Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Goede journalist heeft geen valstrik nodig

Home

RUUD VERDONCK

Ooit was ze een comédienne: de verborgen camera. Daar werden mensen mee gefopt. “Ach, meneer, wilt u mij even helpen? Mijn kanariepietje was ontsnapt, maar nu heb ik hem weer gevangen. En als u mijn hoed nu even vasthoudt, dan kan hij niet opnieuw wegvliegen, terwijl ik thuis even de kooi ga halen.” En dan zag je vervolgens hoe de argeloze voorbijganger het tenslotte ook niet meer vertrouwde en stiekem onder de hoed keek, die hij tegen de muur drukte: niets, ontsteltenis. Lachen, toch?

Maar die verborgen camera is nog slechts een zouteloze artiste, die alleen in geval van op dood spoor geraakte amuseurs nog wel eens van stal wordt gehaald. De echte verborgen camera is een journalistiek middel geworden van de televisie, een geheim wapen, waarvan alleen niemand precies weet wanneer het ingezet mag worden.

In 1989 gebruikten Henk Ruigrok en Pieter Storms (Nieuwe Revu en Veronica) de verborgen camera bij hun 'undercover'-onderzoek naar de moraal van ondernemend Nederland. Er werden valstrikken uitgezet en een wethouder uit Bergen op Zoom hapte toe; althans hij was niet afhoudend genoeg in een kwestie waar hij eventueel ook nog wat aan had kunnen verdienen, vonden de makers. De rechter oordeelde heel anders: Ruigrok en Storms hadden hun beschuldiging niet waar kunnen maken.

Ook niet met behulp van de verborgen camera. Over die methode had de rechter ook zo zijn bedenkingen. In eerste instantie zei hij: “Een dergelijke aanpak, die in feite neerkomt op het opzetten van een valstrik voor bepaalde willekeurige personen met de bedoeling de resultaten daarvan te publiceren, is alleen toelaatbaar indien daarbij met de uiterste zorgvuldigheid te werk wordt gegaan. Dit houdt in dat voor de betrokkenen negatieve resultaten slechts gepubliceerd mogen worden indien deze voldoende objectief vaststaan.”

In hoger beroep was de rechter nog scherper: “Ook op zichzelf bezien is de gevolgde journalistieke methode een factor die de immateriële schade mede bepaalt. Dat de beschuldiging niet alleen onjuist is, maar bovendien gebaseerd op materiaal dat onder valse voorwendselen is verkregen, maakt haar des te grievender.” De journalist begeeft zich met deze methode op een hellend vlak, waarschuwde Huub Evers, docent ethiek aan de academie voor journalistiek en voorlichting te Tilburg, enkele jaren terug in zijn boek 'Media-ethiek'.

Veel effect heeft Evers daarmee niet gesorteerd. De techniek heeft voor nòg kleinere camera's gezorgd, en inmiddels is het gebruik ervan zelfs een standaardmiddel geworden van het Tros-programma 'Deadline', dat op z'n best een vorm van infotainment genoemd kan worden. Dat wil zeggen: journalistieke methoden niet als middel om de waarheid en niets dan de waarheid boven tafel te krijgen, maar als vorm van amusement. Ook al zijn daarin soms nog wel gradaties aan te wijzen.

Zo was de zucht naar sensatie duidelijk, maar ook het evidente maatschappelijk belang, in het geval van de vertoning van met de verborgen camera opgenomen pocherij van het Amsterdamse CD-raadslid Graman. Het was het gefilmde bewijs van wat Panorama-verslaggever Bas van Hout in zijn blad al over de aanslagen van de CD'er, die later door de rechtbank ook werd veroordeeld, had geschreven.

Aanzienlijk minder evident was het belang in de recente kwestie-Braakhekke. 'Deadline' maakte met de verborgen camera een rondje langs een aantal bekende restaurants en had een Turkse familie meegenomen om te kijken hoe op hun entree gereageerd zou worden. Bij 'Le Garage' van Joop Braakhekke brak ronduit paniek uit alsof een groepje Hell's Angels van plan was de boel op stelten te komen zetten. Het was natuurlijk een flauwe valstrik. 'Le Garage' is een restaurant voor een bepaald soort volk, wat zich vertaalt in prijzen die exclusief genoemd mogen worden. Dat is geen gelegenheid voor schuchtere mensen die even een klein hapje willen eten. Blijkbaar is dat vrij algemeen bekend, gezien de commotie nu zich ineens toch nog zo'n groepje klanten meldde dat geheel buiten de gewone klandizie viel. 'Joop! Joop!', klonk het, gevolgd door verward geroep van 'Vol, vol'.

Keiharde discriminatie? Alleszeggend is het dat er niet meteen een aanklacht wegens discriminatie tegen Joop Braakhekke werd ingediend, maar juist andersom. Braakhekke beklaagde zich op hoge toon over de gebruikte methode en over de journalistieke betrouwbaarheid van het Tros-programma. Het moet overigens nog maar afgewacht worden of het ook van Braakhekke's kant nog tot officiële klachten komt. Wat dat betreft was het wel heel erg televisie anno 1996.

