Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Graffitiartiest Banksy, de ingekapselde rebel

Home

Seije Slager

De Britse straatkunstenaar Banksy schopt graag tegen het establishment, maar datzelfde establishment telt fortuinen neer voor zijn werk. In zijn nieuwe film ’Exit through the gift shop’ probeert hij zijn street credibility te herwinnen.

Het is een geinig tafereel. Op een blinde muur in Bristol schilderde de Britse straatkunstenaar Banksy een raam, waarachter een half ontklede vrouw en haar echtgenoot te zien zijn. Hij speurt met een verrekijker tevergeefs de horizon af naar de minnaar die zojuist door het raam is ontsnapt. De voorbijgangers buiten zien die minnaar wel: het is een naakte man die met één hand aan het raamkozijn bungelt.

Zo moet street art zijn: zonder al te veel lagen, met een clou die zich binnen één blik laat vangen door iemand die er haastig langsloopt. Het liefst ook met een subversief, anti-autoritair randje. Straatkunstenaars werken in de illegaliteit, en steken graag de draak met de overheid die hun schilderingen vaak al snel weer verwijdert.

Dat subversieve randje school in dit geval dan ook vooral in de locatie van het kunstwerk: recht tegenover het gemeentehuis. Een open sollicitatie om snel weer verwijderd te worden, zou je zeggen.

Maar subversiviteit valt of staat bij de bereidheid van het establishment om zich ook daadwerkelijk te laten kennen. En de gemeenteraad van Bristol besloot anders: ze zagen een waardevolle toeristische attractie in het kunstwerk, en lieten het hangen.

In 2006, toen de schildering gemaakt werd, was Banksy namelijk allang geen willekeurige graffitiartiest meer. Hij was al hard op weg om de nieuwe megaster van de internationale kunstwereld te worden. Een jaar later ontstond er in Londen consternatie omdat een schoonmaakploeg een muurschildering van Banksy, conform de voorschriften, verwijderd had. Het kunstwerk bleek inmiddels op 300.000 pond getaxeerd te zijn. Sindsdien veilde het chique Sotheby’s meermalen werk van Banksy voor zescijferige bedragen. Beroemdheden als Christina Aguilera en Angelina Jolie dwepen met hem. En een schilderij dat hij samen met die megaster van de vorige generatie kunstenaars, Damien Hirst, maakte, leverde bij een veiling in New York zelfs meer dan 1,8 miljoen dollar op.

Er is, kortom, heel wat gebeurd sinds Banksy voor het eerst naam verwierf met zijn pesterige anti-autoritaire kunst. Voordat musea voor hem in de rij stonden, drong hij zelf binnen in prestigieuze instellingen als het British Museum of het New Yorkse MoMA, om daar stiekem zijn kunst tussen de vaste collectie te hangen. Op de afscheidingsmuur in de Palestijnse gebieden schilderde hij doorkijkjes met paradijselijke vergezichten. En hij zette midden in Disneyland een als Guantánamo Bay-gevangene aangeklede pop neer.

Vanwege het semi-illegale karakter van veel van die acties, heeft hij zich tot nu toe succesvol in anonimiteit weten te hullen. Maar dat niemand meer dan vage vermoedens heeft over de ware identiteit van een van de beroemdste kunstenaars ter wereld, is slechts een van de paradoxen die aan Banksy kleven. Dat een kunstenaar die dweept met zijn anti-commerciële houding – op de ’winkelpagina’ van zijn website zijn alle beelden gratis te downloaden en distantieert hij zich nadrukkelijk van bedrukte koffiemokken – op veilingen miljoenen binnenhaalt, is een andere.

En de voornaamste is misschien wel deze: dat hij inmiddels noch op de straat, noch in de officiële kunstwereld nog echt thuis lijkt te zijn. Op straat heeft hij voor sommigen iets van zijn geloofwaardigheid verloren, door zijn nieuwe ingekapselde status.

Maar in de officiële kunstwereld wordt gemopperd over zijn al te doorzichtige beeldentaal, die inderdaad niet heel gelaagd is. Een schildering van twee zoenende politiemensen bijvoorbeeld: dat is een verrassend beeld als je het toevallig op straat tegenkomt, maar als het in een museum hangt, vraag je je toch af of het niet wat subtieler kon.

In de film ’Exit through the gift shop’, die hij dit jaar maakte, gaat hij zelf met die paradoxen aan de haal. Op het festival Docu-Arts was afgelopen weekend de Nederlandse première, later dit jaar wordt de film op dvd uitgebracht.

De film heeft een dun verhaallijntje: een Franse filmer probeert een documentaire te maken over Banksy en andere street artists, maar besluit uiteindelijk om zelf ook street artist te worden. Hij heeft zelf weinig artistiek talent, maar huurt allemaal designers in. Tot afgrijzen van de andere street artists wordt hij er in één klap beroemd en miljonair mee.

Een kunstenaar die een slechte film maakt over een filmer die slechte kunst maakt – weer zo’n paradox. Maar Banksy is intelligent genoeg om die zelf te doorzien, en onder de oppervlakte van het dunne verhaaltje speelt hij toch een slim spelletje. De ’slechte kunstwerken’ in de film zijn natuurlijk gewoon door Banksy gemaakt. Via de Fransman neemt Banksy vooral zichzelf en zijn eigen succes op de hak. Maar ook zijn critici: het is Banksy die in de film, in quasi-documentairestijl, moralistische kritiek levert op de Fransman, en diens kunstfabriek.

Iedereen praat maar een eind raak, maar uiteindelijk wordt succes in de kunst bepaald door wat de gek ervoor geeft, meer niet. Dat lijkt uiteindelijk de boodschap te zijn van Banksy, die daarmee zijn critici de mond snoert met een soort geposeerde onverschilligheid.

Wat hij er werkelijk van vindt dat die muurschildering in Bristol weliswaar door de gemeentelijke overheid wordt gekoesterd maar inmiddels door onbekenden met blauwe verf is beklad, dat blijft net zo’n groot geheim als zijn ware identiteit.

Lees verder na de advertentie
Ook op de afscheidingsmuur in de Palestijnse gebieden schilderde Banksy. Hier een Israëlische soldaat die een ezel om zijn papieren vraagt. (EPA)

Deel dit artikel