt falsificeren, wordt je eigen theorie immers steeds sterker, robuuster en relevanter. Hayek miskent de ernst, maar ook het plezier van dit wetenschappelijke spel volledig.

Hayeks falen vindt zijn oorzaak in een utopie: die van het marktliberalisme. De op een geschiedfilosofie gebaseerde utopie, zo laat Popper zien in ’De armoede van het historicisme’, is blind voor de feiten. Dat gaat zeker op voor Hayeks marktfundamentalisme.

Friedrich Hayek is de intellectuele leidsman van de Nederlandse liberalen. Dat zien we niet alleen op de website van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de grootste regeringspartij, de VVD, waar hij prominent figureert, maar ook in een recente publicatie hiervan, met een liberale reflectie op de kredietcrisis. De aan Hayek ontleende mantra van de vrije markt als het resultaat van ’een spontane economische orde’ beheerst dit geschrift.

Met de crisis is er veel misgegaan en dat komt door misplaatst overheidsingrijpen. De oplossing is ’een terugkeer naar een daadwerkelijk spontane orde’. Buiten de marktorde lijkt er voor de Nederlandse liberalen geen enkel politiek criterium meer te bestaan. Ook dit is een regelrechte erfenis van Hayek. Natuurlijk, de liberalen stellen ook in het regeerakkoord zinnige maatregelen voor, maar ze hebben geen criteria meer om deze te rechtvaardigen of te beoordelen, zoals dat in het verleden bijvoorbeeld met het sociale rechtvaardigheidsbeginsel van John Rawls het geval was.

Buiten de door de vrije markt bepaalde richting lijkt de liberale politiek stuurloos en opportunistisch geworden. Erger nog, Hayeks suggestie dat in de gewoontes en overtuigingen van de meerderheid meer wijsheid aanwezig is dan in principes en ideeën van politici en bestuurders, leidt in de praktijk gemakkelijk tot een populistische politiek. Het liberalisme lijkt zo gegijzeld door wat ik graag als de drie M’s omschrijf: Markt, Meerderheid en als het zo uitkomt graag, net als bij Hayek het geval was, de Macht.

Deel dit artikel