Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Guy de Rothschild 1909 – 2007

Home

Guido Goudsmit

Een extreem wellevende man was de Franse Guy de Rothschild. Hij vond het bankiersleven ’een slaperig bestaan’. Er was over hem meer te lezen in de roddelbladen dan op de financiële pagina’s.

Het verhaal gaat dat baron Guy de Rothschild zijn medepassagiers vóór liet gaan in de reddingssloepen, toen het vrachtschip waarmee hij de oceaan overstak van New York naar Londen op een Duitse torpedo liep. De baron was extreem wellevend. Het was 1943, De Rothschild had zich als jood aangesloten bij de Vrije Fransen van generaal De Gaulle, die na de Tweede Wereldoorlog aan de macht kwam.

De politieke keuze voor De Gaulle was een gelukkige: de rest van zijn leven steunde Guy de Rothschild de rechtse gaullisten – hij geldt als de ontdekker van president Pompidou, die als directeur bij het huis Rothschild begon – en had hij het land aan de socialisten, die hij in Le Monde van antisemitisme beschuldigde. „Het zijn marxisten gebleven.”

Toen president Mitterrand in 1982 de bank van De Rothschild nationaliseerde – een daad in 1986 ongedaan gemaakt door toenmalig premier Chirac – herbeleefde De Rothschild de nachtmerrie van 1940. In zijn ogen had Frankrijk nu voor de tweede keer de familie ’overweldigd’. Als telg uit het roemruchte joodse bankiersgeslacht had hij Frankrijk moeten ontvluchten voor de Duitsers en de Franse collaborateurs van het Vichy-regime, dat de familiebank en al haar bezittingen had geconfisqueerd. De Rothschilds werd de Franse nationaliteit ontnomen. Guy de Rothschild vluchtte naar de Verenigde Staten, vanwaar hij in 1943 de overtocht naar Londen maakte.

Het is niet makkelijk een Rothschild te zijn, is de strekking van de autobiografie die de patriarch van de Franse Rothschilds in 1985 publiceerde. Uit het boek doemt een jongen op met een minderwaardigheidscomplex, een groot plichtsbesef en een ongezond ontzag voor zijn vader üdouard, die de Parijse familiebank leidde die ook in Londen, Frankfurt en Wenen vertakkingen had. De bank, die in grondstoffen en spoorwegen zat, had een ijzersterke reputatie.

Guy de Rothschild groeide op in een kasteeltje, in Ferrières, niet ver van Parijs, waar tijdens de maaltijden een bediende over het meertje roeide om het uitzicht te verlevendigen. Hij lunchte hoogstens een keer per week met zijn ouders. Zijn zus Jacqueline zag hij ook niet veel omdat hun beider kindermeisjes elkaar wel konden schieten.

Door het milieu waarin hij opgroeide ’leerde ik mezelf slecht redden’, heeft hij eens gezegd. Er waren altijd bedienden in de buurt. Wel stuurden zijn ouders De Rothschild naar het lyceum, en niet naar kostschool. Maar hij werd iedere dag door een chauffeur gebracht. Naar eigen zeggen was het zijn moeder die hem het belang van bescheidenheid bijbracht; tot op hoge leeftijd nam hij alleen de metro.

Het was vanzelfsprekend dat de bankierszoon na zijn rechtenstudie bij de bank ging werken. (Ook zijn eigen twee zonen, David en üdouard, zijn financiers geworden.) Hij vond het zelf maar een slaperig bestaan, en ging liever dansen en gokken in Biarritz. „De belangrijkste activiteit van het kantoor was het verlengen van de negentiende eeuw”, schreef hij. Deze uitspraak tekent de neergang waaraan de Rothschilds na een eeuw van machtsontplooiing ten prooi waren gevallen, hoewel Niall Ferguson deze lezing in zijn Rothschild-studie ’The World’s Bankers’ bestrijdt.

Ferguson wijst erop dat de bank redelijk was blijven draaien, niet minder dan andere banken die ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog economisch een mindere tijd doormaakten. Wel waren de banden tussen de Franse, de Britse en de Oostenrijkse achterneven op een laag pitje komen te staan. Dankzij Guy de Rothschild werden de banden tussen de Parijse en Londense huizen in de jaren zestig hernieuwd: in 2003 fuseerden de banken en zijn zij als Group Rothschild de zevende handelsbank ter wereld. „Wij zijn een familie”, zei Guy de Rothschild.

De Fransman, van zichzelf een tikkeltje zwaar op de hand, deed immer moeite om van het leven te genieten. Van zijn vader had hij een voorliefde voor renpaarden geërfd, een grote hobby; hij won alle prijzen. „Ga paardenrennen, als je van spanning houdt en niet bang bent te lijden”, zei hij eens.

Zijn eerste huwelijk – in 1937 trouwde hij zijn Hongaarse achterachternicht Alix Schey von Koromla – mislukte. Zijn tweede vrouw – de Nederlands-Amerikaanse (ook al) achterachternicht Marie-Hélène van Zuylen van Nyevelt de Haar, die hij in 1957 huwde en die in 1996 overleed – ’veranderde mijn leven’, schreef de baron. Over het echtpaar stond meer in de roddelbladen te lezen dan op de financiële pagina’s. Hun gekostumeerde feesten, waar ook intellectuelen en kunstenaars aanzaten, waren veelbesproken.

Guy de Rothschild werd op 21 mei 1909 geboren in Parijs. Hij overleed op 12 juni 2007 in zijn geboortestad.

Deel dit artikel