Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Groene mode

Home

Els de Baan

Modeontwerpster Monique van Heist houdt niet van snelle modetrends. Zij ontwikkelt ’ultieme’ kledingstukken.

’Ik ’slow fashion’? Dat is weer zo’n kreet!”. Modeontwerpster Monique van Heist (37) houdt niet van hokjes denken en wil niet als dé Nederlandse voortrekker van deze modevernieuwende richting te boek staan.

Toch haakt haar afkeurende houding ten opzichte van de snelle modetrends onmiskenbaar aan bij deze non-conformistische mentaliteit. Van Heist: „In eerste instantie heb ik me geconformeerd aan het bestaande modesysteem, maar ik had er altijd al een hekel aan. Die weerstand wilde ik omzetten in iets positiefs, want mode is heel erg leuk.”

Ze ontwikkelde een geheel eigen systeem en lanceert binnenkort haar ’hello fashion’ project. Een serie kledingstukken die niet in een vloek en een zucht tot stand is gekomen, en volledig losstaat van het voortjakkerende modestelsel. „Ik heb geen missie om mensen op de vingers te tikken, maar ik zou wel willen dat we wat bewuster met onze garderobe omgaan en liever kiezen voor minder kleding maar dan goed, dan voor meer en van slechte kwaliteit. Volgens mij kan iedereen twee derde van z’n garderobe zo wegdoen, want dat heb je gewoon teveel. Ik denk dat veel mensen behoefte hebben aan één goede broek, één goede feestjurk of één goed jasje.

Zo’n ultiem kledingstuk probeer ik te verzinnen: waaraan moet een écht goede jas of shirt voldoen? Ik onderzoek dan heel secuur welke mouwinzet in een colbertje het lekkerst zit, en in welk materiaal dat het best gemaakt kan worden. Of neem nou een T-shirt. Dat lijkt zo’n eenvoudig ding, maar het is hopeloos om een supergoede te vinden. Hij moet niet te strak of te wijd zijn, niet te veel en niet te weinig rek hebben en de hals moet goed zitten. Het ontwikkelen en technisch helemaal perfect krijgen van zo’n ultiem kledingstuk kost veel tijd, en dan is het toch te zot dat hij maar één seizoen mee zou mogen doen?”

Bij het ’hello fashion’ project blijven dat ideale shirt, jasje en broek onbeperkt leverbaar. Het materiaal- en kleurgebruik kunnen veranderen, maar aan de basisvormen wordt niet getornd. „Om de zoveel tijd komen er nieuwe producten bij, maar er gaat in principe niks af. Enkele jaren geleden heb ik een jasje gemaakt en dat verkoopt nog steeds. Zo’n product blijft dus wel degelijk langer houdbaar dan één seizoen.”

Voor de catalogus, een ordner met losbladige productvellen, zullen regelmatig aanvullingen verschijnen, want de wensenlijst met nog te ontwikkelen volmaakte producten groeit gestaag. Van Heist wil ook graag gastontwerpers uitnodigen en mensen suggesties laten doen. Ook een meubel of een recept kan in de catalogus terechtkomen. „Ik ben reuze benieuwd hoe de tijdsfactor van de mode zal gaan werken. Als een broek nu op de markt komt is die over vijf jaar misschien niet meer zo interessant. Wanneer wordt die dat weer wel? Ik ben niet op zoek naar tijdloosheid, maar wil juist extreme eigenheid bieden.”

Van Heist heeft een sterk gevoel voor kwalitatief goede materialen en houdt van een heldere en eenvoudige vormgeving. „Idee, kwaliteit en materialen. Daar gaat het om. Ik streef trouwens niet naar het gebruik van honderd procent ecologische materialen, maar ik vind het wel belangrijk dat de kwaliteit van het materiaal zo goed is dat een kledingstuk heel lang mee kan. Daarom werk ik naast zijde, katoen en wol bijvoorbeeld ook met kwaliteitsleer.”

Van Heist besteedt veel tijd aan het zoeken naar bedrijven die precies de juiste stoffen leveren. Als modestudent was ze al dol op het ontwikkelen van patronen. „Ik blijf het fascinerend vinden dat je van een plat stuk papier tot een vorm kunt komen waarmee je je eigen handschrift kunt bepalen.” Ze heeft geen specifieke doelgroep of type voor ogen. „Bij het bedenken en ontwikkelen van de kledingstukken relateer ik alles aan mezelf.”

Voor de catalogus worden ’gewone’ mensen gefotografeerd in hun eigen omgeving, om te benadrukken dat de kleding voor iedereen geschikt is. Ook voor de lancering van het ’hello fashion’ project wil Van Heist geen ’echte’ modellen gebruiken, want die vindt ze te kunstmatig. De kledingstukken worden geleverd van maat 36 tot 42. Ze zijn echter niet erg maatgevoelig, want de uitgekiende vormgeving flatteert meerdere typen lijven.

Via een Nederlandse agent wordt de productie uitgezet in Polen. De meeste onderdelen van het ontwikkelproces doet Van Heist zelf. De producent krijgt een kant-en-klaar voorbeeldmodel van haar hand aangeleverd, compleet met het uitgewerkte patroon. Dat is vrij uniek. „Wie ben ik in de mode? Ik ben ambachtelijk, kritisch en humoristisch. Want ik wil altijd het positieve laten zien. Ook in de mode!”

Lees verder na de advertentie
(\N)

Deel dit artikel