Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Groeten of de cultuur van erkenning

Home

Wilma Kieskamp

Buren? Die heb je nodig, of je het beseft of niet, zegt filosoof Ad Verbrugge. ,,We kunnen ons leven alleen leiden als lid van een gemeenschap. Maar we zijn geneigd dat te ontkennen. Daarin schuilt mede het onbehagen van deze tijd.'' Een pleidooi voor de herwaardering van kleinschalige verbanden, zoals de buurt.

Het verbaast Ad Verbrugge, filosoof, niet dat zoveel mensen de leefbaarheid in hun woonwijk definiëren aan de hand van één graadmeter. Bijna iets triviaals: het groeten op straat. ,,Groet je degene die je tegenkomt? Groet hij of zij terug? En wat gebeurt er dan eigenlijk? Ik gebruik het voorbeeld vaak in mijn colleges. De kwestie van het groeten is bijna exemplarisch voor allerlei problemen van deze tijd. Het raakt de kern van veel van de onlustgevoelens die onze samenleving kwellen.''

Verbruggge doceert filosofie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn recente boek 'Tijd van onbehagen' beschrijft een cultuur op drift. Een van de onderdelen handelt over de veranderingen in onze leefwereld. Door technische, economische en sociale ontwikkelingen is die leefwereld 'ontgrensd' geraakt. De anderen -collega's, buren, stadgenoten- lijken min of meer toevallige voorbijgangers, meer niet.

,,Dat ze dat niet zijn, merken we júist als we op straat de buurman tegenkomen. Dan is de vrijblijvendheid tijdelijk weg. Dan moet je iets. Groeten, of negeren. Het is altijd een beslissing. Iedereen herkent dat. En waarom kunnen we ons daar zo ongemakkelijk bij voelen? Omdat het het moment is dat je ervaart dat je in wezen afhankelijk bent van die ander. Want je slaagt pas als die ander ook meedoet, ook groet. Je levert je uit. Je hoopt dat die ander jou belangrijk genoeg vindt om te reageren, dat je jezelf terugkrijgt.''

,,Het is maar iets kleins, maar dit is zeer essentieel. Het probleem rond het groeten kun je zien als een indicatie van de verlegenheid die we ervaren rond gemeenschappelijke vormen, waarin we op elkaar betrokken zijn. Het gevolg daarvan is een gevoel van vervreemding. Wederzijdse betrokkenheid is een noodzaak. Hegel noemt dat 'de structuur van erkenning': mensen kunnen hun eigen vrijheid alleen realiseren in de erkenning door de ander. We zijn afhankelijk van elkaar. Maar juist dat laatste maskeren we.''

,,Wat bij de groet speelt, zie je ook terug -maar dan in dramatischer vormen- daar waar mensen zich onveilig voelen in hun leefomgeving. Waar ze bang zijn geworden voor de ander, die vreemd is. Omdat ze niet meer weten of die ander bijvoorbeeld hun lichamelijke integriteit wel erkent.''

Verbrugge mist deze notie in het huidige publieke debat over normen en waarden en over de problemen waar Nederland voor staat. Hij durft te pleiten voor een moderne herwaardering van kleinschalige verbanden als gezin, buurt, school en vereniging. Voor de waarde van 'de gemeenschap': een sociale omgeving waarin het individu zich onderdeel weet van een verband, en erdoor wordt gevormd. Met het gevaar dat hij wordt versleten voor iemand die terugwil naar de jaren vijftig, naar de tijd dat de buurvrouw vanachter de vitrages de mores in de straat bewaakte.

,,Dat wil niemand meer, die sociale controle van toen. Nee, het gaat erom te begrijpen wat de achtergrond is van de maatschappelijke problemen om ons heen. In welke zin is onze cultuur op drift? Dan kom je onder andere uit bij het gebrek aan gemeenschap. Niet voor niets gaat de discussie over de leefbaarheid vooral over de ervaringen van mensen in hun eigen woonwijk. Omdat je daar ziet wat er gebeurt als gemeenschap wegvalt. Desintegratie en onthechting beginnen in het klein, waar mensen elkaar niet meer herkennen. Waar ze zichzelf ervaren als een soort 'losse atomen' binnen de samenleving.''

