Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

HANDEN, OGEN, LICHT De waardige arbeiders van Sebastiao Salgado

Home

JOOST DIVENDAL

Handen trekken dekplaten van sloopschepen door het slik. Ze bedienen naaimachines in gigantische schuren. Plukken thee op plantages, of poetsen chroom van motorfietsen. In het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam zijn die handen te zien, de gezichten en de lijven van de arbeiders, die Sebastio Salgado over de hele wereld heeft gefotografeerd. 'Workers', expositie t/m zo 22 aug., Nederlands Foto Instituut, Witte de Withstraat 63, Rotterdam, di-zo 11-17 uur; catalogus uitg. Aperture, 400 blz., Fl. 215.

Salgado (1944) heeft het vaker groot aangepakt. Tien jaar nadat hij voor het eerst een camera in handen had gekregen, verscheen zijn beroemd geworden boek Otras Americas (1983), magnum opus over het niet eerder zo veelzijdig in foto's belichte Latijns-Amerika. In L'Homme en Detresse, midden jaren tachtig, speelden uitgehongerde en stervende mensen in de Sahel de hoofdrol.

Hij begon als nieuwsfotograaf en werkte onder meer in Mozambique en Angola gedurende de onafhankelijkheidsstrijd. Maar ook de beelden van de aanslag in 1981 op de Amerikaanse president Reagan zijn van hem, als een van de weinige fotografen stond hij er bovenop.

Tot voor kort was Salgado lid van het beroemde Amerikaans-Franse fotobureau Magnum, dat de aangesloten fotografen regelmatig vrijstelt voor langdurige klussen. Die persoonlijke missies leveren niet onmiddellijk geld op en zijn in de perswereld een kostbare uitzondering.

Maar Salgado wilde nog meer vrijheid en samen met zijn vrouw Lelia, met wie hij eind jaren zestig uit Brazilië naar Europa was vertrokken, vormt hij nu een eigen onderneming: hij (afgestudeerd econoom) als fotograaf, zij (stedebouwkundige) als zijn manager. Zijn jongste, nog niet voltooide meerjarenproject gaat over volksverhuizingen en het wekt geen verbazing dat hij op dit moment in Rwanda zit.

In Workers, zorgvuldig tentoongesteld en toegelicht in de ruime zalen van het Nederlands Foto Instituut, gaat het om de laatste jaren van het Industriële Tijdperk. In het verborgene, onttrokken aan het zicht van de grootgebruiker, wordt grondstof gedolven en de natuur getemd. Tabak en textiel, zwavel en steenkool, goud en vis en vlees zijn de schatten van de aarde, die eenvijfde van de mensheid door viervijfde laat houwen en sjouwen en bewerken.

Delen van deze fotoserie kregen bij tussentijdse publicatie al bekendheid. Arbeiders die na de Golfoorlog in Koeweit de oliebranden bedwingen. Vissers op tonijnjacht ('La Mattanza') in de wateren rond Sicilië. Goudzoekers in de Serra Pelada in Brazilië: 50 000 met modder besmeurde mannen, die in menselijke ketens over krakkemikkige ladders uit de tientallen meters diepe krater omhoog klimmen, het afvalpuin op de schouder gebonden.

Puin, gruis en slooprestanten zijn naast delfstoffen terugkerende elementen in vele taferelen. Stoom ook en damp. Blote bovenlijven, en overal handen. Die trekken loodzware dekplaten van sloopschepen door het slik. Ze bedienen naaimachines in gigantische schuren. Plukken thee op de plantages in Rwanda (nog maar twee jaar voor de huidige moordpartijen). Of ze poetsen chroom van motorfietsen. Een hand van een moeder houdt haar baby tegen de rug van de vader, die met zijn handen een voedselkar voor de mijnwerkers voortduwt: de Heilige Familie aan het werk.

Behalve handen zijn er ogen, rond als de raderen en vaten die de arbeid stroomlijnen. Die ogen laten meer zien dan alleen maar de menselijke mierenhoop in de Braziliaanse goudmijn. Of de zwavelwinning in Indonesië, waar arbeiders om 1 uur 's nachts opstaan, in zeven uren 10,5 kilometer de berg op klimmen, dan nog 700 meter omlaag, tot de rand van het zwavelmeer, langs steile cirkelende paden - na een misstap wacht het ravijn. Dan klauteren ze weer 700 meter omhoog, met zwavelblokken van zo'n 70 kilo op de rug: ze krijgen er ongeveer zeven gulden voor (tien jaar geleden was een lading nog het dubbele waard).

Die ogen laten meer zien. Het lijkt onvoorstelbaar, maar in die ogen ligt waardigheid en geschiedenis. In hun ondergeschiktheid blijven de gefotografeerde arbeiders mens, door absolute vakbekwaamheid, en door de gemeenschap van familie of collega's waarin ze zich staande houden. De foto's, genomen op een beslissend moment in een eeuwig voortgaand proces waar slechts weinigen bij stilstaan, geven inhoud aan de esthetiek van de mooie plaat. Ze tonen de werkelijkheid. Door de onontkoombare schoonheid kan de vraag niet omzeild worden waarom de werkelijkheid zo is.

Sebastiao Salgado benut de kunst van het fotograferen volledig, door het tegenlicht niet te schuwen, door vaak in gedempte tinten van morgennevel of namiddagzon te werken. Of door een weldoordachte vlakverdeling in de opnamen aan te brengen: op die manier winnen zijn foto's aan schoonheid. In zijn composities wordt de monotonie van onwezenlijke arbeid niet exotisch of sensationeel. De afstand die de toeschouwer tot de foto's houdt, komt niet voort uit verlekkerd kijken of geprikkeld wegkijken. Wie de foto's in de catalogus of de op expositie ziet, wordt tot die afstand gedwongen door de eigenwaarde die de arbeiders uitstralen. Om dan over die afstand heen even in het vergeten beeld van de werkelijkheid te verdwijnen.

Deel dit artikel