Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Groei je net als schrijver Jannah Loontjens op in het bos, dan kruipt de afzondering in je

Home

Jannah Loontjens

© Thinkstock
essay

Groei je, zoals Jannah Loontjens, op in het woud, dan kruipen de afzondering en het afwachten in je. Over de wortels van een schrijverschap.

In Ronneby, een Zweeds stadje met een station met één perron, komt mijn vader mij ophalen. We stappen in zijn auto en rijden het centrum uit, langs velden en dorpen, het bos in, tussen rotswanden door, waarin strepen van boorgaten te zien zijn - lange smalle gaten waar ze dynamiet in stopten om de rots op te blazen zodat er een weg gemaakt kon worden. De weg waarover wij rijden. Wij en niemand anders. We komen geen enkel ander voertuig tegen.

Lees verder na de advertentie
Je telefoon heeft hier geen bereik. De enige die je tegenkomt ben je zelf

De weg is bedekt met asfalt tot we rechts afslaan, een bos in waar de bomen nog dichter tegen elkaar aan staan, zo dicht dat enkel boven de onverharde weg een slingerende streep lucht te zien is. Heuvel op, heuvel af, bomen, zwerfkeien, bomen, een zilverglinsterend meer dat de hemel weerkaatst, nog meer bomen, en dan opnieuw naar rechts, een nog kleiner weggetje op dat omlaag duikt naar een dal, waar een riviertje stroomt. Dan weer omhoog. We komen uit op een open plek in het bos waar mijn vader de auto stil zet. Hier staat het huis waar hij woont. Het huis waar ik deels ben opgegroeid.

Je kunt verschillende redenen bedenken om je terug te trekken in de natuur; de uitdaging van zelfredzaamheid, de schoonheid van het buitenleven, een verlangen naar puurheid misschien. Om zo ver van alles vandaan te willen wonen als mijn vader, moet er in ieder geval één voorliefde zijn, die voor stilte en afzondering. Je kunt in dit Zweedse bos uren lopen zonder ook maar een enkele ziel tegen te komen. Je telefoon heeft hier geen bereik. De enige die je tegenkomt ben je zelf.

“Er is een eenvoudige wet die het leven op ver afgelegen eilanden regeert: er is niets dat je kunt doen, behalve totaal kapot gaan”, schreef Geoff Dyer in een stuk over Gauguin, die zich graag op eilanden terugtrok. Dit kapot gaan, of in stukken uiteen vallen (‘go completely to pieces’), is niet zomaar een negatieve ervaring. Eenzame afzondering brengt je tot inzichten en confronteert je met existentiële vragen, waar je te midden van het grootsteedse rumoer algauw aan voorbij gaat. Als je wilt overleven in de natuur, is nieuwsgierigheid naar leefomgeving en patronen van flora en fauna beslist aanbevelingswaardig, toch is het vaak juist de kwelling van de eenzame bespiegeling die schrijvers en kunstenaars verleidt tot een afgezonderd bestaan.

Griezelfilm

Hiervoor moet je wel inspiratie kunnen vinden in ontreddering en wanhoop, en van een zekere mate van angst kunnen genieten. Niet de lekkere angst die je kunt ervaren bij een griezelfilm, waar je veilig vanaf je sofa in kunt zwelgen, maar een existentiële angst die je zo eenzaam doet voelen als een in een vissenkom geboren vis die zich plots in de diepten van de Atlantische Oceaan bevindt; een angst die je de nietigheid van je bestaan doet voelen, alsof je elk moment in het grote niets van de dood kunt verzuipen. Een angst die elk fundament onderuit schopt en je leven doet wankelen. Het is die angst die je moet aanspreken. De eenzaamheid die je overspoelt en je zonder hulp laat dobberen. Mijn vader heeft wel eens gezegd dat kunst waaraan je kunt voelen dat zij voortkomt uit pijn de krachtigste kunst is. Het zal een romantische en melancholieke opvatting zijn, maar wel één met sterke aantrekkingskracht.

Als je het hebt over schrijvers die afzondering in natuur zochten, klinkt algauw de naam van de Amerikaan Henri David Thoreau. Hij trok zich in 1845 terug in een zelfgebouwde hut, waar hij een dagboek bijhield over zijn bestaan ver van de maatschappij vandaan. Thoreau inspireerde talloze andere auteurs, onder wie de Amerikaanse beat-schrijver Jack Kerouac en de Nederlandse Frederik van Eeden, die een commune in Bussum oprichtte vernoemd naar Thoreau’s Walden. Maar ook schrijvers als Malcolm Lowry, Lawrence Durrell en Jenny Diski zochten de afzondering van de natuur op om zich solitair op het schrijven te kunnen richten.

Thoreau observeerde de veranderende seizoenen en vond hierin een zekere distantie tot menselijke sores. Hij zag dat we allemaal deel zijn van een groter geheel, hij zag aasgieren zich te goed doen aan kadavers en vond troost in de gedachte dat leven, net als het smelten van sneeuw, deel uitmaakt van doorgaande cycli. Helemaal eenzaam was Thoreau evenwel niet, hij kreeg regelmatig bezoek of begaf zich naar de dorpskroeg enkele kilometers verderop. Het is opvallend dat, omringd door wildernis, meestal één vorm van aandacht de boventoon voert; ofwel de naar buiten gerichte aandacht voor de overweldigende grootsheid en verfijning van de natuur, waar Thoreau zich aan overgaf, ofwel de naar binnen gerichte aandacht voor het zelf en de menselijke existentie.

Dit verschil in aandacht zag je ook terug in de belevenissen van Godfried Bomans en Jan Wolkers, die in 1971 voor het legendarische radioprogramma ‘Alleen op een eiland’ verslag deden van hun afzondering op Rottumerplaat. Het idee van het programma over een schrijver op een onbewoond eiland was overgenomen uit Denemarken, waar genoeg afgestorven eilandjes te vinden zijn. In Nederland kostte het de grootste moeite om zo’n afgezonderd plekje te vinden. En zelfs op Rottumerplaat waren ze niet helemaal alleen. Nieuwsgierigen voeren met hun boten dicht langs het eiland en Bomans zag mensen door het water waden die hem om een handtekening kwamen vragen. Argwanend sloot hij zich in zijn tent op.

Eenzaamheid

Het ging om één week in de natuur, waarmee de schrijvers akkoord waren gegaan. Er werd van tevoren al behoorlijk wat ophef over gemaakt, een vrouw op de radio noemde het ‘doodeng’. Je kunt je afvragen of een weekje zonder mensen werkelijk zo eng is. Er was nota bene elke dag radiocontact. Het idee van eenzaamheid is, evenals als het idee van natuur, duidelijk cultureel bepaald.

Mensen die in het bos wonen, kiezen hun woorden rustiger, knikken of glimlachen zwijgend tussen de kalm aaneengeregen zinnen

De week viel Wolkers minder zwaar dan Bomans. Terwijl Wolkers zich in vogels verdiepte, kadavers met een mes opensneed en een ziek zeehondje redde, zat Bomans vooral in zijn stoel te peinzen en gaf hij zich over aan existentiële eenzaamheid. Bomans zei daar achteraf over: “Ik heb naar mezelf gekeken. Wolkers heeft naar de omgeving gekeken.”

Mijn ouders trokken - eerst samen, daarna apart - van huis naar huis, stuk voor stuk verlaten houten stulpen, die zo ver van alles vandaan lagen dat geen Zweed er meer wilde wonen. Er was geen elektriciteit, water moesten we uit de put halen. In de zomer wasten we ons in meren, die nooit ver van het huis vandaan in het bos lagen. Een keer vonden we een oude houten roeiboot. Hij bleek zo lek als een mandje. Mijn moeder stopte schapenwol tussen de kieren, maar dan nog moest de één hozen, terwijl de ander roeide.

De oever was modderig, vandaar dat mijn broer en ik graag naar het midden roeiden, waar we uit de boot sprongen om te zwemmen. We doken diep het troebele water in om waterlelies te plukken, waarvan de stengels soms wel vijf meter lang waren. Als we toe waren aan een wasbeurt, zeepten we ons in de boot in, voordat we het koude water in plonsden om ons af te spoelen. Over het oppervlak dansten de zonnestralen, die in de zeepbellen in onze haren regenbogen kleurden. We werden gadegeslagen door de hoge dennenbomen en kale rotsen die het meer omringden, waartussen je trollen en andere fantasiewezens kon zien wegduiken. Maar andere mensen zagen we er nooit.

Hoe meer landen ik bezocht, hoe duidelijker het me werd dat werkelijke stilte buitengewoon zeldzaam is

De omgeving waarin je opgroeit nestelt zich in je, je wordt er deel van. Zodra ik in het Zweedse bos aankom, voel ik mijn lijf ontspannen, alsof ik daar net als de planten, bomen en mossen wortels in de grond heb. Het is een ontspanning die doorwerkt in mijn denken; mijn stijl van reflecteren en schrijven wordt erdoor beïnvloed. Ik word trager, bedachtzamer en het ritme van mijn zinnen grilliger.

Stilte

Je merkt het ook aan het spreken. Mensen die in het bos wonen, kiezen hun woorden rustiger, knikken of glimlachen zwijgend tussen de kalm aaneengeregen zinnen. Het is lastig te zeggen in hoeverre het leven in de bossen mijn schrijverschap beïnvloed heeft, maar die afwachtende houding, het stille observeren, is wel degelijk in mij gekropen. Net zoals de energie van de stad, waaraan ik inmiddels ook behoorlijk verslingerd ben, de veelheid van verkeer, haastende mensen, de uiteenlopende doelen die iedere inwoner nastreeft, iets met de lucht doet die je inademt, met de sfeer die je omringt en stuurt, beïnvloedt de wonderlijke vanzelfsprekendheid van natuur je denken.

In het boek ‘On Trying to Keep Still’ beschrijft Jenny Diski hoe zij de afzondering opzoekt in de natuur. “Het idee was om geïsoleerd en alleen te zijn, zoals een echte schrijver betaamt”, schrijft ze aan het begin van een stuk, waarin al gauw blijkt hoe lastig het is om werkelijke afzondering te vinden. Dit is een besef dat in de loop der jaren ook tot mij doordrong. Hoe meer landen ik bezocht, hoe duidelijker het me werd dat werkelijke stilte buitengewoon zeldzaam is. Vrijwel overal zijn mensen. Altijd mensen.

Ik herinner me nog goed toen voor het eerst tot me doordrong hoe uitzonderlijk de stilte van mijn kindertijd was geweest. Een schokkend, ontluisterend besef, waarmee de liefde die ik voelde voor het Zweedse bos tegelijk een diepere glans kreeg; een liefde voor de zwarte boomstammen, de meren, de hertensporen in de sneeuw, maar misschien nog het sterkst voor de zeldzame stilte, enkel doorbroken door een roep van een vogel, het kraken van een tak of het suizen van de wind. Maar nooit door mensen. 

Jannah Loontjens (1974) is filosoof en schrijver. Deze maand verscheen haar vierde roman ‘Wie weet’.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Je telefoon heeft hier geen bereik. De enige die je tegenkomt ben je zelf

Mensen die in het bos wonen, kiezen hun woorden rustiger, knikken of glimlachen zwijgend tussen de kalm aaneengeregen zinnen

Hoe meer landen ik bezocht, hoe duidelijker het me werd dat werkelijke stilte buitengewoon zeldzaam is