Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hard studeren voor jonge pianisten niet zielig

Home

Sandra Kooke

Waarom wint nooit een Nederlander een internationaal toonaangevend pianoconcours? Omdat in Nederland geen goed onderwijs wordt gegeven. Jong talent gaat daardoor onnodig verloren. De Young Pianist Foundation in Den Haag bindt de strijd aan met lakse leraren, armlastige muziekscholen en de Nederlandse cultuur van doe-maar-gewoon.

Dorien Demer (17) heeft haast. Voor de groepsles begint, moet ze nog studeren. Maar onder het eten van een boterham wil ze wel even vertellen over haar hobby. ,,Ik wil pianist worden, dat heb ik besloten toen ik veertien was. Ik weet dat je daarvoor supergoed moet zijn. Maar ik ben bereid alles eruit te halen wat erin zit.''

Dorien doet dit jaar eindexamen gymnasium. Tussen de schoolonderzoeken door probeert ze vier uur per dag piano te studeren. Muziek is geleidelijk een steeds belangrijker deel van haar leven geworden, zegt ze. Nu is ze onder meer bezig met het pianoconcert van Schumann, dat ze binnenkort met orkest gaat spelen. Sinds een half jaar zit Dorien op de vooropleiding van het conservatorium in Amsterdam. Ze baalt er enorm van dat ze pas op haar veertiende serieus is gaan spelen. ,,Een instrument bespelen leer je het beste als je jong bent. Het is jammer dat ik niet eerder serieus ben gaan oefenen. Het is helemaal mijn eigen schuld.''

Vergeleken bij Karolinka de Bree is Dorien inderdaad laat. Karolinka is veertien en studeert op het vijfde pianoconcert van Beethoven. Zij zit in de Jong Talentklas van het Amsterdams conservatorium. Vanmiddag speelt ze het Rondo Capriccio van Mendelssohn tijdens een masterclass op een symposium van de Young Pianist Foundation. Met haar kleine handjes pakt ze net een octaaf, maar alle loopjes en versieringen komen er op les zonder mankeren uit.

Laat die jonge kinderen toch buitenspelen, is een veelgehoorde kreet van buitenstaanders. Kinderen die zoveel tijd aan hun instrument besteden worden nogal eens vergeleken met Oost-Europese turnstertjes, die op hun achttiende met een geplunderd lijf aan de kant worden gezet. Maar deze kinderen zijn niet zielig, benadrukt de lerares van Dorien en Karolinka, Marjes Benoist. ,,Ze houden van muziek en zijn zelf ambitieus. Weet je wat pas zielig is? Als leerlingen toelatingsexamen doen en niet goed beslagen ten ijs komen omdat ze te laat zijn begonnen met serieus studeren. Dat haal je nooit meer in.''

Met een instrument kun je niet vroeg genoeg beginnen, benadrukken leraren. Grote pianisten hebben voor hun zeventiende alle techniek in de vingers en het grootste deel van hun repertoire opgebouwd. Jonge mensen nemen gemakkelijk nieuwe stukken in zich op. Na je dertigste wordt dat een stuk moeilijker. Jonge talentjes zouden zo snel mogelijk naar een goede leraar moeten gaan.

In Nederland heerst echter geen cultuur waarin muziektalent gedijt. Marcel Baudet, oprichter van de Young Pianist Foundation (YPF), constateert het met spijt. ,,Vergelijk het met Oost-Europa. Daar leeft de muziek. Als je een masterclass geeft, ben je meteen meneer de professor. Dat geeft de leerlingen ook het gevoel dat ze met iets belangrijks bezig zijn.''

Baudet richtte de YPF vorig jaar op om de belangstelling voor en de kennis over lesgeven aan jonge kinderen te vergroten. Want in Nederland ontbreekt het aan kennis op dit gebied. De opleiding tot pianodocent op het conservatorium is te weinig gericht op didactiek en levert vaak slechte leraren af. Baudet: ,,Ga eens op een muziekschool kijken. Het is heel triest wat je daar ziet. Leerlingen krijgen groepslessen. Het geluid van andere instrumenten uit aangrenzende ruimten klinkt er doorheen. Er zijn geldproblemen, de docenten werken onder zware druk. Privé-docenten bereiken iets betere resultaten. Toch zie je dat ook hun leerlingen te weinig hebben geleerd als ze toelatingsexamen voor het conservatorium doen. En dat is zonde van het talent van de kinderen en van het geld.'' De situatie voor violisten is beter. Het vioolonderwijs is onder invloed van pedagogen als Oscar Back en Davina van Wely op een hoger peil gebracht. Het resultaat is te horen bij concoursen.

Tegenwoordig kan een kleine groep getalenteerde pianisten vanaf een jaar of twaalf op de conservatoria terecht in een zogenoemde Jong Talent klas. Maar de YPF wil meer. Vanaf volgend schooljaar begint de YPF in Den Haag op proef een zaterdagschool voor pianisten vanaf vijf jaar, met hulp van sponsors. Het doel is tweeledig. Enerzijds moeten jonge talentjes in de omgeving van Den Haag goed les krijgen. Anderzijds moeten tweede-fase-studenten van het conservatorium zich kunnen specialiseren in onderwijs aan heel jonge kinderen. Daarom krijgen zij supervisie van muziekpedagogen over de hele wereld. Baudet hoopt dat de nieuwbakken leraren daarna hun kennis over het land verspreiden, zodat over vijf of tien jaar het algemene niveau van piano-onderwijs hoger is.

Het is Baudet er niet alleen om te doen eindelijk een Nederlander op het erepodium van een concours te krijgen. Niet alleen de top moet hoger, ook de basis moet breder. ,,Het kan me niets schelen of een leerling van mij later de informatietechnologie in gaat. Als hij maar plezier in muziek heeft. Iedereen die aanleg heeft en van muziek houdt, moet goed onderwijs kunnen krijgen.''

Deel dit artikel