Ad Verbrugge concludeert dat de behoefte aan gedeelde ervaringen en symbolen wel degelijk is. ,,In het integratiedebat zijn 'taal' en 'hoofddoekjes' grote kwesties. Dat is veelzeggend. We willen met die ander kunnen praten. We voelen ons ontkend als hij of zij de taal niet spreekt. Want dan kunnen we ons letterlijk niet meer met elkaar verstaan. En waarom liggen die hoofddoekjes zo gevoelig? Juist omdat ze symbool kunnen worden voor een afgesloten wereld, voor afzondering.''

De noodzaak van gezamenlijke ervaringen is des te sterker doordat onze leefwereld chaotisch is. Door technische en economische ontwikkelingen is die leefwereld 'ontgrensd' geraakt, schetst Verbrugge. ,,Door de mobiliteit, de moderne telecommunicatie. De buurt als concrete leefwereld is aan het verdwijnen. We wonen niet meer waar we werken. We kunnen kiezen waar we neerstrijken. Zeker, het positieve is dat het onze individuele vrijheid enorm heeft vergroot. We ervaren het als vrijheid om zelf te kiezen. Maar is dat zo? Ik concludeer eerder dat we in die technologische ontwikkelingen worden meegezogen, zonder dat we nog in staat zijn te overzien of we dit werkelijk zo willen.''

,,Het overkomt ons. En deels is het een keuze van deze maatschappij. Voorzieningen op buurtniveau worden afgebroken, want dat is economisch niet rendabel. Dat is dramatisch. In de buurt waar ik zelf woon, is zelfs geen basisschool meer. De buurtkinderen gaan naar verschillende scholen en kennen elkaar niet meer. Is dat zo'n ramp? Die ontgrensde leefwereld heeft grote gevolgen voor hoe mensen functioneren. De band met anderen is willekeurig geworden. Waarom zou je je nog iets van die anderen aantrekken, of rekening met elkaar houden?''

De sterke nadruk op de individuele vrijheid versterkt dat proces nog verder, zegt Verbrugge. ,,De behoefte aan individuele vrijheid is dominant geworden. We willen zelf beslissen met wie we omgaan, wanneer en hoe. En dat kan ook. Je bent allang niet meer aangewezen op de mensen in je concrete omgeving. Je hoeft zelfs niet naar anderen toe. In plaats daarvan bouwen we onze eigen, virtuele biotoop van contacten via de telefoon, e-mail, sms. De wereld komt binnen via de televisie. We trekken ons terug in onze woningen. Voor veel mensen is die virtuele leefwereld nu al belangrijker dan de leefwereld van bijvoorbeeld hun straat. Vooral voor jongeren, daar gaat die ontwikkeling snel. Die chatten bij wijze van spreken eerder met een buurmeisje dan bij haar aan te bellen.''

,,Het geeft ons een groot gevoel van onafhankelijkheid. Het is vrijheid om een e-mail te beantwoorden op een moment dat het jou het beste schikt. Er onstaan vriendschappen die vroeger niet mogelijk waren geweest. Maar ze zijn wel vrijblijvender.''

,,Al die techniek werkt maskerend. Het verhult dat we ondertussen helemaal niet zo onafhankelijk zijn. De samenleving is ingewikkeld. We hebben elkaar hard nodig. In totale vrijheid zijn we nu totaal afhankelijk van elkaar. Maar we hebben het vaak niet door. Of we willen het liever niet doorhebben. Zeker ook bij hogeropgeleiden zie je de neiging om hun positie te begrijpen als eigen verdienste.''

Hij pleit voor een herwaardering van kleinschaligheid. Op een moderne manier kunnen gemeenschappen weer nieuw leven in worden geblazen. ,,De politiek zou een punt moeten maken van het versterken van de sociale omgeving: het gezin, de buurt, de school en de sportvereniging. Breng voorzieningen terug naar de buurt. Behoud het sportveld van de voetbalclub om de hoek, want daar ontmoeten buurtgenoten elkaar. Breng de kleine school terug. Bouw kleine kantoren in plaats van grote.''

,,Er is de neiging om leefbaarheid eenzijdig te duiden als veiligheidsvraagstuk. We roepen om meer politie. De instituten moeten het voor ons doen. Maar dat is maar een deel van de waarheid. Belangrijker is dat mensen elkaar moeten kunnen kennen.''

Deel dit artikel