Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Groei kerkelijke armenhulp is een doorn in het vlees

Home

Herman Noordegraaf en bijzonder hoogleraar en docent voor diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en Groningen

Kerken zijn onder meer betrokken bij voedselbanken © ANP XTRA
Opinie

70 procent van de lokale kerken is inmiddels betrokken bij ondersteuning van mensen die niet goed rond kunnen komen. Het vangnet van de verzorgingsstaat is aan slijtage onderhevig. Daar mogen we geen vrede mee hebben, betoogt prof. Herman Noordegraaf.

In 1965 werd de Algemene Bijstandswet ingevoerd. Deze loste de Armenwet van 1854 af. Deze eerste nationale wet voor de bedeling van armen was wel een aantal malen herzien, maar niet principieel gewijzigd: de zorg voor de armen was in de eerste plaats een taak van de kerken. Als daarop geen beroep gedaan kon worden, kwam het burgerlijk armenbestuur in beeld. Lang was dat laatste alleen 'in uiterste noodzaak' toegestaan.

De praktijk holde deze regeling meer en meer uit door de ontwikkeling van de sociale zekerheid en omdat met het gestegen welvaartspeil de materiële zorg voor de armen de financiële mogelijkheden van de kerken te boven ging. Bovendien lag de armenzorg onder vuur omdat deze in de sfeer van de gunsten lag en meer dan eens gepaard ging met het opleggen van vernederende voorwaarden. Vandaar dat deze zorg een kwalijke reuk kreeg en het streven naar sociale zekerheid stimuleerde.

De ABW bracht principieel gesproken pas de echte verandering: personen die niet konden voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan kregen een rechtsaanspraak op een uitkering bij de gemeenschap in de vorm van de overheid. De gedachte was, ook binnen kerken zelf, dat de materiële hulpverlening door kerken, behoudens uitzonderingen, achter ons lag.

Het kan verkeren. Zo laat ons het onderzoeksrapport Armoede in Nederland 2013 zien, dat onlangs verscheen. Om meer zicht te krijgen op armoede en de kerkelijke hulpverlening, voerde een breed scala van kerken een onderzoek uit naar de rol van plaatselijke kerken. De Rooms-Katholieke Kerk, de Protestantse Kerk in Nederland, kleinere reformatorische kerken en evangelicale kerken namen eraan deel. Doel was om het eigen kerkelijk beleid nader te bezien en om knelpunten te kunnen signaleren naar overheden en samenleving.

29 miljoen euro en materiële hulp geven de kerken
Welnu, uit het onderzoek blijkt dat 70 procent van de lokale kerken inmiddels betrokken is bij ondersteuning van mensen die niet goed rond kunnen komen door op enigerlei wijze individuele financiële hulp te verlenen. Dit gebeurt voor het overgrote deel in de vorm van een gift, waarnaast ook materiële hulp in natura, leningen en het mogelijk maken van een vakantie voorkomen. Het betrof bijna 40.000 aanvragen om financiële hulp, waarvan er 32.500 gehonoreerd zijn. In totaal gaven de lokale kerken ruim 12 miljoen euro.

Ook is er financiële steun voor collectieve hulp, zoals steun aan de voedselbank (70 procent van de lokale kerken is daarbij betrokken, financieel, met vrijwilligers en als uitdeelpunt), aan projecten voor armoedebestrijding, het ondersteunen van een belangenorganisatie, deelname in een noodfonds en dergelijke. Hiermee is een bedrag van ruim 11 miljoen euro gemoeid. Daarnaast zijn er dan nog de kerstpakkettenacties (60 procent van de lokale kerken; 3,7 miljoen euro) en steun aan inloophuizen (een derde van de lokale kerken; ruim twee miljoen). In totaal gaat het om 29 miljoen euro.

Voorts wordt naast de financiële hulp ook immateriële steun gegeven, bijvoorbeeld in de vorm van doorverwijzen en begeleiden naar instanties of regelingen en in de vorm van psychische en geestelijke ondersteuning. De groepen aan wie de kerken het meest financiële hulp geven, zijn (in volgorde naar grootte genoemd) mensen zonder betaald werk, alleenstaande ouders met kinderen, mensen met psychische problemen, asielzoekers, ouderen, mensen met chronische ziekte of handicap en mensen die te maken hebben met een restschuldhypotheek.

Schuldenproblematiek en langdurig laag inkomen vormden de meest genoemde knelpunten. Daarnaast worden problemen gesignaleerd als de wachttijden bij de toekenning van uitkeringen, onvoldoende persoonlijke dienstverlening, te ingewikkelde formulieren, de toenemende digitalisering en onvoldoende mogelijkheden van overheden om snel en doelgericht te kunnen handelen bij financiële noodsituaties. Op grond van het onderzoek wordt een groot aantal aanbevelingen geformuleerd voor landelijke en lokale overheden en voor kerken zelf.

De garantie van de verzorgingsstaat: behoorlijke slijtage
Duidelijk is dat de garantieformule die de verzorgingsstaat met de ABW (nu WWB) als sluitstuk leek te bieden aan behoorlijke slijtage onderhevig is. De kerkelijke anti-armoedebeweging zoals die begin jaren tachtig van de vorige eeuw opkwam, heeft zich daarom altijd kritisch opgesteld als het ging om die materiële hulpverlening. Toen de aanvragen bij kerken weer mondjesmaat binnen kwamen, daagden uitkeringsgerechtigden kerken uit: gaan we terug naar het pannetje soep, de tijd van de bedeling?!

Zo werd de formule geboren 'helpen onder protest' - kerken helpen uiteraard indien zij daartoe de mogelijkheden hebben als mensen in de knel zitten. Zij signaleren dit echter uitdrukkelijk en komen op voor verbetering van de positie van mensen in financiële knelsituaties en voor het rechtskarakter van de sociale zekerheid.

Hoewel de uitdrukking 'helpen onder protest' negatief klinkt, duidt zij niet op een gebrek aan bereidheid om te helpen - dat gebeurt op grote schaal - maar op het streven naar het daadwerkelijk oplossen van problemen.  Op zich staat dat principe niet ter discussie in de politiek: de overheid is verantwoordelijk voor de materiële bestaansbasis van mensen als zij hier zelf niet in kunnen voorzien. De vraag is of dit nog voldoende wordt waargemaakt. Ook het bestaan van voedselbanken vormt in deze een signaal. Zij zijn inmiddels een breed verspreid verschijnsel geworden en de gedachte dat zij overbodig zullen worden, is illusoir.

We mogen geen vrede hebben met kerkelijke hulp
Toch mogen wij daar geen vrede mee hebben. Om een bijbelse uitdrukking te gebruiken: financiële noodhulp door kerken en voedselbanken zouden ons een doorn in het vlees moeten zijn. Zij moeten daarom een aansporing zijn om met volharding armoede te bestrijden en om meer prioriteit te geven aan de verbetering van de positie van mensen in financiële knelsituaties, vooral hen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen.

Herman Noordegraaf is bijzonder hoogleraar en docent voor diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en Groningen.
Het rapport Armoede in Nederland 2013 is te vinden op www.kerkinactie.nl



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie