Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Graftuin die barst van leven

Home

Huis te Vraag. Als je de plant van een grafsteen knipt, trekt de stemming zich terug. © Hanneke van Dijk

Aan de zuidas van Amsterdam ligt Huis te Vraag, een erkende stilteplek en cultuurhistorisch monument.

Aan het eind van het jaar is het goed om stil te staan bij het verleden en vooruit te kijken naar de toekomst. Je kunt de stilte zoeken in eigen of andermans tuin. Een tuin die tot nadenken stemt is een tuin met een verleden, een tuin die waarschuwt: 'Laten we bedenken dat we moeten sterven, maar dat we nu nog leven.'

Een dooie boel daar op de begraafplaats van Huis te Vraag? Helemaal niet, vindt conservator Leon van der Heijden. Het barst van het leven, hoor je vogels in de bomen en leven kikkers, padden en ringslangen aan de andere kant van de wal. Aan die kant heerst de natuur. Binnen de wal ligt een architecturale graftuin met kantige hagen. Hier slingert de klimop zich rond de oude grafstenen. Dit is de enige plant die nog blijft rouwen als de nabestaanden het allang vergeten zijn. Toch houdt Van der Heijden de klimop binnen de perken en van de paden. Als je de plant van een grafsteen knipt, trekt de stemming zich terug, vertelt hij. Hij is beheerder van de stemming.

In 1987 huurden de kunstenaars Van der Heijden en zijn vrouw Willemijn het Aulagebouwtje van de Nieuwe Oosterbegraafplaats die toen het beheer had. De Aula stond leeg en op de nominatie gesloopt te worden. Zij verbouwden het tot atelier en woonhuis.

Na de verbouwing begonnen ze met het redden van de tuin, de begraafplaats. Van der Heijden was geen hovenier, maar kunstschilder en schrijver. De gemeente wist toen nog niet dat Huis te Vraag als begraafplaats bestond. Er was al sinds 1962 niemand meer begraven. De zandpaden werden vrijgemaakt, het dode hout uit de bomen gehaald en op takkenwallen gelegd. "Het is meer schilderen dan tuinieren wat ik doe", vertelt Van der Heijden, "ik ga anders te werk dan een hovenier." In zijn boek 'Huis te Vraag als Wereld', beschrijft hij hoe het is om te wonen en te werken in de bijzondere tuin.

'We zijn nu bezig met wieden en sikkelen van de uitgebloeide seizoenplanten en de grassen en als dat gedaan is, het zal dan ongeveer half augustus zijn, beginnen we met het voor de tweede keer knippen van de hagen tegelijk met het snoeien van de klimop. Aansluitend daarop wordt het weiland gemaaid. Daarna wanneer de sappen niet meer stromen, beginnen we met het snoeien van de bomen en de struiken. Hierna volgt het bladwerk en het winterklaar maken van de tuin. En zo glijden we van het ene seizoen in het andere.'

Al het werk wordt met de hand gedaan, machines komen er niet aan te pas. Lawaai hoort er niet thuis. Maar helemaal stil is het allang niet meer, een constante ruis van oprukkende snelwegen stoort wie het wil horen en toch vergeet je middenin de bebouwing even waar je bent. Dat Huis te Vraag nu na bijna 25 jaar werk van de beheerders nog bestaat is een wonder. Het ligt als een groene oase tussen de huizen, flats en kantoorgebouwen en projectontwikkelaars staan klaar om er bezit van te nemen.

Volgens Van der Heijden is zijn graftuin een belegerd paradijs dat het uiteindelijk af zal leggen tegen de macht. Het helpt dat Huis te Vraag in 2009 uitgeroepen is tot cultuurhistorisch monument, maar toch beschouwen de beheerders zich als kathedraalbouwers die het eind van hun werk nooit zullen zien. In januari publiceert Van der Heijden een nieuw boek over Huis te Vraag: 'Hoe zijn wij hier nou eigenlijk aangekomen'. De naam was er eerder dan de begraafplaats. Al voor 1400 was er een weg van Haarlem naar Amsterdam. Halverwege bereikte de weg de Schinkel, die de verbinding tussen het Nieuwe Meer en het IJ vormde. Op deze plaats werd een veerhuis gebouwd met een herberg. Omdat je in dit gebied makkelijk kon verdwalen, plaatste de herbergier een bordje aan de weg: 'te Vraghe'. Je kon hier naar de weg vragen.

Een Amsterdamse lakenfabrikant liet op deze plek in de zeventiende eeuw een huis bouwen met de naam Huis te Vraag. Het werd in 1890 gesloopt. Het enige wat overbleef was de naam. Ene Pieter Oosterhuis kocht de grond en vroeg de gemeente toestemming daar een begraafplaats aan te leggen. In 1891 was de opening van de 'Protestantsche Begraafplaats te Vraag'. De eerste particuliere begraafplaats van Amsterdam bleef in de volksmond echter altijd Huis te Vraag heten.

De begraafplaats met veel familiegraven was in 1962 vol. De toenmalige eigenaar kreeg geen toestemming om uit te breiden. Gevolg was dat de begraafplaats in handen van de gemeente overging. Volgens de wet zouden de graven dertig jaar later, in 1992, geruimd kunnen worden. Niemand bekommerde zich meer om Huis te Vraag. Projectontwikkelaars hadden zich de plek al bijna toegeëigend toen in de Wet op de Lijkbezorging de termijn werd verlengd tot vijftig jaar. Uitstel dus tot 2012. Oud en Nieuw gaat over verleden en toekomst. Het is te hopen dat het verleden van Huis te Vraag de toekomst krijgt om te overleven.

Huis te Vraag, Rijnsburgerstraat 51, Amsterdam. Hek open van ma t/m za 11-17u en zo 11-14u.


Deel dit artikel