Journalistiek gesproken waren er misschien nog wat kaantjes uit te braden geweest, wanneer de zaak niet toegespitst was geweest op bekende restaurants of beroemde restaurateurs, maar bij voorbeeld op de vraag of het een restaurant toegestaan is een bordje op te hangen met 'Stropdas verplicht - hoofddoekje verboden'. Maar dat valt buiten het infotainment (amusement met een informatief sausje, al zeggen de makers van dat soort programma's het meestal omgekeerd) van 'Deadline'.

Het is duidelijk dat het de televisie is, die probeert grenzen te verleggen. En niet ten bate van de waarheid of de journalistieke kwaliteit, maar ten bate van de kijkcijfers. Onmiskenbaar is daardoor een vergroving opgetreden. Waarmee de weg is ingeslagen naar een scherpere definitie van wat nog journalistiek is, en wie zich nog journalisten mogen noemen. De vervaging van de grenzen en de vergroving van de middelen dwingen langzamerhand tot heldere omschrijvingen waar iedereen z'n voordeel mee kan doen, zowel de makers als de 'slachtoffers'. Maar waarvan het nog maar de vraag is of de journalistiek in z'n algemeenheid, als poot onder de democratische samenleving, er nog iets aan heeft.

Dat is ook nodig om niet iedereen met een verborgen camera meteen in het vakje van Jaap Jongbloed op te bergen.

Vandaar dat het allicht helpt dat de Nederlandse Vereniging van Journalisten zich achter de Evangelische Omroep opstelde, toen die afgelopen woensdag de kwestie van het gebruik van verborgen camera's voorlegde aan de Raad voor de journalistiek.

De EO greep voor het programma 'Tijdsein-Extra' ook al naar het middel van de valstrik om aan te tonen dat abortuswetten in Nederland worden overtreden. Een zwangere actrice werd met haar vriend, die de camera in zijn tas verborgen hield, langs enkele abortusklinieken en Rutgershuizen gezonden, met een verzoek om abortus op ondeugdelijke gronden. Haar bleek dat de wet buitengewoon ruim of te ruim wordt geïnterpreteerd.

De Stimezo (Stichting Medische Zwangerschapsonderbreking) vroeg de rechter in kort geding uitzending van de beelden te verbieden. De rechter gaf daaraan gehoor, maar uiteraard niet langs journalistieke overwegingen. Hij hield het op de privacy van niet alleen de bezoekers, maar ook mensen die in de klinieken werken en op het maatschappelijk belang dat mensen die zo'n kliniek bezoeken zich niet door een verborgen camera bespied hoeven te wanen.

Voor de journalistiek valt uit zo'n uitspraak weinig concreets te leren, anders dan dat je steeds zeer zorgvuldig moet omgaan met de consequenties van je produkties. Maar de vraag is natuurlijk of de Raad voor de journalistiek daar veel aan kan toevoegen. En dan valt ook nog te hopen dat die niet al te specifiek naar deze uitzending van 'Tijdsein' zal kijken.

Want dan zou de vraag van het belang van het gebruik van de verborgen camera in dit EO-geval vrij eenvoudig te beantwoorden zijn. Er zijn de afgelopen jaren door verschillende medici en andere betrokkenen - en niet steeds afkomstig uit kampen met dezelfde gevestigde meningen - al volop uitspraken gedaan, die aangeven dat de praktijk van de abortusbehandeling niet steeds spoort met de wet. Er zijn voldoende eenvoudige journalistieke middelen voor handen om op dat punt te scoren. Daar is geen valstrik van een zwangere actrice voor nodig, een verzonnen verhaal en een verborgen camera. Dat zijn ook niet echt de middelen van de journalist, die geacht wordt steeds met open vizier ten strijde te trekken. Sterker: het zal velen weinig moeite kosten om ook hierin de vergroving, het scoren met met behulp van sensationele beelden, te ontdekken.

Het middel pastte wel bij het journalistiek onevenwichtige karakter van de 'Tijdsein'-uitzending, die alle sporen droeg van ouderwetse actiegroepen-journalistiek. De Raad voor de journalistiek kennende, zal die ook stevig willen gaan hangen aan de vraag of er voldoende hoor en wederhoor is toegepast. En of er wel voldoende sprake was van onbevooroordeeldheid bij de actualiteitenrubriek.

Het fraaie van het Nederlandse omroepbestel is, dat zo'n uitzending als 'Tijdsein-extra' was, nu juist helemaal in het journalistieke tv-landschap thuishoort: je kunt in de gids lezen vanuit welk perspectief een kwestie bekeken wordt. Maar ook dat maakt het voor de raad, met algemene journalistieke principes bij de hand, alleen maar lastiger om een breder oordeel uit te spreken. Veel verder dan: het gebruik van een verborgen camera is verboden, tenzij... zal de raad nauwelijks kunnen komen. En dat 'tenzij' moet elke journalist vervolgens voor zichzelf interpreteren.

Wat dat betreft levert de burgerrechter, hoe hardvochtig voor de journalistiek ook, dan misschien toch nog wel de meest handige regels. Hoewel de journalistieke erecode zegt: “Met inachtneming van de algemene wetgeving van zijn land zal hij (de journalist, red.) in beroepszaken slechts de rechtspleging van zijn vakgenoten erkennen; hij verwerpt elke tussenkomst van overheidspersonen of anderen.”

Deel dit artikel